× ABONNEREN

Speekseldiagnostiek: een overzicht van de toegenomen mogelijkheden

Door op 09-10-2020
  • Bloed versus speeksel
  • Functies en samenstelling van speeksel
  • Verzamelen van speeksel
  • Lage speekselsecretie: risicoparameter voor cariës en Candida-infecties
  • Biomarkers in speeksel gerelateerd met parodontitis
  • DNA-analyse en het SARS-CoV-2 virus
  • Analyse van antilichamen
  • Hormoonbepalingen in speeksel
  • Amylase bepaling in speeksel als stress parameter
  • Biosensoren
  • Conclusies
  • Literatuur
  • Reacties (0)

Samenvatting

In ziekenhuizen is bloed nog steeds de gouden standaard voor diagnostiek, maar buiten ziekenhuizen wordt speeksel steeds meer gebruikt. Speekselafname is niet invasief en daarom makkelijker, veiliger en goedkoper dan de afname van bloed. Speekselsecretie zelf is ook een diagnostische parameter. Een lage speekselsecretie kan duiden op een onderliggende ziekte zoals het syndroom van Sjögren en is een risicofactor voor het ontstaan van cariës, tanderosie, Candida-infecties en bij sporters geassocieerd met een verhoogde kans op luchtweginfecties. In tegenstelling tot bloed is zelfstandige afname van testmateriaal mogelijk. Vervolgens wordt dit naar een laboratorium opgestuurd, waar erfelijke ziekten en virusinfecties, zoals Covid-19, kunnen worden opgespoord. Een stap verder gaan testen waarbij het speeksel niet wordt opgestuurd, maar de testen zelf worden uitgevoerd, zoals zwangerschapstesten en HIV-testen. De snelle ontwikkeling van biosensoren in combinatie met gezondheidsapps op mobiele telefoons zullen leiden tot nieuwe mogelijkheden voor speekseltesten.

 

Bloed versus speeksel

Een belangrijk onderdeel van medische anamneses is bloedafname. Een buisje bloed wordt door speciaal daarvoor opgeleid personeel onder steriele omstandigheden afgenomen en bewaard in verschillende antistollingsmiddelen (heparine, EDTA, citraat), afhankelijk van de test waarvoor het bloed wordt gebruikt. Het bloed wordt in een klinisch laboratorium onderzocht en de uitslag wordt vergeleken met veelal internationaal gevalideerde referentiewaarden. Het overgaan van bloedbepalingen naar speekselbepalingen in ziekenhuizen lijkt echter uitgesloten, omdat referentiewaarden opnieuw gedefinieerd en gevalideerd moeten worden en ook de procedures van afname en bewaren zouden moeten worden aangepast.

Buiten ziekenhuizen wordt speeksel echter steeds vaker gebruikt voor allerlei tests, bijvoorbeeld voor alcohol en drugstesten. Vergeleken met bloed biedt het afnemen van speeksel grote voordelen: het is simpel, veilig en goedkoop. Het afnemen van speeksel is niet pijnlijk en het vereist geen steriele apparatuur en medisch getraind personeel. In tegenstelling tot venapunctie is de kans op infecties ten gevolge van speekselafname voor een patiënt verwaarloosbaar.

Functies en samenstelling van speeksel

Speeksel speelt een belangrijke rol bij het gezond houden van de mond (zie Bikker, 2020 elders in deze editie). De samenstelling van speeksel of mondvloeistof is het resultaat van verschillende processen. De belangrijkste bijdrage aan de mondvloeistof leveren de speekselklieren. Geprikkeld door het autonome zenuwstelsel produceren zij speeksel (Proctor, 2016). Parasympatische of cholinerge prikkeling stimuleert de productie van waterig speeksel met weinig eiwit, sympatische of adrenerge prikkeling stimuleert de productie van eiwitrijk speeksel. Door sterke adrenerge prikkeling, bijvoorbeeld bij sport, neemt de eiwitconcentratie in speeksel toe (Ligtenberg et al, 2015). Naast speekseleiwitten bevat de mond ook serumeiwitten, die via lekkage uit de gingivale pocket in speeksel terecht komen (Henskens et al, 1996). De bijdrage van serum aan mondvloeistof neemt toe bij ernstige gingivitis en parodontitis. Omdat de eiwitconcentratie in serum veel hoger is dan in speeksel (70 versus 1 milligram/milliliter), kan een hoge eiwitconcentratie in speeksel duiden op de aanwezigheid van parodontitis. Kleine moleculen uit serum, zoals hormonen, drugs en alcohol, komen door diffusie in speeksel terecht. De concentratie van deze stoffen is vaak lager dan in serum en hangt af van de grootte, lading en oplosbaarheid (Buttler et al, 2018). Naast vloeistof bevat speeksel ook cellen en micro-organismen. Epitheel van de mondmucosa ververst voortdurend cellen. Oude cellen laten los en komen in speeksel terecht. Deze cellen kunnen worden gebruikt voor DNA-onderzoek. Micro-organismen in speeksel zijn afkomstig uit plaque of van de mucosa. Speeksel is een rijke bron van micro-organismen met een grote soortenvariatie, 1 milliliter speeksel bevat een miljard bacteriën en minstens 700 verschillende soorten (Zaura et al, 2009).

Verzamelen van speeksel

In tegenstelling tot bloed vereist het verkrijgen van speeksel actieve deelname van een patiënt. Het vereist enige gewenning om in een bekertje te spugen. Dat is de reden dat speeksel vaak op een andere manier wordt afgenomen, zoals met behulp van absorberende wattenrollen (Salivette®), mondspoeling of rietjes (Salicap®) (afb. 1). Na enige gewenning hebben de meeste mensen echter weinig moeite met het spugen in een potje. In een onderzoek onder tandheelkundestudenten van het ACTA werd afname van speeksel door spugen vergeleken met Salivette en Salicap. Aan de proefpersonen werd gevraagd welke methode hun voorkeur had. Voor de procedure gaven proefpersonen de voorkeur aan Salivette, maar na de procedure gaven ze de voorkeur aan spugen. Eén van de redenen is dat het kauwen op een wattenrol een onprettig mondgevoel kan geven. Ook gingen proefpersonen makkelijker spugen bij herhaalde metingen en nam de secretie iets toe (tab. 1), wat duidt op gewenning.

a

b

Afb. 1. Voorbeeld van Salivette® (a) en Salicap® (b).
(Foto: Joost Hoving)

Tabel 1. Effect van gewenning op de speekselsecretie. De speekselsecretie neemt toe bij herhaald doorlopen van de procedure (ongepubliceerd onderzoek onder ACTA-studenten).

Het meten van de speekselsecretie is vrij eenvoudig, maar het is belangrijk enkele details in de gaten te houden. Zo mogen de patiënten een uur voor het verzamelen niet eten of drinken. Voor het verzamelen dienen de patiënten rechtop te zitten, zoals aan een bureaustoel, en niet in een tandartsenstoel te liggen. Ongestimuleerd speeksel wordt opgevangen door patiënten gedurende 5 minuten elke 30 seconden in een bekertje te laten spugen. De patiënt mag ondertussen niet praten, zuigen, slikken of kauwen. Na 5 minuten wordt het volume bepaald door het bekertje te wegen, waarbij 1 gram speeksel gelijk staat aan 1 milliliter, omdat het soortelijk gewicht van speeksel nauwelijks afwijkt van water. Na het opvangen van rustspeeksel kan gestimuleerd speeksel worden gemeten. Dit kan op dezelfde manier als rustspeeksel, maar nu kauwt de patiënt op een stukje paraffine. Het speeksel kan worden gebruikt voor verschillende analyses. Voor een uitgebreide en gedetailleerde beschrijving voor het verzamelen van speeksel, zie de bijdrage Laine et al over speekselonderzoek in de dagelijkse praktijk in deze editie (Laine et al, 2020).

Lage speekselsecretie: risicoparameter voor cariës en Candida-infecties

Eén van de simpelste bepalingen die kan worden gedaan is het meten van de speekselsecretie. Een lage speekselsecretie is geassocieerd met een hoger risico op cariës, tanderosie en Candida-infecties (Navazesh et al, 1995; Almstahl et al, 2003; Bratthall en Petersson, 2005). Bij sportmensen is een lage speekselsecretie geassocieerd met een verhoogde kans op luchtweginfecties in periodes van intensieve training (Gleeson et al, 2012). In de totale bevolking heeft circa 15% een speeksel­secretie van minder dan 0,1 milliliter/minuut (ml/min) wat in het algemeen als een te lage waarde wordt gedefinieerd (Flink et al, 2008). In tabel 2 zijn waarden aangegeven voor rustspeeksel en kauwgestimuleerd speeksel. Bij een patiënt met een lage secretie in rust, maar een normale secretie met kauwen, zijn de speekselklieren intact, maar wordt de secretie geremd. Dit is veelal het gevolg van medicijngebruik.

Tabel 2. Secretiewaarden van ongestimuleerd en gestimuleerd speeksel uitgedrukt in milliliter per minuut (Sreebny, 2000; Laine et al, 2020).

Het effect van hyposalivatie op cariësproces kan helder worden geëvalueerd met Cariogram, dat gratis is te downloaden als app. Dit is een programma wat de factoren weergeeft die van invloed zijn op het ontstaan van cariës (Bratthall en Petersson, 2005). Het meten van gestimuleerd speeksel is een onderdeel van de evaluatieprocedure. In deze test vormt een secretie van minder dan 0,7 ml/min een serieus risico voor het ontstaan van cariës.

Biomarkers in speeksel gerelateerd met parodontitis

Bij parodontitis neemt de lekkage van creviculaire vloeistof toe. Omdat de eiwitconcentratie in creviculaire vloeistof veel hoger is dan in speeksel (70 mg/ml versus 1 mg/ml), is de eiwitconcentratie in mondvloeistof bij parodontitispatiënten hoger dan bij gezonde personen (Henskens et al, 1996). De toename van creviculaire vloeistof in speeksel kan verder worden bevestigd door het aantonen van het bloedeiwit albumine, dat in speeksel van gezonde personen nauwelijks voorkomt. Bij parodontitis wordt parodontaal steunweefsel afgebroken door eiwit afbrekende enzymen, die afkomstig zijn van bacteriën en ontstekingscellen. Deze eiwit afbrekende enzymen komen door lekkage van creviculaire vloeistof terecht in speeksel. Het enzym matrix metalloproteinase-8 (MMP-8), ook bekend als neutrophil collagenase, is een enzym dat collageen in bindweefsel en botten afbreekt, en wordt gebruikt als marker voor parodontitis activiteit en om in een vroeg stadium botafbraak aan te tonen (De Morais et al, 2018). Een tandarts kan de aanwezigheid van MMP-8 onderzoeken met een Periosafe® test, die het enzym kwalitatief kan aantonen in mondspoeling. Omdat deze test veel vals-positieve resultaten geeft, is die slechts geschikt voor een eerste screening. Naast weefselschade door een ontstekingsreactie, treedt weefselschade ook op door eiwitafbrekende enzymen, proteasen, van bacteriën. Bacteriesoorten verschillen in de proteasen die zij maken. Door synthetisch stukjes eiwit te maken die door enzymen van 1 bacteriesoort worden afgebroken, is het mogelijk verschillende bacteriesoorten op de sporen aan de hand van deze specifieke substraten (Bikker et al, 2019). Zo kan de bacterie Porphyromonas gingivalis worden aangetoond met een substraat voor gingipaine, een enzym dat wordt geproduceerd deze bacterie (Alhogail et al, 2018).

DNA-analyse en het SARS-CoV-2 virus

DNA-analyse is niet meer weg te denken in onderzoek naar erfelijke ziekten, forensisch onderzoek en voorouderonderzoek (afb. 2). Voor DNA-analyse is wangslijm inmiddels populairder dan bloed. De simpele afname van wangslijm en het steeds goedkoper worden van DNA-analyse heeft geleid tot commercialisering van stamboomonderzoek en het screenen op erfelijke ziekten. Wie wil weten waar zijn voorouders vandaan komen, stuurt speeksel of wangslijm naar zo’n commercieel bedrijf die binnen enkele weken bepaalt waar voorouders vandaan komen (23andMe, Ancestry Health, National Geographic). Ook het opsporen van infectieziekten kan in speeksel. Virussen zoals influenza (griep) of hepatitis C worden aangetoond met behulp van DNA-analyse (Menezes et al, 2012; Sueki et al, 2016). Voor analyse van het orale microbioom, de complete verzameling micro-organismen in de mond, is DNA-analyse betrouwbaarder dan kweken. Veel bacteriën in speeksel vereisen zulke bijzondere groeiomstandigheden dat ze niet kunnen worden gekweekt in laboratoria. Dit leidt tot een onderschatting van het aantal soorten in het orale microbioom. DNA-analyse werkt niet selectief en geeft daarom een completer beeld van het microbioom dan traditionele kweekmethoden (Zaura et al, 2009).

Afb. 2. Een hiv-test met behulp van speeksel.
(Beeld: Shutterstock)

Vanaf februari 2020 wordt de wereld geteisterd door een pandemie van covid-19, veroorzaakt door het SARS-CoV-2 virus. Belangrijk om de verspreiding van het virus in te dammen is een goede en snelle diagnostische test, zodat de ziekte in een vroeg stadium kan worden opgespoord. De meest gebruikte test bestaat uit het aantonen van het virus RNA in monsters van neus of keelslijm. Afname van neus of keelslijm vereist gekwalificeerd personeel en maatregelen om besmetting te voorkomen, zoals mondkapjes en handschoenen. Daarnaast wordt de afname van neus en keelslijm als onprettig ervaren. Bij het verzamelen van neusslijm wordt een flexibel wattenstaafje 5 tot 6 cm in de neus gebracht en veel mensen neigen tot kokhalzen bij het afnemen van keelslijm. Speeksel vormt een patiëntvriendelijk en betrouwbaar alternatief voor neus en keelslijm (Wyllie et al, 2020). Bij het vergelijken van speeksel met neusslijm scoorde speeksel beter. Voor het onderzoek werden bij 38 bevestigde patiënten op dezelfde dag speeksel en neusslijm getest. Bij 8 patiënten werd SARS-CoV-2 wel in speeksel aangetoond, maar niet in neusslijm, en bij 3 patiënten was het omgekeerde het geval. Daarnaast waren de resultaten met speeksel consistenter. Bij herstel neemt het aantal virussen af tot onder de detectiegrens. Bij het gebruik van neusslijm gaven 5 van de 22 gemeten patiënten opnieuw een positief resultaat na eerder negatief te zijn geweest. Bij het gebruik van speeksel was dit bij geen van de 12 patiënten het geval. In de Verenigde Staten is inmiddels een op speeksel gebaseerde covid-19-test van de Rutgers State University of New Jersey goedgekeurd door de Food and Drug Administration (FDA).

Analyse van antilichamen

Wanneer een ziekteverwekker een gastheer infecteert worden antilichamen opgewekt. Aanwezigheid van antilichamen tegen de ziekteverwekker betekent dat de gastheer de ziekte heeft doorgemaakt. Een van de meest gebruikte speekseltests, de hiv-test, werkt volgens deze methode (Orasure technologies®). Bij deze test worden serum antilichamen, die via de creviculaire vloeistof in speeksel terecht komen, geabsorbeerd met een soort wattenstaafje en gebruikt voor diagnose (afb. 3). Deze test is dus eigenlijk niet gebaseerd op het gebruik van speeksel, maar van serum. Behalve uit serum komen antilichamen in speeksel uit de speekselklieren. Dit secretie immunoglobuline A (sIgA) komt niet alleen voor in speeksel, maar ook in andere slijmerige afscheidingen, zoals traanvocht, zweet en longslijm en vormt het belangrijkste antilichaam in het menselijk lichaam. Sporters die (te) hard trainen zijn vatbaarder voor luchtweginfecties. Dit is geassocieerd met een daling van sIgA in speeksel (Bishop en Gleeson, 2009).

Afb. 3. Bekende test voor DNA.
(Beeld: Shutterstock)

Hormoonbepalingen in speeksel

Hormonen kunnen ook worden gemeten in speeksel. Zo is er sinds kort een zwangerschapstest in speeksel beschikbaar (Salistick®, www.salignostics.com). Deze test meet humaan choriongonadotrofine (hCG), een hormoon dat door de placenta wordt aangemaakt tijdens zwangerschap. Deze bepaling is een kwalitatieve bepaling, waarbij de concentratie minder belangrijk is. Speeksel kan ook worden gebruikt voor kwantitatieve bepalingen, waarbij de concentratie van een hormoon kan worden gevolgd in de loop van de dag of over een langere periode. Hiervan wordt gebruikgemaakt bij metingen van het stresshormoon cortisol. Cortisol is een hormoon dat bij stress vrijkomt uit de bijnierschors. Cortisol volgt een dag en nachtritme en is het hoogste kort na het ontwaken, de cortisolontwaakrespons (Fries et al, 2009). Hogere cortisolniveaus na het ontwaken zijn geassocieerd met stress (Chida en Steptoe, 2009). Lagere niveaus van cortisol zijn geassocieerd met burn-out en vermoeidheidsklachten (Pruessner et al, 1999). Cortisol heeft verschillende metabole effecten. Het remt ontstekingen en bevordert de synthese van glucose uit eiwitten. In bloed is een groot deel van het cortisol gebonden aan eiwitten en daardoor niet metabool actief. Alleen de vrije cortisolfractie heeft metabole effecten. Omdat in speeksel alleen de vrije cortisolfractie voorkomt, is de bepaling van cortisol in speeksel is een betere weergave van de metabool actieve cortisolspiegel dan de bepaling in bloed. Andere hormonen, zoals testosteron, adrenaline kunnen ook worden bepaald in speeksel. De meeste hormonen zijn kleine ongeladen stoffen, die door diffusie in speeksel terecht komen. Diffusie door de membranen van de speekselklieren wordt bepaald door de grootte en lading van stoffen. Kleine, ongeladen stoffen diffunderen makkelijker door de celmembranen van speekselkliercellen dan grote, geladen stoffen. Omdat hormonen allemaal een andere grootte en lading hebben, verschilt de bloed-speekselratio per hormoon.

Amylase bepaling in speeksel als stress parameter

Het meest voorkomende eiwit in speeksel is het enzym amylase. Amylase breekt zetmeel af en doodt de bacterie Porphyromonas gingivalis (Ochiai et al, 2014). Amylase is eenvoudig te bepalen en verschillende bedrijven bieden standaard tests aan. Amylase wordt in psychologisch onderzoek veel gebruikt als parameter voor stress. Stress stimuleert het adrenerge systeem, wat leidt tot een toename van eiwit in speeksel, waaronder amylase. De amylaseactiviteit vertoont grote individuele verschillen die erfelijk zijn bepaald en onder andere afhangt van het aantal kopieën van het amylase gen (Perry et al, 2007). Het meten van amylaseactiviteit als parameter voor stress is dus alleen zinvol als de activiteit van dezelfde persoon in ontspannen toestand bekend is.

Biosensoren

Een veelbelovende ontwikkeling in de diagnostiek zijn biosensoren. Dit zijn sensoren voor het bepalen van een biologische component, bijvoorbeeld glucose. In de biosensor voor glucose produceert het enzym glucose oxidaseperoxide uit glucose, wat elektrochemisch wordt gedetecteerd. Diabetespatiënten moeten vaak hun glucoseniveau meten, maar omdat hiervoor iedere keer geprikt moet worden is dit een drempel. Meting in speeksel zou hiervoor een oplossing kunnen bieden. De glucoseconcentratie in speeksel is lager dan in bloed, maar vertoont een goede correlatie binnen een persoon. De verhouding tussen de glucoseconcentratie in speeksel moet dus per patiënt worden vergeleken met die van bloed, maar als die eenmaal is vastgesteld dan leent speeksel zich voor glucosemonitoring (Zhang et al, 2015).

Verschillende andere componenten lenen zich voor een zelfde benadering, zoals lactaat voor het meten van de anaerobe drempel tijdens inspanning, natrium voor het meten van de waterbalans, ureum voor nierziekte en amylase of eiwit voor adrenerge stimulatie, wat een iets zegt over stress (Nagy et al, 2015; Rutherfurd-Markwick et al, 2017; Seshadri et al, 2019). Veel van deze componenten vertonen een grote variatie tussen individuen en zijn daarom alleen zinvol als eerst een individuele basiswaarde wordt vastgesteld.

Conclusies

In de klinische diagnostiek zijn er weinig voorbeelden waarbij speeksel bloed vervangt. Speekseldiagnostiek heeft echter een geheel eigen niche gecreëerd met nieuwe mogelijkheden. Doordat speeksel makkelijk te verkrijgen is, is bemonstering zeer laagdrempelig en overal mogelijk. Zelf verkregen speekselmonsters worden naar een laboratorium opgestuurd voor diagnose van bijvoorbeeld erfelijke ziekten of infecties zoals corona. Nog een stap verder gaat diagnose op locatie zoals dat al kan voor HIV en MMP8. Ook worden biosensoren ontwikkeld die makkelijk aan mobiele telefoons kunnen worden gekoppeld. Dit leidt tot zeer laagdrempelige monitoring van componenten zoals glucose, ureum en cortisol, die veel informatie over de gezondheidstoestand van een individu geven. Dit maakt het mogelijk ziekten eerder en makkelijker op te sporen en het ziekteverloop nauwkeuriger en eenvoudiger te volgen. Naast deze veelbelovende ontwikkelingen mag niet uit het oog worden verloren dat een eenvoudige parameter zoals de speekselsecretie ook al veel informatie kan geven over de (mond)gezondheid.

Literatuur

  • Almståhl A, Wikstrom M, Stenberg I, Jakobsson A, Fagerberg-Mohlin B. Oral microbiota associated with hyposalivation of different origins. Oral Microbiol Immunol 2003; 18: 1-8.
  • Alhogail S, Suaifan, G, Bizzarro S, et al. On site visual detection of Porphyromonas gingivalis related periodontitis by using a magnetic-nanobead based assay for gingipains protease biomarkers. Microchimica Acta 2018; 185: 149.
  • Bikker FJ, Kaman-van Zanten WE, Laine M. Parodontitis en proteasen? Geen uitgemaakte zaak. Ned Tijdschr Tandheelkd 2019; 126: 385-388.
  • Bikker FJ. Het belang van speeksel voor de mondgezondheid; van Haddock tot histatine. Ned Tijdschr Tandheelkd 2020; 127: 551-555.
  • Bishop NC, Gleeson M. Acute and chronic effects of exercise on markers of mucosal immunity. Frontiers Biosci (Landmark Ed) 2009; 14: 4444-4456.
  • Bratthall D, Petersson GH. Cariogram - a multifactorial risk assessment model for a multifactorial disease. Community Dent Oral Epidemiol 2005; 33: 256-264.
  • Buttler RM, Bagci E, Brand HS, den Heijer M, Blankenstein MA, Heijboer AC. Testosterone, androstenedione, cortisol and cortisone levels in human unstimulated, stimulated and parotid saliva. Steroids 2018; 138: 26-34.
  • Chida Y, Steptoe A. Cortisol awakening response and psychosocial factors: A systematic review and meta-analysis. Biol Psychol 2009; 80: 265-278.
  • Flink H, Bergdahl M, Tegelberg A, Rosenblad A, Lagerlöf F. Prevalence of hyposalivation in relation to general health, body mass index and remaining teeth in different age groups of adults. Community Dent Oral Epidemiol 2008; 36: 523-531.
  • Fries E, Dettenborn L, Kirschbaum C. The cortisol awakening response (CAR): Facts and future directions. Int J Psychophysiol 2009: 72; 67-73.
  • Gleeson M, Bishop N, Oliveira M, McCauley T, Tauler P, Muhamad AS. Respiratory infection risk in athletes: association with antigen-stimulated IL-10 production and salivary IgA secretion. Scand J Med Sci Sports 2012; 22: 410-417.
  • Henskens YMC, van den Keijbus PAM, Veerman ECI, et al. Protein composition of whole and parotid saliva in healthy and periodontitis subjects. Determination of cystatins, albumin, amylase and IgA. J Periodontal Res 1996; 31: 57-65.
  • Laine ML, Jager DHJ, Bots CP, Vissink A, Brand HS, Bikker FJ. Speekselonderzoek in de dagelijkse praktijk. Ned Tijdschr Tandheelkd 2020; 127: 567-571.
  • Ligtenberg AJM, Brand HS, van den Keijbus PAM, Veerman ECI. The effect of physical exercise on salivary secretion of MUC5B, amylase and lysozyme. Arch Oral Biol 2015; 60: 1639-1644.
  • Menezes GBL, Pereira FA, Duarte CAB, et al. Hepatitis C virus quantification in serum and saliva of HCV-infected patients. Mem Inst Oswaldo Cruz 2012; 107: 680-683.
  • de Morais EF, Pinheiro JC, Leite RB, Santos PPA, Barboza CAG, Freitas RA. Matrix metalloproteinase-8 levels in periodontal disease patients: A systematic review. J Periodontal Res 2018; 53: 156-163.
  • Nagy T, van Lien R, Willemsen G, et al. A fluid response: Alpha-amylase reactions to acute laboratory stress are related to sample timing and saliva flow rate. Biol Psychol 2015; 109: 111-119. Navazesh M, Wood GJ, Brightman VJ. Relationship between salivary flow rates and Candida albicans counts. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol Endod 1995; 80: 284-288.
  • Ochiai A, Harada K, Hashimoto K, et al. α-Amylase is a potential growth inhibitor of Porphyromonas gingivalis, a periodontal pathogenic bacterium. J Periodontal Res 2014; 49: 62-68.
  • Perry GH, Dominy NJ, Claw KG, et al. Diet and the evolution of human amylase gene copy number variation. Nat Genet 2007; 39: 1256-1260.
  • Proctor GB. The physiology of salivary secretion. Periodontol 2000 2016; 70: 11-25.
  • Pruessner JC, Hellhammer DH, Kirschbaum C. Burnout, perceived stress, and cortisol responses to awakening. Psychosom Med 1999; 61: 197-204.
  • Rutherfurd-Markwick K, Starck C, Dulson DK, Ali A. Salivary diagnostic markers in males and females during rest and exercise. J Int Soc Sports Nutr 2017; 14: 27.
  • Seshadri DR, Li RT, Voos JE, et al. Wearable sensors for monitoring the physiological and biochemical profile of the athlete. Npj Digit Med 2019; 2: 72.
  • Sreebny LM. Saliva in health and disease: an appraisal and update. Int Dent J 2000; 50: 140-161.
  • Sueki A, Matsuda K, Yamaguchi A, et al. Evaluation of saliva as diagnostic materials for influenza virus infection by PCR-based assays. Clin Chim Acta 2016; 453: 71-74.
  • Wyllie AL, Fournier F, Casanovas-Massana A, et al. Saliva is more sensitive for SARS-CoV-2 detection in COVID-19 patients than nasopharyngeal swabs. MedRxiv 2020.04. 16.20067835 [preprint and not been peer-reviewed].
  • Zaura E, Keijser BJF, Huse SM, Crielaard W. Defining the healthy “core microbiome” of oral microbial communities. BMC Microbiol 2009; 9: 259.
  • Zhang W, Du Y, Wang ML. Noninvasive glucose monitoring using saliva nano-biosensor. Sens Biosensing Res 2015; 4: 23-29.

Meer lezen? Log in of word abonnee

Auteursinformatie

  • A.J.M. Ligtenberg
  • Uit de afdeling Orale Biochemie van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA)
  • Datum van acceptatie: 20 juli 2020
  • Adres: A.J.M. Ligtenberg, ACTA, Gustav Mahlerlaan 3004, 1081 LA Amsterdam
  • a.ligtenberg@acta.nl

Reacties

Om ook te reageren moet u eerst inloggen (alleen voor abonnees).

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog