× ABONNEREN

Radiologische beoordeling van derde molaren in de onderkaak

Radiologie

Door op 07-02-2020
  • Bron
  • Reacties (0)

Chirurgische verwijdering van een mandibulaire derde molaar is een van de meest voorkomende behandelingen in de mka-chirurgische praktijk. Radiologisch onderzoek voorafgaand aan de extractie is van groot belang om relevante informatie te verzamelen en het risico op complicaties in te schatten. Periapicale röntgenopnamen kunnen voldoende zijn. Wanneer een adequate beeldvorming hiermee niet mogelijk is, wordt meestal gebruikgemaakt van een panoramische röntgenopname. Met de nieuwste apparatuur voor panoramische röntgenopnamen is het vaak mogelijk om een extraorale bitewingmodaliteit te gebruiken. De rotatie van de bundel wordt dan aangepast zodat in de zijdelingse delen minder overlap van de approximale vlakken zichtbaar is. Ook past dit goed in het concept van ALARA omdat door de segmentatie niet de hele panoramische röntgenopname wordt gemaakt maar alleen het gebied van cuspidaat tot en met derde molaar, enkel of beiderzijds. In dit onderzoek werd de prestatie van de panoramische röntgenopame (afgekort PAN), de extraorale bitewingopnamen (EBW) en conebeamcomputertomografisch (CBCT) beeld vergeleken met betrekking tot de beoordeling van derde molaren in de onderkaak.

Een PAN en EBW waren verkregen om 34 derde molaren te beoordelen op positie, nabijheid van het mandibulaire kanaal, de relatie van de wortels met kanaal en de relatie tussen de tweede en derde molaar. Positie van de derde molaar en relatie van de wortels met het mandibulaire kanaal werden ook beoordeeld met CBCT. De resultaten lieten zien dat PAN en EBW significant nauwere relaties tussen gebitselement en mandibulair kanaal lieten zien dan CBCT. Voor de overige parameters werd geen verschil gevonden tussen PAN en EBW. Wel werd gezien dat de approximale vlakken van tweede en derde molaar beter te beoordelen waren op EBW dan op PAN en dat er een tendens bestond om op de EBW de wortelpunten van de betreffende gebitselementen dichter bij het kanaal te situeren.

Conclusie. De relatie tussen de wortels van de derde molaar in de onderkaak en het mandibulaire kanaal leek nauwer op de panoramische röntgenopname en de extraorale bitewing-opname dan op de CBCT-scan.

Bron

Freire BB, Nascimento EHL, de FariaVasconcelos K, Freitas DQ, Haiter-Neto F. Radiologic assessment of mandibular third molars: an ex vivo comperative study of panoramic radiography, extraoral bitewing radiography, and cone beam computed tomography. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol 2019: 128: 166-175.

Lees verder

Meer lezen? Log in of word abonnee

Informatie

Auteur(s) J.H.G. Poorterman
Rubriek Excerpten
Publicatiedatum 7 februari 2020
Editie Ned Tijdschr Tandheelkd - Jaargang 127 - editie 2 - februari 2020; 132

Download bij dit artikel