× ABONNEREN

Stress en het orofaciale gebied: stress, TMD-pijn en mondgewoonten

Door op 05-06-2020
  • Inleiding
  • Stress en lichamelijke gezondheid
  • Stress en mondgewoonten
  • Mondgewoonten en TMD-pijn
  • Stress en TMD-pijn
  • Slot
  • Literatuur
  • Reacties (0)

Samenvatting

De invloed van psychosociale factoren op gezondheid is steeds duidelijker geworden en dat geldt ook voor de rol van stress bij pijnlijke temporomandibulaire disfunctie en mondgewoonten. Hoewel het laatste woord over deze verbanden nog niet is gezegd, zijn er aanwijzingen dat mondgewoonten in wakkere toestand wél, maar mondgewoonten gedurende de slaap niet beïnvloed lijken te worden door stress. Betere diagnostische procedures en het onderscheiden van verschillende soorten mondgewoonten is echter nodig voor meer helderheid. De etiologie van pijnlijke temporomandibulaire disfunctie blijkt een complex samenspel van factoren. Stress en mondgewoonten maken daarvan deel uit, maar er valt nog veel te ontdekken over de manier waarop de etiologische factoren elkaar en de uitkomsten beïnvloeden. Waar het gaat om stress lijkt de rol ervan in de kindertijd een veelbelovend aandachtspunt voor verder onderzoek.
 
Leerdoelen
Na het lezen van dit artikel bent u op de hoogte van:
• definities van stress en stressoren, en van de negatieve effecten daarvan op de algemene gezondheid
• de relatie tussen stress en mondgewoonten en TMD-pijn.

Inleiding

De afgelopen decennia is steeds duidelijker geworden dat psychosociale factoren een essentiële rol spelen in onze gezondheid (Engel, 1977; Cohen et al, 2015). Meer en meer blijkt dat de etiologie en het verloop van lichamelijke klachten pas goed kunnen worden begrepen en beïnvloed wanneer rekening wordt gehouden met deze factoren. De toenemende kennis over dit onderwerp leidt ertoe dat deze ook steeds beter ingezet kan worden. Tegelijkertijd blijft de manier waarop deze factoren hun invloed uitoefenen soms ongrijpbaar, ook in het orofaciale gebied.

In dit artikel wordt de rol van stress bij temporomandibulaire disfunctie (TMD) en mondgewoonten nader bekeken. Hierbij dient in gedachten te worden gehouden dat het woord stress meerdere interpretaties kent. Stress kan gezien worden als een ander woord voor de verzameling van positieve en negatieve levensomstandigheden, de stressoren. Er valt echter te beargumenteren dat de aanwezigheid van een of meer stressoren nog weinig zegt over stress. Pas als de stressor ook daadwerkelijk wordt ervaren als een bedreiging is er sprake van stress. Stress is dan te zien als de ervaringsreactie van de persoon op de omstandigheden. Daarbij kan ook nog onderscheid worden gemaakt tussen stress bij uitdaging, ook wel ‘positieve stress’ genoemd en stress door overweldigende gebeurtenissen en/of onzekerheid, ook wel ‘negatieve stress’ genoemd. Ten slotte valt op dat wanneer je mensen vraagt naar hun stresservaring, het nogal verschilt wat zij onder stress verstaan. Waar de één het geheel aan leefomstandigheden meeneemt in de inschatting, hanteert de ander de beperktere definitie van ‘druk zijn door verplichtingen’. Dat verschillende onderzoekers en hun respondenten mogelijk ook verschillende definities hanteren van stress, speelt wellicht een rol in de uiteenlopende uitkomsten van het onderzoek. Desalniettemin komt er uit de literatuur een coherent verhaal naar voren.

Aangezien het orofaciale gebied niet in isolatie bestaat en omdat onderzoek naar stress en gezondheid vaak een breder gebied behelst dan het orofaciale gebied, wordt allereerst de rol van stress bij gezondheid in het algemeen beschreven. Vervolgens wordt gekeken naar stress en mondgewoonten, mondgewoonten en TMD-pijn en stress en TMD-pijn, om te eindigen met een conclusie op basis van deze verschillende gebieden.

Stress en lichamelijke gezondheid

Om de invloed van stress op de lichamelijke gezondheid te begrijpen, is het van belang te weten wat stress is. Op het moment dat een dreiging waargenomen wordt, gebeurt er in het lichaam van alles. Het wordt ook wel de ‘vecht, vlucht of bevries-reactie’ genoemd. Pas als het individu in veiligheid is, is er tijd voor herstel. Bij de invloed van stress op gezondheid gaat het er niet om deze initiële reactie als ongezond te omschrijven. Hoewel het een begrip is met een negatieve connotatie, is stress wel degelijk een belangrijke, nuttige reactie met de nodige positieve effecten (zie intermezzo 1).

 
Intermezzo 1. Positieve effecten van stress
In dit artikel worden de negatieve effecten van stress beschreven. De Amerikaanse gezondheidspsychologe Kelly McGonigal maakt zich in haar TED-Talk hard voor een andere kijk op stress. Ze wijst erop dat een positievere inschatting van stress (stress als iets wat helpt uitdagingen beter aan te kunnen) beschermt tegen de negatieve gezondheidseffecten van stress. Daarnaast benoemt McGonigal de positieve effecten van stress op leren, gezondheid en sociaal gedrag. Haar conclusie is dat de schadelijke effecten van stress op gezondheid onvermijdelijk zijn, maar wanneer de stresservaring gezien wordt als nuttig en mensen verbinding zoeken met anderen, worden de negatieve effect­en teniet gedaan. Bekijk de TED Talk.

      

Bij negatieve gezondheidseffecten van stress is het belangrijk te kijken naar de intensiteit en duur van de stressor. Negatieve gezondheidseffecten van stress worden vooral gezien bij chronische en/of zeer hevige stressoren. In deze laatste situaties lijkt het stress-responssysteem een rol te spelen bij de ontwikkeling van verschillende lichamelijke klachten. De veronderstelling is dat dit komt doordat bij mensen die chronisch onder druk leven, zich voortdurend bedreigd voelen of kampen met posttraumatische stressklachten, het stress-responssysteem al die tijd hyperactief is, zonder dat er (voldoende) ruimte is voor herstel (Van Houdenhove, 2007). Bij mensen die chronisch zijn blootgesteld aan hoge druk, vooral in de vroege jeugd, worden verschillende veranderingen gevonden in het zenuwstelsel en het hormonale stelsel (Van Houdenhove, 2007; Dube et al, 2009). Deze veranderingen beïnvloeden de reactie op stressvolle omstandigheden, ziekte en pijn. Onderzoeken naar verschillende gezondheidsproblemen laten zien dat chronische stress van invloed is op de gezondheid. Zo kan een recente, langdurige stressor het risico op het ontwikkelen van een verkoudheid na blootstelling aan een verkoudheidsvirus verhogen en worden in verschillende patiëntenpopulaties aanwijzingen gevonden dat stress het risico vergroot op het chronisch vermoeidheidssyndroom, fibromyalgie en het prikkelbare darm syndroom (Cohen et al, 2012; Qin et al, 2014; Chinn et al, 2016; Strahler et al, 2016; Yavne et al, 2018; Creed, 2019).

De resultaten van het Adverse Childhood Experiences (ACEs-)onderzoek tonen aan dat het effect van stress op gezondheid groot is (Felitti et al, 1998). In dit onderzoek wordt het aantal negatieve ervaringen in de kindertijd en de associaties met verschillende uitkomsten op volwassen leeftijd nader geanalyseerd. Naarmate meer negatieve ervaringen in de kindertijd gerapporteerd worden, blijkt het risico op hartproblemen, longklachten, kanker en auto-immuunziekten toe te nemen (Felitti et al, 1998; Dube et al, 2009). Het gezondheidseffect van stress in de kindertijd wordt omschreven als een indirect effect dat wordt gemedieerd door de invloed van die stress op de sociale, emotionele en cognitieve ontwikkeling van kinderen en de gevolgen daarvan voor het gezondheidsgedrag op latere leeftijd (zoals middelengebruik, seksueel gedrag, leefstijl) (Felitti et al, 1998). Het lijkt echter ook samen te hangen met de directe effecten van de (chronische) stressoren op het immuunsysteem en het centrale zenuwstelsel en mogelijk ook met de expressie van de genen (Dube et al, 2009; Holman et al, 2016).

Stress en mondgewoonten

Een van de wegen waarlangs stress invloed uitoefent op de gezondheid is het gedrag, zoals ook wordt gevonden in bovengenoemd ACEs-onderzoek (Felitti et al, 1998).

Bij gedrag onder stress valt te denken aan:

  • zelfzorg (rust, slaap, voeding, risico’s nemen);
  • copingstijl (piekeren, steun zoeken);
  • gewoontegedrag (mondgewoonten).

Een scala aan uitdrukkingen zoals ‘ergens de tanden in zetten’, ‘even doorbijten’ en ‘het zwaar voor de kiezen krijgen’ wijst op onze neiging om ervaren druk om te zetten in krachten op de kaken.

Het is daarom niet verbazend dat ook mondgewoonten, zoals klemmen, knarsen, nagelbijten, tongpersen, door clinici veelal worden toegeschreven aan stress en persoonlijkheid (Manfredini en Lobbezoo, 2009). Toch is die relatie niet onomstreden en zijn er zowel onderzoeken waarin deze relatie wel, als waarin deze niet teruggevonden werd (Manfredini en Lobbezoo, 2009). Dit heeft er voor een belangrijk deel mee te maken dat het gaat om meerdere, verschillende gewoonten die soms wel, soms niet onder een noemer onderzocht worden. Het is van belang, zeker bij de rol van stress bij mondgewoonten, een onderscheid te maken zowel tussen mondgewoonten gedurende de slaap en in wakkere toestand als tussen knarsen en klemmen en andere mondgewoonten. Klemmen in wakkere toestand lijkt wel degelijk samen te hangen met psychologische factoren, zoals stress (Manfredini en Lobbezoo, 2009). Stress lijkt niet van invloed op nachtelijk knarsen (Manfredini en Lobbezoo, 2009).

(Beeld: Shutterstock)

Overigens is de relatie tussen psychologische factoren en mondgewoonten, ook gedurende de dag, nog niet volledig opgehelderd. Hiervoor zouden vooral een heldere methodiek voor het accuraat diagnosticeren van het mondgewoonten en meer inzicht in de rol van pijn en de relatie tussen pijn en psychologische factoren nodig zijn (Manfredini en Lobbezoo, 2009). Ook bij mondgewoonten overdag gaat het om meerdere gewoonten, waarbij tandcontact niet noodzakelijk is. Spierspanning kan immers ook optreden zonder tandcontact (Lobbezoo et al, 2013). Bij onderzoek waarin mondgewoonten werden geoperationaliseerd als gerapporteerde spanning in kaak, gezicht en hoofd (zonder te vragen naar eventueel tandcontact), werd gevonden dat stress deze spierspanning voorspelt (Glaros et al, 2016).

Verschillende wegen zijn denkbaar waarlangs stress leidt tot mondgewoonten. Zo valt te beargumenteren dat de verhoogde spierspanning onderdeel is van de algehele stressrespons, waarbij spierspanning in het lichaam toeneemt, als onderdeel van het algehele mobiliseren voor actie, mogelijk ook met een beschermende functie, als een soort harnas van spieren. De mondgewoonte kan echter ook een manier zijn om de spanning af te reageren, of het anderszins reguleren van negatieve emoties, zoals dit ook bij andere (pathologische) repetitieve gewoonten verondersteld wordt (Weijenberg en Lobbezoo, 2015). Er zijn aanwijzingen dat mondgewoonten een functie kunnen hebben binnen de regulatie van de stressrespons, wat leidt tot de voorzichtige conclusie dat bruxisten en nagelbijters mogelijk onbewust gebruik maken van het stress-verlichtende effect van kauwen (Weijenberg en Lobbezoo, 2015).

Mondgewoonten en TMD-pijn

Mondgewoonten worden algemeen gezien als belangrijkste oorzaak van TMD-pijn en hoewel het zeker niet zo is dat ze zijn afgeschreven als etiologische factoren, wijzen recente inzichten echter op een multifactoriële etiologie voor TMD-pijn, waarbinnen de mondgewoonten niet de voornaamste oorzaak vormen (Manfredini and Lobbezoo, 2010; Slade et al, 2016). Mondgewoonten bestaan ook zonder dat er sprake is van TMD-klachten. De vraag is opgeworpen in hoeverre de door TMD-patiënten gerapporteerde mondgewoonten oorzakelijk zijn voor hun TMD-pijnklacht of dat het de TMD-pijnklacht is die maakt dat zij meer mondgewoonten rapporteren (Slade et al, 2016).

Over het algemeen wordt in onderzoek de relatie tussen mondgewoonten en TMD-pijn wel teruggevonden. Ook hier moet onderscheid gemaakt worden tussen mondgewoonten gedurende de slaap en in wakkere toestand (Baad-Hansen et al, 2019). Zo vonden Smardz et al (2019) geen relatie tussen de intensiteit van slaapbruxisme en TMD-pijn, terwijl anderen vonden dat spierspanning in kaak, gezicht of hoofd bij wakkere respondenten een voorspeller was voor TMD-pijn (Glaros et al, 2016). Opgemerkt wordt dat mogelijk niet zozeer ongewone, intense mondgewoonten als nachtelijk klemmen en knarsen leiden tot TMD-pijn, maar dat het eerder een resultaat is van het overmatig uitvoeren van op zich minder intens gewoon gedrag waarbij spierspanning optreedt, al of niet gecombineerd met tandcontact (Glaros et al, 2016). Een op TMD-pijn gelijkende pijn blijkt te kunnen worden opgewekt bij gezonde proefpersonen door low-level klemmen (binnen een experiment maken van contact tussen de tanden) (Glaros, 2008). TMD-pijnpatiënten bleken meer tandcontact te maken dan controlepersonen en het verminderen van deze gewoonte hielp de pijn te verminderen (Glaros, 2008). Onderzoeksresultaten werden mogelijk beïnvloed door de manier waarop de informatie over de mondgewoonten verzameld werd, waarbij vooral onderzoeken die gebruikmaakten van zelfrapportage de relatie wel vonden, terwijl onderzoeken met objectieve technieken deze slechts vonden bij mondgewoonten in wakkere toestand (Manfredini and Lobbezoo, 2010; Baad-Hansen et al, 2019). Hoewel meer onderzoek met accurate diagnostiek en waarin adequaat onderscheid gemaakt wordt tussen verschillende vormen van mondgewoonten nodig is, lijkt het erop dat bij mondgewoonten in wakkere toestand een relatie bestaat tussen mondgewoonten en TMD-pijn, terwijl bij mondgewoonten gedurende de slaap deze relatie niet wordt gevonden.

Stress en TMD-pijn

Waar TMD-pijn ooit hoofdzakelijk toegeschreven werd aan anatomische factoren, is inmiddels bekend dat de etiologie een stuk complexer is. De anatomische factoren lijken daarentegen juist niet van belang (Lobbezoo en Naeije, 2001). TMD-pijn blijkt een resultaat van een complex aan gezondheids-, psychologische en klinische orofaciale factoren, sociaal-demografische factoren, pijngevoeligheid, genetische factoren en leeftijd (Slade et al, 2013). Stress maakt deel uit van de complexe etiologie van TMD-pijn, hoewel over het algemeen stress niet als losstaande entiteit wordt onderzocht, maar wordt gekeken naar een breder complex aan factoren zoals angst, depressie of coping (Rollman en Gillespie, 2000; Suvinen et al, 2005; De La Torre Canales et al, 2018).

Negatieve levensgebeurtenissen kunnen op het moment zelf stressvol zijn, maar ook leiden tot chronische, aan de gebeurtenis gerelateerde stress. Wanneer deze chronische stress zich uit in klachten die voldoen aan de criteria uit de DSM-5 en een reactie zijn op een gebeurtenis waarbij de persoon geconfronteerd werd met feitelijke of dreigende dood, ernstige verwonding of seksueel geweld, wordt gesproken van een posttraumatische stressstoornis (PTSS, zie intermezzo 2) (APA, 2014). In verschillende onderzoeken is gevonden dat de prevalentie van PTSS onder patiënten met TMD-pijn hoger is dan in de algemene bevolking (De Leeuw et al, 2005; Sherman et al, 2005). Tevens bleek dat naarmate er meer PTSS-symptomen door hen gerapporteerd worden, de ernst van de pijn en de invloed van de pijn op het leven groter waren (Burris et al, 2009).

 
Intermezzo 2. Posttraumatische stressstoornis (PTSS) volgens de DSM-5
De diagnose PTSS is opgebouwd uit 8 criteria. Onderstaand de 8 criteria voor PTSS, voor de onderliggende kenmerken verwijzen wij naar de DSM-5 (APA, 2014):
A.Blootstelling aan een feitelijke of dreigende dood, ernstige verwonding of seksueel geweld (een of meer hiervan).
B.De aanwezigheid van intrusieve symptomen die samenhangen met de psychotraumatische gebeurtenis(sen) en die zijn begonnen nadat de psychotraumatische gebeurtenis(sen) heeft (hebben) plaatsgevonden (een of meer van 5 symptomen).
C.Persisterende vermijding van prikkels die geassocieerd worden met de psychotraumatische gebeurtenis(sen) die begon nadat de psychotraumatische gebeurtenis(sen) heeft (hebben) plaatsgevonden (een of beide kenmerken).
D.Negatieve veranderingen in cognities en stemming, gerelateerd aan de psychotraumatische gebeurtenis(sen), die zijn begonnen of verergerd nadat de psychotraumatische gebeurtenis(sen) heeft (hebben) plaatsgevonden (2 of meer van 7 kenmerken).
E.Duidelijke veranderingen in arousal en reactiviteit, gerelateerd aan de psychotraumatische gebeurtenis(sen), die zijn begonnen of verslechterd nadat de psychotraumatische gebeurtenis(sen) heeft (hebben) plaatsgevonden (2 of meer van 6 kenmerken).
F.Duur van de stoornis (criteria B, C, D en E) is langer dan één maand.
G.De stoornis veroorzaakt klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.
H.De stoornis kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel (zoals medicatie, alcohol) of aan een somatische aandoening.

Toch lijken het, van alle psychologische factoren die focus van onderzoek zijn, vooral de gerapporteerde lichamelijke klachten te zijn die de sterkste voorspeller zijn voor het ontwikkelen van TMD-pijn (Fillingim et al, 2013). De bijdrage van de andere psychologische factoren is significant, maar kleiner. Stress werd in dit onderzoek gemeten als actuele ervaren stress, posttraumatische stress en de impact van negatieve levensgebeurtenissen in het voorgaande jaar. Een verhoogde score op elk van deze maten op zich was geassocieerd met een verhoogd risico op het ontstaan van TMD-pijn (Fillingim et al, 2013). Opvallend is dat binnen dezelfde populatie bleek dat mensen die in de loop van de tijd in toenemende mate stress rapporteren, een verhoogd risico liepen op het ontwikkelen van TMD-pijn, maar dat dit alleen gold voor degenen met een bepaalde variant van een gen (low versus high-activity COMT haplotype) (Slade et al, 2016). De invloed van stress op TMD-pijn wordt dus gemedieerd door genetische aanleg, wat eens te meer laat zien hoe gecompliceerd de oorsprong van de klacht is.

Slot

Al met al is het, gezien de aard van de stressreactie, niet meer dan logisch dat stress van invloed is op onze gezondheid. De invloed van stress is echter niet eenduidig en wordt beïnvloed door vele andere factoren. Dit geldt ook voor de rol van stress in het orofaciale gebied Stress heeft invloed op mondgewoonten en mondgewoonten en stress hebben invloed op TMD-pijn, maar er is geen eenvoudig causaal model op te stellen waarbinnen stress leidt tot mondgewoonten en vervolgens tot TMD-pijn. Mondgewoonten zijn niet altijd geassocieerd met stress en leiden niet altijd tot pijn. TMD-pijn is het gevolg is van een complex samenspel van factoren, waarvan stress er slechts een is.

Er valt nog veel te ontdekken over de manier waarop de verschillende factoren elkaar en de uitkomsten beïnvloeden. Zo is voorstelbaar dat de ACEs ook voorspellend zijn voor TMD-pijn en/of het chronisch worden van de TMD-pijnklacht. De vraag is of dat ook kan worden aangetoond en zo ja, welk(e) mechanisme(n) daarvoor verantwoordelijk is (zijn). Mogelijk bevinden de antwoorden zich voor een deel al in de data uit de recente Orofacial Pain: Prospective Evaluation and Risk Assessment (OPPERA)-onderzoeken (Dworkin, 2011; Dworkin, 2013; Slade et al, 2016). Dat vooral gerapporteerde lichamelijke klachten samenhangen met het ontstaan van TMD-pijn werpt de vraag op wat maakt dat een deel van de mensen relatief meer lichamelijke klachten rapporteren en TMD-pijn ontwikkelen. Delen deze lichamelijke klachten een gezamenlijke etiologie en, gezien de relatie die gevonden wordt met PTSS en de uitkomsten van de ACEs-onderzoeken, maakt een achtergrond van negatieve ervaringen deel uit van die gemeenschappelijke etiologie? Deze en vele andere mogelijke vragen vormen een uitdaging voor onderzoekers de komende jaren.

Literatuur

  • American Psychatric Association. DSM-5. Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen. Amsterdam: Boom uitgevers, 2014. 
  • Baad-Hansen L, Thymi M, Lobbezoo F, Svensson P. To what extent is bruxism associated with musculoskeletal signs and symptoms? A systematic review. J Oral Rehabil 2019; 46: 845-861.
  • Burris JL, Cyders MA, De Leeuw R, Smith GT, Carlson CR. Posttraumatic stress disorder symptoms and chronic orofacial pain: an empirical examination of the mutual maintenance model. J Orofac Pain 2009; 23: 243-252.
  • Chinn S, Caldwell W, Gritsenko K. Fibromyalgia Pathogenesis and Treatment Options Update. Curr Pain Headache Rep 2016; 20: 25. 
  • Cohen BE, Edmondson D, Kronish IM. State of the art review: Depression, stress, anxiety, and cardiovascular disease, Am J Hypertens 2015; 28: 1295-1302.
  • Cohen S, Janicki-Deverts D, Doyle WJ, et al. Chronic stress, glucocorticoid receptor resistance, inflammation, and disease risk. Proc Natl Acad Sci U S A 2012; 109: 5995-5999.
  • Creed F. Review article: the incidence and risk factors for irritable bowel syndrome in population-based studies. Aliment Pharmacol Ther 2019; 50: 507-516.
  • De La Torre Canales G, Camara-Souza MB, Munoz Lora VRM, et al. Prevalence of psychosocial impairment in temporomandibular disorder patients: A systematic review. J Oral Rehabil 2018; 45: 881-889.
  • Dube SR, Fairweather D, Pearson WS, Felitti VJ, Anda RF, Croft JB. Cumulative childhood stress and autoimmune diseases in adults. Psychosom Med 2009; 71: 243-250. 
  • Dworkin SF. The OPPERA study: Act One. J Pain 2011; 12: T1-3.
  • Dworkin SF. The OPPERA study: Act Two. J Pain 2013; 14: T1.
  • Engel GL. The need for a new medical model: a challenge for biomedicine. Science 1977; 196: 129-136.
  • Felitti VJ, Anda RF, Nordenberg D, et al. Relationship of childhood abuse and household dysfunction to many of the leading causes of death in adults. The Adverse Childhood Experiences (ACE) Study. Am J Prev Med 1998; 14: 245-258.
  • Fillingim RB, Ohrbach R, Greenspan JD, et al. Psychological factors associated with development of TMD: the OPPERA prospective cohort study. J Pain 2013; 14: T75-90.
  • Glaros AG. Temporomandibular disorders and facial pain: a psychophysiological perspective. Appl Psychophysiol Biofeedback 2008; 33: 161-171.
  • Glaros AG, Marszalek JM, Williams KB. Longitudinal multilevel modeling of facial pain, muscle tension, and stress. J Dent Res 2016; 95: 416-422.
  • Holman DM, Ports KA, Buchanan ND, et al. The association between adverse childhood experiences and risk of cancer in adulthood: A systematic review of the literature. Pediatrics 2016; 138: S81-S91.
  • Leeuw R de, Bertoli E, Schmidt JE, Carlson CR. Prevalence of post-traumatic stress disorder symptoms in orofacial pain patients. Oral Surgery Oral Medicine Oral Pathology Oral Radiology And Endodontics 2005; 99: 558-568.
  • Lobbezoo F, Ahlberg J, Glaros AG, et al. Bruxism defined and graded: an international consensus. J Oral Rehabil 2013; 40: 2-4.
  • Lobbezoo F, Naeije M. Bruxism is mainly regulated centrally, not peripherally. J Oral Rehabil 2001; 28: 1085-1091.
  • Manfredini D, Lobbezoo F. Role of psychosocial factors in the etiology of bruxism. J Orofac Pain 2009; 23: 153-166.
  • Manfredini D, Lobbezoo F. Relationship between bruxism and temporomandibular disorders: a systematic review of literature from 1998 to 2008. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol Endod 2010; 109: e26-50.
  • Qin HY, Cheng CW, Tang XD, Bian ZX. Impact of psychological stress on irritable bowel syndrome. World J Gastroenterol 2014; 20: 14126-14131.
  • Rollman GB, Gillespie JM. The role of psychosocial factors in temporomandibular disorders. Curr Rev Pain 2000; 4: 71-81.
  • Sherman JJ, Carlson CR, Wilson JF, Okeson JP, McCubbin JA. Post-traumatic stress disorder among patients with orofacial pain. J Orofac Pain 2015; 19: 309-317.
  • Slade GD, Fillingim RB, Sanders AE, et al. Summary of findings from the OPPERA prospective cohort study of incidence of first-onset temporomandibular disorder: implications and future directions. J Pain 2013; 14: T116-124.
  • Slade GD, Ohrbach R, Greenspan JD, et al. Painful temporomandibular disorder: decade of discovery from OPPERA studies. J Dent Res 2016; 95: 1084-1092.
  • Smardz J, Martynowicz H, Michalek-Zrabkowska M, et al. Sleep bruxism and occurrence of temporomandibular disorders-related pain: a polysomnographic study. Front Neurol 2019; 10: 168.
  • Strahler J, Skoluda N, Rohleder N, Nater UM. Dysregulated stress signal sensitivity and inflammatory disinhibition as a pathophysiological mechanism of stress-related chronic fatigue. Neurosci Biobehav Rev 2016; 68: 298-318.
  • Suvinen TI, Reade PC, Kemppainen P, Kononen M, Dworkin SF. Review of aetiological concepts of temporomandibular pain disorders: towards a biopsychosocial model for integration of physical disorder factors with psychological and psychosocial illness impact factors. Eur J Pain 2005; 9: 613-633.
  • Van Houdenhove B (red). Stress, het lijf en het brein - Ziekten op de grens tussen psyche en soma. Leuven: LannooCampus, 2007.
  • Weijenberg RA, Lobbezoo F. Chew the pain away: oral habits to cope with pain and stress and to stimulate cognition. Biomed Res Int 2015: 149431.
  • Yavne Y, Amital D, Watad A, Tiosano S, Amital A. A systematic review of precipitating physical and psychological traumatic events in the development of fibromyalgia. Semin Arthritis Rheum 2018; 48: 121-133.

Meer lezen? Log in of word abonnee

Auteursinformatie

  • W. Knibbe1,2, F. Lobbezoo1
  • Uit 1Sectie Orofaciale Pijn en Disfunctie, Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA), Amsterdam en2Stichting Bijzondere Tandheelkunde, Amsterdam
  • Datum van acceptatie: 6 april 2020
  • Adres: Mevrouw W. Knibbe, ACTA, Gustav Mahlerlaan 3004, 1081 LA Amsterdam
  • w.knibbe@acta.nl

Reacties

Om ook te reageren moet u eerst inloggen (alleen voor abonnees).

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog