Slechte mondgezondheid door slecht cognitief functioneren

Gerodontologie

Open PDF (128.74 KB)

In het Verenigd Koninkrijk is in de periode 2002-2014 een longitudinaal onderzoek naar veroudering uitgevoerd onder een basaal representatieve steekproef van zelfstandig wonende personen die in 2002 50 jaar of ouder waren. Deze groep leek uitermate geschikt om te onderzoeken of de eerder bij ouderen gevonden associatie tussen cognitieve beperking en slechte mondgezondheid op waarheid berust.

Participanten waren 4.416 dentate personen van wie alle gegevens van het verouderingsonderzoek uit 2002 beschikbaar waren. Hun cognitief functioneren was vastgesteld met meetmethoden voor geheugen, spraakfunctie en verwerkingssnelheid. De scores op deze 3 meetmethoden waren opgeteld tot een somscore (4-43; 44-49; 50-54; 55-61; 62-102). De subjectieve mondgezondheid werd in 2014 beoordeeld tijdens een persoonlijk gesprek met een verzorgende. Onderzoeksvariabelen waren het aantal gebitselementen (0; 1-9; 10-19; minimaal 20) en een algemeen subjectief oordeel over de mondgezondheid (uitstekend; zeer goed; goed; voldoende; slecht).

In 2002 hadden de participanten een gemiddelde leeftijd van 59,5 ± 8,2 jaar, met een spreiding van 50 tot 88 jaar. Ruim 57% van de participanten was vrouw. De somscores voor cognitief functioneren in 2002 correleerden positief met de aantallen gebitselementen en negatief met de subjectieve oordelen over de mondgezondheid in 2014. Als deze correlaties werden beoordeeld op grond van de indeling in 5 oplopende groepen van cognitief functioneren, werd per groep voor de aantallen gebitselementen een gradueel steeds sterkere positieve correlatie gevonden en voor de subjectieve oordelen over de mondgezondheid een gradueel steeds sterkere negatieve correlatie.

Conclusie. Dit longitudinale onderzoek liet zien dat slecht cognitief functioneren in een relatief vroeg levensstadium was geassocieerd met een subjectief slecht oordeel over de mondgezondheid en met verlies van gebitselementen in een latere fase van het leven. Omdat deze achteruitgang van de mondgezondheid gradueel was per aflopende groep van cognitief functioneren, zou men kunnen verwachten dat beperking van de achteruitgang van cognitief functioneren, kan zorgen voor een betere mondgezondheid.

Bron

Kang J, Wu B, Bunce D, Ide M, Pavitt S, Wu J. Cognitive function and oral health among ageing adults. Community Dent Oral Epidemiol 2019; 47: 259-266.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.