× ABONNEREN

Orofaciale pijn: een vakgebied aan de vooravond van een nieuw tijdperk

  • Inleiding
  • Een nieuwe pijndefinitie
  • Een nieuwe orofaciale pijnclassificatie
  • Toekomstperspectief
  • Literatuur
  • Reacties (0)

Samenvatting

De orofaciale pijndiscipline staat aan de vooravond van een nieuw tijdperk. De introductie van een nieuwe pijndefinitie die, in tegenstelling tot de vorige definitie, ook van toepassing is op individuen die hun pijn niet verbaal kunnen uiten, én de publicatie van de nieuwe internationale classificatie voor orofaciale pijn zullen in belangrijke mate bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van het diagnostische proces en daarmee aan het vergroten van de kans op een succesvolle behandeling. Uiteindelijk zal de orofaciale pijnpatiënt daarbij als winnaar uit de bus komen. Het doel van dit artikel is de lezer kennis te laten maken met deze belangrijke recente ontwikkelingen en hem/haar inzicht te verschaffen in de implicaties van deze ontwikkelingen voor de orofaciale pijndiagnostiek en -behandeling in de algemene en gedifferentieerde tandartspraktijk.

Leerdoelen
Na het lezen van dit artikel:
• kent u de nieuwe definitie van pijn;
• begrijpt u het belang van een definitie die inclusief is voor patiënten die hun pijn niet verbaal kunnen uiten;
• weet u hoe de nieuwe internationale classificatie voor orofaciale pijn is opgebouwd;
• begrijpt u het belang van het toepassen van deze classificatie voor de diagnostiek en behandeling van orofaciale pijn.

Inleiding

Al sinds mensenheugenis filosofeert en schrijft de mens over pijn. In zijn verhandeling ‘Traité de l’homme’ (1664) beschreef de Franse filosoof René Descartes een eenvoudige pijnbaan, waarbij een stimulus via een zenuwvezel rechtstreeks naar de hersenen loopt teneinde daar in pijngewaarwording te resulteren. Inmiddels weten we dat het proces van stimulus tot gewaarwording veel complexer is en dat er naast transductie (het omzetten van stimuli naar zenuwpulsen), transmissie (de geleiding van zenuwpulsen naar centraal) en perceptie (de gewaarwording van pijn) ook nog modulatie (bijvoorbeeld verzwakking of versterking) van nociceptieve signalen kan plaatsvinden. Dit komt onder andere naar voren uit het beroemde pijnpoortmodel van Melzack en Wall (1965), waarmee het fenomeen ‘modulatie’ verklaard kan worden. Sindsdien is er nog veel meer ontdekt over pijn, wat heeft bijgedragen aan het verbeteren van de diagnostiek en de behandeling van pijn – zo ook van orofaciale pijn.

Orofaciale pijn kent vele gedaantes (zoals dentoalveolaire pijn, temporomandibulaire pijn en neuropathische pijn) en komt veel voor in de algemene bevolking: 22% rapporteert een of meer orofaciale pijnen te hebben ervaren gedurende de afgelopen 6 maanden (Lipton et al, 1993). Tandartsen worden dus veelvuldig met de diverse vormen van orofaciale pijn geconfronteerd in hun dagelijkse praktijkvoering. Toch zijn er diverse factoren die eraan hebben bijgedragen dat de discipline orofaciale pijn nog steeds niet tot volle wasdom is gekomen. Zo blijkt de definitie van pijn, zoals deze tot voor kort werd gehanteerd, niet toereikend om alle aspecten van orofaciale pijn af te dekken. En ook de veelheid aan classificatiesystemen voor orofaciale pijn hebben de ontwikkeling van de discipline eerder afgeremd dan gestimuleerd.

In dit artikel wordt dieper ingegaan op 2 recente ontwikkelingen binnen de disciplines pijn en orofaciale pijn, namelijk de publicatie van de nieuwe definitie van pijn en van de nieuwe internationale orofaciale pijnclassificatie. Het doel is mondzorgverleners nader kennis te laten maken met deze belangrijke ontwikkelingen en hen inzicht te verschaffen in de implicaties ervan voor de pijndiagnostiek en -behandeling in de algemene en gedifferentieerde tandartspraktijk. Met een heldere pijndefinitiedefinitie en een eenduidige en samenhangende pijnclassificatie in de hand, zullen mondzorgverleners beter dan voorheen in staat zijn om patiënten met eenvoudige en complexere orofaciale pijnklachten correct te diagnosticeren en, indien geïndiceerd, een behandeling te bieden die aansluit bij het specifieke klachten- en symptomenprofiel van de individuele patiënt. Immers, alleen een correcte diagnose zal uiteindelijk resulteren in een succesvolle behandeling. Een incorrecte diagnose is geassocieerd met het uitblijven van behandelsucces of zelfs met het falen van een behandeltraject. Al met al zullen deze 2 recente ontwikkelingen de kwaliteit van de tandheelkundige praktijkvoering zeker ten goede komen.

Een nieuwe pijndefinitie

Het is al weer ruim 40 jaar geleden sinds de International Association for the Study of Pain (IASP) het fenomeen ‘pijn’ als volgt definieerde (IASP Subcommittee on Taxonomy, 1979):

IASP-definitie van pijn (1979): ‘Pijn is een onaangename, sensorische en emotionele ervaring die gepaard gaat met feitelijke of mogelijke weefselbeschadiging of die beschreven wordt in termen van een dergelijke beschadiging.’

Deze definitie is breed geaccepteerd door zorgverleners, pijnonderzoekers, overheden en non-gouvernementele organisaties als de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en heeft wereldwijd bijgedragen aan het volwassen worden van het pijnonderzoek en de pijndiagnostiek en -bestrijding. Desondanks is er in de loop van de jaren veel discussie gevoerd over vooral 1 deel van de pijndefinitie uit 1979, te weten het deel ‘…beschreven wordt in termen van…’. Hoewel het natuurlijk een sterk punt is voor het vaststellen van de aanwezigheid van pijn als de patiënt dit ook verbaal aangeeft, impliceert deze woordkeuze namelijk ook dat het individu dat pijn ervaart, dit daadwerkelijk moet kunnen beschrijven. Echter, daarmee worden pasgeborenen, mensen die zich niet (of niet meer) verbaal kunnen uitdrukken en dieren uitgesloten en is de definitie dus niet universeel toepasbaar. Dit is een van de redenen dat de IASP in 2018 een taskforce instelde om de definitie van pijn te herzien (Raja et al, 2020).

Interessant is dat de publicatie van de oorspronkelijke definitie van pijn vergezeld ging van een korte toelichting – een soort bijsluiter (IASP Subcommittee on Taxonomy, 1979). In deze bijsluiter staat onder andere dat pijn altijd subjectief is en dat pijnbeleving in afwezigheid van weefselschade waarschijnlijk een psychologisch oorzaak heeft. Recent onderzoek heeft echter laten zien dat de verklaring voor een dergelijke pijnbeleving eerder gezocht dient te worden in een disfunctie van het zenuwstelsel (Turner en Arendt-Nielsen, 2020). Dit betekent dat niet alleen de definitie van pijn aan herziening toe was, maar ook de bijsluiter.

Raja et al (2020) geven een gedetailleerd overzicht van het proces dat uiteindelijk heeft geleid tot de nieuwe IASP -pijndefinitie met bijbehorende toelichting. In dat proces speelden niet alleen pijnclinici en pijnonderzoekers een rol, maar ook bio-ethici, filosofen, taalkundigen, pijnpatiënten en hun verzorgers. Ook het publiek kreeg de kans om feedback te leveren. Uiteindelijk leverde dit de volgende definitie op (Raja et al, 2020):

IASP-definitie van pijn (2020): ‘Pijn is een onaangename, sensorische en emotionele ervaring die gepaard gaat met feitelijke of mogelijke weefselbeschadiging, of die lijkt op een dergelijke ervaring.’

Met deze herformulering is de gewraakte frase ‘…beschreven wordt in termen van…’ komen te vervallen en vervangen door ‘…lijkt op een dergelijke ervaring’. Daarmee is de definitie inclusief geworden voor individuen die zich niet verbaal kunnen uiten, evenals voor dieren. In de praktijk komt het erop neer dat pijn bij deze groepen geobserveerd kan worden op basis van pijngerelateerde gezichtsuitdrukkingen, lichaamsbewegingen en vocalisaties (Kunz et al, 2019; Strand et al, 2019; Helmer et al, 2020). Voor dergelijke observaties zijn inmiddels diverse instrumenten ontwikkeld en de betrouwbaarheid, validiteit en responsiviteit van deze instrumenten zijn met goed onderzoek vastgesteld (Corbett et al, 2014; Kunz et al, 2020; De Waal et al, 2020). Ook voor orofaciale pijn bij non-verbale individuen is een observationeel instrument ontwikkeld: de Orofaciale Pijn Schaal voor Non-Verbale Individuen (OPS-NVI) (Delwel et al, 2018). Dit instrument wordt momenteel psychometrisch getest en de eerste resultaten zijn veelbelovend (Delwel et al, 2018; Van de Rijt et al, 2019). Naar verwachting is dit instrument binnenkort beschikbaar voor het opsporen van orofaciale pijn bij mensen met bijvoorbeeld dementie of een verstandelijke beperking.

Naast de definitie zelf is ook de bijbehorende toelichting volledig herzien (Raja et al, 2020). Daar staat onder andere in dat een verbale beschrijving slechts een van de mogelijke gedragingen is om pijn uit te drukken, wat aansluit bij het hierboven uitgewerkte aspect van inclusiviteit van non-verbale individuen en dieren. Gelet op het belang van de bijsluiter is deze integraal weergegeven in intermezzo 1.

Intermezzo 1. Toelichting behorend bij de herziene pijndefinitie
• Pijn is altijd een persoonlijke ervaring die in verschillende mate wordt beïnvloed door biologische, psychologische en sociale factoren.
• Pijn en nociceptie* zijn verschillende verschijnselen. Pijn kan niet alleen worden afgeleid uit activiteit in sensorische neuronen.
• Door hun levenservaringen leren individuen het concept van pijn.
• De rapportage van een persoon over een ervaring als pijn moet worden gerespecteerd.
• Hoewel pijn meestal een adaptieve rol heeft, kan het nadelige effecten hebben op het functioneren en op het sociale en psychologische welzijn.
• Verbale beschrijving is slechts een van de vele gedragingen om pijn te uiten; het onvermogen om te communiceren betekent niet dat het betreffende individu of dier geen pijn ervaart.
(Bron: Raja et al , 2020)
* Pijnzin: het vermogen van een organisme om (dreigende) weefselschade waar te nemen.

De auteurs van de herziene pijndefinitie en de bijsluiter spreken de hoop uit dat hun eindproduct een levende tekst zal blijken te zijn, waarin nieuwe ontwikkelingen een plek zullen krijgen (Raja et al, 2020; Turner en Arendt-Nielsen, 2020). Het is de verwachting dat ook de tandheelkunde hieraan zal bijdragen, gelet op de groeiende aandacht voor orofaciale pijn in het wetenschappelijke onderzoek en de enorme omvang van het orofaciale pijnprobleem in de algemene bevolking (Lipton et al, 1993).

Een nieuwe orofaciale pijnclassificatie

Niet alleen de definitie van pijn is recentelijk aangepast, ook is er hard gewerkt aan een betere classificatie voor orofaciale pijn. In de orofaciale pijnwereld wordt nog te vaak gewerkt met ‘parapludiagnoses’, zoals temporomandibulaire disfunctie. Dergelijke diagnoses doen echter geen recht aan de complexiteit van de orofaciale pijnproblematiek en zijn fnuikend voor een optimale, op de individuele patiënt afgestemde behandeling. Ook wordt de orofaciale pijnwereld geteisterd door een soort Babylonische spraakverwarring omtrent de benaming van de verschillende aandoeningen als gevolg van een groot aantal classificatiesystemen. Om daar verandering in te brengen heeft een groep internationale orofaciale pijnexperts de afgelopen jaren gewerkt aan de totstandkoming van de International Classification of Orofacial Pain (ICOP), die begin 2020 is gepubliceerd in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Cephalalgia (2020). In tabel 1 zijn de 6 hoofddiagnoses en de belangrijkste subdiagnoses van de ICOP weergegeven. Voor een uitgebreide beschrijving van de verschillende aandoeningen, de bijbehorende diagnostische criteria en de psychosociale benadering van patiënten met orofaciale pijn, zie url of de QR-code naar het openlijk toegankelijke artikel in Cephalalgia (2020).

Tabel 1. Overzicht van de hoofddiagnoses en de belangrijkste subdiagnoses volgens de International Classification for Orofacial Pain (ICOP, 2020).

De ICOP is gemodelleerd naar en borduurt voort op het succes van 2 internationaal geaccepteerde classificatiesystemen: de International Classification of Headache Disorders (ICHD) voor hoofdpijn en de (Expanded) Diagnostic Criteria for Temporomandibular Disorders (DC/TMD) voor temporomandibulaire disfunctie (TMD). Met de ICHD worden al decennialang verschillende hoofdpijnen onderscheiden in zowel de klinische als de onderzoeksetting. De ICHD is inmiddels toe aan de derde editie (ICHD-3) (Headache Classification Committee of the International Headache Society, 2018). Hoewel de ICHD wel degelijk ook orofaciale pijncondities behelst, is deze incompleet. Daarom is de publicatie van de ICOP zo belangrijk: voor het eerst is het nu mogelijk om alle pijnen in het hoofd en het aangezicht te classificeren, wat uiteindelijk de zorg voor alle orofaciale pijnpatiënten ten goede gaat komen. De DC/TMD van Schiffman et al (2014) en de Expanded DC/TMD van Peck et al (2014) zijn algemeen geaccepteerde instrumenten om de verschillende TMD’s te diagnosticeren. Voor een belangrijk deel van de verschillende diagnoses die in deze systemen worden onderscheiden zijn gegevens beschikbaar over de betrouwbaarheid en de validiteit. Al met al zijn het belangrijke instrumenten, waarvan de pijndiagnoses door de ICOP zijn overgenomen en ingebed in het ICHD-model. De DC/TMD maakt bovendien deel uit van de in 2020 nieuw ingevoerde tandheelkundige prestatiecode G22 (Verlengd Onderzoek OPD – Orofaciale Pijn en Disfunctie) (Nederlandse Zorgautoriteit, 2020).

De ICOP is opgezet als een hiërarchisch instrument waarmee subdiagnoses gesteld kunnen worden tot soms wel 7 lagen diep. In tabel 2 zijn 2 voorbeelden gegeven van orofaciale pijndiagnoses waarbij subdiagnoses tot 5 lagen diep zijn weergegeven. Voor de algemene tandartspraktijk zijn subdiagnoses tot 2 lagen diep in het algemeen voldoende, terwijl orofaciale pijnspecialisten meer of zelfs alle mogelijke subdiagnoses zullen stellen. Orofaciale pijnspecialisten zullen dat overigens alleen doen als meer gedetailleerde diagnoses aanleiding geven tot meer differentiatie in de behandeling en er dus maatwerk kan worden geleverd aan de individuele patiënt. In de voorbeelden in tabel 2 betekent dit dat het voor tandartsen-algemeen practici voldoende is onderscheid te maken tussen primaire en secundaire condities en daarbinnen tussen acute en chronische orofaciale pijn. Voor orofaciale pijnspecialisten kan het van belang zijn om de pijnfrequentie en het al of niet optreden van gerefereerde pijn mee te nemen in het diagnostische proces vanwege de mogelijke therapeutisch consequenties. Zo behoeft een patiënt die maar enkele keren per jaar een chronische orofaciale pijnklacht heeft een andere behandeling dan een patiënt die daar dagelijks mee te kampen heeft.

Tabel 2. Voorbeelden van hiërarchische subdiagnoses voor primaire myofasciale orofaciale pijn en voor primaire temporomandibulaire gewrichtspijn volgens de International Classification for Orofacial Pain (2020).

Primaire pijncondities zijn pijncondities zonder associatie met andere aandoeningen, terwijl secundaire pijncondities veroorzaakt worden door of geassocieerd zijn met een andere aandoening. Bij primaire pijn dient vooral de pijnconditie zelf te worden behandeld, terwijl bij secundaire pijn (ook) de geassocieerde conditie aangepakt dient te worden. Voorbeeld van een secundaire pijnconditie is temporomandibulaire gewrichtspijn geassocieerd met reumatoïde artritis. Voorts definieert de ICOP acute pijn als pijn die minder dan 3 maanden aanwezig is, terwijl chronische pijn langer dan 3 maanden aanwezig is. Deze aspecten hebben gevolgen voor de behandeling en dienen dus meegenomen te worden in het diagnostische proces – ook in de algemene tandartspraktijk. Acute pijn (bijvoorbeeld pulpitis) gaat veelal gepaard met een minder complexe etiologie, zodat deze pijn vaak goed in de algemene tandartspraktijk te diagnosticeren en te behandelen is. Chronische pijn wordt daarentegen vaak gekenmerkt door een complexere etiologie (bijvoorbeeld psychosociale betrokkenheid), zodat in veel gevallen diagnostiek en behandeling in multidisciplinair teamverband is aangewezen.

Voor de orofaciale pijnspecialist kan het van belang zijn om, naast het onderscheid tussen primair en secundair en daarbinnen tussen acuut en chronisch, tevens de pijnfrequentie en de gerefereerde pijn in kaart te brengen. De ICOP gebruikt daarvoor de tijdsaspecten van pijn zoals beschreven in de ICHD. Daarbij wordt, voor zover het chronische pijn betreft, onderscheid gemaakt tussen:

  • infrequente pijn (gemiddeld minder dan 1 dag per maand);
  • frequente pijn (gemiddeld 1-14 dagen per maand;
  • en hoogfrequente pijn (gemiddeld minimaal 15 dagen per maand).

Voor het aspect van gerefereerde pijn geldt: er is geen sprake van zulke pijn als de pijn tijdens het klinische onderzoek gelokaliseerd blijft in het anatomische gebied waar de klinische testen zich op richten. Als de pijn tijdens het klinische onderzoek wordt gevoeld in een gebied dat groter is dan het testgebied zelf, dan is er sprake van gerefereerde pijn. Er is echter nog veel onderzoek nodig is om de klinische relevantie van pijnfrequentie en gerefereerde pijn te bepalen, zoals tot uitdrukking komt in een ingezonden brief naar de Journal of Oral & Facial Pain and Headache waarin de klinische toepasbaarheid van de verschillende kauwspierpijndiagnoses met en zonder gerefereerde pijn ter discussie worden gesteld (Svensson et al, 2015). Vooralsnog lijken de subdiagnoses in de diepere hiërarchische lagen van de ICOP dus theoretische constructen. Desalniettemin is het voor tandartsen van belang om kennis te hebben van deze aspecten, omdat het hen helpt structuur aan te brengen in de klachtenkluwen waarmee orofaciale pijnpatiënten zich kunnen presenteren, zeker als er sprake is van meerdere orofaciale pijnvormen die tegelijkertijd bij dezelfde patiënt voorkomen. Daarmee verbetert de kwaliteit van het diagnostische proces, wordt de kans op een succesvolle behandeling vergroot en komt de patiënt uiteindelijk als winnaar uit de bus.

Beeld: Shutterstock

Toekomstperspectief

De orofaciale pijndiscipline staat aan de vooravond van een nieuw tijdperk. Niet alleen kunnen door toepassing van de nieuwe pijndefinitie ook non-verbale individuen gediagnosticeerd worden met behulp van speciaal daartoe ontwikkelde observationele instrumenten, ook zal er een einde komen aan de Babylonische spraakverwarring rondom de naamgeving van de verschillende orofaciale pijnproblemen en zullen de voorgestelde diagnostische criteria voor verdere uniformering zorgdragen. Op ACTA worden de besproken nieuwe ontwikkelingen in het tandheelkundig curriculum geïncorporeerd, zowel in het reguliere bachelor- en masteronderwijs als in het postinitiële masteronderwijs (differentiatieopleidingen tot tandarts-gnatholoog en tot tandarts-endodontoloog), en zal ook de kliniek voor Orofaciale Pijn en Disfunctie gebruik gaan maken van de nieuwe instrumenten die nu beschikbaar zijn gekomen. Dit zal uiteindelijk resulteren in beter onderzoek, waarbij het altijd belangrijk is dat onderzoekers dezelfde taal spreken. Ook zal de communicatie verbeteren tussen verschillende zorgverleners die bij de diagnostiek en behandeling van orofaciale pijn zijn betrokken.

Als een patiënt zich na implementatie van de nieuwe ontwikkelingen bij een tandarts meldt met orofaciale pijnklachten, dan mag deze verwachten dat de tandarts beter van voorheen in staat zal zijn om de pijnklachten te ontleden in de verschillende relevante aspecten van de pijnklacht (afb. 1). Kortom: de tandarts zal maatwerk kunnen leveren. De casus in intermezzo 2 illustreert de grote toegevoegde waarde van het toepassen van de nieuwe ontwikkelingen in de praktijk.

Afb. 1. Na implementatie van de nieuwe ontwikkelingen zullen tandartsen beter in staat zal zijn de pijnklachten te ontleden in de verschillende relevante aspecten van de pijnklacht en zullen zij voor het vervolgtraject beter maatwerk kunnen leveren.
Illustrator: Guido van Gerven, Duplo Studio

Vanzelfsprekend vergt dit alles de nodige initiatieven op het gebied van scholing en nascholing. Deze publicatie vormt daar een eerste aanzet toe. Al met al is het de verwachting dat als iedereen die betrokken is bij de orofaciale pijndiscipline bijdraagt aan het in beweging zetten van deze vernieuwingen, de orofaciale pijnpatiënt uiteindelijk spekkoper zal zijn.

Verdiepingstips
In februari 2020 interviewde hoofdredacteur Casper Bots na afloop van het congres ‘PIJN2020’ prof. dr. Frank Lobbezoo over wat pijn nou betekent voor de dagelijkse praktijk van een mondzorgverlener.
 
Op dinsdag 25 mei 2021 van 20:15 tot 21:15 uur vindt het DentTalk webinar ‘Orofaciale pijn ontrafeld. Nieuwe classificatie: doorbraak bij pijndiagnostiek’ plaats. Voor meer informatie en registratie, zie www.ntvt.nl/denttalk 

Literatuur

  • International Classification of Orofacial Pain, 1st edition (ICOP). Cephalalgia 2020; 40: 129-221.
  • Corbett A, Achterberg WP, Husebo BS, et al. An international road map to improve pain assessment in people with impaired cognition: the development of the Pain Assessment in Impaired Cognition (PAIC) tool. BMC Neurol 2014; 14: 229.
  • Delwel S, Perez RSGM. Maier AB, et al. Psychometric evaluation of the Orofacial Pain Scale of Non-Verbal Individuals as a screening tool for orofacial pain in people with dementia. Gerodontology 2018; 35: 200-2013.
  • Dworkin SF, LeResche L. Research diagnostic criteria for temporomandibular disorders: review, criteria, examinations and specifications, critique. J Craniomandib Disord 1992; 6: 301-355.
  • Headache Classification Committee of the International Headache Society (IHS). The International Classification of Headache Disorders, 3rd edition. Cephalalgia 2018; 38: 1-211.
  • Helmer LML, Weijenberg RAF, Vries R de, et al. Crying out in pain- a systematic literature review into the validity of vocalization as an indicator for pain. Eur J Pain 2020; 24: 1703-1715.
  • IASP Subcommittee on Taxonomy. Pain terms: a list with definitions and notes on usage. Recommended by the IASP Subcommittee on Taxonomy. Pain 1979; 6: 249.
  • Kunz M, Meixner D, Lautenbacher S. Facial muscle movements encoding pain-a systematic review. Pain 2019; 160: 535-549.
  • Kunz M, de Waal WM, Achterberg WP, et al. The Pain Assessment in Impaired Cognition scale (PAIC-15): a multidisciplinary and international approach to develop and test a meta-tool for pain assessment in impaired cognition, especially dementia. Eur J Pain 2020; 24: 192-208.
  • Lipton JA, Ship JA, Larach-Robinson D. Estimated prevalence and distribution of reported orofacial pain in the United States. J Am Dent Assoc 1993; 124: 115-121.
  • Lobbezoo F, Aarab G, Knibbe W, et al. Pijnlijke temporomandibulaire disfuncties: diagnose en behandeling. Ned Tijdschr Tandheelkd 2016; 123: 528-532
  • Melzack R, Wall P. Pain mechanisms: A new theory. Science 1965; 150: 171-179.
  • Nederlandse Zorgautoriteit. Prestatie- en tariefbeschikking Tandheelkundige zorg - TB/REG-20600-02. Versie 2. Utrecht: Nederlandse Zorgautoriteit, 2020.
  • Raja SN, Carr DB, Cohen M, et al. The revised International Association for the Study of Pain definition of pain: concepts, challenges, and compromises. Pain 2020; 161: 1976-1982.
  • Peck C, Goulet JP, Lobbezoo F, et al. Expanding the taxonomy of the Diagnostic Criteria for Temporomandibular Disorders (DC/TMD). J Oral Rehabil 2014; 41: 2-23.
  • van de Rijt LJM, Weijenberg RAF, Feast AR, et al. Orofacial pain during rest and chewing in dementia patients admitted to acute hospital wards: validity testing of the Orofacial Pain Scale for Non-Verbal Individuals. J Oral Facial Pain Headache 2019; 33: 247-253. 
  • Schiffman E, Ohrbach R, Truelove E, et al. Diagnostic Criteria for Temporomandibular Disorders (DC/TMD) for Clinical and Research Applications: Recommendations of the International RDC/TMD Consortium Network and Orofacial Pain Special Interest Group. J Oral Facial Pain Headache 2014; 28: 6-27.
  • Strand LI, Gundrosen K, Lein RK, et al. Body movements as pain indicators in older people with cognitive impairment - a systematic review. Eur J Pain 2019; 23: 669-685.
  • Svensson P, Baad-Hansen L, Pigg M, et al. Special Interest Group of Oro-facial Pain. Guidelines and recommendations for assessment of somatosensory function in oro-facial pain conditions - a taskforce report. J Oral Rehabil 2011; 38: 366-394.
  • Svensson P, Michelotti A, Lobbezoo F, List T. The many faces of persistent orofacial muscle pain. J Oral Facial Pain Headache 2015; 29: 207-208.
  • Turner JA, Arendt-Nielsen L. Four decades later: what’s new, what’s not in our understanding of pain. Pain 2020; 161: 1943-1944.
  • de Waal WM, van Dalen-Kok AH, de Vet HCW, et al. Observational pain assessment in older persons with dementia in four countries: observer agreement of items and factor structure of the Pain Assessment in Impaired Cognition. Eur J Pain 2020; 24: 279-296. Summary
 

Meer lezen? Log in of word abonnee

Auteursinformatie

  • F. Lobbezoo, C.M. Visscher, M. Koutris, P. Wetselaar, G. Aarab
  • Uit de sectie Orofaciale Pijn en Disfunctie, Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA), Amsterdam, Nederland
  • Datum van acceptatie: 9 maart 2021
  • Adres prof. dr. F. Lobbezoo, ACTA, Gustav Mahlerlaan 3004, 1091 LA Amsterdam
  • f.lobbezoo@acta.nl

Reacties

Om ook te reageren moet u eerst inloggen (alleen voor abonnees).

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog