× ABONNEREN

Risicofactoren voor klasse II-restauratieoverleving: een praktijkgebaseerd onderzoek

  • Inleiding
  • Materiaal en methoden
  • Resultaten
  • Discussie
  • Conclusie
  • Literatuur
  • Dankwoord
  • Verantwoording
  • Reacties (2)

Samenvatting

Het doel van dit praktijkgebaseerde cohortonderzoek was na te gaan wat de prestaties en de invloed zijn van mogelijke praktijk-, patiënt-, gebitselement- en restauratiegerelateerde variabelen van klasse II-restauraties. Daartoe werden elektronische patiëntendossiers van 11 Nederlandse tandartspraktijken verzameld en konden 31.472 restauraties, geplaatst tussen januari 2015 en oktober 2017, worden gevolgd. De observatietijd van restauraties varieerde van 0 tot 2,7 jaar, resulterend in een gemiddelde Annual Failure Rate (AFR) van 7,8% na 2 jaar. Er bestaat echter een grote variatie in AFR’s tussen de verschillende behandelaars, variërend tussen 3,6% en 11,4%. Een overvloed aan patiëntgerelateerde variabelen zoals leeftijd, algemene gezondheid, parodontale status, cariësrisico en aanwezigheid van parafunctionele gewoontes en tand- of restauratiegerelateerde factoren, vergroot het risico op herbehandeling. Restauraties geplaatst vanwege een breuk liepen een groter risico op falen dan restauraties vanwege cariës. Dit onderzoek toonde aan dat een brede variatie van risicofactoren op praktijk-, patiënt- en tandniveau van invloed zijn op de overleving van klasse II-restauraties.

Meer lezen? Log in of word abonnee

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog

Auteursinformatie

  • M. Laske, N.J.M. Opdam, E.M. Bronkhorst, J.C.C. Braspenning, M.C.D.N.J.M. Huysmans
  • Uit de afdeling Tandheelkunde van het RadboudUMC
  • Datum van acceptatie:27 februari 2020
  • Adres: dr. M. Laske, RadboudUMC, Philips van Leydenlaan 25, 6525 EX Nijmegen
  • mark.laske@radboudumc.nl

Reacties

Tuesday 28th July 2020 — NTVT Redactie
Met betrekking tot de eerste vraag: uit de recente onderzoeken blijkt dat het faalgedrag en de faalredenen dermate complex zijn, dat een simpele ‘resultaatsverplichting’ erg moeilijk is vast te stellen. Een resultaatsverplichting gaat vooral uit van een standaardsituatie met een geldende standaardkwaliteit, die zich dan in een minimaal te verwachten levensduur zou vertalen. Zo simpel is het duidelijk niet. In het algemeen zal in een hoog-risicosituatie de levensduur van restauratief werk duidelijk verminderen. Levensduur van restauratief werk is daarom ook een moeilijk te gebruiken kwaliteitsindicator zonder dat de context bekend is. In dat perspectief is voor restauratief werk een inspanningsverplichting meer op zijn plaats, waarbij de beoordeling van individuele gevallen binnen de context dan moet bepalen of er sprake is van tandheelkunde volgens geldende kwaliteitsstandaarden. In antwoord op de tweede vraag, moet eerst vermeld worden dat trauma aan posterieure gebitselementen met klasse II-restauraties weinig voorkomt. Uit de weinig beschikbare literatuur komt naar voren dat restauratief werk na trauma aan frontelementen veelal leidt veelal tot snelle herbehandeling. Waarschijnlijk spelen endodontische complicaties en esthetische eisen daarbij een rol. Ook hier kan de individuele context (bijvoorbeeld fronttrauma enerzijds bij een gaaf gebit met en hoge lachlijn tegenover anderzijds de parodontaal verwaarloosde mond met mobiliteit en lage lachlijn) weer totaal verschillende gevolgschade teweegbrengen. In algemene zin kan bij het vaststellen van een afkoopbedrag bij een schade wellicht wel gebruikgemaakt worden van de resultaten van ons onderzoek, waarbij de gemiddelde levensduur van klasse II-restauraties - zo’n 10-12 jaar - gehanteerd zou kunnen worden. Dr. M. Laske
Tuesday 28th July 2020 — M.A.J. Eijkman
Met meer dan gewone belangstelling hebben wij de recente artikelen van M. Laske et al in het NTvT gelezen (2019: 126: 457-460 en 2020: 127: 254-261), waarvan de kop van het laatste artikel luidde: ‘Risicofactoren voor klasse II-restauratieoverleving: een praktijk gebaseerd onderzoek’. Onze belangstelling vindt zijn grondslag in onze tandheelkundig inhoudelijke advisering bij onder andere letselschade bij vermeende wanprestaties en mogelijke vervolgschade met betrekking tot gebitsschade ten gevolge van een ongeval. In dat verband hebben wij de 2 volgende vragen aan de auteur(s): 1. In hoeverre kunnen de resultaten van het bovengenoemd onderzoek van toepassing zijn op de inhoudelijke vaststelling of er sprake is van een inspanningsverplichting enerzijds dan wel van een resultaatsverbintenis anderzijds, met betrekking tot de levensduur van klasse II-restauraties, gelet op de individuele omstandigheden en risicofactoren genoemd in het onderzoek? 2. Hoe concreet om te gaan met het vaststellen van de duurzaamheid van de klasse II-restauraties bij mogelijke vervolgschade bij een ongeval of toegebracht trauma, gelet op de individuele omstandigheden en risicofactoren genoemd in het bovengenoemd onderzoek. Met belangstelling zien wij een antwoord tegemoet. Mr. M.C. van der Horst (oud adviserend tandarts) en prof. (em.) dr. M.A.J. Eijkman

Om ook te reageren moet u eerst inloggen (alleen voor abonnees).

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog