× ABONNEREN

Serie: Communicatie in de tandartspraktijk. Cultureel competent communiceren

Door op 05-07-2019
  • Inleiding
  • Demografische ontwikkeling in Nederland
  • Culturele competentie
  • Culturele modellen
  • Cultureel bepaalde denkbeelden over gezondheid en communicatie
  • Cultureel competent communiceren
  • Werken met tolken
  • Slotopmerkingen
  • Literatuur
  • Verantwoording
  • Verdiepingstip
  • Reacties (0)

Samenvatting

Tandartsen zullen in toenemende mate patiënten met verschillende culturele achtergronden behandelen. Zij krijgen daarbij te maken met verschillende denkbeelden over gezondheid en hoe men zich ten opzichte van elkaar hoort te gedragen. Om een goede tandarts-patiënt relatie op te bouwen en gepaste zorg te kunnen verlenen, zal de tandarts zich moeten bekwamen in cultureel competent communiceren. Dat vraagt een open, empathische houding en bewustwording van de eigen waarden, normen en overtuigingen. De tandarts zal moeten exploreren waarin deze verschillen van die van mensen uit een andere (sub)cultuur. Met behulp van een aantal voorbeelden geeft dit artikel daartoe een aanzet.

Leerdoelen
Na het lezen van dit artikel hebt u:
- inzicht in het belang van cultureel competent communiceren in de tandheelkundige praktijk;
- kent u een aantal tips in de omgang met patiënten uit een andere cultuur.

Inleiding

Het patiëntenbestand van een tandarts is vaak zeer divers. Patiënten verschillen niet alleen in leeftijd, opleiding en inkomen, maar ook in welke omgeving zij zijn opgegroeid. Met andere woorden: ze hebben verschillende culturele achtergronden. Zo bestaan er verschillen tussen mensen die wonen in de stad en op het platteland, maar ook tussen autochtone en de verschillende allochtone bevolkingsgroepen (intermezzo 1). Cultuur bepaalt onder andere de manier waarop mensen ziekte en gezondheid ervaren en hoe zij daarmee omgaan. Zo blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek dat patiënten van niet-westerse afkomst klachten vaak anders uiten dan autochtone patiënten (Schouten en Schinkel, 2015). Ook nemen zij minder actief deel aan het medisch consult waardoor informatie minder goed begrepen wordt en behandeladviezen minder goed worden opgevolgd (Schouten en Meeuwesen, 2006). In die situaties waarin slecht begrip tussen zorgverlener en patiënt een rol speelt, krijgt de arts daar voor zijn gevoel vaak geen aanwijzingen voor (Meeuwesen et al, 2007). Om patiënten adequaat te kunnen helpen moet de tandarts dus inzicht krijgen in de houding en het gedrag van patiënten met een andere culturele achtergrond dan die van hemzelf. Hij moet cultureel competent leren communiceren. Dit artikel geeft daartoe enkele handvatten.

Intermezzo 1. Wat is cultuur?
Onder cultuur van een volk of groep mensen wordt verstaan hun manier van leven met daarbij horende waarden en normen. Die levenswijze omvat gewoontes en gebruiken als eten, kleding, religie en vrijetijdsbesteding (muziek, dans enzovoort), maar ook de manier waarop men zich ten opzichte van elkaar gedraagt. Anders gezegd is cultuur de bril waardoor iemand de werkelijkheid bekijkt, interpreteert en daar zin aan geeft.

Demografische ontwikkeling in Nederland

De Nederlands samenleving wordt steeds diverser. Het Centraal Bureau voor de Statistiek laat zien dat sinds 2000 het aantal autochtone bewoners afneemt en het aantal mensen waarvan ten minste één ouder in het buitenland is geboren, toeneemt. Was dit in 2000 nog 17,5 % van de totale bevolking, in 2017 is dit opgelopen tot 22,6 %. Van deze 22,6% komt meer dan de helft (56%) uit een niet-westerse cultuur (CBS, 2017). De voorspelling is dat deze trend zich zal voortzetten (afb. 1). In 2060 zal ruim 20% van de bevolking een niet-westerse achtergrond hebben (CBS, 2017). De KNMT rapporteert daarnaast een snel toenemend aantal buitenlandse tandartsen van 366 in 2001 tot 1.462 (17% van alle tandartsen) nu. De verwachting is dat dit in de komende jaren nog fors zal stijgen, omdat er per jaar ongeveer 300 tandartsen met pensioen gaan en er slechts 240 per jaar afstuderen.

