× ABONNEREN

Serie: Communicatie in de tandartspraktijk. Het slechtnieuwsgesprek

Door op 05-04-2019
  • Inleiding
  • Slecht nieuws in de tandheelkundige setting
  • Beleving van het slechte nieuws
  • Strategieën bij het geven van slecht nieuws
  • Het perspectief van de patiënt
  • Structuur van het slechtnieuwsgesprek
  • Tot slot
  • Literatuur
  • Verantwoording
  • Reacties (0)

Leerdoelen
Na het lezen van dit artikel kent u:
- de kenmerken van het slechtnieuwsgesprek
- de strategieën die de tandarts hierin kan toepassen
- de voorkeuren die de patiënt heeft in het ontvangen van slecht nieuws
- de structuur van het slechtnieuwsgesprek.

Inleiding

Gelukkig komt het maar zelden voor dat een tandarts moet vaststellen dat een patiënt aan een levensbedreigende aandoening lijdt. Toch zal hij af en toe informatie moeten delen waarvan hij weet dat dit door de patiënt als slecht nieuws zal worden ervaren. Bij medisch specialisten en artsen is geconstateerd dat het brengen van slecht nieuws stressvol kan zijn, zelfs als zij dit regelmatig doen (Hulsman et al, 2010). De confrontatie met intense emoties van patiënten, zoals angst, verdriet of ontkenning, levert stress op maar ook het ervaren van de eigen gevoelens, zoals onmacht of falen kan stress veroorzaken. Hoe eerlijk moet de medisch specialist of arts zijn en hoe wordt voorkomen dat de boodschap te hard of kil overkomt? Bovendien blijkt dat behandelaars niet vaak getraind zijn in het brengen van slecht nieuws, maar daar wel baat bij zouden hebben (Wakefield et al, 2003; Barnett et al, 2007). De meeste patiënten verwachten dat informatie over slecht nieuws duidelijk en met empathie wordt gebracht. Dit artikel zal inzicht geven in de factoren die belangrijk zijn bij het brengen van slecht nieuws en aanwijzingen geven voor het structureren van een dergelijk gesprek.

Slecht nieuws in de tandheelkundige setting

Het meeste onderzoek naar het slechtnieuwsgesprek komt uit de oncologie. Er is daarbij helaas nog weinig bekend over ervaringen van tandartsen en hun patiënten (Guneri et al, 2013). In de praktijk zal een tandarts die een carcinoom vermoedt de patiënt naar een mka-chirurg verwijzen voor een biopsie of ander aanvullend onderzoek. De verwijzing op zich kan door de patiënt natuurlijk al als slecht nieuws worden ervaren, maar de uitslag wordt waarschijnlijk door de mka-chirurg/oncoloog gegeven. Bij verdenking op een systemische aandoening volgt meestal een verwijzing naar de huisarts.

Slecht nieuws hoeft niet per definitie levensbedreigend te zijn. Vooral in de tandheelkunde gaat het over het brengen van een boodschap of het medelen van een besluit waar niet over kan worden onderhandeld. Alle informatie die een negatieve verandering veroorzaakt in de verwachtingen van de patiënt over de huidige situatie dan wel de toekomst kan worden gezien als slecht nieuws. Een voorbeeld daarvan is casus 1.

Casus 1
Bij patiënt A (51) was anderhalf jaar geleden gebitselement 15 getrokken omdat deze niet meer was te restaureren. De patiënt wilde ècht geen los ding in haar mond en aangezien er in gebitselement 14 een endo zat en gebitselement 16 zwaar was gerestaureerd, werd toen besloten om een brug te maken. Er werd een betalingsregeling getroffen omdat de patiënt weinig financiële middelen had. De laatste afbetaling was 3 maanden geleden. Gisteren hoorde ze tijdens het eten een krak en sindsdien leek het of er wat beweging in de brug zit. Helemaal ontdaan kwam ze bij haar tandarts. Deze constateerde dat gebitselement 14 gefractureerd was, waardoor de brug daar los was gekomen. De brug moest eraf. De tandarts vreesde ook dat gebitselement 14 niet meer als pijler voor een nieuwe brug kon worden gebruikt. Hij bereidde zich voor om het slechte nieuws mee te delen.

Slecht nieuws in de tandheelkunde betreft meestal een verliesboodschap; het verlies van tand of kies door een trauma, cariës of parodontitis (Fiske et al, 1998). Ook behandelvoorstellen die qua esthetiek of herstel van mondgezondheid het beste zijn, maar die de patiënt niet kan betalen, of complicaties bij een behandeling waardoor deze veel langer duurt of veel kostbaarder wordt, kunnen als slecht nieuws ervaren worden. Bij (extreem) angstige patiënten zal bijna elke geconstateerde aandoening slecht nieuws zijn. Een bijzondere vorm van slecht nieuws bestaat wanneer een tandarts zijn patiënt moet meedelen dat hij een fout heeft begaan.

Beleving van het slechte nieuws

Niet al het slechte nieuws in de ogen van de tandarts is ook slecht nieuws in de ogen van de patiënt. Wordt bijvoorbeeld geconstateerd dat het gebit van de patiënt niet meer is te redden en de tandarts een volledige gebitsprothese moet maken, dan kan de tandarts dat zelf slecht nieuws vinden. Zeker als deze jarenlang zijn best heeft gedaan om de dentitie te behouden. De patiënt aan de andere kant zou het wel eens als een grote opluchting kunnen ervaren dat hij dan eindelijk af is van de pijn in zijn gebit. Het feit dat de tandarts juist geen afwijkingen in het gebit kan vinden, kan voor de patiënt slecht nieuws zijn wanneer hij wel klachten ervaart. De vraag wat het dan wel zou kunnen zijn, blijft dan onbeantwoord.

Volgens Buckman is de impact van het slechte nieuws groter naarmate verwachtingen van de patiënt en de realiteit van de situatie verder uit elkaar liggen (Buckman, 2005). De impact hangt niet alleen af van de ‘objectieve’ diagnostische bevindingen, maar ook van de subjectieve beleving van de patiënt. Emotionele reacties van patiënten kunnen vele vormen aannemen, variërend van woede en groot verdriet tot ogenschijnlijke onverschilligheid met alle gradaties in intensiteit daartussen. Culturele en sociaaleconomische factoren spelen een rol, maar ook de gedragingen van de behandelaar.

Strategieën bij het geven van slecht nieuws

De manier waarop slecht nieuws wordt gebracht, kan direct of indirect zijn. De tandarts kan ervoor kiezen de patiënt al of niet op het nieuws voor te bereiden, troost te bieden of gebruik te maken van de zogenoemde empowerment-strategie (tab. 1) (Sparks et al, 2007; Shaw et al, 2012).

Tabel 1. De verschillende communicatiestrategieën voor slecht nieuws.

Indirecte strategie

Bij de indirecte strategie wordt weinig of geen informatie gegeven en is het taalgebruik impliciet. Het onderwerp wordt vermeden en de tandarts probeert de afstand tussen hemzelf en de patiënt te vergroten. De tandarts probeert zo te voorkomen dat hij emotioneel betrokken raakt. Een gesprek volgens deze strategie in casus 1 zou kunnen gaan zoals in de volgende dialoog en afbeelding 1.

Tandarts: “Ik heb eens even goed naar de brug gekeken. U zei dat u een krak hoorde. Wat was u aan het eten?”
Patiënt: “Nou, niet zoveel bijzonders, een salade met witlof, rozijnen en stukjes walnoot.”
Tandarts: “Tja.. Als je flink op een hard stukje noot dichtbijt, kan er wel eens veel kracht op de kiezen komen. Doet de kies ook zeer?”


Afb. 1. Een slechtnieuwsgesprek volgens de indirecte strategie. (Fotograaf: Joost Hoving)

Directe strategie

Bij de directe strategie wordt het slechte nieuws zonder veel omhaal meegedeeld, waarbij de tandarts ervoor zorgt dat beide partijen elkaars standpunt begrijpen. Weer wordt als voorbeeld casus 1 gebruikt.

Tandarts: “Ik heb eens even goed naar de brug gekeken. Er zit een breuk in de voorste kies waarop de brug steunt. Ik zal de brug er af moeten halen om te zien of die kies nog te redden is.”
Patiënt (schrikt merkbaar): “Eraf halen? U bedoelt de hele brug?”
Tandarts: “Ja, de hele brug moet eraf gehaald worden om te beoordelen of de voorste kies nog gebruikt kan worden voor het maken van een nieuwe brug.”
Patiënt (met enige stemverheffing en vochtige ogen): “Maar, ik heb deze brug net afbetaald!”
Tandarts: “Ik kan me voorstellen dat dit rauw op uw dak komt. Laten we er voor zorgen dat het gat weer opgevuld wordt.”

Comfortstrategie

De tandarts probeert om de emotionele stressreactie van de patiënt te verlichten door deze bespreekbaar te maken. Hierbij kan zowel verbale als non-verbale communicatie worden gebruikt. Het is daarbij wel belangrijk dat de boodschap niet wordt gebagatelliseerd. Aanraking, bijvoorbeeld een hand op arm of schouder van de patiënt, kan een positief effect hebben bij de juiste categorie patiënten en op het juiste moment. Het is een kwestie van ervaring en aanvoelen van de situatie. Het hangt ook samen met hoe de tandarts normaal omgaat met zijn patiënten. Als de tandarts vraag of de patiënt erg is geschrokken toen ze merkte dat de brug los zat, zou het gesprek verder kunnen gaan als in afbeelding 2.


Afb. 2. Een slechtnieuwsgesprek volgens de comfortstrategie. (Fotograaf: Joost Hoving)

Empowerment-strategie

De empowerment-strategie richt zich op het verhogen van het geloof van de patiënt in het eigen kunnen (self-efficacy) en het teruggeven van de controle aan de patiënt door, waar mogelijk, keuzes voor te leggen in de behandelstrategie.

Tandarts (nadat het slechte nieuws is gebracht en verwerkt door de patiënt): “Ik kan het nog niet met zekerheid zeggen, maar ik denk dat ik deze brug niet meer kan gebruiken en dat de voorste kies mogelijk ook verloren is. Aan welke oplossing zit u zelf te denken?”
Patiënt: “Ja, weet ík veel!? U bent de tandarts. Moet ik zeker zo’n gebitje, maar dat zit los. Dat wil ik helemaal niet.
Tandarts: “Wat bedoel bedoelt u precies met een gebitje?”

Patiënt: “Nou plastic kiezen aan een plaatje dat ’s nachts in zo’n bakje moet!”
Tandarts: “Dat lijkt u dus geen goede oplossing hoor ik. Laten we dan eens kijken of er nog andere mogelijkheden zijn.”

De tandarts in deze casus kan nu een aantal alternatieven voorleggen en daarna bij de patiënt informeren wat deze hiervan vindt. Eventueel bespreekt de tandarts de mogelijkheid om haar in de kosten tegemoet te komen, gezien de korte levensduur van de brug. De tandarts maakt in dit geval een vervolgafspraak zodat de patiënt met haar partner thuis kan overleggen en er nog eens goed over kan nadenken. Tijdens de vervolgafspraak maken ze samen een beslissing.

De Wet op geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) legt vast dat (tand)artsen de patiënt op een begrijpelijke manier moeten informeren over diagnose en behandeling. Bij de indirecte strategie blijft deze informatie vaak impliciet. Uit wettelijke en ethische overwegingen gebruiken de meeste behandelaars daarom de directe strategie vaak in combinatie met de comfortstrategie (Shaw et al, 2012). Patiënten krijgen op deze manier goede informatie om beslissingen te nemen en hun autonomie wordt bevorderd. De empowerment-strategie wordt weinig gebruikt maar kan in de latere fase van het slechtnieuwsgesprek een goede aanvulling zijn. Door de patiënt actief te betrekken zou deze uiteindelijk beter om kunnen gaan met het slechte nieuws.

Het perspectief van de patiënt

Er is de laatste 10 jaar veel onderzoek gedaan naar de wijze waarop slecht nieuws door de behandelaar wordt overgebracht en naar de voorkeuren van patiënten hierbij. Daartussen blijkt verschil te zitten (Girgis et al, 2010). Patiënten vinden het erg belangrijk dat de behandelaar kennis van zaken heeft en de tijd neemt om hen ongestoord uitleg te geven over prognoses en behandelopties. Zij verwachten bovendien dat informatie over slecht nieuws met empathie wordt gebracht en dat er gelegenheid tot het stellen van vragen wordt gegeven (Fujimori en Uchitomi, 2009). Uit onderzoek blijkt dat affectieve communicatie door de behandelaar gevoelens van angst en onzekerheid bij de patiënt kan verminderen en leidt tot betere informatieverwerking (Van Osch et al, 2014). Opvallend is dat de ernst van het slechte nieuws een ondergeschikte rol speelt. Van belang is juist de combinatie van emotionele ondersteuning èn goede informatie. Het een kan het andere niet compenseren om patiënten tevreden te stellen.

Onderzoek naar de invloed van demografische factoren laat zien dat er kleine verschillen zijn in de manier waarop patiënten slecht nieuws willen ontvangen (Al-Shadli et al, 2001; Barclay et al, 2007; Salem en Salem, 2013). Zo geven jongere patiënten en patiënten van Kaukasische afkomst de voorkeur aan de directe strategie en willen zij volledig worden geïnformeerd terwijl oudere patiënten met weinig opleiding en patiënten van Aziatische en Latijns-Amerikaanse afkomst eerder willen worden gerustgesteld. Het gaat hier wat te ver om daar uitgebreider op in te gaan. De behandelaar moet kort samengevat inspelen op de communicatieve behoeften van de individuele patiënt binnen de psychologische en sociale context. Dit is overeenkomstig met het biopsychosociale zorgmodel dat in de westerse samenleving tegenwoordig wordt gehanteerd. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de ziekte van de patiënt en een recept/behandeling daarvoor, maar ook naar psychologische en omgevingsfactoren die een rol spelen en de keuze van de behandeling bepalen. De tandarts kan deze factoren in kaart brengen door de principes van patiëntgerichte communicatie te volgen. Deze patiëntgerichte benadering is ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Carl Rogers en geeft hogere tevredenheid met de communicatie en ontvangen zorg. Ook beïnvloedt deze benadering de therapietrouw positief (Wanzer et al, 2004). Basisbeginselen zijn:

  • het tot stand brengen van een goede relatie met de patiënt;
  • het onderzoeken hoe de patiënt zijn ziekte ervaart (cognitieve en emotionele dimensie);
  • het exploreren en begrijpen van de psychosociale factoren die daarbij een rol spelen (sociale dimensie).

Structuur van het slechtnieuwsgesprek

Omdat communicatie over slecht nieuws een complex proces is, zijn er verschillende richtlijnen ontwikkeld om een slechtnieuwsgesprek te structureren (afb. 3) (Voorendonk, 1992; Buckman, 2005). Onderzoek naar het gebruik van deze gespreksstructuren toont aan dat zij voor een groot deel voldoen aan de wensen van de patiënt. Patiënten blijken wel meer aandacht te willen voor het verloop van de aandoening en het effect van de ziekte en behandeling op hun dagelijks leven. Ook willen zij dat de behandelaar controleert of de patiënt de informatie heeft begrepen en maken zij graag een tweede afspraak om tijd te hebben om na te kunnen denken over de behandelopties. Patiënten vinden het vaak prettig om iemand mee te nemen ter ondersteuning (Seifart et al, 2014). De behandelaar die op grond van zijn eerste ontmoeting met de patiënt vermoedt dat er slecht nieuws moet worden verteld, kan hierop inspelen door de patiënt te vragen iemand mee te nemen. Als reden kan daarbij worden vermeld dat de mondsituatie complex is en dat er mogelijk moeilijke keuzes gemaakt moeten worden en dat 2 mensen meer horen dan 1. Bij een emotioneel beladen boodschap is bekend dat informatie door de ontvanger zelden volledig wordt opgenomen.


Afb. 3. Structuur van een slechtnieuwsgesprek. De SPIKES-methode. (Illustrator: Guido van Gerven, Duplo Studio)

Voorbereiding

De tandarts zal eerst voldoende informatie moeten verzamelen voor een eenduidige diagnose of constatering die het slechtnieuwsgesprek rechtvaardigt. Daarbij moet ook de houding van de patiënt ten aanzien van zijn gebit in overweging worden genomen. Dit kan namelijk inzicht geven in de manier waarop de patiënt zal reageren. De patiënt kan volkomen (onaangenaam) verrast worden wanneer de tandarts tijdens een intake constateert dat de oorzaak van die ene loszittende molaar ernstige gegeneraliseerde parodontitis is, waarbij extractie van de molaar of zelfs van de hele dentitie geïndiceerd is. Anders is de situatie wanneer de patiënt al op de hoogte is doordat hij in het verleden al meerdere keren geïnformeerd is over de slechte parodontale staat van zijn gebit. Vraag dus door op wat de patiënt denkt dat het probleem is en wat hem daarover al is verteld.

Na vaststelling van de noodzaak voor het slechte nieuws en de inschatting van de impact ervan, zal de tandarts moeten nadenken hoe en wanneer hij het nieuws zal brengen. De tandarts kijkt wanneer hij dat in alle rust kan doen, zonder inbreuk van telefoon of medewerkers die de ruimte in- en uitlopen. Hij vraagt de patiënt eventueel iemand mee te nemen ter ondersteuning. Een voorbeeld hiervan is beschreven in casus 2.

Casus 2
Tijdens het periodiek onderzoek bij een patiënt ziet de tandarts op de linkerzijkant van de tong een witte slijmvliesafwijking. Deze voelt bij palperen ietwat verhard aan. De patiënt heeft verder geen klachten en kan zich niet herinneren dat zij onlangs op de tong heeft gebeten. De tandarts twijfelt of de slijmvliesafwijking een gevolg is van een maligne proces of misschien toch irritatie als gevolg van een scherpe restauratie of herhaald tongbijten. Hij wil de patiënt graag doorsturen naar een mka-chirurg/oncoloog voor verder aanvullend onderzoek en diagnostiek. Omdat de tandarts nog geen definitieve diagnose kan stellen, moet hij goed nadenken over de manier waarop hij zijn ‘slechte nieuws’ verwoordt. Hij zal de patiënt niet nodeloos ongerust willen maken, maar aan de andere kant er wel voor willen zorgen dat de patiënt zich laat onderzoeken.

Tandarts: “Ik heb net bij u in de mond gekeken en ik weet niet zeker wat de oorzaak is van de witte slijmvliesafwijking die ik op de tong heb gezien. Ik zou dat door de kaakchirurg verder willen laten onderzoeken. Ik zal een verwijsbrief schrijven en zou graag willen dat u daar een afspraak maakt.”
Patiënt: “Het is toch hoop ik niets ernstigs...?”
Tandarts: “Meestal niet, maar dat kan ik niet met zekerheid zeggen en daarom wil ik graag dat u het door een expert laat bekijken.”

Een valkuil is dat de tandarts de ernst van de boodschap voor de patiënt onderschat en onvoldoende tijd neemt voor het gesprek. Het slechtnieuwsgesprek wordt daarom niet per telefoon gevoerd. Bij voorkeur wordt het gesprek aan het eind van de werkdag gepland, zodat de tandarts niet gehaast is door nog meer wachtende patiënten in de wachtkamer.

Meedelen van het nieuws (klap uitdelen)

Wanneer het plan of de uitslag van een onderzoek slecht nieuws kan bevatten, is het belangrijk om de bespreking snel in te plannen en niet te lang te wachten. Na een korte inleiding ter plekke kan de tandarts het slechtnieuwsgesprek beginnen met een open vraag over hoe het de patiënt sinds de laatste ontmoeting is vergaan. Wat heeft hij meegekregen van wat er toen is verteld en hoe heeft hij dat ervaren? Dat stelt de tandarts in de gelegenheid om een inschatting te maken hoeveel informatie de patiënt wil of kan ontvangen. Een patiënt die veel vragen stelt, zal ook veel informatie willen hebben. Als er een vriend of familielid is meegekomen, kan de communicatie over en weer tussen patiënt en begeleider aanwijzingen opleveren over de wenselijkheid van een wat meer indirecte strategie. Dat kan als de tandarts denkt dat hij de patiënt psychisch zou schaden met te expliciete informatie (bijvoorbeeld een hypochondrische patiënt).

Na de inleiding deelt de tandarts het slechte nieuws kort en bondig mee. Hij doet dat op een begripvolle manier en zonder gebruik van jargon. Jargon kan afstand creëren waardoor het voor de patiënt lastiger wordt om extra informatie te vragen. De tandarts doseert de hoeveelheid informatie.

Ruimte voor emotie (klap opvangen)

Na het brengen van de boodschap laat de tandarts even een stilte vallen om de patiënt in staat te stellen zijn emoties te ervaren en te reageren. Het verwerken van emoties kan lastig zijn voor de patiënt. Toch is het belangrijk om deze emoties boven tafel te krijgen omdat de patiënt weinig informatie meer zal opnemen totdat de intensiteit van de emoties weer is afgenomen. Met een vraag als: “Waar denkt u nu aan?” kan de tandarts de patiënt aanmoedigen zijn emoties te uiten. Hij reageert daarop met begrip door bijvoorbeeld het geven van een gevoelsreflectie die past bij de emotionele reactie van de patiënt. Met de juiste intensiteit voorkomt de tandarts dat hij de emotie van de patiënt bagatelliseert of juist overdrijft.

De tandarts zal de neiging moeten onderdrukken om te snel het slechte nieuws te willen toelichten. De stelregel is: eerst de emotie, dan de inhoud. Voordat de tandarts met de volgende fase begint schat hij in of de patiënt klaar is voor het vervolg van het gesprek of dat dit alleen maar zo lijkt te zijn. Een indicatie hiervoor kan zijn dat de patiënt een vraag stelt of weer oogcontact zoekt met de tandarts.

Toelichting van de boodschap

De behandelaar licht de boodschap toe met relevante informatie zodra de patiënt daar klaar voor is. In deze toelichting legt hij uit op grond waarvan hij tot zijn conclusie/diagnose is gekomen en beantwoordt hij vragen. Hij vermijdt onnodig discussiëren en controleert regelmatig of de uitleg wordt begrepen, door bijvoorbeeld te vragen of de patiënt in eigen woorden nog eens de voor hem belangrijkste punten kan samenvatten.

Zoeken naar oplossingen

In de laatste fase van het slechtnieuwsgesprek wordt de patiënt betrokken bij het zoeken naar oplossingen zodat hij medeverantwoordelijk wordt voor de vervolgstappen. Er is dan aandacht voor acceptatie van het nieuws en emotionele coping. Kan de patiënt steun krijgen van familie en/of vriendenkring? Wat kan hij zelf aan het probleem doen? Wat zijn de mogelijke oplossingen of behandelalternatieven en de voor- en nadelen daarvan? Het benoemen van het ‘goede nieuws’ met betrekking tot de effecten van de behandelopties zou een positief effect kunnen hebben op de tevredenheid van de patiënt over het slechtnieuwsgesprek en ook met betrekking tot het volgen van behandelinstructies (Legg en Sweeny, 2015). Wanneer de tandarts er zeker van is dat de patiënt geen vragen meer heeft, kan hij samenvatten welke behandeling is overeengekomen en deze zorgvuldig registreren, contactgegevens voor vragen verifieren en eventueel folders over de behandeling meegeven. Bij sterk ingrijpende behandelingen kan een tweede consult worden ingepland om de opties nog eens te bespreken.

Een slechtnieuwsgesprek zal niet altijd zo lineair verlopen als hierboven is geschetst. Het kan voorkomen dat bij het horen van de uitleg de emotie opnieuw de overhand krijgt. Het gesprek zal dan weer een stap terug gaan en de emoties zullen opnieuw opgevangen moeten worden, voordat weer nieuwe informatie wordt gegeven of oplossingen worden aangedragen. In het kader staan nog enkele aandachtspunten.

Tot slot

Uit voorgaande mag duidelijk zijn dat het brengen van slecht nieuws lastig is en dat het ook voor de tandarts de nodige stress met zich mee kan brengen. Dat maakt een goede voorbereiding noodzakelijk. Er moet duidelijk worden vastgesteld dat de boodschap van dien aard is dat er niet over kan worden onderhandeld. In de anamnese zal aandacht moeten zijn voor sociale en psychologische factoren om een goede inschatting te maken van de wijze waarop de boodschap moet worden gebracht. Het aanbrengen van structuur zal daarbij helpen.

Aandachtspunten
- Wees expliciet in het meedelen van het slechte nieuws en laat de patiënt er niet naar raden.
- Weersta de verleiding om de positieve kanten van de boodschap te benadrukken (pil vergulden).
- Voer het slechtnieuwsgesprek zelf en in persoon, niet door een ander of over de telefoon.
- Richt u tot de patiënt zelf en voer het gesprek niet buiten de patiënt om met de familie/begeleider.
- Kom vlot ter zake, stel het slechte nieuws niet uit door het eerst over andere zaken te hebben.
- Geef de patiënt de ruimte en tijd om zijn emoties te uiten en begin niet te snel met toelichten.
- Schiet niet in de verdediging als een patiënt zijn boosheid uit over zaken die tijdens het proces zijn misgelopen. Laat weten dat het u spijt dat het zo gelopen is in het geval dat u zelf of de praktijk hiervoor verantwoordelijk is.
- Vraag naar zorgen en verwachtingen van de patiënt en ga er niet vanuit dat u die kent.

Literatuur

  • Al-Shadli AM, Bener A, Brebner J, Dunn EV. Asthma diagnosis and management in adults: is the risk of underdiagnoses and undertreatment related to patients’ educational levels? J Asthma 2001; 38: 121-126.
  • Barclay JS, Blackhall LJ Tulsky JA. Communication strategies and cultural issues in the delivery of bad news. J Palliat Med 2007; 10: 958-977.
  • Barnett MM, Fisher JD, Cooke H, James PR, Dale J. Breaking bad news: consultants’ experience, previous education and views on educational format and timing. Med Educ 2007; 41: 947-956.
  • Buckman RA. Breaking bad news: the SPIKES strategy. Community Oncol 2005; 2: 138-142.
  • Fiske J, Davis DM, Frances C, Gelbier S. The emotional effects of tooth loss in edentulous people. Br Dent J 1998; 184: 90-93.
  • Fujimori M, Uchitomi Y. Preferences of cancer patients regarding communication of bad news: a systematic literature review. Jpn J Clin Oncol 2009; 39: 201-216.
  • Girgis A, Sanson-Fisher RW, Shofiels MJ. Is there consensus between breast cancer patients and providers on guidelines on breaking bad news? Behav Med 1999; 25: 69-77.
  • Guneri P, Epstein J, Botto W. Breaking bad medical news in a dental care setting. J Am Dent Assoc 2013; 144: 381-386.
  • Hulsman RL, Pranger S, Koot S et al. How stressful is doctor-patient communication? Physiological and psychological stress of medical students in simulated history taking and bad-news consultations. Int J Psychophysiol 2010; 77: 26-34.
  • Legg AM, Sweeny K. Blended news delivery in healthcare: a framework for injecting good news into bad news conversations. Health Psychol Rev 2015; 9: 452–468.
  • Osch M van, Sep M, Vliet LM van et al. Reducing patients’ anxiety and uncertainty, and Improving recall in bad news consultations. Health Psychol 2014; 33: 1382–1390.
  • Salem A, Salem AF. Breaking bad news: current prospective and practical guideline for Muslim countries. J Cancer Educ 2013; 28: 790-794.
  • Seifart C, Hofmann M, Bär T et al. Breaking bad news – what patients want and what they get: evaluating the SPIKES protocol in Germany. Ann Oncol 2014; 25: 707-711.
  • Shaw J, Dunn S, Heinrich P. Managing the delivery of bad news: an indepth analysis of doctors’ delivery style. Patient Educ Couns 2012; 87: 186-192.
  • Sparks L, Villagran MM, Parker-Raley J, Cunningham CB. A patientcentered approach to breaking bad news: communication guidelines for health care providers. J Appl Comm Res 2007: 35: 177-196.
  • Voorendonk RH. Het slecht-nieuwsgesprek. In: Korswagen CJJ. Drieluik mondelinge communicatie. Houten, Bohn Stafleu van Lochem, 1992.
  • Wakefield A, Cooke S, Boggis C. Learning together: use of simulated patients with nursing and medical students for breaking bad news. Int J Palliat Nurs 2003; 9: 32-38.
  • Wanzer MB, Booth-Butterfield M, Gruber K. Perceptions of health care providers’ communication: relationship between patient-centered communication and satisfaction. Health Commun 2004; 16: 363-383.

Verantwoording

Voor dit artikel zijn delen tekst overgenomen uit: Smith AJE, Oomen AJM, Truin GJ. Handboek communicatie in de mondzorg. Effectieve gespreksvoering in de dagelijkse praktijk. Houten: Prelum, 2017.

Lees verder

Meer lezen? Log in of word abonnee

Auteursinformatie

  • A.J.E. Smith
  • Uit de afdeling Centrum Tandheelkunde en Mondzorgkunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen
  • Datum van acceptatie: 25 februari 2019
  • Adres: A.J.E. Smith, Ant. Deusinglaan 1, 9713 AV Groningen
  • a.j.e.smith@umcg.nl

Download bij dit artikel