× ABONNEREN

Serie: Medicamenten en mondzorg. Hyperpigmentatie van de orale slijmvliezen door afamelanotide

  • Inleiding
  • Werkingsmechanisme en indicaties
  • Verkrijgbaarheid en toediening
  • Literatuuroverzicht van bijwerkingen
  • Discussie
  • Literatuur
  • Reacties (0)

Samenvatting

Het medicament afamelanotide is een analoog van α-melanocytstimulerend hormoon. Het bevordert de pigmentatie van de huid en biedt daardoor bescherming tegen zonlicht. In de dermatologie lijkt afamelanotide heilzaam bij polymorfe lichteruptie, zonne-urticaria,
erytropoëtische protoporfyrie, de ziekte van Hailey-Hailey, vitiligo en acne vulgaris. Voor niet-medicinale toepassing is afamelanotide verkrijgbaar voor het snel en eenvoudig bruinen van de huid. In de wetenschappelijke literatuur is als bijwerking van afamelanotide melding gemaakt van ontwikkeling en verergering van melanocytaire naevi, ontaarding van melanocytaire naevi in melanomen, melanonychia, systemische intoxicatie, rabdomyolyse, posterieur reversibel encefalopathiesyndroom, priapisme en hyperpigmentatie van orale slijmvliezen. Daarnaast zijn tal van bijwerkingen gemeld bij het Bijwerkingencentrum LAREB en tal van bijwerkingen bij overdosering van afamelanotide bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum. Tandartsen moeten attent zijn op
hyperpigmentatie van de orale slijmvliezen door afamelanotide.

 
Leerdoelen
Na het lezen van dit artikel bent u:
- op de hoogte van de werking en de potentiële bijwerkingen, waaronder hyperpigmentatie van de orale slijmvliezen, van het medicament afamelanotide.
 
Wat weten we?
Medicamenten en zelfzorgmiddelen kunnen diverse bijwerkingen hebben op de orale slijmvliezen, waaronder intrinsieke verkleuring. Tot nu toe is deze intrinsieke verkleuring gemeld bij gebruik van Staloral®, minocycline, anticonceptiva en hydroxychloroquine.
Wat is nieuw?
Afamelanotide is voor niet-medicinale, illegale toepassing verkrijgbaar onder de merknaam Melanotan®. Hierover zijn vele bijwerkingen gemeld, waaronder hyperpigmentatie van de orale slijmvliezen.
Praktijktoepassing
Bij verdenking op of waarneming van een opvallend bruine huid, melanocytaire naevi en/of hyperpigmentatie van de orale slijmvliezen dienen mondzorgverleners anamnestisch door te vragen naar het gebruik van Melanotan® en te wijzen op de potentiële risico’s van dit zelfzorgmiddel.

Inleiding

Medicamenten en zelfzorgmiddelen kunnen diverse bijwerkingen hebben op de orale slijmvliezen, waaronder intrinsieke verkleuring. Intrinsieke verkleuring van de orale slijmvliezen komt het meest voor in de gingiva en is vaak gebaseerd op hyperpigmentatie. Tot nu toe is dit in de wetenschappelijke literatuur gemeld bij gebruik van Staloral®, minocycline, anticonceptiva en hydroxychloroquine (De Baat et al, 2018). Sinds kort is een instrument beschikbaar dat onder andere orale bijwerkingen van medicamenten registreert, de zogenoemde MTI-scanner (intermezzo 1). In de MTI-scanner wordt melding gemaakt van 5 andere medicamenten die ook deze bijwerking hebben. Dit zijn de oncolytica hydroxycarbamide, doxorubicine, epirubicine en het interferon peginterferon alfa-2b (Rademacher et al, 2019). Een niet eerder genoemd, relatief nieuw medicament dat ook hyperpigmentatie van de orale slijmvliezen kan veroorzaken, is afamelanotide.

 
Intermezzo 1. De MTI-scanner
De MTI-scanner, voluit de medisch tandheelkundige interactie-scanner, is een digitaal hulpmiddel dat mondzorgverleners ondersteunt bij het afnemen van de medische anamnese en koppelt daarbij de verkregen informatie aan beschikbare literatuur. Hierdoor wordt het mogelijk om zorgverleners te voorzien van patiënt-specifieke aanbevelingen over potentiële medicatiebijwerkingen, intraorale manifestaties van lichamelijke aandoeningen en het voorkomen van acute situaties.
In de januari-editie van 2019 is een artikel verschenen waarin wordt beschreven waaruit de MTI-scanner bestaat, hoe deze werkt en waar deze beschikbaar is.

In dit artikel wordt een actueel narratief overzicht gepresenteerd van de internationale wetenschappelijke literatuur over de werking en de potentiële bijwerkingen van afamelanotide. In Nederland is afamelanotide geregistreerd voor de preventie van fototoxiciteit bij volwassenen met de genetische ziekte erytropoëtische protoporfyrie (EPP).

Werkingsmechanisme en indicaties

Afamelanotide is een synthetische analoog van α-melano­cytstimulerend hormoon (α-MSH). Evenals het hormoon activeert afamelanotide in de huid de synthese van melanine uit melanocyten (pigmentcellen). Hierdoor wordt de huid in gebieden waar voldoende melanocyten aanwezig zijn donkerder van kleur (Minder et al, 2017).

Bewezen is dat subcutane injectie van afamelanotide de pigmentatie van de huid bevordert in gebieden waar voldoende melanocyten aanwezig zijn en daardoor bescherming van de huid biedt tegen zonlicht, vooral bij mensen met een type huid dat erg gevoelig is voor verbranding door zonlicht. Deze bescherming van de huid en de extra pigmentatie verdwijnen geleidelijk weer, tenzij afamelanotide opnieuw wordt toegediend (Barnetson et al, 2006; FitzGerald et al, 2006).

In de dermatologie is een gunstig effect van afamelanotide beschreven bij polymorfe lichteruptie (PMLE), zonne-urticaria, erytropoëtische protoporfyrie (EPP), de ziekte van Hailey-Hailey, vitiligo en acne vulgaris (Minder et al, 2017; McNeil et al, 2018). Bij polymorfe lichteruptie ontstaan onder invloed van zonlicht jeukende papulovesiculaire huidlaesies. Tot nu toe heeft alleen een farmaceutisch bedrijf een gunstig effect van afamelanotide op deze aandoening gemeld. Onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek is nog niet gepubliceerd. Zonne-urticaria zijn zelden voorkomende jeukende, rode zwellingen die binnen enkele minuten kunnen ontstaan op huiddelen die eerder vrijwel nooit zijn blootgesteld aan zonlicht. Bij 5 patiënten is onder invloed van afamelanotide een reductie van zonne-urticaria vastgesteld (Haylett et al, 2011). Erytropoëtische protoporfyrie is een zeldzame genetische ziekte die wordt gekenmerkt door deficiëntie van een enzym in de biosynthese van haem met ophoping van de fotosensitieve stof protoporfyrine in de huid. Onder invloed van licht veroorzaakt dit erytheem, branderigheid en beschadigingen van de huid. Volgens een literatuuroverzicht levert afamelanotide een wezenlijke bijdrage aan de bestrijding van fototoxiciteit bij erytropoëtische protoporfyrie (Kim en Garnock-Jones, 2016). De zeldzame en eveneens genetische ziekte van Hailey-Hailey, ook wel familiaire benigne chronische pemphigus genoemd, manifesteert zich met erytheem, maceratie, blaarvorming en secundair superinfecties in de huidplooien van het lichaam. Bij 2 patiënten bleek de ziekte 60 dagen na toediening van afamelanotide volledig in remissie (Biolcati et al, 2014). Vitiligo is een auto-immuunziekte waarbij de melanocyten in de huid verdwijnen. Hierdoor ontstaan huidgebieden met hypo- en depigmentatie. Deze gebieden vallen extra op bij mensen met een donkere huidskleur (afb. 1). Medicatie met afamelanotide in combinatie met fototherapie liet bij 4 patiënten zien dat in aangetaste huidgebieden de pigmentatie kan terugkeren (Grimes et al, 2013). Onderzoek van Lim et al (2015) onder een groep van 55 patiënten bevestigde dit resultaat, terwijl eveneens bleek dat deze combinatietherapie succesvoller was dan fototherapie alleen. Acne vulgaris is een inflammatoire huidziekte met ontstoken haarfollikels en talgklieren in voornamelijk de huid van het aangezicht, de rug en de borst. Op die plaatsen verschijnen ontsierende puisten met mogelijk littekenvorming als gevolg. Bij 3 patiënten met matige tot ernstige acne in het aangezicht was het aantal laesies tot minder dan de helft gereduceerd door behandeling met afamelanotide (Böhm et al, 2014).

