× ABONNEREN

Multidisciplinaire behandeling van amelogenesis imperfecta

  • Gegeven
  • Voorbereiding, planning en uitvoering operatie
  • Planning en uitvoering van de restauratieve fase
  • Onderhoud na de restauratieve fase
  • Discussie
  • Conclusie
  • Literatuur
  • Reacties (1)

Samenvatting

Een gezonde patiënt van 13 jaar oud met amelogenesis imperfecta werd door haar orthodontist verwezen naar het gezamenlijke spreekuur van het Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde en de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie. Mede gezien haar Klasse II/1-malocclusie met een mandibulaire retrognathie kon door middel van een multidisciplinaire benadering deze patiënt succesvol behandeld worden.

Meer lezen? Log in of word abonnee

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog

Auteursinformatie

  • G. Mensink1, P.A.L. Mel2, M. Reinders3, B.A.J.A. van Oirschot2, J.P. Verweij1
  • Uit 1de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie en 2het Centrum Bijzondere Tandheelkunde van het Amphia Ziekenhuis in Breda en 3privépraktijk OrthoTilburg in Tilburg
  • Datum van acceptatie: 8 maart 2021
  • Adres: dr. G. Mensink, Amphia ziekenhuis, Postbus 90158, 4800 RK Breda
  • gmensink1@amphia.nl

Reacties

Thursday 5th August 2021 — NTVT Redactie (namens de auteurs ingevoerd)

Door de redactie geplaatst namens R. Kuijs:
Naar aanleiding van artikel ‘Multidisciplinaire behandeling van amelogenesis imperfecta’ (Ned Tijdschr Tandheelkd 2021 (mei); 128: 251-258) zenden wij deze reactie in.
Op basis van de klinische foto’s (kleur en vorm van het glazuur), komen wij tot een andere diagnose. Bij deze patiënt is er sprake van een glazuurhypoplasie en wel de ruwe vorm (rough type). Het glazuur is dan bij doorbraak al afwijkend gevormd en ondergaat
gedurende het leven weinig veranderingen aangezien de mineralisatie normaal verlopen is. Het glazuur is dus van goede kwaliteit waardoor hechting aan het aanwezige glazuur ook geen problemen oplevert. Dit wordt ook bevestigd door het probleemloos kunnen
plakken van orthodontische brackets en de dorsaal aangebrachte composietrestauraties in deze casus. Iedere diagnose vraagt een eigen behandeling. Bij een hypocalcificatie heeft het glazuur een geringe weerstand tegen breuk en slijtage en is hechting aan dentine
te prefereren. Echter, bij een hypoplasie is de matige esthetiek het probleem. Dit is eenvoudig op te lossen met directe composietfineerrestauraties op de vlakken die binnen de esthetische zone vallen.
Prepareren van gebitselementen is dan ook niet nodig en zelfs ongewenst. Door minder gebitselementen en vlakken bij de restauratieve behandeling te betrekken start de restauratiecyclus bij zo weinig mogelijk gebitselementen en blijft de parodontale belasting laag. Gezien de jonge leeftijd van de patiënt in deze casus lijkt ons dat zeer gewenst.
Prof. dr. J. Roeters (emeritus hoogleraar restauratieve tandheelkunde), dr. R. Kuijs (tandarts/ universitair docent) en mw. drs. I. Bosgra-Sparreboom (tandarts MFP)

Reactie auteurs:
Geachte collega’s Roeters, Kuijs en Bosgra-Sparreboom,
Dank voor uw reactie op ons artikel ‘Multidisciplinaire behandeling van amelogenesis imperfecta’. Zoals de titel van het artikel - als ook de leerdoelen - benadrukken, is het doel van deze casusbeschrijving om de multidisciplinaire aanpak bij amelogenesis imperfecta te belichten. Bij iedere casus kan vervolgens de specifieke (deel)diagnose en het daaropvolgend behandelplan bediscussieerd worden.
Er zijn verschillende classificaties van amelogenesis imperfecta in omloop. Daarnaast is binnen ieder classificatie sprake van een spectrum aan glazuurvormingsstoornissen. Wij hebben gekozen de meest gebruikelijke classificatie volgens Winter en Brook te volgen en toe te lichten in tabel 1. Op basis daarvan is de diagnose ‘amelogenesis imperfecta (type hypocalcificatie)’ gesteld (Winter en Brook, Dent Clin North Am 1975; 19: 3-24).
De keuze voor indirecte, danwel directe, restauraties is (zoals iedere stap van het behandelplan) afhankelijk van verschillende factoren (Lundgren et al, J Dent 2018; 76: 102-108). Hierbij is iedere casus anders. In deze casus is niet gekozen voor enkel composietfineerrestauraties op de vlakken die binnen de esthetische zone vallen, omdat niet alleen de restauratiecyclus van belang was, maar ook de occlusie en uitkomst na orthognatische chirurgie. Er was niet alleen sprake van een esthetische wens van de patiënt, maar ook een tandheelkundige indicatie tot verduurzaming van de occlusie. In onze benadering werd met beide aspecten rekening gehouden. In de orthodontische fase is er approximaal ruimte gemaakt en na de orthognatische chirurgie is intermaxillair ruimte gelaten om de gebitselementen in de laterale delen te kunnen overkappen. Het preparen van de gebitselementen was derhalve nauwelijks noodzakelijk. Er werd daarnaast gekozen voor een indirecte restauratiemethode om een goede aansluiting te garanderen
en de parodontale belasting te beperken. Eventuele marginale occlusale afwijkingen na een bimaxillaire advancement met forse verplaatsingen, kunnen dan eveneens in de restauratieve fase worden vervolmaakt. Op basis van al deze factoren hebben wij de keuze gemaakt voor indirecte restauraties ten behoeve van een stabiele occlusie met langdurige weerstand tegen slijtage na orthodontische behandeling en bimaxillaire osteotomie.
Dr. G. Mensink, P.A.L. Mel, M. Reinders, dr. B.A.J.A. van Oirschot en dr. J.P. Verweij

Om ook te reageren moet u eerst inloggen (alleen voor abonnees).

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog