× ABONNEREN

Serie: Medicamenten en mondzorg. Bijwerkingen van medicatie op de orale mucosa

  • Inleiding
  • Mogelijke bijwerkingen op de orale mucosa
  • Conclusie
  •  Literatuur
  • Reacties (2)

Samenvatting

Veel in Nederland voorgeschreven medicijnen hebben bijwerkingen op de orale mucosa. Bijwerkingen die vaak beschreven worden zijn stomatitis, witte laesies, pigmentafwijkingen en sensibiliteitsstoornissen. Stomatitis wordt frequent gezien bij gebruikers van medicijnen die gebruikt worden bij de behandeling van maligniteiten en auto-immuunziekten. Belangrijke geneesmiddelengroepen hierin zijn alkylerende middelen, antracyclinederivaten, monoclonale antilichamen, proteïnekinaseremmers, purinederivaten, pyrimidine-antagonisten, taxanen en vinca-alkaloïden. Witte laesies betreffen vaak Candida-infecties, en worden vooral gezien bij gebruik van bepaalde soorten immunosuppressiva en antibiotica. Pigmentafwijkingen worden vaak gezien bij gebruik van hydroxycarbamide, een oncolyticum. Sensibiliteitsstoornissen van de mondholte worden bij gebruik van diverse medicatie gezien, waaronder proteïnekinaseremmers. Voor mondzorgverleners is het van groot belang mogelijke bijwerkingen op de orale mucosa te herkennen. Indien aannemelijk is dat een symptomatische afwijking wordt veroorzaakt door een medicament, dient men te overleggen met de voorschrijvend arts of de medicatie kan worden aangepast of gestaakt.

Meer lezen? Log in of word abonnee

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog

Auteursinformatie

  • W. Rooijers1, W.M.H. Rademacher1,2, J.E Raber-Durlacher1,2, Y. Aziz1, A.P. Hielema3, F.R. Rozema1,2
  • Uit 1de afdeling Orale Geneeskunde van het Academisch Centrum Tandheelkunde, 2de afdeling Mond-, Kaak- en Aangezichtschirurgie vaan het Amsterdam UMC/Universiteit van Amsterdam en 3de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie in Den Haag
  • Datum van acceptatie: 18 mei 2020
  • Adres: W. Rooijers, ACTA, Gustav Mahlerlaan 3004, 1081 LA Amsterdam
  • Wietse.rooijers@acta.nl

Reacties

Tuesday 28th July 2020 — NTVT Redactie
Collega, bedankt voor uw reactie op ons artikel over mucosale bijwerkingen van medicatie. U stelt een terechte vraag, namelijk: waarom staan er geen geneesmiddelen die vallen onder de inhalatiemedicatie in het overzicht? Een bekende bijwerking van inhalatiecorticosteroïden, die vaak worden voorgeschreven bij astma en COPD, is immers orofaryngeale candidiasis. Deze geneesmiddelen worden door Nederlandse patiënten veel gebruikt. Het zou dan ook zinvol zijn om adviezen te geven voor de algemeen practicus die bij een patiënt het vermoeden heeft op orofaryngeale candidiasis als bijwerking van inhalatiemedicatie. De reden dat de inhalatiemedicatie niet in het overzicht zijn opgenomen heeft een oorsprong in de definities van de verschillende bijwerkingen die gebruikt zijn in de database die ten grondslag ligt aan het artikel. Om praktische redenen zijn in de gebruikte database bijwerkingen van medicijnen opgenomen die zoveel mogelijk zijn toegespitst op de orale mucosa. Derhalve is de bijwerking ‘orale candidiasis’ wel meegenomen in de resultaten, maar de bredere term ‘orofaryngeale candidiasis’ niet. Het Informatorium Medicamentorium, het instituut dat de data leverde voor de in dit artikel gebruikte database, en het Farmacotherapeutisch Kompas beschrijven voor veel inhalatiemedicijnen wél de bredere term orofaryngeale candidiasis, maar niet de toegespitste term orale candidiasis. Zodoende zijn de inhalatiemedicatie buiten het overzicht gebleven. Het is inderdaad goed om de algemeen practicus van een aantal adviezen te voorzien in het kader van patiënten met bijwerkingen ten gevolge van inhalatiemedicatie. We zullen de komende tijd te werken aan een artikel voor de rubriek 'Hoe zit het nu eigenlijk?!' over deze vaak verstrekte inhalatiemedicatie. Wietse Rooijers, arts-onderzoeker ACTA, en coauteurs
Tuesday 28th July 2020 — T.H. van den Berg
Bij deze wil ik collega Rooijers et al bedanken voor de mooie uiteenzetting van de bijwerkingen van medicatie op de orale mucosa in de NTVT-editie van juli & augustus. U geeft in het artikel een indeling van de verschillende mucosa-afwijkingen. Ik begrijp dat u niet alle medicijnen met invloed op de mucosa kunt behandelen en dat u daarom alleen medicijnen opneemt die bij meer dan 1% van de patiënten de bijwerking vertoond. Daarbij benoemt u medicijnen die in zeer specialistische setting onder zeer gecontroleerde situaties verstrekt worden aan patiënten die een behandeling voor een malignitiet ondergaan. De algemeen practicus zal deze patiënten gedurende hun specialistische behandelingsperiode vrijwel nooit zien en zou daarom nooit echt inhoudelijke adviezen durven geven. Ik vraag mij af waarom u eigenlijk een hele grote groep van medicatie voor de luchwegen met bijwerkingen op de orale mucosa buiten beschouwing heeft gelaten. Het gaat dan om de inhalatie medicatie met glucocorticoïd zoals Seritide™ (319.000), Flixotide™ (215.000), Qvar™ (77.000), Pulmicort™ (64.000), Alvesco™ (59.000). Deze groep medicamenten tegen astma heeft 734.000 gebruikers en dus bijna 3 maal meer gebruikers dan uw nummer 2 met meeste gebruikers (namelijk miconazol). Volgens het Farmacotherapeutisch Kompas komen de bijwerking candidiasis van mond en keel vaak (1-10%) voor bij al deze medicatie. Zou u nog kunnen ingaan op het juiste gebruik van dit medicament en op de adviezen die de algemeen practici zouden kunnen geven als orofaryngeale candidiasis ten gevolge van gebruik van inhalatiemedicatie met glucocorticoïd wordt vermoed. Daarbij komt dat in tegenstelling tot uw top 5 medicatie die voornamelijk bestaat uit antimicrobiële middelen met kortdurend gebruik, de inhalatie glucocorticoïden meestal langdurig gecontinueerd moet worden en niet gemakkelijk gestopt of gewijzigd kan worden.

Om ook te reageren moet u eerst inloggen (alleen voor abonnees).

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog