× ABONNEREN

De inhoud van publicaties in het Nederland Tijdschrift voor Tandheelkunde. Een patroonanalyse over de tijd

  • Inleiding
  • Materiaal en methoden
  • Bevindingen van de analyses
  • Discussie
  • Literatuur
  • Dankwoord
  • Verantwoording
  • Reacties (0)

Inleiding

Nederland behoort tot de 10 best presterende landen in tandheelkundig onderzoek. Zowel gemeten in aantallen publicaties van onderzoek, als in termen van de wetenschappelijke impact die deze publicaties hebben (met behulp van bibliometrische indicatoren verbonden aan deze publicaties) (Cartes-Velásquez en Manterola Delgado, 2014; Gingras, 2016). De kennis die in de vorm van internationale publicaties door Nederlandse academische centra wordt geproduceerd is niet eenvoudig toegankelijk voor de Nederlandse mondzorgverlener. Ten eerste zitten veel tijdschriften achter een ‘betaalmuur’ en moet de geïnteresseerde lezer er een fors bedrag voor over hebben om een artikel te kunnen lezen. Ten tweede zijn wetenschappelijke artikelen lang niet altijd makkelijk leesbaar of eenvoudig te interpreteren voor de niet-deskundige op wetenschappelijk gebied. Ten derde kan men niet volstaan met een paar artikelen om zich in de stand van onderzoek te verdiepen en ontbreekt het de mondzorgverlener aan tijd zich een goed beeld te kunnen vormen van de huidige stand van zaken binnen het tandheelkundig onderzoek (Glasziou en Haynes, 2005).

Tijdschriften als het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde (NTVT) kunnen worden gezien als media om de tandheelkundige wetenschappelijke kennis te verspreiden onder de mondzorgverleners. Het NTVT is een wetenschappelijk tijdschrift specifiek gericht op het Nederlands- en Vlaamssprekende werkveld. Met een oplage van bijna 5.000 exemplaren informeert het een substantieel deel van deze mondzorgverleners over de wetenschappelijke kennis op het gebied van de mondzorg. Deze positie is zelfs sterker geworden doordat in 2010 het Waals-Belgisch tijdschrift voor tandheelkunde, Revue Belge de medecine dentaire, ophield te bestaan.

Publicaties in het NTVT zijn niet gericht op de internationale vakgenoten - daarvoor bestaan de internationale wetenschappelijke tijdschriften - maar op de Nederlandse en Belgische mondzorgverleners. De rol van tijdschriften als het NTVT is niet alleen de distributie van wetenschappelijke kennis uit het internationale domein naar het lokale werkveld, maar ook het verspreiden van de meer toepassingsgerichte kennis (Sanz et al, 1995; Sambunjak et al, 2009).

Vanwege het 125-jarig bestaan van het NTVT was het idee om met behulp van een patroonanalyse systematisch in kaart te brengen welke onderwerpen het NTVT de afgelopen 18 jaar onder de aandacht heeft gebracht. Daarnaast was het doel vast te stellen in welke mate deze onderwerpen verhoudingsgewijs aan de orde kwamen, met andere woorden: welke onderwerpen kregen meer of minder aandacht in de loop van deze periode? Door middel van dergelijke analyses krijgt men niet alleen een beeld van interesses binnen het mondzorgonderzoek in Nederland. Het inzichtelijk maken van ontwikkelingen binnen de tandheelkundige wetenschap op dergelijk grofstoffelijk niveau weerspiegelt ook de (toekomstige) ontwikkelingen in het werkveld.

In dit artikel wordt het mondzorgonderzoek afkomstig uit Nederland, gepubliceerd in het NTVT, vanuit 2 invalshoeken besproken. De eerste invalshoek bestond uit de vraag in hoeverre de inhoud van het NTVT de Nederlandse onderzoeksinspanningen adequaat representeert. Want vindt de kennis uit het internationaal georiënteerde Nederlandse tandheelkundig onderzoek zijn weg naar het NTVT? De tweede invalshoek bestond uit het vergelijken van de inhoud van het NTVT met de zorgvraag. Want krijgen de belangrijkste mondzorgdeelgebieden (uitgedrukt in kosten van verleende mondzorg) ook de meeste aandacht in het NTVT? Uit een recent artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde waarin de onderzoeksinspanningen in het biomedisch onderzoek worden vergeleken met de zorgvraag in de verschillende zorggebieden, blijkt hierbij een discrepantie te bestaan (afb. 1) (De Kruif et al, 2017). In afbeelding 1 is te zien dat specifieke ziekten als verstandelijke handicap, dementie en mondziekten een groot aandeel van de zorgkosten omvatten, maar dat er in verhouding weinig onderzoek op die gebieden wordt gedaan. In dit artikel wordt ingegaan op het mondzorgonderzoek met de volgende vraag: gaat binnen het mondzorgonderzoek de aandacht uit naar de veelvoorkomende zorggebieden of wordt het weinig gebalanceerde plaatje van het medisch onderzoek bevestigd?

Afb. 1. Specifieke ziekten en omstandigheden als onderwerp van wetenschappelijke publicaties uit Nederland, afgezet tegen de zorgkosten die deze aandoeningen in 2011 met zich meebrachten. De zorgkosten zijn gebaseerd op het RIVM-rapport ‘Kosten van ziekten’. Het aandeel van specifieke ziekten en aandoeningen in publicaties werd berekend als het percentage artikelen over een specifieke ziekte op het totaal van alle ziektespecifieke publicaties uit Nederland in 2012 in Web of Science. (Beeld: NTvG)

Materiaal en methoden

De NTVT kenniskaarten

Voor dit onderzoek werden de digitale publicaties (in PDF-formaat) in het NTVT over de periode 2000-2017 verzameld. Het ging om totaal 1.439 publicaties en het aantal publicaties per jaargang ligt tussen ongeveer 60 en 100 publicaties. Om overzichten te maken van de onderwerpen werd de volgende procedure gevolgd.

Alle PDF-bestanden werden omgezet in tekstbestanden. Daarna werd door middel van term-extractie een lijst gemaakt van alle woorden die in de artikelen voorkomen. Dit werd gedaan met het programma CorTexT. Uit deze lijst werden door 2 onderzoekers onafhankelijk van elkaar handmatig alle inhoudelijke woorden die relevant zijn voor tandheelkunde en mondzorg – zowel voor onderzoek als praktijk - geselecteerd. De resultaten werden vergeleken, waarna een definitieve termenlijst werd gemaakt. Met behulp van CorTexT werden de artikelen op basis van deze lijst geïndexeerd.

De publicaties werden vervolgens verdeeld in 6 overlappende periodes van 4 jaar: 2000-2003; 2003-2006; 2006-2009; 2009-2012; 2012-2015; 2015-2018. De overlappende periodes werden genomen om te voorkomen dat de data-aggregatie scherpere veranderingen zou laten zien dan in feite plaatsvonden. Dit voorkomt bijvoorbeeld dat een klein cluster wordt opgesplitst in 2 nog kleinere delen (waardoor het niet voor analyse in aanmerking komt), of in de ene periode wel maar in de aansluitende periode niet zichtbaar wordt waardoor er – ten onrechte - sprake lijkt van een plotselinge verandering.

Voor elke periode werden de termen geclusterd met behulp van een co-woord algoritme. Het achterliggende idee van co-woordanalyse is dat artikelen over een of meer onderwerpen gaan en dat onderwerpen gekarakteriseerd worden door een set woorden (Callon, 1983; Callon, 1986; Van den Besselaar, 2006). Als woorden vaak samen voorkomen in artikelen duidt dat erop dat ze samen een bepaald onderwerp beschrijven. Wat ‘vaak’ is, hangt af van de aantallen van publicaties en de daaruit geëxtraheerde aantallen woorden: in dit geval werden periodes van 4 jaar genomen om ervoor te zorgen dat onderwerpen door voldoende artikelen werden gerepresenteerd. De clusters representeerden tandheelkundige onderwerpen (van onderzoek). Ook deze clustering werd gedaan met CorTexT.

Voor elk van de 6 periodes werd een kenniskaart gemaakt, die de gevonden clusters (weergegeven als cirkel, ieder met een eigen kleur) representeerde. Afbeelding 2 en 3 geven 2 van deze kenniskaarten weer. Elke driehoek binnen een cluster representeert een woord, en de grootte van het cluster geeft aan hoeveel artikelen in het cluster vallen. Ook geldt dat hoe groter de driehoek is, hoe vaker het woord voorkomt in de set artikelen.

 Afb. 2. NTVT Kenniskaart 2006-2009.

 Afb. 3. NTVT Kenniskaart 2012-2015.

Ten slotte werden de clusters door 3 velddeskundigen geïnterpreteerd op basis van inhoudelijke kennis. Daarbij werd de naam van het cluster vastgesteld: welk onderwerp wordt door het cluster gerepresenteerd? Clusters met te weinig termen om tot een goede interpretatie te komen werden hier genegeerd. De onderwerpen van de clusters werden vervolgens ingedeeld op tandheelkundig deelgebied.

Ter illustratie, op de kaart 2006-2009 bevindt zich een cluster (nr. 15 in afb. 2) bestaande uit de volgende termen: bisfosfonaten, osteonecrose, necrose, gelaat, zwelling. Dit cluster was geïdentificeerd als het onderwerp ‘bisfosfonaten en osteonecrose’ en is ingedeeld in het deelgebied ‘orale geneeskunde’.

Nederlands onderzoek in NTVT en internationale tijdschriften

Om de inhoud van het NTVT te vergelijken met het Nederlandse mondzorgonderzoek, werd de verdeling van de tandheelkundige publicaties in NTVT met die in de internationale literatuur vergeleken. Het onderzoek werd beperkt tot publicaties (aangemerkt als article, review of proceedings paper) opgenomen in het Web of Science, binnen de ‘subjectcategorie’ Dentistry, Oral Surgery & Medicine. De aantallen publicaties zijn vervolgens ingedeeld in tandheelkundige deelgebieden, op basis van de tijdschrifttitels. Dit heeft als consequentie dat niet alle publicaties die bij een deelgebied horen hier ook daadwerkelijk konden worden meegerekend, onder meer omdat er ook werd gepubliceerd in multidisciplinaire tijdschriften die hier buiten beschouwing werden gelaten.

De zorgvraag en NTVT-publicaties

Om de onderzoeksinspanningen te kunnen vergelijken met de zorgvraag werden de mondzorgdeclaratiegegevens van VEKTIS uit 2014 gebruikt. VEKTIS is het koepelorgaan voor data van alle Nederlandse zorgverzekeraars en heeft data van alle bij Nederlandse zorgverzekeraars gedeclareerde zorg. Deze mondzorgdeclaratiegegevens zijn ingedeeld volgens de door de Nederlandse Zorgautoriteit vastgestelde UPT-clusters. De UPT-clusters werden voor de analyse gerelateerd aan deelgebieden zoals gebruikt in dit onderzoek om publicaties uit het NTVT in te delen. In deze analyse werden de ziekte-specifieke deelgebieden of deelgebieden gericht op een behandeling waar een UPT-cluster voor bestaat meegenomen. Voor sociaaltandheelkundige onderwerpen of voor onderzoeksdeelgebieden gericht op een bepaalde doelgroep (bijvoorbeeld jeugd) bestaat geen UPT-code en was deze analyse derhalve niet mogelijk. Ook interdisciplinaire UPT-clusters C (consult) en A (anesthesie) werden in deze analyse niet meegenomen, omdat het niet mogelijk was deze UPT-clusters te koppelen aan een specifiek onderzoeksdeelgebied. Naast de declaratiegegevens van VEKTIS waren in de analyse de kosten meegenomen van mondzorg die waren gedeclareerd binnen de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, afkomstig van het CAK (Centraal Administratie Kantoor). Privaat gefinancierde mondzorg, mondzorg geconsumeerd buiten de basiszorgverzekering of aanvullende zorgverzekering om, is in deze analyse buiten beschouwing gelaten. Tabel 2 toont de basisgegevens.

 

Tabel 2. Relatie tussen zorg (UPT-benaming) en onderzoek.

Bevindingen van de analyses

Afbeeldingen 2 en 3 geven de resultaten weer van de patroonanalyse van NTVT-publicaties in kenniskaarten voor 2 periodes. Door de kenniskaarten te vergelijken zijn de veranderingen van de onderwerpen van publicaties over de tijd te zien. Bij de vergelijking van beide kenniskaarten vallen een aantal dingen op.

Ten opzichte van de periode 2006-2009 zijn op de kenniskaart van 2012-2015 relatief weinig clusters met onderwerpen over prothetische tandheelkunde of onderwerpen die over TMD gaan. Daar tegenover zijn juist clusters ontstaan over de onderwerpen ‘sedatie’ en over ‘kwaliteitsbeleid en nascholing’. Tevens is te zien dat het aantal clusters in het domein mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie (mka-chirurgie) en orale geneeskunde verdubbelde van in totaal 4 naar 8 clusters; bijna eenderde van het aantal clusters in de periode 2012-2015 bleek van geneeskundige aard.

Het is niet mogelijk in dit artikel alle kenniskaarten af te drukken en daarom worden in tabel 3 de veranderingen door de tijd op detailniveau gepresenteerd. In de eerste kolom staan alle geïdentificeerde onderwerpen van clusters, geordend naar deelgebied. In de volgende kolommen wordt de verdeling van de onderwerpen per periode weergegeven. Er is spreiding in het aantal onderwerpen per deelgebied. Bovendien zijn er onderwerpen die in elke periode voorkomen en onderwerpen die slechts in een enkele periode voorkomen. In tabel 1 worden deze resultaten samengevat op het niveau van deelgebieden.

 Tabel 3. Tandheelkundige onderwerpen en deelgebieden in de 6

In tabel 1 wordt het aantal clusters per periode beschreven en worden de onderwerpen volgens specifieke tandheelkundige deelgebieden geordend. Het patroon bleek in de tijd erg stabiel. Mka-chirurgie stond constant bovenaan: een flink deel van de aandacht in het NTVT ging naar kaakchirurgische onderwerpen. Sociale tandheelkunde stond op een goede tweede plaats en daarna volgden bijzondere tandheelkunde en orale geneeskunde. De vraag is of het patroon veranderde of dat de verdeling van de aandacht door de tijd heen hetzelfde bleef? Sociale tandheelkunde liet een toename zien van 2 naar 4 clusters per periode. Ook onderwerpen uit het deelgebied bijzondere tandheelkunde namen in de latere jaren in aantal toe. Onderwerpen uit de implantologie en kindertandheelkunde kregen in de latere jaren aandacht. Er vielen wel andere dingen op, zoals de geringe aandacht in het NTVT voor het fundamentele onderzoek en voor cariologie. Deze onderwerpen waren in nogal wat periodes helemaal niet zichtbaar. In de periodes dat deze onderwerpen wel zichtbaar waren, was er weinig thematische variatie en waren de clusters klein.

Tabel 1. Aantal onderwerpen per tandheelkundig deelgebied in 6 periodes.

In tabel 2 wordt getoond hoe de UPT-clusters en AWBZ-gegevens werden gerelateerd aan de verschillende deelgebieden binnen het tandheelkundig onderzoek.

Afbeelding 4 laat de verdeling zien: 1. van de onderwerpen van het Nederlands onderzoek zoals gepubliceerd in NTVT en in internationale tijdschriften, en 2. hoe de onderwerpen van NTVT-publicaties samenhingen met de kosten van mondzorg (UPT-clusters). Uit de afbeelding is af te lezen dat het relatieve en absolute aantal Nederlands mka-onderzoek dat in internationale tijdschriften gepubliceerd werd groot was. Daarbij vormt het mka-onderzoek in vergelijking met de kosten voor verleende mondzorg een uitschieter.

Afb. 4. Specifieke deelgebieden binnen de tandheelkunde als onderwerp van wetenschappelijke publicaties uit Nederland (periode 2000-2018) zowel in Web of Science als in het NTVT, afgezet tegen de kosten van mondzorg in 2014, behorend bij deze deelgebieden (zoals weergegeven in tabel 2).

Voor de implantologie, materiaalkunde en parodontologie werd eveneens een sterke internationale oriëntatie gezien. Voor prothetische en bijzondere tandheelkunde gold juist het omgekeerde; dit onderzoek werd relatief vaak in het NTVT gepubliceerd. Bij de andere deelgebieden was het aandeel van publicaties in het NTVT en het aandeel in de internationale publicaties vergelijkbaar.

Cariologie en preventieve tandheelkunde vormden weliswaar het grootste aandeel van de verleende mondzorgkosten, maar er werd relatief weinig Nederlands onderzoek over deze onderwerpen in NTVT en internationale tijdschriften gepubliceerd.

Discussie

In dit artikel werd geanalyseerd welke onderwerpen de afgelopen 18 jaar zijn besproken in het NTVT en welke onderwerpen in dat tijdsbestek meer of minder aandacht hebben gekregen. Een dergelijke analyse geeft inzicht voor het werkveld over welke onderwerpen aan bod zijn gekomen, welke onderwerpen opkwamen of juist uit beeld verdwenen. Deze informatie kan worden gebruikt om te evalueren of deze patronen en verschuivingen overeenkomen met (Nederlandse) internationale literatuur. De bevindingen van deze vergelijking met de internationale literatuur kan informatie geven voor bijvoorbeeld redactionele beleidsveranderingen. Want de vraag is of zulke verschuivingen van de inhoud van het NTVT stroken met veranderde werkzaamheden in de praktijk. Ofwel: wordt de NTVT-lezer bediend met geschikte kennis?

Behalve een analyse over de tijd werd bekeken hoe de verhoudingen lagen tussen nationaal en internationaal gepubliceerd Nederlands onderzoek gedurende de periode 2000 tot 2018. Daarnaast werden deze gegevens gerelateerd aan de mondzorgkosten om te bekijken of de aandacht in bepaalde delen van het mondzorgonderzoek lineair loopt met de mondzorgkosten. Er bleek sprake van een beperkte samenhang tussen de zorgkosten en de onderzoeksinspanning.

Hiervoor werden de mondzorgkosten van een UPT-cluster slechts gekoppeld aan één onderzoeksdeelgebied, met daarbij in acht genomen dat dit niet altijd een dekkend is voor de grondslag van de geleverde zorg (zo worden bijvoorbeeld niet alle restauraties vervaardigd omdat er sprake is van cariës). Meer gedetailleerde gegevens over de redenen van declaraties waren niet voorhanden, maar verondersteld wordt dat dergelijke details in een analyse als deze niet tot heel andere uitkomsten zouden leiden. Voor deze analyse zijn alleen mondzorgdeclaraties gebruikt die onder de basiszorgverzekering en aanvullende verzekering zijn gedeclareerd. Het is de vraag of de kosten van mondzorg die hierdoor buiten beeld blijven (private betalingen) tot een vertekening van de kostenverdeling kunnen leiden in de data.

Een belangrijke conclusie uit deze analyse is dat onderzoek uit het domein mka-chirurgie verreweg het grootste aandeel van Nederlands mondzorgonderzoek omvat. Dit geldt naar het aandeel in het NTVT, maar dit aandeel is nog groter in de internationale literatuur. Hiervoor zijn een aantal mogelijke verklaringen. Ten eerste zijn mka-chirurgen relatief lang werkzaam in een academische omgeving, waardoor zij wellicht gestimuleerd worden tot het doen van onderzoek. Daarnaast is het niet ongebruikelijk om als onderdeel van de opleiding of in afwachting tot toelating tot de opleiding tot mka-chirurg (promotie)onderzoek uit te voeren. De tandheelkunde-opleidingen kennen deze stimulans veel minder.

Na het relateren van het onderzoek uit het deelgebied mka-chirurgie aan de kosten van verleende kaakchirurgische zorg werd geconcludeerd dat dit aandeel relatief hoog was. Omdat er gebruikgemaakt werd van relatieve geclusterde kosten (kaakchirurgie als onderdeel van de totale tandheelkunde) was er geen inzicht of deze bevindingen ook opgaan wanneer de kosten per individu zouden worden bekeken.

De opvallende grote internationale hoeveelheid mka-onderzoek is mogelijk te verklaren door een relatief hoog aandeel specialistische internationale tijdschriften. Van de 117 tandheelkundige tijdschriften in Web of Science kunnen er 17 voor het deelgebied mka-onderzoek worden aangemerkt. Zulke specialistische tijdschriften bieden voor het mka-onderzoek een aantrekkelijk podium om te publiceren, waardoor uitwijken naar tijdschriften met een interdisciplinair karakter of tijdschriften buiten de tandheelkunde minder voor de hand ligt.

Ook voor andere deelgebieden werd een sterke internationale oriëntatie gevonden. Mogelijk is deze internationale oriëntatie het gevolg van een toenemende nadruk op ‘excellentie’ (publiceren in toptijdschriften, gemeten in bibliometrische indicatoren zoals de Impact Factor), hetgeen ertoe kan leiden dat relevante andere (meer praktijkgerichte) publicatievormen worden gemeden. Aan de andere kant is er ook een toegenomen druk om maatschappelijk relevant te zijn (valorisatie), waardoor praktijktijdschriften weer belangrijker worden. Of dit tot een systematisch verschil leidt tussen de publicatiepatronen in het NTVT en in de internationale literatuur is vooralsnog onduidelijk, en een belangrijke vraag voor nader onderzoek.

Er werden ook deelgebieden gevonden waarvan juist relatief veel publicaties in het NTVT verschenen, zoals het deelgebied bijzondere tandheelkunde. Voor dit deelgebied bestaan maar 2 specialistische tandheelkundige tijdschriften. Gezien de beperkte publicatieruimte die deze 2 tijdschriften bieden, kan het vaker nodig zijn om uit te wijken naar interdisciplinaire tandheelkundige tijdschriften of tijdschriften buiten de tandheelkunde (bijvoorbeeld tijdschriften over anesthesiologie of gehandicaptenzorg). Mogelijk is er daardoor bij de internationale publicaties sprake van een onderschatting.

Een mogelijk belangrijkere beperking van de gekozen methodiek is het buiten beschouwing laten van internationale publicaties die in niet-tandheelkundige tijdschriften zijn gepubliceerd. Gedurende de geanalyseerde periode werden in Web of Science 4.277 publicaties gevonden afkomstig uit Nederland. Hiervan waren 1.564 (37%) publicaties geaffilieerd aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA). Uit het ‘Annual Research Report’ van ACTA van 2016 blijkt dat 149 van de 253 (59%) publicaties, geaffilieerd aan ACTA, in niet-tandheelkundige tijdschriften werden gepubliceerd (ACTA, 2016). Het is de vraag hoe vaak het hier gaat om tandheelkundige publicaties in niet-tandheelkundige tijdschriften (die in deze analyse zijn gemist) of om publicaties die verder van de tandheelkunde afstaan (die terecht buiten beschouwing zijn gelaten). Hoe de verhouding tandheelkundige en niet-tandheelkundige publicaties voor overige tandheelkundige opleidingen geldt bleek niet bekend te zijn.

Hierop aansluitend wordt er gewezen op het relatief lage aantal publicaties in het NTVT dat over fundamentele wetenschappen gaat. Hoewel het NTVT zich vooral richt op het werkveld en fundamenteel onderzoek hier vaak ver vanaf staat, is het opmerkelijk te noemen dat slechts 2 van de in totaal 134 clusters een fundamenteel wetenschappelijk onderwerp omvatte. In het rapport ‘De mondzorg van morgen’ werd eerder opgemerkt dat bijna 50% van de Nederlandse publicaties zuiver fundamenteel onderzoek op het gebied van de tandheelkunde betrof (Gezondheidsraad, 2012). Daarnaast concludeerde de Gezondheidsraad in ditzelfde rapport dat het aandeel van toepassingsgericht onderzoek binnen de mondzorg relatief laag is. Het NTVT lijkt daardoor voor fundamenteel onderzoek in tandheelkunde geen aantrekkelijk tijdschrift om in te publiceren. Het is daarbij onduidelijk of de fundamentele onderzoekers zich niet willen of kunnen richten op het Nederlandse werkveld (Brand, 2018).

De vraag die hieruit volgt, zoals ook gesteld in het rapport van de Gezondheidsraad, is of het tandheelkundig onderzoeksveld haar eindgebruikers wel voorziet in haar kennisbehoeften. Een recent onderzoeksproject genaamd ‘Kennisagenda mondgezondheid’ inventariseert daarom de kennisbehoefte van de mondzorgverleners in Nederland. De inventarisatie is recent afgerond (Kennisagenda Mondgezondheid, 2018). Voor de Kennisagenda Mondgezondheid werden door mondzorgverleners gedrag- en leefstijlgerelateerde onderwerpen hoog geprioriteerd. Daarnaast bleek er een kennisbehoefte te bestaan voor cariologische en preventief georiënteerde onderwerpen. Volgens de hier beschreven analyse krijgen juist deze onderwerpen relatief weinig aandacht binnen het Nederlandse mondzorgonderzoek, terwijl met deze deelgebieden verreweg de meeste mondzorgkosten gemoeid zijn. Bij de programmering van nieuw mondzorgonderzoek is het daarom aan te bevelen de maatschappelijke impact van mondzorg mee te nemen, zodat een evenwichtiger onderzoeksportfolio ontstaat en de maatschappelijke waarde van mondzorgonderzoek wordt vergroot.

Daarnaast zou, gezien de indrukwekkende prestaties op internationaal niveau van het Nederlandse tandheelkundige onderzoek, het tot de standaard van onderzoekers moeten horen om deze kennis ook toegankelijk te maken voor het werkveld door bijvoorbeeld bij te dragen aan de inhoud van het NTVT.

Literatuur

  • ACTA. Annual Research Report 2016. Amsterdam: ACTA, 2017. http://www.acta.nl/nl/Images/2016-ACTA-JV_tcm251-868537.pdf  (geraadpleegd26 november 2018).
  • ACTA. Kennisagenda mondgezondheid - kennis als maat. Mondzorgprofessionals aan het woord. Amsterdam: ACTA, 2018. www.mondzorg2020.nl/wp-content/uploads/ntvt/2018/09/DEF-KEMG-Brochure-A4-Aan-Het-Woord-v7-spreads.pdf (geraadpleegd 26 november 2018).
  • Besselaar P van den, Heimeriks G. Mapping research topics using word-reference co-occurrences: a method and an exploratory case study. Scientometrics 2006; 68: 377-393.
  • Brand HS, Taalstrijd. Ned Tijdschr Tandheelkd mei 2018; 125: 243.
  • Callon M, Courtial, JP, Turner WA, Bauin S. From translations to problematic networks: An introduction to coword analysis. Social Science Information 1983; 22: 191–235.
  • Callon M, Law J, Rip A. Mapping the dynamics of science and technology. Berlin/Heidelberg: Springer, 1986.
  • Cartes-Velásquez R, Manterola Delgado C. Bibliometric analysis of articles published in ISI dental journals, 2007–2011. Scientometrics 2014; 98: 2223–2233.
  • Gezondheidsraad. De mondzorg van morgen. Den Haag: Gezondheidsraad, 2012.
  • Glasziou P, Haynes B. The paths from research to improved health outcomes. Evid Based Nurs 2005; 8: 36-38.
  • Gingras Y. Bibliometrics and research evaluation – uses and abuses. Cambridge: MIT press, 2016.
  • Kruif TM de, Laar LA van de, Hagenaars N. Maat en getal bij de biomedische onderzoeksagenda van Nederland. Ned Tijdschr Geneeskd 2017; 161: D1333.
  • Sambunjak D, Huić M, Hren D, Katić M, Marušić A, Marušić M. National vs. international journals: views of medical professionals in Croatia. Learned Publishing 2009; 22: 57–70.
  • Sanz E, Aragón I, Méndez A. The function of national journals in disseminating
    applied science. J Inform Sci 1995; 21: 319-323.

Dankwoord

De auteurs bedanken prof. dr. M.A.J. Eijkman en dr. M.D. Lagerweij voor hun hulp bij de interpretatie van de bevindingen. De redactie van NTVT heeft de data ter beschikking gesteld.

Verantwoording

Afbeelding 1 is met toestemming van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde overgenomen uit het artikel: Kruif TM de, Laar LA van de, Hagenaars N. Maat en getal bij de biomedische onderzoeksagenda van Nederland. Ned Tijdschr Geneeskd 2017; 161: D1333.

Lees verder

Meer lezen? Log in of word abonnee

Auteursinformatie

  • P. van der Wouden1, G.J.M.G. van der Heijden1 , H. Shemesh2, P.A.A. van den Besselaar3
  • Uit de afdelingen 1Sociale tandheelkunde en 2Endodontologie van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam en 3de vakgroep Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam.
  • Datum van acceptatie: 18 december 2018
  • Adres: mw. P. van der Wouden, ACTA, Gustav Mahlerlaan 3004, 1081 LA Amsterdam
  • p.vd.wouden@acta.nl

Download bij dit artikel