× ABONNEREN

Behoud van processus alveolaris na extractie

Mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie

Door op 08-01-2021
  • Reacties (0)

Samenvatting

Na extractie van gebitselementen kan in veel, maar niet in alle, gevallen de botreductie van de processus alveolaris worden geremd door in de extractiealveolen een allogeen bottransplantaat aan te brengen. Dit onderzoek had als doelstelling de effectiviteit van deze methode te bepalen en te bezien of lokale factoren een rol spelen bij de kwantitatieve verschillen in botreductie.

Het onderzoek werd in de universitaire mondzorgkliniek van Iowa uitgevoerd bij 53 personen die een indicatie hadden voor extractie van een gebitselement. Deze personen waren aselect verdeeld in een experimentele en een controlegroep. In de experimentele groep kreeg men na een atraumatische extractie in de extractiealveole een allogeen bottransplantaat dat werd overdekt met een ovaalvormige niet-resorbeerbare membraan en een matrashechting. In de controlegroep liet men de extractiewonden spontaan genezen. Alle personen kregen ibuprofen. De experimentele groep kreeg ook amoxicilline of clindamycine en chloorhexidine om dagelijks de membraan mee te reinigen. Voorafgaand aan de extractie en 14 weken erna werden een gebitsmodel van de desbetreffende kaak en een conebeamcomputertomogram (CBCT) gemaakt. Op zowel het gebitsmodel als het CBCT verrichtten de onderzoekers ter plaatse van het gebitselement respectievelijk de extractiewond diverse metingen.

Alle verrichte metingen lieten zien dat in de experimentele groep het botvolume na 14 weken statistisch significant minder was gereduceerd dan in de controlegroep. Een lineaire regressieanalyse toonde aan dat in beide groepen de dikte van het alveolaire bot buccaal van het gebitselement een voorspellende waarde heeft voor de botreductie. Volgens het oordeel van de onderzoekers was in de experimentele groep in 11,5% van de gevallen een bottransplaat nodig om succesvol een implantaat te kunnen aanbrengen en in de controlegroep in 48,1% van de gevallen.

Conclusie. Het aanbrengen van een allogeen bottransplantaat in extractiealveolen induceert het behoud van de processus alveolaris. De dikte van het buccale alveolaire bot ter plaatse van een gebitselement vormt een sterke aanwijzing voor de na extractie optredende botreductie.

Bron

Avila-Ortiz G, Gubler M, Romero-Bustillos M, Nicholas CL, Zimmerman MB, Barwacz CA. Efficacy of alveolar ridge preservation: a randomized controlled trial. J Dent Res 2020; 99: 402-409.

Na extractie van gebitselementen kan in veel, maar niet in alle, gevallen de botreductie van de processus alveolaris worden geremd door in de extractiealveolen een allogeen bottransplantaat aan te brengen. Dit onderzoek had als doelstelling de effectiviteit van deze methode te bepalen en te bezien of lokale factoren een rol spelen bij de kwantitatieve verschillen in botreductie.

Het onderzoek werd in de universitaire mondzorgkliniek van Iowa uitgevoerd bij 53 personen die een indicatie hadden voor extractie van een gebitselement. Deze personen waren aselect verdeeld in een experimentele en een controlegroep. In de experimentele groep kreeg men na een atraumatische extractie in de extractiealveole een allogeen bottransplantaat dat werd overdekt met een ovaalvormige niet-resorbeerbare membraan en een matrashechting. In de controlegroep liet men de extractiewonden spontaan genezen. Alle personen kregen ibuprofen. De experimentele groep kreeg ook amoxicilline of clindamycine en chloorhexidine om dagelijks de membraan mee te reinigen. Voorafgaand aan de extractie en 14 weken erna werden een gebitsmodel van de desbetreffende kaak en een conebeamcomputertomogram (CBCT) gemaakt. Op zowel het gebitsmodel als het CBCT verrichtten de onderzoekers ter plaatse van het gebitselement respectievelijk de extractiewond diverse metingen.

Alle verrichte metingen lieten zien dat in de experimentele groep het botvolume na 14 weken statistisch significant minder was gereduceerd dan in de controlegroep. Een lineaire regressieanalyse toonde aan dat in beide groepen de dikte van het alveolaire bot buccaal van het gebitselement een voorspellende waarde heeft voor de botreductie. Volgens het oordeel van de onderzoekers was in de experimentele groep in 11,5% van de gevallen een bottransplaat nodig om succesvol een implantaat te kunnen aanbrengen en in de controlegroep in 48,1% van de gevallen.

Conclusie. Het aanbrengen van een allogeen bottransplantaat in extractiealveolen induceert het behoud van de processus alveolaris. De dikte van het buccale alveolaire bot ter plaatse van een gebitselement vormt een sterke aanwijzing voor de na extractie optredende botreductie.

Bron

Avila-Ortiz G, Gubler M, Romero-Bustillos M, Nicholas CL, Zimmerman MB, Barwacz CA. Efficacy of alveolar ridge preservation: a randomized controlled trial. J Dent Res 2020; 99: 402-409.

Lees verder

Meer lezen? Log in of word abonnee

Informatie

Auteur(s) C. de Baat
Rubriek Excerpten
Publicatiedatum 8 januari 2021
Editie Ned Tijdschr Tandheelkd - Jaargang 128 - editie 1 - januari 2021; 60-61

Download bij dit artikel