Afb. 1. Demografische ontwikkelingen Nederland. (Beeld: CBS)

Culturele competentie

“Cultural competency refers to the set of aquired skills that allow for increased insight into and understanding of cultural differences” is een mooie omschrijving van wat met culturele competentie wordt bedoeld (Wachtler en Troein, 2003). Hierin wordt benadrukt dat het gaat om vaardigheden die aangeleerd kunnen worden. Cultureel competent communiceren omvat 3 aspecten:

1. Begrip van de eigen culturele overtuigingen, verwachtingen en attitudes die het eigen referentiekader vormen en begrip van referentiekaders van die van andere culturen.
2. Een open en empathische gesprekstijl.
3. Samenwerking met patiënt en familie om tot een gepast behandelplan te komen (Brooks et al, 2018a).

Het eigen referentiekader wordt gebruikt bij het observeren van het gedrag van anderen en om dit te interpreteren. Dat kan gepaard gaan met een daaraan gekoppeld (voor)oordeel. Het volgende voorbeeld illustreert dit. In de westerse cultuur wordt een beetje pijn (bijvoorbeeld van de verdovingsprik) vaak stoïcijns ondergaan en maakt men alleen bij extreme pijn in taal en gebaar kenbaar dat het pijn doet. In andere culturen is juist aangeleerd om pijnprikkels al snel verbaal te mogen uiten. De tandarts die niet met dit culturele verschil bekend is, zal het verbaal uiten van een beetje pijn al snel als kinderachtig afdoen.

De wijze waarop mensen het gedrag van zichzelf en van anderen verklaren in termen van oorzaak en gevolg wordt wel attributie genoemd (intermezzo 2). Met onvoldoende bewustzijn en kennis van culturele verschillen zal het attributieproces niet volledig worden doorlopen en ligt het gevaar van stereotypering en discriminatie op de loer.

Intermezzo 2. Attributie
Er wordt onderscheid gemaakt tussen interne en externe attributie. Als gedrag geïnterpreteerd wordt als voortkomend uit de eigen persoonlijkheidskenmerken spreken we van interne attributie. Indien omgevingsfactoren (zoals cultuur) van de persoon gezien worden als de oorzaak van bepaald gedrag wordt gesproken over externe attributie. De interpretatie van het gedrag van anderen is vaak gekleurd door ervaringen in overeenkomstige situaties of door ervaringen met mensen uit eenzelfde sociaaleconomische/culturele groep. Van deze ervaringen worden schema’s in ons geheugen opgeslagen; deze worden geactiveerd bij het zien van soortgelijk gedrag. De nieuwe ervaring wordt (vaak onbewust) ingepast in de al bestaande ervaringswereld. Een goed verlopend attributieproces kan worden opgedeeld in 2 fasen. De eerste fase is de observatie en herkenning van gedrag. Hierbij hoort ook het ontstaan van een idee over de oorzaak van het gedrag. Deze fase gaat veelal automatisch en schematisch. In de tweede fase wordt dat gedrag nader geanalyseerd waarbij andere mogelijke oorzaken de revue passeren. Op grond van die analyse wordt dan een eindoordeel gevormd: is er sprake van interne of externe attributie? Een voorbeeld: Stel de tandarts heeft een paar keer de ervaring opgedaan dat patiënten met een bepaalde culturele achtergrond te laat op de afspraak komen en niet altijd even fris ruiken.
Hij is op grond daarvan tot de conclusie gekomen dat mensen uit deze cultuur nonchalant zijn en het met de persoonlijke hygiëne niet zo nauw nemen. Een patiënt met deze culturele achtergrond heeft nu een afspraak bij de tandarts en komt 5 minuten te laat naar zweet ruikend binnen. Het schema dat de tandarts heeft treedt nu in werking en hij denkt: ”ja hoor, typisch weer zo’n nonchalante onverzorgde …..”. Neemt hij de moeite om te informeren naar de reden dat de patiënt te laat is dan komt hij erachter dat de band van de fiets van de patiënt lek bleek toen deze naar de afspraak wilde gaan. Hij heeft moeite gedaan om een andere fiets te lenen en is vervolgens naar de praktijk is geracet in een poging nog op tijd te komen. De tandarts komt dan tot een heel andere conclusie, Schema’s zijn nuttig voor ons vermogen om goed te functioneren (hoe zouden we anders van onze ervaringen kunnen leren?). Toch hebben zij ook nadelen; zij beïnvloeden wat we opmerken, hoe we daar vervolgens over nadenken en wat we ons daar later nog van kunnen herinneren. Ook leiden schema’s soms tot een foutief oordeel. De situatie waarin we het gedrag waarnemen, kan wel hetzelfde lijken, maar dit toch niet zijn in de beleving van de ander. Mensen met eenzelfde sociaal-culturele achtergrond kunnen zich immers verschillend gedragen. Bij fouten rondom indrukvorming wordt vaak de tweede fase in het attributieproces overgeslagen.

Culturele modellen

Hofstede (2011) ontwikkelde een model waarmee verschillende culturen met elkaar vergeleken kunnen worden. Hij onderscheidde daarbij een aantal dimensies:

  • Machtsafstand: de hiërarchie in een samenleving.
  • Individualisme: de mate waarin belang wordt gehecht aan het centraal stellen van het individu dan wel van het collectief.
  • Masculiniteit: de mate waarin waarde wordt gehecht aan masculiene kwaliteiten zoals competitie, assertiviteit en ambitie dan wel aan feminiene kwaliteiten zoals bescheidenheid, dienstbaarheid en solidariteit.
  • Onzekerheidsvermijding: de mate waarin getracht wordt door regel- en wetgeving controle te houden op gebeurtenissen.
  • Korte- en langetermijndenken: de mate waarin wordt vastgehouden aan tradities dan wel pragmatisch wordt omgegaan met gewoontes en deze worden aangepast aan de omstandigheden.
  • Toegeeflijkheid versus terughoudendheid: de mate waarin de samenleving mensen vrijlaat of beperkt in het bevredigen van behoeften.

De Nederlandse cultuur scoort doorgaans hoog op individualisme, pragmatisme en toegeeflijkheid, laag op hiërarchie en ergens tussen laag en hoog op masculiniteit en onzekerheidsvermijding.

Andere auteurs hebben aan bovenstaande indeling dimensies toegevoegd of komen tot een andere indeling. Pinto zocht daarom naar de onderliggende normen en waarden die de verschillen tussen culturen zouden kunnen verklaren. Hij komt daarbij tot het onderscheid tussen een fijnmazige en een grofmazige structuur.

Een fijnmazige cultuur kenmerkt zich doordat er voor elke situatie gedetailleerde gedragsregels bestaan die het individu naleeft zonder daaraan te hoeven twijfelen. In een grofmazige cultuur bestaat een veel grotere vrijheid van gedrag. Het individu mag zelf bepalen welk gedrag in welke situatie gepast is. Er bestaan natuurlijk verschillen binnen fijnmazige of grofmazige culturen zoals tussen Amerikanen en Fransen binnen de westerse cultuur. Ook binnen de Nederlandse cultuur bestaan zelfs verschillen. Groningers gedragen zich over het algemeen anders dan Amsterdammers. Toch is het onderscheid tussen westerse en niet-westerse culturen vaak groter.

Pinto stelt dat de mate van vrijheid voor het individu binnen de cultuur belangrijke gevolgen heeft voor het denken, de gevoelens en het gedrag van het individu. Hij vergelijkt daarbij de piramide van Maslow (menselijke behoeften in een grofmazige cultuur) met een piramide van menselijke behoeften in een fijnmazige cultuur (afb. 2). Alleen de onderste trede van de piramides is voor beide groepen hetzelfde. De behoefte aan zekerheid en acceptatie wordt in een fijnmazige cultuur niet gezocht in het verwerven van een inkomen en de acceptatie van een sociale groep (individuele prestaties), maar in het behagen van die groep. Daarin zijn beleefdheid en het goed vervullen van de rol die het individu in de groep heeft belangrijke factoren. Een goede naam verkrijgt men in fijnmazige culturen door eervol gedrag en door waardering of aanzien binnen de eigen groep te verwerven. Wat te allen tijde voorkomen moet worden, is aantasting van de eer door gezichtsverlies, schande en schaamte. In fijnmazige culturen is er vaak sprake van een hechte groep van (aangetrouwde) familieleden en mensen die hebben bewezen betrouwbaar te zijn.

Afb. 2. Piramides van behoeften in grofmazige culturen en fijnmazige culturen.

Communicatief gezien ligt de nadruk bij fijnmazige culturen op het relationele vlak. Zo is er vaak eerst aandacht voor wat de klacht voor de patiënt (of zijn familie) betekent en wordt pas in tweede instantie op de klacht zelf (de inhoud) ingegaan. De communicatie is vaak impliciet en betekenis moet uit de context en non-verbale communicatie worden gehaald. Bij breuk van een recent gemaakte restauratie zal de patiënt voorzichtig (of fronsend) informeren wanneer die voor het laatst gemaakt is of vragen hoe lang restauraties over het algemeen meegaan. Hij zal daar meer willen aangeven dat hij verwacht dat de nieuwe restauratie geen kosten met zich mee zal brengen. In grofmazige culturen is de communicatie juist concreet en gericht op de inhoud. Een en ander heeft gevolgen wanneer een tandarts uit een grofmazige cultuur een patiënt uit een fijnmazige cultuur voor het eerst ontmoet. De tandarts zal geneigd zijn expliciet en inhoudelijk te communiceren terwijl de patiënt veel meer aandacht zal hebben voor de context. “Hoe reageert de tandarts op mij? Kan ik hem wel vertrouwen?” In casus 1 wordt hiervan een voorbeeld geschetst. In deze casus zou behalve gezichtsverlies en schaamte van de patiënt mogelijk ook het expliciete taalgebruik er de oorzaak kunnen zijn dat de patiënt een andere tandarts ging zoeken.

Casus 1
Een 55-jarige patiënt van Turkse afkomst woont al geruime tijd in Nederland. Haar Nederlands is nog steeds niet heel erg goed, maar toch kan ze zich aardig uitdrukken. Ze is al een aantal jaar in de praktijk en komt regelmatig voor controle. Er zijn enkele restauraties gemaakt en meestal wordt er wat tandsteen verwijderd tijdens de controle. De relatie is door de jaren heen goed geweest. Een paar jaar geleden ging het parodontium van de patiënt achteruit. De tandarts heeft de mondhygiënist een status laten maken en sindsdien gaat de patiënt ook regelmatig voor reiniging naar de mondhygiënist. De mondhygiënist heeft zich na het laatste bezoek bij de tandarts beklaagd dat er ondanks herhaalde poetsinstructies geen verbetering is opgetreden. Sterker nog: de pockets zijn dieper geworden. Ze vraagt de tandarts om dit ook nog eens met de patiënt te bespreken. Bij het volgende PMO, waarbij ook haar man en kleinkinderen zijn meegekomen, vertelt de tandarts in niet mis te verstane woorden dat ze echt beter haar best moet doen omdat ze anders haar tanden en kiezen zal verliezen. De patiënt schrikt hiervan en werpt vluchtig een blik op haar man en kleinkinderen. De tandarts denkt: "Zo, ik denk dat die waarschuwing wel aankwam." De volgende keer dat de patiënt een afspraak heeft bij de mondhygiënist komt ze echter niet opdagen. Niet veel later krijgt de tandarts het verzoek om de gegevens van de patiënt en haar familie over te schrijven naar een andere tandartspraktijk.

Cultureel bepaalde denkbeelden over gezondheid en communicatie

Cultuur heeft dus invloed op de wijze waarop mensen met elkaar communiceren. In fijnmazige culturen met een sterk hiërarchische structuur reageren patiënten minder assertief en zullen zij minder vragen stellen aan de tandarts (Schouten en Meeuwesen, 2006; Meeuwesen et al 2007). De patiënt in casus 2 zal bijvoorbeeld niet snel een vraag over het behandelplan stellen ook al heeft hij niet begrepen wat het plan inhoudt. De vraag stellen zou namelijk impliciet betekenen dat de tandarts het niet goed heeft uitgelegd en dit zou onbeleefd kunnen overkomen. In de ogen van deze tandarts komt het daarentegen vreemd over dat de behandeling wordt geweigerd; de patiënt had toch zijn toestemming gegeven?

Casus 2
Een recent uit China geëmigreerde 24-jarige patiënt heeft een afspraak bij de tandarts gemaakt omdat hij de laatste tijd veel last heeft van pijnlijk en bloedend tandvlees. Ook is er soms gevoeligheid bij koud en warm rechts. De communicatie verloopt enigszins moeizaam. De patiënt spreekt geen Nederlands en zijn Engels is beperkt. Intraoraal onderzoek laat een vrijwel gave dentitie zien. Alleen gebitselement 18 is carieus. Wel ziet het tandvlees er rood gezwollen uit en linguaal is veel tandsteen aanwezig. De DPSI is 3- maar op de bitewing-röntgenopnamen is geen botverlies zichtbaar. De tandarts stelt de diagnose: carieus gebitselement 18 en gegeneraliseerde gingivitis met tandsteen en pseudopockets door slechte mondhygiëne. Hij besluit om het tandsteen te verwijderen, uitleg te geven wat de oorzaak is van de gingivitis en een poetsinstructie te geven. Daarbij laat hij de patiënt in een spiegel meekijken hoe de borstel op de tanden moet worden gezet. Op tussentijdse vragen of de patiënt het allemaal begrijpt knikt de patiënt bevestigend. Er wordt een nieuwe afspraak gepland voor over een maand om gebitselement 18 te extraheren en te evalueren hoe het gaat met de tandvleesontsteking. Op die afspraak blijkt echter dat er weer veel tandsteen aanwezig is. De gingivitis is nauwelijks beter geworden. Als de tandarts de verdovingsspuit klaar legt en aanstalten maakt om gebitselement 18 te verdoven begint de patiënt hevig te protesteren. Hij wil zijn kies er niet uit.

Ook verschillen in de non-verbale communicatie kunnen aanleiding geven tot misverstanden. In sommige Afrikaanse culturen is het gebaar om iemand uit te nodigen naar je toe te komen met de arm gestrekt en de handpalm naar beneden gedraaid waarbij de gestrekte vingers zich een aantal keer openen en sluiten. Het gebaar dat we daar in Nederland voor gebruiken, handpalm naar boven en wenken om mee te komen, wordt in deze specifieke Afrikaanse culturen alleen gebruikt om honden te gebieden om te komen en zal daarom als beledigend ervaren kunnen worden. In Afrika, maar ook in India, het Midden-Oosten en in Zuidoost-Azië wordt overigens de linkerhand als de “smerige” hand beschouwd en zal iemand nooit iets met de linkerhand aanreiken.

Naast verbale en non-verbale communicatie kunnen culturen verschillen in denkbeelden over ziekte en gezondheid, de rol van de arts en die van de familie daarbij. Zo zal een arts in Marokko of Turkije over het algemeen snel tot een diagnose komen en medicijnen voorschrijven. Turkse Nederlanders kunnen er daarom moeite mee hebben dat een Nederlandse arts een afwachtende houding aanneemt (Schinkel et al, 2018).

In de Creoolse cultuur spelen moeders en oma’s een overheersende rol in het gezin en zij zullen betrokken moeten worden bij het bespreken van behandelvoorstellen. Denkbeelden over de rol van de familie kunnen er toe leiden dat een gesprek anders verloopt dan gebruikelijk is binnen de westerse samenleving. Zo is slecht nieuws soms geen zaak van het individu maar van de familie of gemeenschap en kan het zelfs zo zijn dat de patiënt als het ware beschermd moet worden tegen de volle waarheid (Salem en Salem, 2013). De structuur van een slechtnieuwsgesprek is in zo’n geval anders dan besproken in het vorige artikel in deze serie (Smith, 2019). In plaats van het zo snel mogelijk brengen van het slechte nieuws kan beter voorzichtig afgetast worden hoe concreet of specifiek het nieuws gebracht moet worden. Ook kan de inhoud meer impliciet dan expliciet worden verwoord.

In sommige Afrikaanse culturen wordt ziekte mede gezien als gevolg van een conflict tussen personen. Een gebroken arm wordt niet zozeer veroorzaakt omdat men gevallen is maar omdat iemand in de familie of gemeenschap wil dat de arm breekt. De westerse geneeskunst wordt daarbij beschouwd als symptoombestrijding terwijl traditionele behandelaars de ware oorzaak moeten oplossen.

In de Chinese geneeskunde speelt een verstoorde energiebalans een belangrijke rol in de verklaring van ziektes. Zo wordt gingivitis beschouwd als een verstoring van de energiebalans in de maag waarbij hitte de overhand heeft en worden koude of verkoelende dranken en kruiden ingenomen (Smith et al, 2013). In casus 2 spelen naast terughoudendheid in vragen stellen mogelijk ook deze Chinese denkbeelden een rol in het niet opvolgen van de mondhygiëneadviezen.

Cultureel competent communiceren

De tandarts die een multi-cultureel patiëntenbestand heeft doet er goed aan om zich enigszins te verdiepen in de religieuze en gezondheidsgerelateerde denkbeelden. Scully en Wilson gaan uitgebreid in op de issues die spelen in verschillende culturen wereldwijd. Onderzoek heeft aangetoond dat met cultureel competent communiceren nog veel vooruitgang kan worden geboekt (Brooks et al, 2018b). Zo blijkt uit een literatuuronderzoek dat artsen minder affectief communiceren met niet-westerse patiënten dan met patiënten uit de eigen cultuur. Dit terwijl patiënten uit fijnmazige culturen daar juist meer behoefte hebben (Schouten en Meeuwesen, 2006; Schouten en Schinkel 2015).

Hoewel genoemde culturele modellen inzicht geven in de factoren die een rol kunnen spelen bij cultureel competent communiceren, is het belangrijk om te realiseren dat ook binnen groepen met dezelfde culturele achtergrond verschillen bestaan. Cultuur is bovendien constant onderhevig aan verandering. Vooropgestelde ideeën over hoe iemand met een andere culturele achtergrond denkt of doet zal goede communicatie in de weg kunnen staan. Het belangrijkste voor efficiënte en op de patiënt toegesneden zorg is dat de behandelaar zichzelf openstelt voor andere opvattingen en deze probeert te achterhalen op een niet-beoordelende wijze (Donate-Bartfelt et al, 2013; Garcia et al, 2008). De behandelaar heeft daarvoor goede communicatieve en observatieve vaardigheden nodig (afb. 4).

Afb. 4. Communicatieve en observatieve vaardigheden. (Beeld: Guido van Gerven, Duplo Studio)

Samengevat, de behandelaar:

  • toont respect (oogcontact, lichaamshouding, gesprekstoon, etc.);
  • oordeelt niet te snel en scheidt observatie van interpretatie;
  • is zich bewust van het feit dat mensen andere ideeën kunnen hebben omtrent oorzaak en behandeling van gezondheidsproblemen;
  • toont begrip en empathie (parafraseert, reflecteert enzovoorts);
  • stelt explorerende vragen;
  • is zich bewust van de eigen (sub)cultuur en hoe dit zijn denken en handelen in de praktijk van alledag beïnvloedt.

Bij twijfel over afwijkende denkbeelden moet hieraan extra aandacht worden besteed om helderheid te krijgen. De onderstaande vragen kunnen daarbij helpen:

  • “Wat is volgens u de oorzaak van uw probleem of klacht?”
  • “Waarom zijn uw klachten begonnen denkt u?”
  • “Hoe ernstig is uw probleem/klacht?”
  • ”Hoe heeft het uw activiteiten en sociale contacten beïnvloed?”
  • “Waar bent u het meest bang voor?”
  • “Wat voor behandeling zou u willen ontvangen?”
  • “Hoe denkt u dat ik u kan helpen?”
  • “Wat verwacht u van de behandeling?”

Wanneer de denkbeelden eenmaal duidelijk zijn, kan de tandarts evalueren of hij het behandelplan daarbij kan laten aansluiten. Hij gaat niet in discussie om de denkbeelden te corrigeren, ook al vindt de tandarts deze misschien onjuist, maar probeert de denkbeelden in de behandeling te incorporeren. Het ontwikkelen van deze interculturele competenties is een geleidelijk proces. Reflectie op het eigen handelen en feedback, ook van patiënten, kunnen daarbij helpen.

Werken met tolken

Als de patiënt geen taal spreekt die de behandelaar beheerst, zal er met een formele dan wel informele tolk moeten worden gewerkt. Zonder de juiste informatie van de patiënt kan immers geen goede diagnostiek plaatsvinden en kan de patiënt niet worden geïnformeerd over de verschillende behandelopties. De behandelaar kan dan ook niet voldoen aan de informed-consent verplichting. Soms kan een behandeling eenvoudig met beeldmateriaal en non-verbale communicatie zoals handbewegingen duidelijk worden gemaakt. Is dit niet mogelijk dan volgt de overweging een (in)formele tolk in te zetten. Ook dan is het verstandig om korte vragen te stellen en informatie in kleine brokjes te geven. Dat vergroot de kans dat er correct vertaald wordt en de behandelaar en patiënt de juiste informatie krijgen.

Een informele tolk kan bijvoorbeeld een medewerker binnen de tandartspraktijk zijn die beide talen beheerst, een familielid, vriend of kennis van de patiënt. Het inzetten van minderjarige kinderen van de betreffende patiënt is af te raden. Een informele tolk is zeer geschikt in niet-complexe situaties zoals de extractie van een pijnlijk gebitselement waarbij geen andere behandelopties mogelijk zijn en er veel duidelijk gemaakt kan worden met een handgebaar. Wanneer wel veel uitleg nodig is over verschillende behandelopties bijvoorbeeld heeft het gebruik van een informele tolk een aantal nadelen. In de eerste plaats kan de behandelaar niet goed in schatten hoe taalvaardig de tolk is bij het vertalen en of wel alles volledig en inhoudelijk accuraat wordt vertaald (Schinkel et al, 2018). In de tweede plaats heeft een informele tolk geen geheimhoudingsplicht en werkt niet met een professionele standaard of beroepscode. Bovendien zijn familieleden vaak emotioneel betrokken, zitten per definitie in een loyaliteitsrelatie en kunnen mogelijk een indirect belang bij de zaak hebben. Ten slotte kan het zijn dat het onbeleefd is binnen de cultuur om naar bepaalde zaken te informeren of dat er een taboe rust op het bespreken van zaken in het bijzijn van familie. Dat informele tolken soms wel de voorkeur hebben van patiënten blijkt uit onderzoek onder Turks-Nederlandse patiënten. Zij verwachten dat zelfgekozen informele tolken naast het vertalen ook emotionele steun verlenen en dat zij optreden als belangenbehartigers. Patiënten gaven aan meer controle over het consult te ervaren. Toch concludeert Zendedel dat patiënten en zorgverleners ingelicht moeten worden over de nadelen van het gebruik van informele tolken (Zendedel, 2017).

Wanneer de behandelaar vermoedt dat er mogelijke barrières zijn voor een correcte vertaling dan zal hij moeten kiezen voor een professionele tolk. Deze vertaalt precies vraag en antwoord. Als de behandelaar daaraan twijfelt omdat hij een kort antwoord krijgt terwijl er een lang antwoord van de patiënt aan vooraf ging, moet hij de tolk daaraan herinneren. Hij kan de tolk zo nodig vragen naar een culturele interpretatie van het antwoord.

Op dit moment is het zo geregeld dat de inzet van een professionele tolk bij asielzoekers vergoed wordt door de overheid als bij aanvraag het COA-zorgnummer wordt opgegeven. Het wordt lastiger als de patiënt geen COA-nummer heeft. Dat is het geval zodra de patiënt een verblijfsvergunning heeft gekregen. De patiënt heeft niet altijd de middelen om de kosten van een tolk voor zijn rekening te nemen.

Slotopmerkingen

In dit artikel lag de nadruk op tandartsen met een Nederlandse culturele achtergrond die geconfronteerd worden met patiënten uit een andere culturele achtergrond. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor de tandartsen die zich vanuit het buitenland hier hebben gevestigd of die zijn opgegroeid met een gemengde cultuur, bijvoorbeeld als hun ouders van niet-westerse afkomst zijn. Om alle patiënten goede zorg te kunnen bieden is cultureel competent communiceren noodzakelijk. Dat begint bij de realisatie dat de manier van handelen en communiceren vaak wordt bepaald door de eigen culturele waarden en normen en dat men open en empathisch moet exploreren of die van de patiënt daarmee overeenkomen en waarin juist verschillen.

Literatuur

  • Brooks LA, Manias E, Bloomer MJ. Culturally sensitive communication in health care: A concept analysis. Collegian 2018a; https://doi.org/10.1016/j.colegn.2018.09.007.
  • Brooks LA, Bloomer MJ, Mania E. Culturally sensitive communication at the end-of-life intensive care unit: A systematic review. Aus Crit Care 2018b; https://doi.org/10.1016/j.aucc.2018.07003.
  • Centraal Bureau voor de Statistiek. Prognose: 18,4 miljoen inwoners in Nederland. 2017 Den Haag: CBS, 19 december 2017.
  • Donate-Bartfield E, Lobb WK, Roucka TM. Teaching culturally sensitivecare to dental students: a multidisciplinary approach. J Dental Educ 2014; 78): 454-464.
  • Garcia RI, Cadoret CA, Henshaw M. Multicultural issues in oral health. Dent Clin North Am 2008; 52: 319-332.
  • Hofstede G. Dimensionalizing cultures: the Hofstede model in context. Online Readings in Psychology and Culture 2011; 2: https://scholarworks.gvsu.edu/orpc/vol2/iss1/8/.
  • Meeuwesen L, Tromp F, Schouten BC et al. Cultural differences in managing information during medical interaction: How does the physician get a clue? Patient Educ Couns 2007; 67: 183-190.
  • Salem A, Salem AF. Breaking bad news: current prospective and practical guideline for Muslim countries. J Cancer Educ 2013; 28: 790-794.
  • Schouten BC, Schinkel S. Emotions in primary care: are there cultural differences in the expression of cues and concerns? Patient Educ Couns, 2015; 98: 1346-1351.
  • Schinkel S, Schouten BC, Kerpiclik F et al. Perceptions of barriers to patient participation: Are they due to language, culture or discrimination? Health Commun. 2018; https://doi.org/10.1080/10410236.2018.1500431.
  • Schouten BC, Meeuwesen L. Cultural differences in medical communication: A review of the literature. Patient Educ Couns 2006; 64: 21-34.
  • Smith A, MacEntee MI Beattie BL, et al. The influence of culture on the oral health-related beliefs and behaviours of elderly Chinese immigrants: a meta-synthesis of the literature. J Cross Cult Gerontol 2013; 28: 27-47.
  • Smith AJE. Serie: Communicatie in de tandartspraktijk. Het slechtnieuwsgesprek. Ned Tijdschr Tandheelkd 2019; 4: 191-197.
  • Wachter C, Troein M. A hidden curriculum: Mapping cultural competency in a medical programme. Med Educ 2003; 37: 861-868.
  • Zendedel R. Informal interpreting in Dutch general practice Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, 2017. Academisch proefschrift.

Verantwoording

Voor dit artikel zijn delen tekst overgenomen uit: Smith AJE, Oomen AJM, Truin GJ. Handboek communicatie in de mondzorg. Effectieve gespreksvoering in de dagelijkse praktijk. Houten: Prelum, 2017.

Verdiepingstip

Scully C, Wilson N. Culturally sensitive oral healthcare. London: Quintessence, 2006.

Meer lezen? Log in of word abonnee

Auteursinformatie

  • A.J.E. Smith
  • Uit het Centrum Tandheelkunde en Mondzorgkunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen
  • Datum van acceptatie: 9 mei 2019
  • Adres: A.J.E. Smith, Ant. Deusinglaan 1, 9713 AV Groningen
  • a.j.e.smith@umcg.nl

Reacties

Om ook te reageren moet u eerst inloggen (alleen voor abonnees).

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog