× ABONNEREN

Tandmeester op Schouwen-Duiveland

Door op 05-04-2019
  • Inleiding
  • De gilden en de tandmeesters
  • Dentz en Son
  • Wetgeving
  • Literatuur
  • Verantwoording
  •  
  •  
  • Reacties (0)

Inleiding

Op 1 september 1759 stond de volgende advertentie in de Middelburgsche Courant:

“Lehman Joseph, voornaam Operateur van de Stad Praag, woonende te Amsterdam in de eerste Hoogstraat, boven de Tinnegieter, zal gedurende de Zierikzeesche Kermis, zich in Persoon aldaar ophouden, dewyl er zijn, die zich op zyn Naam uitgeven en durven beroemen, dat zy den Balzem de Calomyte verkoopen waarvan niemand dan hy alleen de Maker is, en die gene, welke Lam of Kreupel zyn daar door geholpen konnen worden. Hy is gelogeert in ’t Heeren Logement, achter de Kerk, in een apartement, en helpt de Armen om niet.”

Op geen enkele wijze blijkt uit dit eenmalig bezoek aan Zierikzee dat hier mogelijk ook tandheelkundige behandelingen zouden plaatsvinden, en zeker niet dat er sprake was van een tandmeester; maar enige jaren later lezen we in de Haerlemse Courante:

“Lehman Joseph, Kies en Tandmeester, woonende in de eerste Hoogstraat, boven de Tinnegieter t ’Amsterdam, daar zyn Beeltenis levensgroote voor het Venster staat, s’avonds een Lantaarn aan de Deur, geneest alle soorten Venus-Quaalen, zelfs die van anderen bedorven zyn, ingewortelt en tot het Gebeente doorgedrongen, geneest binnen korten tyd en dat het niet kan bemerkt worden en dat men alles kan eten en drinken.”

Deze uit Tsjechië (Moldavië) afkomstige barbier die zich rond 1750 in Amsterdam vestigde wordt nu beschouwd als de eerste tandmeester in Nederland en de stamvader van de families Dentz en Son, die vele tandmeesters (en tandartsen) hebben voortgebracht (Van Lieberg, 1991).

De gilden en de tandmeesters

In 1787 deed een zekere Anthony Thyleman een verzoek aan het gilde van de chirurgijns in Zierikzee tot aanstelling van kies- en tandmeester. Het gilde, bang voor concurrentie, wees zijn verzoek af ondanks zijn aanbod geen ander soort praktijk te gaan uitoefenen. Van de chirurgijns is bekend dat zij aan de buitenzijde van het lichaam werkten, maar wel kleine operaties en hazenlipsluitingen uitvoerden. Uit een inventarisatie in 1755 van het door geneesheren en chirurgijns werd gebruikte instrumentarium van de snijkamer van het Gasthuis in Zierikzee, bleek dat daar onder andere 3 'tandentreckers' en 2 'elevaries' (hevels) aanwezig waren (Van Hoorn, 1993). Daar werden dus ook ingrepen in de mond verricht.

Het was een periode van aanzienlijke veranderingen, zowel wat wetgeving als van uitoefening van het tandheelkundig beroep. Er kwamen diverse boeken over tandheelkundige behandelingen en er werd onder de tandmeesters steeds meer kennis van vader op zoon overgebracht. In de Frans-Bataafse tijd (1795 – 1813) werden regionale commissies benoemd die, in hun werkgebied, getuigschriften van bekwaamheid aan tandmeesters afgaven. De tandmeester kreeg in 1811 een officiële erkenning en tussen 1818 en 1865 (met de totstandkoming van de geneeskundige wetten van Thorbecke) werden in Nederland 137 tandmeesters ingeschreven.

Dentz en Son

Op 11 augustus 1798 verscheen in de Middelburgsche Courant de volgende advertentie:

“Zierikzee. SIMON NATHANS,GEADMITTEERD KIES- EN TANDMEESTER van Amsterdam, den Haag, Utrecht, Gouda etc. etc. zal te spreken of te ontbieden zijn Maandag, Dinsdag , Woensdag en Donderdag, den 13, 14, 15 en 16 augustus 1798 in het Oude Heeren Logement tegenover de kerk alhier”.

Op afbeelding 1 is een ander voorbeeld te zien.

Afb. 1. Reclamebiljet Simon Nathans (circa 1798).

Simon Nathans was getrouwd met Roosje (Roza) Lehmans, een dochter van eerder genoemde Lehman Joseph. Na het overlijden van zijn schoonvader zette Simon Nathans de praktijk in de toenmalige Amsterdamse Jodenbuurt voort op hetzelfde adres, samen met zijn schoonmoeder, die ook zijn zuster was (én tandmeester). Daarnaast werden vele zitdagen in het hele land gehouden. Zijn zwager, de tandmeester Joseph Samuel ook getrouwd met een dochter van Lehman Joseph, was een straat verder gevestigd, evenals een aantal andere tandmeesters Daarom wordt deze buurt als de bakermat van de tandheelkunde in Nederland beschouwd. Na invoering van de burgerlijke stand werd aan de naam Simon Nathans Dentz toegevoegd (1811) en aan die van Joseph Samuel Son. De familie Dentz zou 4 generaties tandmeesters en tandartsen opleveren met als de meest bekende Theodore Dentz, de oprichter van de opleiding tot tandarts (1877) (Van Cittert, 1977). De familie Son kent zelfs 7 generaties, waarvan er begin 1900 enkelen als tandarts, vanuit Rotterdam, spreekuur in Zierikzee hielden. Tot 2010 werkte nog een Son (Jos) als tandarts in Argentinië.

 Simon Nathans legde maar een beperkt aantal bezoeken aan Zierikzee af en overleed in 1811 op 56-jarige leeftijd. Op 2 augustus 1814 bezocht zijn zoon Simon Nathans Dentz (1792 – 1868) voor het eerst Zierikzee. Met de volgende advertentie in de Zierikzeesche Courant werd de bevolking op de hoogte gebracht (afb. 2).

Afb. 2. Advertentie van Simon Nathans Dentz in de Zierikzeesche Courant (1814).

Deze advertentie geeft een duidelijk beeld van de tandmeester, hij is bevoegd en staat ingeschreven. Ook wat hij doet is goed aangegeven. Duidelijk wordt vermeld dat hij last heeft van kwakzalvers die zich voor hem uitgeven. In het zelfde jaar verschenen nog meerdere advertenties in de krant waarin Dentz aangaf waar zijn geneesmiddelen in commissie te verkrijgen waren (afb. 3).

 Afb. 3. Middelen die Simon Nathans Dentz verkocht (Zierikzeesche Courant, 1814).

Tot 1824 zou hij om de paar jaar Zierikzee bezoeken, waarbij hij zijn mededelingen had aangepast door te vermelden dat hij ook tandmeester van Z.K.H. den Prins van Oranje was. Na Dentz werd het eiland nog diverse jaren bezocht door een aantal tandmeesters. Vaak eenmalig, meestal wanneer er kermis of jaarmarkt was; soms aangekondigd in de Zierikzeesche Courant. De behandeling bestond uit zeer eenvoudige tandheelkunde als consult, extractie, schoonmaken van het gebit, verstrekken van mondwaters en voor de beter gesitueerden het aanbrengen van kunsttanden. De rondreizende tandmeester Purmer kwam enige jaren (1820 – 1823) naar Zierikzee en later weer in 1840. De advertentie die hij in dat jaar in de Zierikzeesche Nieuwsbode liet zetten sprak voor zich (afb. 4).

Afb. 4.  Advertentie van Tandmeester Purmer in de Zierikzeesche Nieuwsbode (1840).

In de daarop volgende periode van 1837 tot 1879 hielden nog 2 tandmeesters regelmatig spreekuur in Zierikzee. Beiden waren gevestigd in Middelburg en hielden spreekuren door geheel Zeeland. D. N Torres, oorspronkelijk afkomstig uit Amsterdam was van 1837 tot 1865 regelmatig te spreken bij Bakker But en J.L. Pinto hield van 1859 tot 1879 spreekuur in Logement De Kroon. Dat de tandmeesters niet alleen tandheelkundig werkten mag uit de volgende advertentie blijken (Middelburgse Courant, 1859):

“Wij, ondergetekenden, verklaren bij deze dat wij een geruime tijd lijdende zijn geweest aan Scheurbuik, welke door de behandeling van J. L. Pinto, tandmeester in Middelburg volkomen hersteld is, derhalve wij bovengenoemde Heer bij het Publiek aanbevelen. (11 november 1859 B.J. Hamelink, i. Wolf)”

Wetgeving

Van grote invloed op het werk van de tandmeesters was de wetgeving. In de geneeskundige wetten van Thorbecke werd in 1865 vastgelegd dat alleen de medici tanden en kiezen mogen trekken en dat alleen de gevestigde tandmeesters (nog beperkt) mogen blijven werken. Deze wetgeving bleek niet goed te werken zodat het verbod voor de tandmeesters in 1876 weer werd opgeheven (Van Wiggen, 1987). Met het vertrek van Pinto in 1879 (hij overleed in 1880) werd het tijdperk van de tandmeester op Schouwen-Duiveland afgesloten. Tussen 1880 en 1890 waren nauwelijks tandmeesters in Zeeland werkzaam en trokken huisartsen de tanden en kiezen, wat overigens, zeker in kleinere dorpen tot ver in de twintigste eeuw doorging.

Inmiddels was Theodore Dentz (1840 -1933), kleinzoon van de eerder genoemde tandmeester en arts Simon Nathans Dentz, in 1877 in Utrecht met de opleiding tot tandarts begonnen en hoewel pas in 1913 officieel de titel tandmeester in tandarts werd veranderd, was deze wijziging al eerder ingeburgerd. In 1888 kwam Abraham Alexander Regensburg, afkomstig uit een familie van tandmeesters en zelf ook tandmeester, als pas afgestudeerde tandarts vanuit Leiden naar Zierikzee om daar min of meer regelmatig spreekuur te gaan houden. In het jaar dat de tandmeester ophield te bestaan, vestigde zich op het eiland de eerste tandarts die dagelijks praktijk deed (afb. 5).

Afb. 5. Advertentie van tandarts Lomars in de Zierikzeesche Nieuwsbode (1915).

Literatuur

  • Citers-Eijmers JG van. De familie Dentz en de tandheelkunde hoofdzakelijk te Utrecht. In: Maar FER de, Schijndel LJA van. Van tandmeestersen tandartsen: 100 jaar tandheelkundig onderwijs in Nederland.Amsterdam: ’t Koggeschip, 1977.
  • Hoorn CM van, Kool-Blokland JL. Geneeskunde in Zierikzee. Zierikzee:Glaxo BV, De Gemeente Zierikzee, De Zierikzeese Slavenkas, 1993.
  • Lieburg MJ van. Het tandheelkundig beroep in Nederland voor 1865. Ned Tijdschr Tandheelkd 1991; 91: 271-282.
  • Wiggen GJ van. In meer eerbare banen, De ontwikkeling van het tandheelkundigin Nederland van 1865-1940. Amsterdam: Rodopi, 1987.

Verantwoording

Dit artikel is een bewerkte vorm van een eerder verschenen en door D.J. Schutte geschreven artikel 'Tandheelkunde op Schouwen-Duiveland', in Kroniek van het land van de zeemeermin 2018; 43: 88-103.

 

 

Lees verder

Log in om een reactie te plaatsen

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog

Auteursinformatie

  • D.J. Schutte, oud-adviserend tandarts
  • Datum van acceptatie: 13 februari 2019
  • Adres: Duinweg 21, 4325 EW Renesse
  • djschutte@zeelandnet.nl

Download bij dit artikel