× ABONNEREN

Serie: Onderwijs en de tandarts anno 2025. Kunnen tandheelkunde­studenten en mondzorgverleners in Nederland effectief en veilig geneesmiddelen voorschrijven?

  • Inleiding
  • Materiaal en methode
  • Resultaten
  • Discussie
  • Conclusie
  • Literatuur
  • Verantwoording
  • Reacties (1)

Samenvatting

Tandartsen en tandarts-specialisten zijn bevoegd om geneesmiddelen voor te schrijven. Om het niveau van farmacotherapeutische kennis en vaardigheden van laatstejaars tandheelkundestudenten en tandartsen(-specialisten) in Nederland te onderzoeken en te vergelijken werd in 2017 een steekproef van deze 3 groepen uitgenodigd om een kennistoets en een vaardighedentoets te maken. De kennistoets bestond uit 40 meerkeuzevragen over veel voorgeschreven geneesmiddelen. De vaardighedentoets bestond uit 3 patiëntcasussen waarvoor een behandelplan gemaakt moest worden. In totaal maakten 26 (20%) tandheelkundestudenten, 28 (8%) tandartsen en 19 (19%) tandarts-specialisten de kennistoets en rondden 14 (11%) tandheelkundestudenten, 8 (2%) tandartsen en 8 (8%) tandarts-specialisten de vaardighedentoets af. Gemiddeld hadden de 3 groepen een onvoldoende kennisscore (< 80%) en werd slechts een klein deel (< 30%) van hun behandelplannen als correct beoordeeld. Deze resultaten suggereren dat tandheelkundestudenten en tandartsen(-specialisten) onvoldoende in staat zijn adequaat medicamenten voor te schrijven. Een verklaring hiervoor zou onvoldoende farmacotherapie-onderwijs tijdens de tandheelkundeopleiding en nascholing kunnen zijn.

 

Leerdoel
Na het lezen van dit artikel hebt u een indruk van het kennis- en vaardigheidsniveau van Nederlandse laatstejaars tandheelkundestudenten, tandartsen en tandarts-specialisten in het uitschrijven van recepten voor geneesmiddelen en de orale bijwerkingen van veel voorkomende geneesmiddelen.
 
Wat weten we?
Tandartsen en tandarts-specialisten zijn bevoegd om binnen hun expertise medicamenten voor te schrijven. Echter, onderzoek uit het buitenland suggereert dat zij (en tandheelkundestudenten) onvoldoende in staat zijn adequaat medicamenten voor te schrijven.

Wat is nieuw?
Dit onderzoek laat zien dat er ook in Nederland aanwijzingen zijn voor een zorgwekkend gebrek aan farmacotherapeutische kennis en vaardigheden onder laatstejaars tandheelkundestudenten en tandartsen(-specialisten). Dit is mogelijk het gevolg van onvoldoende klinische farmacologie en farmacotherapie-onderwijs tijdens de tandheelkunde- en vervolgopleiding.

Praktijktoepassing
Om dit gebrek te verbeteren dient het klinische farmacologie- en farmacotherapie-onderwijs tijdens de opleiding geïntensiveerd te worden en meer gericht te zijn op interactieve onderwijsmethoden, zoals patiëntcasusbesprekingen en simulatietrainingen. Daarnaast dient de voorschrijfcompetentie van tandheelkundestudenten in een zo’n realistisch mogelijke setting te worden getoetst voordat zij afstuderen.

Inleiding

Tandartsen en tandarts-specialisten zijn bevoegd om binnen hun expertise geneesmiddelen voor te schrijven aan patiënten. In 2018 werden in Nederland bijna 1 miljoen geneesmiddelen voorgeschreven door tandartsen en tandarts-specialisten (Stichting Farmaceutische Kengetallen, 2019). De meest voorgeschreven geneesmiddelen waren breedspectrumantibiotica (penicillines en macroliden), analgetica (zoals NSAID’s en opioïden) en spoelvloeistoffen (zoals chloorhexidine en fluoride).

 
Intermezzo 1. Verstrekking geneesmiddelen door mondzorgverleners
In 2018 werd binnen de mondzorg 67% van de geneesmiddelrecepten door tandartsen voorgeschreven, 31% door mka-chirurgen en 2% door orthodontisten, zo blijkt uit gegevens van de Stichting Farmaceutische Kengetallen. Tandartsen schreven het vaakst amoxicilline voor, mka-chirurgen ibuprofen en orthodontisten fluoridemondspoeling. Ten opzichte van 2015 staan nu ook maagzuurremmers in het rijtje van meest voorgeschreven geneesmiddelen binnen de mondzorg, wellicht door de toegenomen aandacht voor de gastro-intestinale bijwerkingen van NSAID’s.
Tabel. De top 3 vormt bijna 80% van alle verstrekte medicatie.

Om deze geneesmiddelen effectief en veilig voor te kunnen schrijven, dienen tandartsen en tandarts-specialisten over voldoende farmacotherapeutische kennis en vaardigheden te beschikken. Het onjuist voorschrijven van geneesmiddelen kan namelijk leiden tot vermijdbare medicatiefouten met potentiele schade voor patiënten, zoals ernstige bijwerkingen of onnodige ziekenhuisopnames (Dean et al, 2002a; Dean et al, 2002b; Ashcroft et al, 2015). Onderzoek uit verschillende landen suggereert echter dat tandheelkundestudenten op dit gebied onvoldoende kennis en vaardigheden hebben voordat zij afstuderen. Zo zijn zij onvoldoende in staat om een juist geneesmiddelrecept voor te schrijven en hebben zij ook te weinig kennis over veel voorgeschreven geneesmiddelen, zoals antibiotica, analgetica en lokale anesthetica (Rauniar et al, 2008; Akram et al, 2012; Guzman-Alvarez et al, 2012; Anjum et al, 2014; Felipe et al, 2015; Jain et al, 2015; Vijayalakshmi et al, 2015; Doshi et al, 2017; Martin-Jimenez et al, 2018). Vergelijkbare tekortkomingen in kennis en vaardigheden zijn ook aangetoond bij tandartsen en tandarts-specialisten, vooral op het gebied van antibiotica (Ogunbodede et al, 2005; Mendonca et al, 2010; Kamulegeya et al, 2011; Cherry et al, 2012; Tanwir et al, 2013; Araghi et al, 2015; Lisboa et al, 2015; Halboub et al, 2016).

Een oorzaak voor het gebrek aan farmacotherapeutische kennis en vaardigheden ligt mogelijk in het onderwijs in klinische farmacologie en farmacotherapie tijdens de tandheelkundeopleiding. Onderzoeken buiten Europa hebben namelijk aangetoond dat er relatief weinig tijd wordt besteed aan dit onderwijs tijdens de tandheelkundeopleiding (Espinosa Melendez, 2006; Guzman-Alvarez et al, 2012). Er is momenteel echter weinig bekend over de farmacotherapeutische kennis en vaardigheden van tandheelkundestudenten en tandartsen(-specialisten) in Nederland. Het is belangrijk om dit in kaart te brengen zodat eventuele onderwijskundige interventies kunnen worden ontwikkeld en worden geëvalueerd. Het doel van het hier beschreven onderzoek is dan ook het niveau van farmacotherapeutische kennis en vaardigheden van laatstejaars tandheelkundestudenten en tandartsen(-specialisten) in Nederland te onderzoeken en met elkaar te vergelijken.

Materiaal en methode

Onderzoeksontwerp

Dit cross-sectionele onderzoek werd uitgevoerd tussen 1 januari en 31 mei 2017. Er werden 3 groepen uitgenodigd om aan het onderzoek deel te nemen: laatstejaars tandheelkundestudenten, tandartsen en tandarts-specialisten (orthodontisten en mka-chirurgen). De eerste groep bestond uit alle 132 laatstejaarsstudenten in het academisch jaar 2017-2018 van de 3 tandheelkundefaculteiten in Nederland: het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA, n = 80), het Radboud Universitair Medisch Centrum (RUMC, n = 28) en het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG, n = 24). Het klinische farmacologie en farmacotherapie-onderwijs wordt in deze faculteiten in het eerste en/of tweede studiejaar gegeven en bestaat vooral uit hoorcolleges, werkopdrachten, zelfstudie en schriftelijke examens. De tweede en derde groep betrof een steekproef van 700 tandartsen en 200 tandarts-specialisten die willekeurig werden geselecteerd uit een database van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT). Alle gekwalificeerde tandartsen (n = 8.712) en tandarts-specialisten (n= 678) in Nederland in dat jaar stonden in deze database geregistreerd. De steekproeven waren representatief voor geslacht, leeftijd en landelijke spreiding van tandartspraktijken. Nadat deelnemers toestemming hadden gegeven werden zij gevraagd om een online vragenlijst en een kennis- dan wel een vaardigheidstoets te maken. Ethische goedkeuring voor dit onderzoek werd verleend door de ethische toetsingscommissie van de Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs (projectnummer NVMO--ERB 818).

Ontwikkeling kennis- en vaardigheidstoets

Er werd een kennis- en vaardighedentoets ontwikkeld. De kennistoets bestond uit 40 meerkeuzevragen over 5 onderwerpen: anticoagulantia (9 vragen), analgetica (9 vragen), antibiotica (9 vragen), lokale anesthetica (9 vragen) en orale bijwerkingen van veelvoorkomende geneesmiddelen (4 vragen). Deze geneesmiddelgroepen werden gekozen omdat ze het meest worden voorgeschreven binnen de tandheelkunde (Stichting Farmaceutische Kengetallen, 2019). Elk onderwerp bestond uit vragen over bijwerkingen (3 vragen), geneesmiddelinteracties (3 vragen) en contra-indicaties (3 vragen). De vragen waren gericht op kennis die elke afgestudeerde tandheelkundestudent moet hebben om effectief en veilig geneesmiddelen voor te kunnen schrijven in de dagelijkse praktijk. De vaardighedentoets bestond uit 3 patiëntcasussen die elke afgestudeerde tandheelkundestudent moet kunnen behandelen op basis van het Raamplan Tandheelkunde 2008, te weten, orofaryngeale candidiasis, pijn na een extractie van een molaar en antibioticaprofylaxe (AB) bij patiënten met een hartklepafwijking (Vereniging van Universiteiten, 2009). Elke casus had dezelfde structuur en een vergelijkbare moeilijkheidsgraad, namelijk een oudere polyfarmaciepatiënt met 1 klinisch relevante geneesmiddelinteractie of contra-indicatie. Voor elke casus werd de deelnemer gevraagd een behandelplan op te stellen. Deelnemers konden kiezen een nieuw geneesmiddel voor te schrijven, geen geneesmiddel voor te schrijven en/of de huidige medicatie van de patiënt aan te passen. Als een deelnemer ervoor koos om de huidige medicatie van de patiënt aan te passen, moest hiervoor een reden worden geven. Als een deelnemer ervoor koos een nieuw geneesmiddel voor te schrijven, moest een elektronisch recept worden ingevuld inclusief de geneesmiddelnaam, dosis, dosering, toedieningsweg en therapieduur. Daarnaast konden de deelnemers niet-medicamenteuze adviezen geven in een open tekstvak (bijvoorbeeld stoppen met roken). Ten slotte werd de deelnemers gevraagd controlemaatregelen te bepalen, zoals het maken van vervolgafspraken en het afnemen van laboratoriumtesten.

De validiteit van de kennistoets en de vaardighedentoets werd bepaald door middel van 2 online vragenlijstrondes met een groep experts die bestond uit 4 tandarts-docenten, 2 mka-chirurgen, 2 klinisch farmacologen, 1 ziekenhuisapotheker en 1 socioloog. Enkele wijzigingen vonden plaats na een pilotonderzoek met 2 laatstejaars tandheelkundestudenten en 2 tandartsen van het ACTA. De Guttman Lambda 2 van de meerkeuzevragen was 0,67, wat betekent dat de interne consistentie voldoende was (Sijts­ma, 2009). Voor de meerkeuzevragen varieerde het percentage respondenten dat de vragen correct beantwoordde tussen 23% en 100%, wat aangeeft dat de moeilijkheidsgraad van de vragen variabel was. Geen van de meerkeuzevragen had een negatieve item-rest correlatie (rir).

De online vragenlijst was gebaseerd op de literatuur en bestond uit vragen over demografische kenmerken, werkervaring, werkuren per week, aantal voorgeschreven geneesmiddelen en zelfvertrouwen in het effectief en veilig voorschrijven (1 = onzeker, 2 = overwegend onzeker, 3 = neutraal, 4 = overwegend zeker, 5 = zeker) (Guzman-Alvarez et al, 2012; Brinkman et al, 2015; Brinkman et al, 2017).

 
Intermezzo 2. Voorbeeldvragen uit de kennistoets
Vraag 1. Wat is een contra-indicatie voor het voorschrijven van een Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drug (NSAID)?
a.COPD.
b.Ernstig hartfalen.
c.Jicht.
d.Reumatoïde arthritis.

Vraag 2. Welke van de volgende analgetica heeft als belangrijke bijwerking een verminderd reactie- en concentratievermogen?
a.Paracetamol (bijv. Panadol©).
b.Celecoxib (bijv. Celebrex©).
c.Tramadol (bijv. Tramal©).
d.Diclofenac (bijv. Voltaren©).

Vraag 3. Welke van onderstaande geneesmiddelen versterkt de werking van vitamine K-antagonisten (bijv. Sintrom©) het MEEST door vertraging van het metabolisme in de lever?
a.Miconazol (bijv. Daktarin orale gel©)
b.Codeïne
c.Chloorhexidine (bijv. Corsodyl©)
d.Clindamycine (bijv. Dalacin C©)

Antwoorden, zie einde artikel

Datacollectie en -analyse

Een willekeurige helft van de studenten en tandartsen(-specialisten) werd per e-mail gevraagd om de kennistoets te maken en de andere helft de vaardighedentoets. De toets en vragenlijst duurden in totaal ongeveer 30-45 minuten en deelnemers hadden 4 weken de tijd om de toetsen af te ronden. Na 2 weken ontvingen de deelnemers een herinnering per e-mail. In tegenstelling tot de kennistoets mochten deelnemers bij de vaardighedentoets aanvullende bronnen gebruiken zoals het Farmacotherapeutisch Kompas (FK) en landelijke behandelrichtlijnen. Deelname was vrijwillig, anoniem en vertrouwelijk.

De meerkeuzevragen werden als juist of onjuist beoordeeld. De behandelplannen werden door de hoofdonderzoeker (DB) beoordeeld als correct, suboptimaal of incorrect aan de hand van een scoremodel gebaseerd op de landelijke behandelrichtlijnen (tab. 1) (Draijer, 2004; Van Diermen, 2013; Verduijn, 2016; De Jong et al, 2018). Een tweede beoordelaar (DvD) beoordeelde de behandelplannen opnieuw om de interbeoordelaarsvariabiliteit te bepalen. De kappa-coëfficiënt tussen DB en DvD was 0,41, hetgeen wijst op een redelijke overeenstemming (Viera en Garrett, 2005). Ten slotte werden de geneesmiddelrecepten gescreend op voorschrijffouten en de gevonden fouten werden geclassificeerd volgens Dean et al (2000).

Tabel 1. Het scoremodel voor de behandelplannen.

De resultaten tussen de groepen werden vergeleken met behulp van een ANOVA, onafhankelijke t-toets of chikwadraattoets. Covariantie-analyse werd uitgevoerd om te corrigeren voor mogelijke confounders zoals geslacht en leeftijd. De Spearman-correlatiecoëfficiënt (rs) werd gebruikt om de associatie tussen werkervaring, het aantal voorgeschreven geneesmiddelrecepten en kennis- en vaardigheidsscores te berekenen. Op basis van eerdere onderzoeken werd voor de kennistoets een 80% score als grens voor een voldoende aangehouden (Brinkman et al, 2017). Data werd geanalyseerd met behulp van IBM SPSS (versie 22.0). Een p-waarde < 0,05 werd als statistisch significant beschouwd.

Resultaten

In totaal hebben 26 (20%) tandheelkundestudenten, 28 (8%) tandartsen en 19 (19%) tandarts-specialisten de kennistoets afgerond en 14 (11%) tandheelkundestudenten, 8 (2%) tandartsen en 8 (8%) tandarts-specialisten de vaardighedentoets. De groepen verschilden in leeftijd, geslacht en werkervaring (tab. 2). Subgroepanalyse tussen de tandarts-specialisten was niet mogelijk vanwege het lage aantal respondenten in deze groep.

Tabel 2. Demografische gegevens van de groepen van deelnemers.

Kennis en vaardigheden

Gemiddeld lag de kennisscore van alle 3 de groepen onder de 80%, alhoewel tandarts-specialisten (78%) een significant hogere kennisscore hadden dan tandartsen (69%) en tandheelkundestudenten (69%, p = 0,01) (tab. 3). Vooral op het gebied van bijwerkingen (92%, p = 0,03) en geneesmiddelinteracties (65%, p < 0,001) scoorden tandarts-specialisten significant hoger dan de andere groepen. Bij alle 3 de groepen werd slechts een klein deel van de behandelplannen als correct beoordeeld, hoewel dit voor tandarts-specialisten (26%) hoger was dan voor tandartsen (12%) en tandheelkundestudenten (18%) tab. 4). Daarnaast bevatten een groot deel van de geneesmiddelrecepten van tandheelkundestudenten (70%), tandartsen (60%) en tandartsenspecialisten (47%) voorschrijffouten (p = 0,45). De meest voorkomende voorschrijffouten bij alle 3 de groepen waren ‘profylactische medicatie vergeten’ en ‘geen medicatie aangepast of gestopt’, en de minst voorkomende voorschrijffouten waren ‘te lange/korte therapieduur’ en ‘onjuiste toedieningsvorm’ (tab. 4).

 Tabel 3. Resultaten van de kennistoets onder tandheelkundestudenten (n = 26), tandartsen (n = 28) en tandarts-specialisten (n = 19).

Tabel 4. Resultaten van de vaardighedentoets onder tandheelkundestudenten (n = 14), tandartsen (n= 8) en specialisten (n = 8).

(Overwegend) zeker over het effectief en veilig voorschrijven van geneesmiddelen voelden zich 30% van de tandheelkundestudenten, 81% van de tandartsen en 86% van de tandarts-specialisten. Zowel specialisten (gem. 2,9 ± sd 0,4) als tandartsen (gem. 3,0 ± sd 0,5) voelden zich significant zekerder dan tandheelkundestudenten (gem. 2,1 ± sd 0,9, p = 0,03); er waren geen significante verschillen tussen tandarts-specialisten en tandartsen. Tijdens de tandheelkundeopleiding schreven studenten een mediaan van 5 (spreidingsbreedte 0-100) geneesmiddelrecepten voor. Gedurende een periode van 3 maanden schreven tandartsen een mediaan van 10 (spreidingsbreedte 0-250) geneesmiddelrecepten voor en specialisten een mediaan van 135 (spreidingsbreedte 0-600).

Er was een zeer zwakke correlatie tussen werkervaring en kennisscores (tandartsen, r = 0,05 en tandarts-specialisten, r = 0,05) en tussen werkervaring en vaardigheidsscores (tandartsen, r = 0,49 en tandarts-specialisten, r = −0,32). Het aantal voorgeschreven geneesmiddelrecepten was zwak gecorreleerd met vaardigheidsscores bij tandheelkundestudenten (r = −0,02), tandartsen (r = 0,30) en tandarts-specialisten (r = 0,31).

Discussie

In dit onderzoek werden de farmacotherapeutische kennis en vaardigheden van laatstejaars tandheelkundestudenten en tandartsen(-specialisten) in Nederland onderzocht en vergeleken. De resultaten van dit onderzoek laten zien dat tandheelkundestudenten, tandartsen en specialisten onvoldoende farmacotherapeutische kennis en vaardigheden hadden, alhoewel tandarts-specialisten op verschillende vlakken beter presteerden dan de andere 2 groepen. Opvallend is dat alle groepen slechte kennis hadden over analgetica, lokale anesthetica en geneesmiddelinteracties. Bovendien werden er vaak onjuiste behandelplannen gemaakt en foutieve geneesmiddelen voorgeschreven voor klinisch relevante patiëntcasuïstiek, alhoewel het grootste deel potentieel niet schadelijk was. Ondanks het gebrek aan voorschrijfcompetentie voelde een groot deel van de tandartsen en tandarts-specialisten zich hier wel zeker over. Alles bij elkaar genomen suggereren de resultaten dat het huidige klinische farmacologie- en farmacotherapie-onderwijs tijdens de tandheelkundeopleiding de toekomstige tandartsen(-specialisten) onvoldoende voorbereid op het effectief en veilig voorschrijven van medicamenten.

De bevindingen suggereren dat momenteel niet wordt voldaan aan de norm zoals gesteld in het Raamplan Tandheelkunde 2008, namelijk dat elke tandheelkundestudent in staat moet zijn “geneesmiddelen te selecteren en voor te schrijven in het kader van te verlenen mondzorg” (Vereniging van Universiteiten, 2009). Onvoldoende voorschrijfcompetentie kan leiden tot vermijdbare schade voor patiënten, zoals ernstige bijwerkingen en suboptimale behandeling (Dean et al, 2002a; Dean et al. 2002b; Ashcroft et al, 2015). Zoals eerder genoemd is het gebrek aan voorschrijfcompetentie onder tandheelkundestudenten en tandartsen(-specialisten) ook geconstateerd in andere landen. Ook internationaal werd gesuggereerd dat de oorzaak hiervoor mogelijk ligt binnen het klinische farmacologie- en farmacotherapie-onderwijs tijdens de tandheelkunde- en vervolgopleiding (Espinosa Melendez, 2006, Guzman-Alvarez et al, 2012). Het is dan ook niet verwonderlijk dat tandarts-specialisten betere kennis en vaardigheden hadden aangezien de mka-chirurgen op dit gebied meer onderwijs hebben gehad tijdens hun geneeskundestudie. Hun voorschrijfniveau was echter nog steeds niet adequaat, wat zorgwekkend is, aangezien zij meer geneesmiddelen voorschrijven dan tandartsen. Verrassend genoeg waren de kennis en vaardigheden van tandheelkundestudenten en tandartsen vergelijkbaar, ondanks het feit dat tandartsen aanzienlijk meer klinische ervaring hebben. Dit kan mogelijk verklaard worden doordat tandartsen in de praktijk maar zelden geneesmiddelen voorschrijven (gemiddeld 2 tot 3 per maand). Het voorschrijven van geneesmiddelen dient regelmatig toegepast te worden om deze competentie op een voldoende niveau te houden.

(Beeld: Shutterstock)

Een andere verklaring is dat er weinig aandacht is voor het voorschrijven van geneesmiddelen tijdens de nascholing voor tandartsen. Aangezien deze nascholing sinds 2018 verplicht is geworden biedt dit wel mogelijkheden voor de toekomst. Dat neemt niet weg dat het niveau van voorschrijven aan het einde van de tandheelkundeopleiding al voldoende zou moeten zijn.

Tandartsen en tandarts-specialisten in dit onderzoek overschatten hun voorschrijfcompetentie meer dan tandheelkundestudenten. Dit wordt mogelijk verklaard door het feit dat incompetentie in de gezondheidssector vaak als een teken van zwakte wordt beschouwd (Croskerry en Norman, 2008). Daarnaast zien tandartsen zelden de complicaties van door hun voorgeschreven geneesmiddelen aangezien deze patiënten zich eerder bij een huisarts en/of een ziekenhuis zullen melden. Echter, deze ‘onbewuste onbekwaamheid’ is potentieel gevaarlijk voor patiënten en dient daarom meer aandacht te krijgen tijdens de tandheelkunde- en vervolgopleiding.

Net als geneeskundestudenten en artsen hadden de tandheelkundestudenten en tandartsen(-specialisten) vooral weinig kennis over geneesmiddelinteracties (Keij­sers et al, 2015; Brinkman et al, 2017). Dit is zorgwekkend aangezien de meeste tandartsen in Nederland - in tegenstelling tot artsen - geen elektronische voorschrijf­systemen gebruiken die alarmeringen geven bij gevaarlijke geneesmiddelinteracties. Daarom dienen deze geneesmiddelinteracties meer onderwezen te worden tijdens de tandheelkunde- en vervolgopleiding.

Hoe kan het onderwijs in klinische farmacologie en farmacotherapie op de tandheelkundeopleidingen worden verbeterd? Net als in veel andere landen wordt het onderwijs hierin door de Nederlandse tandheelkundeopleidingenvooral in de eerste 2 studiejaren onderwezen en is het vooral gericht op passieve onderwijsmethoden, zoals hoorcolleges en zelfstudie. Een eerder onderzoek toonde aan dat deze methoden waarschijnlijk niet effectief zijn voor het leren voorschrijven van geneesmiddelen (Brinkman et al, 2017). Om dit te verbeteren dient het onderwijs meer gericht te zijn op interactieve probleem-georiënteerde onderwijsmethoden, zoals patiëntcasusbesprekingen en rollenspeltrainingen, bijvoorbeeld aan de hand van het WHO 6-stappenmodel (intermezzo 3) (De Vries et al, 1994). Dit is tot nu toe het enige model dat internationaal effectief is gebleken voor het effectief en veilig leren voorschrijven van medicamenten (Ross en Loke, 2009). Daarnaast dient het onderwijs verspreid te worden over meerdere studiejaren, vooral tijdens de klinische stages, zodat deze belangrijke competentie telkens herhaald wordt. Ten slotte dient de voorschrijfcompetentie van studenten in een zo realistisch mogelijke setting getoetst te worden voordat zij afstuderen, bijvoorbeeld met behulp van een Objective Structured Clinical Examination (OSCE) of met echte patiënten in de klinische praktijk.

 
Intermezzo 3. WHO 6-stappenmodel
Voor meer informatie over het WHO 6-stappenmodel zie de WHO-publicatie ‘Guide to good prescribing. A practical manual’ van Vries TPGM de, Henning RH, Hogerzeil HV en Fresle DA. In het 6-stappenmodel wordt getoond hoe men een patiënt medicamenteus behandelt. Na lezing kunnen deze stappen in de praktijk worden gebracht.
 

Dit onderzoek had verschillende methodologische beperkingen. Ten eerste was het responspercentage in de 3 groepen zeer laag, mogelijk vanwege de complexiteit en de duur van de toetsen. De resultaten kunnen derhalve niet gegeneraliseerd worden naar de gehele populatie. Ten tweede waren de deelnemers aan dit onderzoek waarschijnlijk meer gemotiveerd dan de gemiddelde tandheelkundestudent en mondzorgverlener, aangezien deelname vrijwillig was. Dit zou echter betekenen dat de kennis en vaardigheden in dit onderzoek een overschatting zijn van de werkelijkheid en een te rooskleurig beeld schetsen. Ten derde is de statistische kracht van dit onderzoek beperkt vanwege de kleine steekproefomvang. Ten vierde kan niet worden uitgesloten dat deelnemers extra hulpmiddelen hebben gebruikt tijdens de toets, aangezien zij dit in hun vrije tijd mochten maken. Ook in dit geval zouden de resultaten waarschijnlijk een overschatting zijn.

Conclusie

Dit onderzoek toont aanwijzingen voor een zorgwekkend gebrek aan farmacotherapeutische kennis en vaardigheden onder deelnemende laatstejaars tandheelkundestudenten en tandartsen(-specialisten) in Nederland. Dit is mogelijk het gevolg van onvoldoende klinische farmacologie en farmacotherapie-onderwijs tijdens de tandheelkunde- en vervolgopleiding. Om ervoor te zorgen dat toekomstige tandartsen(-specialisten) in staat zijn effectief en veilig voor te schrijven, wordt geadviseerd het klinische farmacologie en farmacotherapie-onderwijs tijdens de opleiding intensiever en interactiever te maken. Daarnaast dient de voorschrijfcompetentie van studenten in een zo’n realistisch mogelijke setting te worden getoetst voordat zij afstuderen. Tot slot kan tijdens de nascholing specifiek aandacht worden besteed aan farmacotherapie om er zo voor te zorgen dat de kennis en vaardigheden op dit gebied behouden blijven na het afstuderen.

Lees ook het interview met dr. David Brinkman.

Literatuur

  • Akram A, Zamzam R, Mohamed NB, Abdullah D, Meerah SM. An assessment of the prescribing skills of undergraduate dental students in Malaysia. J Dent Educ 2012; 76: 1527–1531.
  • Anjum MS, Parthasarathi P, Monica M, et al. Evaluating the knowledge of interns in prescribing basic drugs used in dentistry: a cross-sectional study. Webmed Central Pharmacol 2014; 5: 3–11.
  • Araghi S, Sharifi R, Ahmadi G, Esfehani M, Rezaei F. The study of prescribing errors among general dentists. Glob J Health Sci 2015; 8: 32–43.
  • Ashcroft DM, Lewis PJ, Tully MP, et al. Prevalence, nature, severity and risk factors for prescribing errors in hospital inpatients: prospective study in 20 UK hospitals. Drug Saf 2015; 38: 833–843.
  • Brinkman DJ, Tichelaar J, Agtmael MA van, Vries TP de, Richir MC. Self-reported confidence in prescribing skills correlates poorly with assessed competence in fourth-year medical students. J Clin Pharmacol 2015; 55: 825–830.
  • Brinkman DJ, Tichelaar T, Schutte T, et al. Essential competencies in prescribing: A first European cross-sectional study among 895 final-year medical students. Clin Pharmacol Ther 2017; 101: 281–289.
  • Cherry WR, Lee JY, Shugars DA, White jr RP, Vann jr WF. Antibiotic use for treating dental infections in children: a survey of dentists’ prescribing practices. J Am Dent Assoc 2012; 143: 31–38.
  • Croskerry P, Norman G. Overconfidence in clinical decision making. Am J Med 2008; 121; S24–29.
  • Dean B, Barber N, Schachter M. What is a prescribing error? Qual Health Care 2000; 9: 232–237.
  • Dean B, Schachter M, Vincent C, Barber N. Causes of prescribing errors in hospital inpatients: a prospective study. Lancet 2002a; 359: 1373–1378.
  • Dean B, Schachter M, Vincent C, Barber N. Prescribing errors in hospital inpatients: their incidence and clinical significance. Qual Saf Health Care 2002b; 11: 340–344.
  • Diermen DE van. ACTA-richtlijn 2013: beleid bij tandheelkundige ingrepen tijdens antitrombotische behandeling. Amsterdam: ACTA, 2013.
  • Doshi A, Asawa K, Bhat N, et al. Knowledge and practices of Indian dental students regarding the prescription of antibiotics and analgesics. Clujul Med 2017; 90: 431-437.
  • Draijer LW. NHG-Farmacotherapeutische richtlijn Orale candidiasis. Utrecht: Nederlands Huisartsengenootschap, 2004.
  • Espinosa Melendez M. An evaluation of the pharmacological knowledge of undergraduate and graduate students at UNAM’s Faculty of Dentistry. Proc West Pharmacol Soc 2006; 49: 173-176.
  • Felipe BB, Buzetto SC, Cabral AM, Mayrink G. Knowledge of dental students in relation to local anesthetics and associated complications. Int J Med Surg Sci 2015; 2: 461–467.
  • Guzman-Alvarez G, Medeiros M, Lagunes LR, Campos-Sepulveda AE. Knowledge of drug prescription in dentistry students. Drug Health Patient Saf 2012; 4: 55–59.
  • Halboub E, Alzaili A, Quadri MF, Al-Haroni M, Al-Obaida MI, Al-Hebshi NN. Antibiotic prescription knowledge of dentists in Kingdom of Saudi Arabia: an online country-wide survey. J Contemp Dent Pract 2016; 17: 198–204.
  • Jain A, Gupta D, Singh D, et al. Knowledge regarding prescription of drugs among dental students: A descriptive study. J Basic Clin Pharm 2015; 7: 12–16.
  • Jong L de, Janssen PGH, Keizer D, et al. NHG-Standaard Pijn. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap, 2018.
  • Kamulegeya A, William B, Rwenyonyi CM. Knowledge and antibiotics prescription pattern among Ugandan oral health care providers: a cross-sectional survey. J Dent Res Dent Clin Dent Prospects 2011; 5: 61–66.
  • Keijsers CJ, Leendertse AJ, Faber A, Brouwers JR, Wildt DJ de, Jansen PA. Pharmacists’ and general practitioners’ pharmacology knowledge and pharmacotherapy skills. J Clin Pharmacol 2015; 55: 936–943.
  • Lisboa SM, Martins MA, Castilho LS, Souza e Silva ME, Abreu MH. Prescribing errors in antibiotic prophylaxis by dentists in a large Brazilian city. Am J Infect Control 2015; 43: 767–768.
  • Martin-Jimenez M, Martin-Biedma B, Lopez-Lopez J, et al. Dental students’ knowledge regarding the indications for antibiotics in the management of endodontic infections. Int Endod J 2018; 51: 118–127.
  • Mendonca JM, Lyra jr DP, Rabelo JS, et al. Analysis and detection of dental prescribing errors at primary health care units in Brazil. Pharm World Sci 2010; 32: 30–35.
  • Ogunbodede EO, Fatusi OA, Folayan MO, Olayiwola G. Retrospective survey of antibiotic prescriptions in dentistry. J Contemp Dent Pract 2005; 6: 64–71.
  • Rauniar GP, Roy RK, Das BP, Bhandari G, Bhattacharya SK. Prescription writing skills of pre-clinical medical and dental undergraduate students. J Nepal Med Assoc 2008; 47: 197–200.
  • Ross S, Loke YK. Do educational interventions improve prescribing by medical students and junior doctors? A systematic review. Br J Clin Pharmacol 2009; 67: 662–670.
  • Sijtsma K. On the use, the misuse, and the very limited usefulness of Cronbach’s alpha. Psychometrika 2009; 74: 107–120.
  • Stichting Farmaceutische Kengetallen. Tandartsen schrijven vooral antibiotica en NSAID’s voor. Pharmaceutisch Weekblad 2019; 154.
  • Tanwir F, Marrone G, Lundborg CS. Knowledge and reported practice of antibiotic prescription by dentists for common oral problems. J Coll Physicians Surg Pak 2013; 23: 276–281.
  • Verduijn MM. NHG-Behandelrichtlijn Endocarditis profylaxe. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap, 2016.
  • Vereniging van Universiteiten (VSNU). Raamplan Tandheelkunde 2008: competenties van de tandarts (zesjarige opleiding). Den Haag: Vereniging van Universiteiten, 2009.
  • Viera AJ, Garrett JM. Understanding interobserver agreement: the kappa statistic. Fam Med 2005; 37: 360–363.
  • Vijayalakshmi B, Santhosh Kumar MP. Knowledge of students about local anaesthetics used during oral surgical procedures. J Pharm Sci & Res 2015; 7: 1011–1014.
  • Vries TP de, Henning RH, Hogerzeil HV, Fresle DA. Guide to good prescribing. Geneva: World Health Organization, 1994.

Verantwoording

Dit artikel is een vertaling van het artikel: Brinkman DJ, Nijland N, Diermen van DE, et al. Are Dutch dental students and dental-care providers competent prescribers of drugs? Euro J Oral Sci 2019; 127: 531-538, dat werd gepubliceerd op 10 december 2019.
 
Juiste antwoorden van intermezzo 1:
Vraag 1: b. NSAID’s kunnen hartfalen verergeren door vochtretentie)
Vraag 2: c. Tramadol is een zwakwerkend opioïd en heeft dus als belangrijke bijwerking een verminderde reactie- en concentratievermogen, vooral bij ouderen).
Vraag 3: a. Miconazol vertraagt de afbraak van vitamine K-antagonisten in de lever en versterkt zodoende de werking).
 

Meer lezen? Log in of word abonnee

Auteursinformatie

  • D.J. Brinkman1,2, N. Nijland3, D.E. van Diermen4, J.J.M. Bruers5,6, W.S.M. Ligthart7, P.J. Rietveld3, J. Tams8, A. Vissink9, A.J. Wilhelm10, F.R. Rozema4, J. Tichelaar1,2, M.A. van Agtmael1,2
  • Uit 1de afdeling Interne Geneeskunde van de Amsterdam Universitair Medische Centra, 2het Research and Expertise Center in Pharmacotherapy Education in Amsterdam, 3het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam, de afdelingen 4Orale Geneeskunde en 5Sociale Tandheelkunde van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam, 6de afdeling Onderzoek & Informatie van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde in Utrecht, 7de faculteit Tandheelkunde van het Radboud Universitair Medisch Centrum in Nijmegen, 8de faculteit Tandheelkunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen, 9de afdeling Mondziekten, Kaakchirurgie, en Bijzondere Tandheelkunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen en 10de afdeling Klinische Farmacologie en Farmacie van de Amsterdam Universitair Medische Centra.
  • Datum van acceptatie: 5 januari 2020
  • Adres: D.J. Brinkman, AUMC (locatie VUmc), De Boelelaan 1117, 1081 HV Amsterdam
  • d.brinkman@amsterdamumc.n

Reacties

Monday 6th April 2020 — NTVT Redactie
Geachte redactie, De conclusie van het artikel over de kennis en vaardigheden van de tandarts betreffende het voorschrijven van geneesmiddelen kwam voor mij niet echt als een verrassing. Toen ik afstudeerde had een tandarts nog volledige voorschrijfbevoegdheid, wij hadden immers hetzelfde curriculum doorlopen als de geneeskundestudenten toentertijd. Inmiddels is onze bevoegdheid beperkt tot de voor de tandheelkunde relevante farmaca, de overgrote meerderheid van de farmaca wordt door onze beroepsgroep niet voorgeschreven. Ondanks dat blijkt het lastig om verantwoord geneesmiddelen op correcte wijze voor te schrijven, nog afgezien van het feit dat de kennis van de overige farmaca dusdanig beperkt is, dat interacties veelal niet onderkend worden. Ik heb hier regelmatig over met collega's van gedachten gewisseld, veelgehoorde argumenten zijn dan dat de beschikbare nascholing op dit gebied gering is en de behandelde stof erg beperkt is. Ik denk dat we het ons als beroepsgroep mogen aantrekken dat de collectieve kennis op dit gebied te wensen overlaat, dit verdient alle aandacht naar mijn mening. Lex Schornagel

Om ook te reageren moet u eerst inloggen (alleen voor abonnees).

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog