× ABONNEREN

Kies-voor-Tandenonderzoek 2017: cariëservaring bij 11-jarigen in Nederland

  • Inleiding
  • Materiaal
  • Methode
  • Resultaten
  • Discussie
  • Literatuur
  • Verantwoording
  • Reacties (0)

Samenvatting

In dit derde artikel in een reeks van 5 naar aanleiding van het Kies-voor-Tandenonderzoek 2017, worden de resultaten van de 11-jarigen gepresenteerd. Het onderzoek werd uitgevoerd onder 11-jarigen die woonden in Alphen aan den Rijn, Gouda, Breda of Den Bosch en bestond uit het invullen van een vragenlijst, zowel door henzelf als door hun ouders, en het ondergaan van een klinisch mondonderzoek. Van de 11-jarigen had 61% een gaaf blijvend gebit. In 2011 was dit percentage 73%. Er waren in 2017 nog mondgezondheidsverschillen tussen de sociaal-economische groepen waarbij de hoge sociaal-economische groep in het voordeel was. De conclusie is dat de mondgezondheid van de 11-jarigen de afgelopen 6 jaar niet is verbeterd. Ondanks de lage prevalenties lijkt er een trend tot verslechtering te zijn. Interventies om het gebit gaaf te houden dienen bij risicogroepen vooral gericht te zijn op het verbeteren van gedrag en zelfzorg om cariës te voorkomen.

Leerdoel
Na het lezen van dit artikel bent u op de hoogte van de status van de mondgezondheid van 11-jarigen in Nederland.

Inleiding

In Nederland wordt de tandheelkundige zorg, orthodontische behandelingen uitgezonderd, voor kinderen en adolescenten (tot 18 jaar) uit de basisverzekering vergoed. Volwassenen betalen tandheelkundige zorg zelf of kunnen zich er vrijwillig (gedeeltelijk) aanvullend voor verzekeren. Aangezien de gevolgen van gebitsaandoeningen als cariës en erosieve gebitsslijtage in een verder gevorderd stadium irreversibel zijn, is het van belang dat jongvolwassenen de grens van 18 jaar met een optimale mondgezondheid passeren en dat zij zijn toegerust met kennis en vaardigheden om hun gebit adequaat te verzorgen.

Het Ivoren Kruis (2011) adviseert dat een ouder een kind tot 10 jaar napoetst. Na die leeftijd worden de kinderen geacht daar voldoende (motorische en cognitieve) vaardigheden voor te hebben en dus de mondhygiënische zorg van het gebit zelf adequaat uit te kunnen voeren. Echter, jongeren in de puberteit zijn niet altijd even gemakkelijk te motiveren tot het uitvoeren van adequate dagelijkse mondhygiënische routines en verleidingen voor het eten van ongezonde voeding zijn groot.

Mondgezondheid en adequaat preventief gedrag kennen een sociale gradiënt waarbij personen uit de lagere sociaal-economische-statusgroepen (lage SES-groepen) in het nadeel zijn ten opzichte van hun leeftijdsgenoten uit hogere sociale lagen (Schwendicke et al, 2015). De achterstanden van groepen met een lage SES blijken hardnekkig en komen in Nederland zowel bij kinderen als volwassenen voor (Poorterman en Schuller 2005, 2006; Schuller 2007; Schuller et al, 2011; Schuller et al, 2013; Schuller et al, 2014; Schuller et al, 2015; Schuller et al, 2019a en b). Dit ondanks het feit dat de tandheelkundige zorgverlening voor de jeugd uit het basispakket wordt vergoed (Verlinden et al, 2019). Het Zorginstituut heeft haar zorg hierover uitgesproken aan de minister van VWS (Zorginstituut Nederland, 2018).

Om een beeld te krijgen van de mondgezondheid van de jeugd in Nederland heeft het Zorginstituut Nederland regelmatig TNO (Nederlandse Organisatie voor Toegepast-Natuurwetenschappelijk Onderzoek) opdracht verleend de mondgezondheid en het tandheelkundig preventieve gedrag van kinderen, adolescenten en jongvolwassenen, inclusief de factoren die daarop van invloed zijn, in kaart te brengen. Deze resultaten zijn beschreven in de rapporten van de onderzoeken die tot 2005 onder de naam ‘Tandheelkundige verzorging Jeugdige Ziekenfondsverzekerden’ (TJZ) en na 2005 onder de naam ‘Kies voor Tanden’ werden uitgevoerd (Kalsbeek et al, 1989; Kalsbeek et al, 1991; Kalsbeek et al, 1994; Kalsbeek et al, 1997; Kalsbeek et al, 2000; Poorterman en Schuller 2005; Poorterman en Schuller, 2006; Schuller et al, 2011; Schuller et al, 2013; Schuller et al, 2015).

Ook in 2017 is in opdracht van Zorginstituut Nederland onderzoek gedaan naar de cariëservaring van onder andere 11-jarige kinderen en naar het preventief tandheelkundig gedrag van hun ouders/verzorgers betreffende deze kinderen. In dit artikel worden de resultaten beschreven met betrekking tot deze 11-jarigen. Het onderzoek had 4 doelstellingen:

  1. Een actueel en representatief beeld schetsen van de cariëservaring van 11-jarige kinderen en het preventief tandheelkundig gedrag in relatie tot sociaal-economische status van de ouders/verzorgers.
  2. Een populatieschatting geven van de cariëservaring van 11-jarigen in Nederland.
  3. Het vaststellen van eventuele veranderingen in cariëservaring ten opzichte van eerdere metingen in 2005 en 2011.
  4. Een beschrijving geven van factoren die de mondgezondheid mogelijk beïnvloeden in respectievelijk de lage en hoge sociaal-economische groepen.

Materiaal

Het onderzoek onder 11-jarigen bestond uit een sociaalwetenschappelijk deel (vragenlijst) en een klinisch-epidemiologisch deel (mondonderzoek). Materiaal en methode zijn uitgebreid beschreven in het eerste artikel van deze reeks artikelen (Schuller et al, 2019a), waarin werd ingegaan op de powerberekening, steekproeftrekking, werving van participanten, beschrijving klinisch mondonderzoek, kalibratie en interbeoordelaarsovereenkomst, beschrijving van het vragenlijstonderzoek en de statistische bewerking. In dit artikel wordt een samenvatting van deze aspecten gegeven.

Net als in 2005 en 2011 werd in 2017 een steekproef van 11-jarige kinderen getrokken die woonden in Alphen aan den Rijn, Gouda, Den Bosch of Breda. Naam- en adresgegevens van deze kinderen werden verstrekt door de in Nederland actieve zorgverzekeringsmaatschappijen, in totaal 9, inclusief hun dochtermaatschappijen. Uit hun gegevensbestanden werd een willekeurige steekproef getrokken, gestratificeerd naar postcode. De ouders van de kinderen werden per brief uitgenodigd aan het onderzoek deel te nemen. Wanneer zij toezegden deel te nemen, werd hen gevraagd het toestemmingsformulier te ondertekenen en terug te sturen. Mocht een persoon niet mee willen werken aan het onderzoek, dan werd gevraagd of men bereid was aan een non-participatieonderzoek mee te werken.

Methode

In de vragenlijst aan de ouders werd onder andere gevraagd naar achtergrondgegevens, het preventief tandheelkundig gedrag, tevredenheid met tandartsbezoek en angst voor de tandheelkundige behandeling. In de vragenlijst aan de 11-jarige zelf werd onder andere gevraagd naar hun eigen preventief tandheelkundig gedrag, angst voor de tandheelkundige behandeling en hun houding ten opzichte van hun eigen gebit.

Achtergrondgegevens

Het opleidingsniveau van de moeder werd aangemerkt als indicator van sociaal-economische status (SES). Een hoge SES werd gedefinieerd als het volgen of afgerond hebben van havo, VWO, gymnasium, HBO of universiteit. Het volgen of afgerond hebben van al het overige onderwijs werd als laag geclassificeerd.

Wanneer de moeder van een kind niet in Nederland was geboren, werd haar kind aangemerkt als een kind met een migratie-achtergrond.

Preventief tandheelkundig gedrag

Om preventief tandheelkundig gedrag in kaart te brengen, werd gevraagd naar de frequentie van tandenpoetsen, al dan niet naspoelen met water na het tandenpoetsen, het aantal eet- en drinkmomenten per dag, de frequentie van tandartsbezoek en leeftijd waarop het eerste tandartsbezoek had plaatsgevonden. De adviezen van het Ivoren Kruis omtrent deze gedragingen zijn: tweemaal daags tandenpoetsen met fluoride-houdende tandpasta en maximaal 7 eet- en drinkmomenten op een dag (Ivoren Kruis, 2011).

Klinisch mondonderzoek

Om de cariëservaring vast te stellen werd van alle blijvende gebitselementen de situatie per tandvlak geregistreerd. De DMF-index werd op vlakniveau (DMFS) berekend. De DMFS-index is de som van het aantal tandvlakken met onbehandelde cariës (D = decayed) gescoord op D3-niveau (buitenste deel dentine), het aantal vlakken met een restauratie (F = filled) en het totaal aantal geëxtraheerde vlakken (M = missing). Omwille van de leesbaarheid wordt een DMFS = 0 omschreven als ‘een gaaf gebit’. Daarnaast werd in 2017 ook glazuurcariës geregistreerd, waarbij gebruik werd gemaakt van de ICDAS (International Cariës Detection and Assessment System, uitleg en toelichting) (Ismail et al, 2007; Schuller et al, 2019). Glazuurlaesies zonder of met glazuurdiscontinuïteit werden geregistreerd (ICDAS-scores 2 en 3). Wanneer een tandvlak al een score voor de DMFS had gekregen die groter was dan nul, werden glazuurlaesies op dat betreffende vlak niet geregistreerd. De reproduceerbaarheid van de klinische metingen werd goed tot zeer goed bevonden.

Statistische analyse

De resultaten van het sociaalwetenschappelijk onderzoek zijn gebaseerd op alle vragenlijsten van de ouders die waren ingevuld en waarin bovendien de vraag over SES was ingevuld (n = 580). De vragenlijst werd door 574 kinderen van 11 jaar zelf ingevuld. In totaal waren van 550 11-jarigen vragenlijstgegevens beschikbaar afkomstig van zowel henzelf als van hun ouders. Van deze ouder-kind-paren was 88% het eens over de frequentie van tandenpoetsen, een belangrijke variabele. Gezien deze bevredigende mate van overeenstemming zijn gegevens afkomstig van de kinderen gebruikt indien die van de ouders op een variabele ontbraken (n = 20) bij de frequentie van tandenpoetsen en bij al dan niet naspoelen (n = 27).

Frequentieverdelingen, gemiddelde waarden en standaarddeviaties zijn gebruikt om de cariëservaring en het preventief tandheelkundig gedrag te beschrijven.

Verschillen tussen de SES-groepen zijn getoetst met behulp van een t-toets/Mann-Whitney-toets of Peasons’s chi-kwadraattoets/Fisher’s exact-toets. Trends in de loop der tijd binnen SES-groepen zijn getoetst met behulp van de Kruskal-Wallis-toets en vervolgens, wanneer er significante verschillen waren, getoetst met de Mann-Whitney-toets (met Bonferoni-correctie) tussen de opeenvolgende jaren.

Om een beschrijving te geven van factoren die de mondgezondheid mogelijk beïnvloeden in respectievelijk de lage en hoge sociaaleconomische groepen, werden hurdle regressiemodellen gebruikt (toelichting hurdle analyse) (Schuller et al, 2019). In een eerste hurdle model werd gekeken of demografische kenmerken een significante bijdrage leverden aan het voorspellen van de uitkomstmaat DMFS. In een tweede model werd gekeken of gedragsvariabelen daar nog iets toevoegden.

Om een populatieschatting van cariëservaring bij 11-jarigen te berekenen, werden tot slot de DMF-indicatoren gewogen naar de landelijke verdeling van het opleidingsniveau van de moeder, zoals dat bekend is uit de statistieken over landelijk opleidingsniveau van het CBS (2018). Zie voor verdere details het eerste artikel over dit onderzoek (Schuller et al, 2019a).

Resultaten

Achtergrond en tandheelkundige preventief gedrag

Van de deelnemers was 52% van het vrouwelijk geslacht, had 15% had een moeder met migratie-achtergrond en behoorde 38% tot de lage SES-groep. Afbeelding 1 toont de verdeling van preventief tandheelkundig gedrag bij 11-jarigen naar SES. Uit deze afbeelding blijkt dat kinderen van moeders met een lage SES minder vaak aan de geldende adviezen over tandenpoetsen en aantal eet- en drinkmomenten voldeden dan kinderen van moeders met een hoge SES.

Afb. 1. Verdeling van variabelen in preventief tandheelkundige gedrag bij 11-jarigen naar SES. (Illustrator: Guido van Gerven, Duplo Studio)

Klinische resultaten

De resultaten van het klinische onderzoek zijn gebaseerd op de gegevens van de kinderen van wie zowel de klinische gegevens als het opleidingsniveau van de moeder bekend waren (2005: n = 273; 2011: n = 448; 2017: n = 523). In de respectievelijke onderzoeksjaren had 78%, 41% en 37% van de 11-jarigen een moeder met een lage SES. Dit percentage was in 2005 zoveel hoger omdat toen alleen ziekenfondskinderen benaderd werden. Om de vergelijking van 2005 met 2011 en 2017 mogelijk te maken, zijn alle resultaten gestratificeerd naar opleidingsniveau waarbij de aanname is dat hoog opgeleide ex-ziekenfondsverzekerden niet anders zijn dan hoogopgeleide ex-particulieren, idem voor laag opgeleide ex-ziekenfondsverzekerden en ex-particulieren.

In 2005, 2011 en 2017 was het percentage 11-jarigen met een gaaf gebit (DMFS = 0) in de lage SES-groep respectievelijk 57%, 79% en 57% en in de hoge SES-groep 68%, 81% en 66%.

Tabel 1 toont de gemiddelde waarden en standaardafwijkingen van respectievelijk de DMFS en de afzonderlijke componenten bij 11-jarigen naar onderzoeksjaar en SES-groep. Wanneer er binnen een onderzoeksjaar statistisch significante verschillen werden gevonden tussen de SES-groepen is dit aangegeven met een ‘a’. Statistisch significante verschillen binnen eenzelfde SES-groep tussen de onderzoeksjaren zijn aangegeven met een ‘*’ .

Tabel 1. Gemiddelde waarden en standaarddeviatie van de DS, MS, FS, DMFS bij 11-jarigen naar jaar van onderzoek en SES.

Afbeelding 2 visualiseert tabel 1 en toont gemiddelde waarden van DS, MS, en FS (en het totaal van de staaf is dus DMFS) bij de 11-jarigen naar onderzoeksjaar en SES.

Afb. 2. Gestapeld histogram van de gemiddelde waarden van DS, MS en FS (met als totaal DMFS) in 11-jarigen naar onderzoeksjaar en SES.

Tabel 2 toont de gemiddelde waarden en standaardafwijkingen van respectievelijk de DMFS en diens separate componenten bij 11-jarigen naar onderzoeksjaar en SES-groep maar alleen voor de groep mét cariëservaring (DMFS > 0).

Tabel 2. Gemiddelde waarden en standaarddeviatie van de DS, MS, FS en DMFS bij 11-jarigen met cariëservaring (DMFT > 0) naar jaar van onderzoek en SES.

Afbeelding 3 visualiseert tabel 2 en toont gemiddelde waarden van DS, MS en FS (en het totaal van de staaf is dus DMFS) bij de 11-jarigen mét cariëservaring (DMFS > 0) naar onderzoeksjaar en SES.

Afb. 3. Gestapeld histogram van de gemiddelde waarden van DS, MS en FS (met als totaal DMFS) in 11-jarigen met cariëservaring (DMFS > 0) naar onderzoeksjaar en SES.

In tabel 3 staan bovenstaande resultaten met betrekking tot de verschillen door de tijd heen samengevat. Als er sprake was van een statistisch significant verschil in de periode 2005-2011-2017, dan is dat aangegeven met ‘*’. Vervolgens is met pijlen aangegeven in welke periode de verschillen zijn. De pijlen geven de richting van het verschil weer. Als voorbeeld: een i bij DS in de periode 2011-2017 betekent een statistisch significante afname in DS in de periode van 2011 tot 2017.

Tabel 3. Samenvatting trendbeschrijving DMFS en DMFT bij alle 11-jarigen en 11-jarigen mét cariëservaring (DMFT > 0).

De trendanalyse van 2005-2011-2017 onder 11-jarige kinderen met een lage SES laat zien dat er tussen de onderzoeksjaren statistisch significante verschillen waren in DS, FS, en DMFS, binnen de SES-groepen. Nader onderzoek toont dat er een daling plaats had gevonden in de periode 2005-2011 maar een stijging van 2011 naar 2017. Ten opzichte van 2011 lijkt een verslechtering plaatsgevonden te hebben. De trendanalyse onder kinderen met een hoge SES laat een stijging zien in DS en DMFS van 2011 tot 2017.

Populatiegemiddelden 2017

Om tot een schatting voor de gehele Nederlandse populatie 11-jarigen in 2017 te komen zijn de cariësgegevens gewogen naar het opleidingsniveau van de moeder, waarbij gebruik gemaakt werd van landelijke statistieken met betrekking tot opleidingsniveau (CBS, 2018). Uit deze berekening zou naar schatting 61% van de 11-jarigen in Nederland een gaaf gebit hebben gehad (DMFS = 0). Het populatiegemiddelde voor DS werd geschat op 0,4; voor MS 0,0, voor FS 0,5 en voor DMFS 0,9.

In 2017 is voor het eerst binnen de Kies-voor-Tandenonderzoeken ook glazuurcariës gescoord. Tabel 4 toont het gemiddeld aantal tandvlakken met glazuurcariës (ICDAS-score 2, 3 en de somscore 2+3). Gemiddeld hebben 11-jarigen dus 2,4 vlakken met enige vorm van glazuurcariës.

Tabel 4. Gemiddeld aantal tandvlakken (S) met glazuurcariës (ICDAS score 2, 3 en de somscore 2+3).

In tabel 5 staan de resultaten van de hurdle analyse bij 11-jarigen van een moeder met een hoge SES weergegeven. Er was informatie beschikbaar van 317 11-jarigen met een hoge SES op alle variabelen. Uit de tabel blijkt dat binnen de hoge SES-groep de toevoeging van gedragsvariabelen (model 2) niet tot een betere fit leidde dan een model met alleen demografische kenmerken (model 1): geen van de gedragsvariabelen bereikte statistische significantie. Van de demografische kenmerken was migratieachtergrond van de moeder een zeer sterke voorspeller, die de invloed van de gedragsvariabelen mogelijk afving: binnen de hoge SES-groep had 50% cariëservaring als de moeder een migratie-achtergrond had en 31% had cariëservaring als de moeder in Nederland was geboren.

Tabel 5. Hurdle regressieanalyse van determinanten met als afhankelijke variabele DMFS, voor 11-jarigen met een hoge SES.

In tabel 6 staan de resultaten van de hurdle analyse bij 11-jarigen van een moeder met een lage SES weergegeven. Er was informatie beschikbaar van 192 11-jarigen met een lage SES op alle variabelen. Uit de tabel blijkt dat ook voor de lage SES-groep toevoeging van gedragskenmerken niet tot een betere fit leidde dan een model met alleen demografische kenmerken. Desondanks zien we binnen de lage SES-groep een significante associatie tussen de poetsfrequentie en DMFS: 64% van de kinderen had cariëservaring als er minder dan 2 keer per dag werd gepoetst en 39% als er 2 keer per dag werd gepoetst. Er waren geen significante associaties tussen de overige determinanten van gedrag en DMFS. Er was wel een significante associatie tussen geboorteland van de moeder en DMFS: binnen de lage SES-groep had 66% cariëservaring als de moeder een migratieachtergrond had en 38% als de moeder in Nederland was geboren.

Tabel 6. Hurdle regressieanalyse van determinanten met als afhankelijke variabele DMFS, voor 11-jarigen met een lage SES.

Discussie

In het inleidende artikel van deze reeks is uitgebreid ingegaan op interne en externe validiteit en is geconcludeerd dat de resultaten van dit onderzoek een representatief gemiddelde geven voor kinderen in Nederland (Schuller et al, 2019a). Aangezien dit onderzoek is gericht op het geven van gemiddelden van cariëservaring van 11-jarigen, moge duidelijk zijn dat er kinderen zijn die een betere mondgezondheid hebben dan het gemiddelde maar ook kinderen met een slechtere mondgezondheid. Uit het onderhavige onderzoek bleek dat er een stijging in DMFS was in de periode 2011-2017. Daarnaast was het aantal kinderen met een niet-gaaf gebit toegenomen. Echter, omdat de getalsmatige waarden van de DMFS laag zijn (hoge SES 0,7 en lage SES 1,1) is het verschil van slechts 1 DMFS veelal het verschil tussen het zijn van ‘gaaf’ en ‘niet-gaaf’. Het kleine verschil van 1 vlak heeft hier dus grote impact op het percentage kinderen met een gaaf gebit. Net als bij de 5-jarigen (Schuller et al, 2019b), zijn er bij de 11-jarigen sociaal-economische verschillen waarbij de hoge SES-groep in het voordeel was. De verschillen zijn zowel in de klinische als in de sociaal-wetenschappelijke variabelen zichtbaar.

Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de trends van 2011 naar 2017 een ongunstige richting krijgen, ondanks het feit dat de absolute cijfers van de DMFS en de componenten als laag aangemerkt kunnen worden. Spontaan treedt een verbetering van de mondgezondheid kennelijk niet op; extra aandacht lijkt noodzakelijk. Er is de afgelopen tijd veel aandacht geweest voor het gebit van het zeer jonge kind waarbij het mondgezondheidsgedrag van de ouder/verzorger van het kind van essentieel belang werd beschouwd (Schuller et al, 2019b). Uiteraard is het gedrag van ouders/verzorgers ook bij oudere kinderen nog steeds van groot belang. Ouders/verzorgers zorgen immers meestal voor de boodschappen en dus voor het aanbod dat er thuis is aan gezond of ongezond eten en drinken. Gambon et al (2017) stelden: “Consumptiegedrag van kinderen wordt voor een heel groot deel bepaald door de opvoeding van ouders. Op de basisschool hebben ouders het meestal nog voor het zeggen wat er gegeten en gedronken wordt. Op het voortgezet onderwijs daarentegen kan uit het zicht van de ouders door het aanbod in de schoolkantine, winkels in de omgeving van de school of door groepsprocessen eet- en drinkpatronen drastisch veranderen”. In een overzichtsartikel over het gebruik van energiedrankjes concludeerden de onderzoekers dat factoren als smaak, prijs, merknaam en verkrijgbaarheid bij jongeren van belang waren om de populariteit van de producten te verklaren (Visram et al, 2017). Zo waren vooral jongens gevoelig voor marketing waaruit bleek dat sportprestaties zouden worden bevorderd (Visram et al, 2016).

Uit het sociaal-wetenschappelijk onderzoek bleek dat, net als in 2011, een kwart van de 11-jarigen in de lage SES-groep niet, zoals aanbevolen, tweemaal daags hun tanden poetsten. Van de kinderen uit de hoge SES-groep poetste 14% niet tweemaal daags. Deze percentages komen overeen met gegevens uit Denemarken (23%) waar net als in Nederland ook de sociale gradiënt aanwezig was (Bast et al, 2015, Holstein et al, 2015). Uit de determinantenanalyse bleek dat de kinderen uit de lage SES-groep die niet tweemaal daags poetsten, vaker cariëservaring hadden dan kinderen die dat wel deden. Ook hier blijkt dat mondgezondheid afhankelijk is van gedrag als mondhygiëneroutines (Harris et al, 2004; Schuller et al, 2013). Uit de determinantenanalyse bleek verder dat zowel bij de kinderen uit de hoge als uit de lage SES-groep de migratie-achtergrond van de moeder zeer bepalend was voor het voorkomen van cariës.

Met toenemende leeftijd worden kinderen meer en meer zelf verantwoordelijk voor hun gebit en gebitsverzorging. Op 11-jarige leeftijd wordt van een kind verwacht dat het zelf adequaat de tanden en kiezen kan poetsen. Het is dus van belang dat er rond die leeftijd aandacht komt voor eigen gebitsverzorging en voedingsgedrag. Het lijkt daarbij een logische gedachte dat die aandacht voor het gebit in een schoolsetting aan de orde zou moeten komen. In de inventarisatie van Verlinden et al in 2012 werden 6 interventies beschreven die op de basisschool werden uitgevoerd. Geen van de interventies waren getoetst op effectiviteit. Van de interventies werden 2 als potentieel effectief beschouwd, beide gericht op de onderbouw van de basisschool (‘Trammelant in Tandenland’ van de GGD Amsterdam en ‘Lees je tanden schoon’ van de GGD Den Haag). Het project ‘Hou je mond gezond’ van het Ivoren Kruis heeft als doel het bevorderen van een gezonde mond en creëren van bewustwording van de eigen invloed op (mond)gezondheid en het stimuleren van tandartsbezoek. Dit project wordt in de database Loket Gezond Leven van het RIVM beoordeeld als ‘goed beschreven’. In dit project geven mondzorgverleners op vrijwillige basis tandheelkundige voorlichting aan peuter- en basisschoolleerlingen. Of dit scholingsprogramma effectief is, is onbekend. Uit een pilotonderzoek naar de effectiviteit van herhaalde scholing aan basisschoolleerlingen over erosieve gebitsslijtage bleek echter dat kennis over het onderwerp wel toenam na scholing maar dat het gedrag echter niet veranderde (Rademaker, 2015). Naast interventies in de schoolsetting kunnen moderne sociale media mogelijk worden ingezet bij de ondersteuning van het preventief tandheelkundig gedrag van kinderen. Scheerman (2019) toonde aan dat het aanbieden van een preventieprogramma ter verbetering van de mondgezondheid via een smartphone-app een effectief middel was om na 12 weken de hoeveelheid tandplaque te verminderen bij jongeren tussen 12 en 16 jaar met vaste orthodontische apparatuur. De mondhygiëne in deze onderzoekspopulatie was echter na de interventieperiode nog steeds niet optimaal. Hoe jongeren in Nederland staan tegenover het ontvangen van mondgezondheidsinformatie via sociale media is naar ons weten onbekend.

De afgelopen jaren is er veel aandacht geweest voor de slechte gezondheid van het melkgebit van de Nederlandse jeugd, hetgeen heeft geleid tot een groei aan initiatieven in het veld en de wetenschap. Dat is nog steeds nodig, nuttig en belangrijk. Echter, ook oudere cohorten kinderen verdienen extra aandacht, zowel voor cariëspreventie als voor preventie van erosieve gebitsslijtage. Uit de literatuur is bekend dat op deze leeftijd al de eerste tekenen van gebitsslijtage optreden (Gambon et al, 2017). Op de basisschool zal de aandacht moeten uitgaan naar mondgezondheidsgedrag van zowel het kind als de ouders ten behoeve van hun kind. Wanneer een kind eenmaal op de middelbare school zit, zal de nadruk verschuiven naar het vergroten van kennis en het verbeteren van attitude en gedrag van het kind zelf.

Literatuur

  • Bast LS, Nordahl H, Christensen LB, Holstein BE. Tooth brushing among 11- to 15-year-olds in Denmark: combined effect of social class and migration status. Community Dent Health 2015; 32: 51-55.
  • CBS. Onderwijsniveau moeders met 5- of 11-jarige kinderen. Den Haag/Heerlen: CBS, 2018.
  • Gambon DL, Schuller AA, Bronkhorst EM, Truin GJ. (Erosieve) gebitsslijtage bij jeugdigen in Nederland: hoe groot is het probleem? Ned Tijdschr Tandheelkd 2017; 124: 197-205.
  • Harris R, Nicoll AD, Adair PM, Pine CM. Risk factors for dental caries in young children: a systematic review of the literature. Community Dent Health 2004; 21: 71-85.
  • Holstein BE, Bast LS, Brixval CS, Damsgaard MT. Trends in Social Inequality in Tooth Brushing among Adolescents: 1991-2014. Caries Res 2015; 49: 595-599.
  • Ismail AI, Sohn W, Tellez M, et al. The International Caries Detection and Assessment System (ICDAS): an integrated system for measuring dental caries. Community Dent Oral Epidemiol 2007; 35: 170-178.
  • Ivoren Kruis. Advies cariëspreventie. Naarden: Ivoren Kruis, 2011.
  • Kalsbeek H, Eijkman MAJ, Verrips GHW. Tandheelkundige hulp Jeugdige verzekerden Ziekenfondsverzekering: een onderzoek naar mondgezondheid na effectuering van het besluit TJZ. Beginmeting 1987. Leiden/Amsterdam: NIPG-TNO/ACTA, 1989.
  • Kalsbeek H, Eijkman MAJ, Verrips GH, Frencken JE, Kieft JA. Tandheelkundige hulp Jeugdige verzekerden Ziekenfondsverzekering: een onderzoek naar mondgezondheid na effectuering van het besluit TJZ. Tussenmeting 1990. Leiden/Amsterdam: NIPG-TNO/ACTA, 1991.
  • Kalsbeek H, Eijkman MAJ, Verrips GHW, et al. Tandheelkundige hulp Jeugdige verzekerden Ziekenfondsverzekering (TJZ). Een onderzoek naar mondgezondheid na effectuering van het besluit TJZ. 1987-1993. Leiden/Amsterdam:TNO Preventie en Gezondheid/ ACTA, 1994.
  • Kalsbeek H, Eijkman MAJ, Poorterman JHG, Verrips GH, Kieft JA. Tandheelkundige verzorging Jeugdige Ziekenfondsverzekerden (TJZ). Een onderzoek naar veranderingen in mondgezondheid en preventief gedrag na de stelselwijziging. Tussenmeting 1996-’97. Leiden/Amsterdam: TNO Preventie en Gezondheid/ACTA, 1997.
  • Kalsbeek H, Poorterman JHG, Verrips GH, Eijkman MAJ. Tandheelkundige verzorging Jeugdige Ziekenfondsverzekerden (TJZ). Mondgezondheid en preventief gedrag na de stelselwijziging. Leiden/Amsterdam: TNO Preventie en Gezondheid/ACTA, 2000.
  • Poorterman JHG, Schuller AA. Tandheelkundige verzorging Jeugdige Ziekenfonds-verzekerden (TJZ). Een onderzoek naar veranderingen in mondgezondheid en preventief tandheelkundig gedrag. Tussenmeting 2003. Amsterdam/Leiden:ACTA/TNO Kwaliteit van Leven, 2005.
  • Poorterman JHG, Schuller AA. Tandheelkundige verzorging Jeugdige Zieken-fondsverzekerden (TJZ). Een onderzoek naar veranderingen in mondgezondheid en preventief tandheelkundig gedrag. Eindmeting 2005. Amsterdam/Leiden: ACTA/TNO Kwaliteit van Leven, 2006.
  • Rademaker, K. Voorkomen is beter dan genezen. Een onderzoek naar het effect van herhaalde voorlichting over erosieve gebitsslijtage op de basisschool.. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen, 2015. Masterthesis.
  • Scheerman JFM. Serie: Hora est. De ontwikkeling en evaluatie van de WitGebit app. Ned Tijdschr Tandheelkd 2019; 126: 101-104.
  • Schuller AA. Mondgezondheid volwassenen 2007. TNO rapport KVL/GL/2009.048. Leiden: TNO, 2009.
  • Schuller AA, Poorterman JHG, Kempen CPF van, et al. Kies voor Tanden. Een onderzoek naar mondgezondheid en preventief tandheelkundig gedrag van jeugdigen. Tussenmeting 2009, een vervolg op de reeks TJZ-onderzoeken. Leiden TNO, 2011.
  • Schuller AA, Kempen CPF van, Poorterman JHG, Verrips GHW. Kies voor Tanden. Een onderzoek naar mondgezondheid en preventief tandheelkundig gedrag van jeugdigen. Hoofdmeting 2011, een vervolg op de reeks TJZ-onderzoeken. Leiden: TNO, 2013.
  • Schuller AA, Kempen CPF van, Vermaire E, et al. Gebit Fit? Een onderzoek naar de mondgezondheid en het preventief tandheelkundig gedrag van volwassenen in Nederland in 2013. Leiden, TNO, 2014.
  • Schuller AA, Vermaire JH, Kempen van CPF, et al. Kies voor Tanden. Een onderzoek naar mondgezondheid en preventief tandheelkundig gedrag van jeugdigen. Tussenmeting 2014, een vervolg op de reeks TJZ- en KvT-onderzoeken. Leiden: TNO, 2015.
  • Schuller AA, Vermaire JH, Verrips GHW. Kies-voor-Tandenonderzoek 2017: aanleiding en onderzoeksopzet. Ned Tijdschr Tandheelkd 2019a; 126: 389-398.
  • Schuller AA, Vermaire JH, Verrips GHW. Kies-voor-Tandenonderzoek 2017: Cariëservaring bij 5-jarigen in Nederland. Ned Tijdschr Tandheelkd 2019b; 126: 399-407.
  • Schwendicke F, Dörfer CE, Schlattmann P, Foster Page L, Thomson WM, Paris S. Socioeconomic inequality and caries: a systematic review and meta-analysis. J Dental Res 2015; 94: 10–18.
  • Verlinden DA, Reijneveld SA, Lanting CI, van Wouwe JP, Schuller AA. Socio-economic inequality in oral health in childhood to young adulthood, despite full dental coverage. Eur J Oral Sci 2019; 127: 248-253.
  • Verlinden DA., Schuller AA, Verrips GHW. Gewoon Gaaf! Een onderzoek naar potentiële effectiviteit van interventies ter bevordering van de mondgezondheid van de Nederlandse jeugd. Leiden: TNO, 2012.
  • Visram S, Cheetham M, Riby DM, Crossley SJ, Lake AA. Consumption of energy drinks by children and young people: a rapid review examining evidence of physical effects and consumer attitudes. BMJ Open 2016; 6: e010380.
  • Visram S, Crossley SJ, Cheetham M, Lake A. Children and young people’s perceptions of energy drinks: A qualitative study. PLoS One 2017; 12: e0188668.
  • Zorginstituut Nederland. Signalement mondzorg 2016. Den Haag: Zorginistituut Nederland, 2016.

Verantwoording

Dit artikel betreft een bewerkte samenvatting van de resultaten van de 11-jarigen uit het rapport Kies voor Tanden 2017- een onderzoek naar mondgezondheid en preventief tandheelkundig gedrag van jeugdigen- hoofdmeting 2017, een vervolg op de reeks TJZ- en Kies-voor-Tandenonderzoeken. In dit artikel worden de resultaten van de 11-jarigen samengevat. Dit onderzoek is in opdracht van en gefinancierd door Zorginstituut Nederland.
Dit programma is niet meer geaccrediteerd en kan daarom niet meer worden aangeschaft

Lees verder

Meer lezen? Log in of word abonnee

Auteursinformatie

  • A.A. Schuller1,2, J.H. Vermaire1, 2, G.H.W. Verrips1, 2
  • Uit 1TNO, Child Health, Leiden, Nederland en 2Centrum Tandheelkunde en Mondzorgkunde, Universitair Medisch Centrum Groningen, Groningen, Nederland
  • Datum van acceptatie: 9 oktober 2019
  • Adres: mw. dr. A.A. Schuller, Schipholweg 77, 2316 ZL Leiden
  • annemarie.schuller@tno.nl

Download bij dit artikel