Afb. 1. Patiënt met donkere huidskleur en periorale vitiligo.

Naast de genoemde effecten op de huid zou afamelanotide, evenals een andere analoog van α-MSH genaamd bremelanotide, een stimulerend effect hebben op de seksuele activiteiten van zowel mannen als vrouwen (Hadley en Dorr, 2006; Ückert et al, 2014).

Verkrijgbaarheid en toediening

In Nederland is afamelanotide in het kader van de regeling voor weesgeneesmiddelen sinds 2014 geregistreerd voor de indicatie erytropoëtische protoporfyrie. Weesgeneesmiddelen zijn medicamenten die worden toegepast voor zeldzame ziekten (Snyders et al, 2018). Afamelanotide is verkrijgbaar onder de merknaam Scenesse®, maar staat wel onder controle omdat het bij de registratie nog niet mogelijk was een goed beeld te krijgen van de voordelen en eventuele bijwerkingen van het medicament. Voorschrijvers en gebruikers worden gestimuleerd eventuele bijwerkingen te melden. Daarnaast is er een register opgezet dat is bedoeld om zoveel mogelijk klinische gegevens over de toepassing van Scenesse® te verzamelen. Het medicament wordt als implantaat in de vorm van een staafje subcutaan aangebracht in een huidplooi in de bekkenwand, maximaal 4 keer per jaar. Het implantaat geeft het grootste deel van de afamelanotide geleidelijk af in een periode van ongeveer 48 uur. De prijs van 1 implantaat van 16 milligram bedraagt meer dan 15.000 euro.

Naast het sinds kort bestaande wettelijke kader bestaat er al enkele jaren een illegale markt die het mogelijk maakt afamelanotide aan te schaffen voor cosmetische doeleinden, zoals voor het snel en eenvoudig bruinen van de huid. Afamelanotide is onder de merknamen Melanotan I® en Melanotan II® te koop op het internet en in winkels die zich richten op schoonheidsidealen (Evans-Brown et al, 2009; Breindahl et al, 2015). Melanotan II® is waarschijnlijk iets actiever dan Melanotan I®, maar heeft ook meer bijwerkingen in de vorm van spontane erectie van de penis, vergroot libido en verminderde eetlust. Door de combinatie van het krijgen van een gebruinde huid en de vergroting van het libido worden de medicamenten ‘Barbie-drug’ genoemd (Hadley en Dorr, 2006). Melanotan I® en Melanotan II® zijn eenvoudig te bestellen tegen een prijs van ongeveer 35 euro voor 10 milligram in een injectievloeistof. Er zijn ook neussprays verkrijgbaar.

Literatuuroverzicht van bijwerkingen

Kort achter elkaar verscheen een aantal rapportages over personen die als bijwerking van zelf aangeschaft Melanotan I® of Melanotan II® huidlaesies hadden gekregen die waren gediagnosticeerd als melanocytaire naevi. Ook bleek bij diverse van deze personen dat bestaande melanocytaire naevi (in de volksmond moedervlekken genoemd, afb. 2) in omvang waren toegenomen en/of donkerder waren geworden (Cardones en Grichnik, 2009; Cousen et al, 2009; Langan et al, 2009; Thestrup-Pedersen en Søndergaard, 2010; Ferrándiz-Pulido et al, 2011; Mang et al, 2012; Sivyer, 2012; Reid et al, 2013, Schulze et al, 2014; Adler et al, 2017). Ze ontstaan door een lokale cumulatie van door melanocyten geproduceerd melanine. Om de risico’s van Melanotan I® en II® bekend te maken, werd onmiddellijk in een artikel in een binnen de dermatologie vooraanstaand tijdschrift tegen het gebruik ervan gewaarschuwd (Langan et al, 2010).

Afb. 2. Melanocytaire naevus (moedervlek).

Onderwijl werden ook 5 casussen gemeld over melanomen waarbij het vermoeden bestond dat deze het gevolg waren van het gebruik van zelf aangeschafte Melanotan I® of Melanotan II® (Ellis et al, 2009; Paurobally et al, 2011; Ong en Bowling, 2012; Hjuler en Lorentzen, 2014; Böhm et al, 2016). Er zijn echter ook aanwijzingen dat het hormoon α-MSH juist de ontwikkeling van melanomen remt (Eves et al, 2006). Dit zou dan ook kunnen gelden voor afamelanotide. Om in zowel de vermeende ongunstige als gunstige situatie duidelijkheid te scheppen is wetenschappelijk onderzoek dringend gewenst.

Tot nu toe is slechts 1 keer de bijwerking van melanonychia gemeld na het op eigen initiatief gestarte gebruik van Melanotan I®. Melanonychia is verkleuring van de nagels door inclusie van melanine, zichtbaar als zwartbruine strepen (afb. 3) (Paurobally et al, 2013).

Afb. 3. Melanonychia.

Dramatisch is de rapportage over een 39-jarige Kaukasische man die voor cosmetische doeleinden een oplossing van 6 in plaats van 1 milligram zelf aangeschafte Melanotan II® als startdosis subcutaan injecteerde. Hij moest 2 uur later worden opgenomen op een afdeling spoedeisende hulp van een medisch centrum omdat hij pijn had in zijn hele lichaam, enorm transpireerde en angstig was. Na lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek stelde men de diagnosen systemische toxiciteit en rabdomyolyse (Nelson et al, 2012). Rabdomyolyse is acute afbraak van dwarsgestreept spierweefsel, waarbij de afbraakproducten in de bloedcirculatie terechtkomen. Een van de afbraakproducten is myoglobine dat toxisch is voor de nieren en kan leiden tot nierschade of acuut nierfalen.

Even dramatische gevolgen ondervond een 20-jarige Britse vrouw die tijdens een vakantieweek in Montenegro dagelijks Melanotan II® subcutaan had geïnjecteerd om een bruine huid te krijgen. Vlak voor haar vertrek per vliegtuig naar het Verenigd Koninkrijk kreeg zij stuiptrekkingen. Na opname in een medisch centrum werd ook hemiplegie vastgesteld. Haar conditie verbeterde zodanig dat zij na een paar dagen naar huis kon. Uitgebreid onderzoek in haar vaderland leidde tot de diagnose posterieur reversibel encefalopathiesyndroom (PRES) (Kaski et al, 2013). Reversibele symptomen hiervan zijn: stuiptrekkingen en soms zelfs epileptisch insult, visusstoornissen, verwardheid, hoofdpijn, vomeren en neurologische uitvalsverschijnselen. Op een MRI zijn bilateraal afwijkingen in de posterieure delen van beide hersenhemisferen zichtbaar.

Curieus is de casus van een 60-jarige man die voor cosmetische doeleinden 10 milligram Melanotan II® had geïnjecteerd en vrij snel volledig geagiteerd raakte, enorm transpireerde en priapisme kreeg. Priapisme is een spontane, aanhoudende erectie van de penis. Na opname in een medisch centrum kreeg hij medicatie met benzodiazepinen om de agitatie te bestrijden. Voor zijn priapisme was zelfs een chirurgische behandeling noodzakelijk. Zijn vitale waarden waren na 6 uur normaal en na 24 uur kon de man in goede algehele conditie worden ontslagen (Devlin et al, 2013).

Een laatste en recent gerapporteerde bijwerking betreft hyperpigmentatie van de orale slijmvliezen. Om een bruinere huid te krijgen, had een 39-jarige Kaukasische man gedurende 6 maanden wekelijks subcutaan afamelanotide geïnjecteerd. Zijn tandarts ontdekte tijdens een periodiek mondonderzoek hyperpigmentatie van de orale slijmvliezen en suggereerde een verband met de medicatie (afb. 4). Het advies om met de injecties te stoppen sloeg de man in de wind omdat hij zijn bruine huid zo belangrijk vond dat hij deze bijwerking “op de koop toe nam” (Phoa en De Baat, 2018).

Afb. 4. Hyperpigmentatie van de orale slijmvliezen.

Discussie

Tabellen 1 en 2 geven een overzicht van respectievelijk de potentiële beschermende en heilzame werkingen en de in de wetenschappelijke literatuur gerapporteerde potentiële bijwerkingen van afamelanotide. Bij het Bijwerkingencentrum LAREB zijn in de afgelopen jaren ook diverse bijwerkingen van afamelanotide gemeld. Hiervan had slechts 1 melding betrekking op Melanotan®, terwijl 170 gingen over Scenesse® (tab. 3). Via een persoonlijk memorandum werd bovendien van het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum een opgave van gemelde bijwerkingen bij overdosering van afamelanotide ontvangen (tab. 4).

Tabel 1. Overzicht van de potentiële beschermende en heilzame werkingen van afamelanotide.

Tabel 2. Overzicht van in de wetenschappelijke literatuur gerapporteerde potentiële bijwerkingen van afamelanotide.

Tabel 3. Overzicht van de gemelde bijwerkingen aan Lareb in relatie tot het gebruik van afamelanotide, gerubriceerd per klasse van orgaansystemen (MedDRA, versie 22.0).

Tabel 4. Overzicht van de in de periode 2014-2019 bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum te Utrecht gemelde bijwerkingen bij overdosering van afamelanotide (persoonlijk memorandum van mevrouw A.J.H.P. van Riel).
 

Hyperpigmentatie van de orale slijmvliezen duiden als bijwerking van afamelanotide is discutabel. Men moet immers niet vreemd opkijken van een beoogde werking in de huid, die niet beoogd ook in slijmvliezen plaatsvindt. Gezien de anatomische en histologische overeenkomsten tussen huid en slijmvlies is de ‘bijwerking’ immers farmacologisch verklaarbaar.

De incidentie van melanomen is in de afgelopen jaren het snelst toegenomen van alle typen kanker, vooral bij jonge vrouwen. Dit wordt gerelateerd aan alle acties die mensen ondernemen om een bruinere huid te bewerkstelligen, zoals zonnebaden en medicatie met afamelanotide (O’Leary et al, 2014, Habbema et al, 2017). In theorie is ook ontaarding van hyperpigmentatie van de orale slijmvliezen in een oraal melanoom mogelijk.

In recente overzichtsartikelen over afamelanotide wordt geschetst dat het hebben van een gebruinde huid steeds populairder wordt, dat het streven ernaar verslavend werkt en dat het tot een cultuur is geworden onder jonge mensen, vooral onder vrouwen. De huidige jonge generaties ervaren het hebben van een gebruinde huid als een uitstraling van energie, zelfvertrouwen, ontspannenheid en warmte. Hun doel is ook vrij gemakkelijk te bereiken door de relatieve betaalbaarheid en de eenvoudige verkrijgbaarheid van Melanotan I® en Melanotan II®. Gezien de in dit overzicht genoemde risico’s van het op eigen initiatief gebruiken van afamelanotide, aangevuld met het risico op het ontstaan van infecties tijdens het ondeskundig subcutaan injecteren, wordt geadviseerd de vrije verkrijgbaarheid wettelijk aan banden te leggen (O’Leary et al, 2014, Habbema et al, 2017).

Hyperpigmentatie van de orale slijmvliezen als bijwerking van afamelanotide komt waarschijnlijk frequenter voor dan nu bekend is. Voorstelbaar is dat zorgverleners die de mond niet regulier beoordelen het dus ook niet zien. Of dat mondzorgverleners het wel opmerken maar het niet in verband brengen met het gebruik van een zelfzorgmiddel. Het behoort tot de taak van tandartsen-algemeen practici om tijdens periodieke mondonderzoeken bij verdenking op of waarneming van een opvallend bruine huid, melanocytaire naevi of hyperpigmentatie van de orale slijmvliezen anamnestisch door te vragen naar het gebruik van een zelfzorgmiddel. Bij vastgesteld gebruik van Melanotan® dienen tandartsen-algemeen practici hun patiënten te wijzen op de potentiële risico’s van dit zelfzorgmiddel.

Literatuur

  • Adler NR, Dowling JP, Pan Y. The unregulated use of melanotan-II is of public health interest to Australian dermatologists. Australas J Dermatol 2017; 58: 327-329.
  • Baat C de, Zweers PGMA, Vissink A. Medicamenten en mondzorg. Bijwerkingen van medicamenten en zelfzorgmiddelen op de gingiva. Ned Tijdschr Tandheelkd 2018; 125: 326-340.
  • Barnetson RStC, Ooi TKT, Zhuang L, et al. [Nle4-D-Phe7]-α-melanocyte-stimulating hormone significantly increased pigmentation and decreased UV damage in fair-skinned caucasian volunteers. J Invest Dermatol 2006;126: 1869-1878.
  • Biolcati G, Aurizi C, Barbieri L, Cialfi S, Screpanti I, Talora C. Efficacy of the melanocortin analogue Nle4-D-Phe7-α-melanocyte-stimulating hormone in the treatment of patients with Hailey-Hailey disease. Clin Exp Dermatol 2014; 39: 168-175.
  • Böhm M, Ehrchen J, Luger TA. Beneficial effects of the melanocortin analogue Nle4-D-Phe7-α-MSH in acne vulgaris. J Eur Acad Dermatol Venereol 2014; 28: 108-111.
  • Böhm M, Jagirdar K, Sturm RA, et al. Lack of protection from development of multiple melanomas by an injected melanocortin analogue in a combined high-risk MC1R/CDKN2A genotype patient. J Eur Acad Dermatol Venereol 2016; 30: e65-e67.
  • Breindahl T, Evans-Brown M, Hindersson P, et al. Identification and characterization by LC-UV-MS/MS of melanotan II skin-tanning products sold illegally on the internet. Drug Test Analysis 2015; 7: 164-172.
  • Cardones AR, Grichnik JM. α-Melanocyte-stimulating hormone-induced eruptive nevi. Arch Dermatol 2009; 145: 441-444.
  • Cousen P, Colver G, Helbling I. Eruptive melanocytic naevi following melanotan injection. Br J Dermatol 2009; 161: 707-708.
  • Devlin J, Pomerleau A, Foote J. Melanotan II overdose associated with priapism. Clin Toxicol (Phila) 2013; 51: 383.
  • Ellis RA, Kirkham N, Seukeran D. Malignant melanoma in a user of Melanotan I. BMJ 2009; 338: b566.
  • Evans-Brown M, Dawson RT, Chandler M, McVeigh J. Use of melanotan I and II in the general population. BMJ 2009; 338: b566.
  • Eves PC, MacNeil S, Haycock JW. α-Melanocyte stimulating hormone, inflammation and human melanoma. Peptides 2006; 27: 444-452.
  • Ferrándiz-Pulido C, Fernández-Figueras MT, Quer A, Ferrándiz C. An eruptive pigmented lesion after melanotan injection. Clin Exp Dermatol 2011; 36: 801-802.
  • FitzGerald LM, Fryer JL, Dwyer T, Humphrey SM. Effect of MELANOTAN®, [Nle4, D-Phe7]-α-MSH, on melanin synthesis in humans with MC1R variant alleles. Peptides 2006; 27: 388-394.
  • Grimes PE, Hamzavi I, Lebwohl M, Ortonne JP, Lim HW. The efficacy of afamelanotide and narrowband UV-B phototherapy for repigmentation of vitiligo. JAMA Dermatol 2013; 149: 68-73.
  • Habbema L, Halk AB, Neumann M, Bergman W. Risk of unregulated use of alpha-melanocyte-stimulating hormone analogues: a review. Int J Dermatol 2017; 56: 975-980.
  • Hadley ME, Dorr RT. Melanocortin peptide therapeutics: Historical milestones, clinical studies and commercialization. Peptides 2006; 27: 921-930.
  • Haylett AK, Nie Z, Brownrigg M, Taylor R, Rhodes LE. Systemic photoprotection in solar urticaria with α-melanocyte-stimulating hormone analogue [Nle4-D-Phe7]-α-MSH. Br J Dermatol 2011; 164: 407-414.
  • Hjuler KF, Lorentzen HF. Melanoma associated with the use of melanotan-II. Dermatology 2014; 228: 34-36.
  • Kaski D, Stafford N, Mehta A, Jenkins IH, Malhotra P. Melanotan and the posterior reversible encephalopathy syndrome. Ann Int Med 2013; 158: 707-708.
  • Kim ES, Garnock-Jones KP. Afamelanotide: A review in erythropoietic protoporphyria. Am J Clin Dermatol 2016; 17: 179-185.
  • Langan EA, Ramlogan D, Jamieson LA, Rhodes LE. Changes in moles linked to use of unlicensed “sun tan jab”! BMJ 2009; 338: b277.
  • Langan EA, Nie Z, Rhodes LE. Melanotropic peptides: more than just ‘Barbie drugs’ and ‘sun-tab jabs’? Br J Dermatol 2010; 163: 451-455.
  • Lim HW, Grimes PE, Agbai O, et al. Afamelanotide and narrowband UV-B phototherapy for the treatment of vitiligo. A randomized multicenter trial. JAMA Dermatol 2015; 151: 42-50.
  • Mang R, Krahl D, Assmann T. Dermatoskopische Veränderungen von melanozytären Nävi unter Verwendung vom Melanotan II. Hautarzt 2012; 63: 880-884.
  • McNeil MM, Nahhas AF, Braunberger TL, Hamzavi IH. Afamelanotide in the treatment of dermatologic disease. Skin Therapy Lett 2018; 23 (nr.6): 6-10.
  • Minder EI, Barman-Aksoezen J, Schneider-Yin X. Pharmacokinetics and pharmacodynamics of afamelanotide and its clinical use in treating dermatologic disorders. Clin Pharmacokinet 2017; 56: 815-823.
  • Nelson ME, Bryant SM, Aks SE. Melanotan II injection resulting in systemic toxicity and rhabdomyolysis. Clin Toxicol (Phila) 2012; 50: 1169-1173.
  • O’Leary RE, Diehl J, Levins PC. Update on tanning: More risks, fewer benefits. J Am Acad Dermatol 2014; 70: 562-568.
  • Ong S, Bowling J. Melanotan-associated melanoma in situ. Australas J Dermatol 2012; 53: 301-302.
  • Paurobally D, Jason F, Dezfoulian B, Nikkels AF. Melanotan-associated melanoma. Br J Dermatol 2011; 164: 1403-1405.
  • Paurobally D, El Hayderi L, Richert B, Andre J, Nikkels AF. Melanotan-associated transverse melanonychia. J Eur Acad Dermatol Venereol 2013; 27: 128-129.
  • Phoa KH, Baat C de. Melanotan®-induced hyperpigmentation of oral soft tissues. J Dent Oral Care Med 2018; 4: 104.
  • Rademacher WMH, Aziz Y, Diermen DE van, Rozema FR. De MTI-scanner: een EPD-geïntegreerde kwaliteits- en veiligheidsmodule voor medisch tandheelkundige interacties. Ned Tijdschr Tandheelkd 2019; 126: 23-28.
  • Reid C, Fitzgerald T, Fabre A, Kirby B. Atypical melanocytic naevi following melanotan injection. Ir Med J 2013; 106: 148-149.
  • Schulze F, Erdmann H, Hardkop LH, et al. Eruptive naevi and darkening of pre-existing naevi 24 h after a single mono-dose injection of melanotan II. Eur J Dermatol 2014; 24: 107-109.
  • Sivyer GW. Changes of melanocytic lesions induced by Melanotan injections and sun bed use in a teenage patient with FAMMM syndrome. Dermatol Pract Concept 2012; 2: 203a10.
  • Snyders LL, Link AJ, Delsing MH. Monitor weesgeneesmiddelen in de praktijk 2018. Diemen: Zorginstituut Nederland, 2018.
  • Thestrup-Pedersen K, Søndergaard K. Melatonin used for tanning induces and augments lentigines and naevi. Acta Derm Venereol 2010; 90: 643-644.
  • Ückert S, Bannowsky A, Albrecht K, Kuczyk MA. Melanocortin receptor agonist in the treatment of male and female sexual dysfunctions: results from basic research and clinical studies. Expert Opin Investig Drugs 2014; 23: 1477-1483.

Meer lezen? Log in of word abonnee

Auteursinformatie

  • C. de Baat1, K.H. Phoa2, P.G.M.A. Zweers3, M.C. Bolling4, F.R. Rozema5, A. Vissink6
  • Uit 1Fresh Unieke Mondzorg in Woerden, 2de afdeling Maxillofaciale Chirurgie en Maxillofaciale Prothetiek van het Leids Universitair Medisch Centrum, 3het Bijwerkingencentrum LAREB, 4de afdeling Dermatologie van het Universitair Medisch Centrum Groningen, 5de afdeling Mond-, Kaak- en Aangezichtschirurgie van het Amsterdam Universitair Medisch Centrum en 6de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie van het Universitair Medisch Centrum Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen
  • Datum van acceptatie: 12 februari 2020
  • Adres: em. prof. dr. C. de Baat, Oudelandseweg 78, 2981 BV Ridderkerk
  • debaat_cees@hotmail.com

Reacties

Om ook te reageren moet u eerst inloggen (alleen voor abonnees).

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog