× ABONNEREN

Conventioneel en kunststofgemodificeerd glasionomeercement als onderlaag

Restauratieve tandheelkunde

Door op 09-10-2020
  • Reacties (0)

Veel laboratoriumonderzoeken naar de potentie van regeneratieve technieken, zoals die van stamcellen en tissue engineering, zijn de laatste decennia uitgevoerd. Helaas is weinig klinisch onderzoek naar de effecten van deze nieuwe technieken op het behoud van de vitaliteit van de pulpa uitgevoerd. Daarom zijn tandartsen nog steeds afhankelijk van biocompatibele materialen voor indirecte pulpaoverkapping. Het onderhavige onderzoek had tot doel de reactie van de pulpa in diepe caviteiten vast te leggen waar een conventioneel (Riva Self Cure® RSC) en een kunststofgemodificeerd glasionomeercement (Riva Light Cure® RLC) waren geplaatst.

RSC en RLC werden in 10 diep geprepareerde humane premolaren aangebracht. Het op calciumhydroxide gebaseerde Dycal was het positieve controlemateriaal (6 premolaren) en 4 niet-bewerkte premolaren dienden als negatieve controle. De bodem van de RSC en RLC caviteiten werden geconditioneerd waarna het RSC werd aangebracht. RLC werd pas aangebracht en uitgehard nadat het dentine was geëtst. De caviteiten werden met een composiet (Filtek Z350) volgens standaardprocedure gevuld. Dycal werd op de traditionele manier aangebracht en de caviteiten werden volgens de adhesieve composiettechniek gerestaureerd. Alle premolaren (n = 30) moesten om orthodontische redenen worden geëxtraheerd. Na 7 dagen werd de helft van de premolaren geëxtraheerd en na 30 dagen de overgebleven gebitselementen. Histologische preparaten werden gemaakt die door een onderzoeker werden geëvalueerd. De resultaten van het histopathologisch onderzoek staan in tabel 1 vermeld. De gemiddelde dikte van het dentine tussen de bodem van de caviteit en het dak van de pulpakamer voor de 3 groepen schommelde tussen 383,0 en 447,8 µm.

Tabel 1. Aantal premolaren per beoordelingsscore voor de onderlagen per tijdseenheid.
Score: 0 = geen; 1 = mild; 2 = matig; 3 = erg

Conclusie. Het kunststofgemodificeerde glasionomeercement RLC veroorzaakte meer pulpaschade dan het conventionele RSC, maar de schade verminderde in de loop der tijd. Na 30 dagen werd geen verschil meer in schade tussen de beide materialen waargenomen. Beide materialen zijn voldoende biocompatibel om als onderlaag te worden gebruikt.

Bron

Ribeiro APD, Sacono NT, Soares DG, Bordini EAF, de Souza Costa CA, Hebling J. Human pulp response to conventional and resin-modified glass ionomer cements applied in very deep cavities. Clin Oral Investig 2020; 24: 2739-2748.

Lees verder

Meer lezen? Log in of word abonnee

Informatie

Auteur(s) J.E. Frencken
Rubriek Excerpten
Publicatiedatum 9 oktober 2020
Editie Ned Tijdschr Tandheelkd - Jaargang 127 - editie 10 - oktober 2020; 586

Download bij dit artikel