× ABONNEREN

Visie op de collectieve mondzorg voor kwetsbare ouderen: eendracht maakt macht

  • Inleiding
  • Overheid en maatschappij
  • Vergroten kennis en verbeteren samenwerking zorgverleners
  • Medicatie en apothekers
  • Case finding
  • Opleidingen
  • Conclusie: eendracht maakt macht
  • Literatuur
  • Reacties (0)

Samenvatting

Het is met de mondgezondheid van kwetsbare ouderen vaak slecht gesteld. Een goede mondgezondheid is echter wel van groot belang. Mondgezondheid van ouderen zou daarom goed bewaakt en op peil gehouden moeten worden. Hiervoor is multidisciplinaire en interprofessionele samenwerking van zorgverleners en andere betrokkenen vereist. Deze samenwerking is nu nog heel summier. Ook is er vrijwel niets geschreven over hoe dergelijke samenwerking op het gebied van mondzorg voor kwetsbare ouderen vormgegeven zou moeten of kunnen worden. In deze bijdrage wordt uiteengezet welke mogelijkheden er voor een dergelijke samenwerking zijn en welke factoren daarbij van belang zijn. Dit alles in het kader van ‘eendracht maakt macht’.

Inleiding

Twintig jaar geleden had het merendeel van de ouderen een volledige gebitsprothese. Deze gebitsprothese had men vaak al op jonge leeftijd gekregen (CBS, 2009). Tegenwoordig hebben steeds meer ouderen tot op hoge leeftijd een natuurlijke dentitie of dragen zij een overkappingsprothese op implantaten (Hoeksema et al, 2017a; CBS, 2009). In 2000 was 70% van de 75-plusser in Nederland edentaat. Dit daalde tot 53% in 2009 en 39% in 2018 (KNMT, 2019a). Mensen met een natuurlijke dentitie of implantaten hebben een verhoogde kans op ontstekingen in de mond omdat er een infectie kan ontstaan van de weefsels rondom natuurlijke gebitselementen of implantaten. Dergelijke ontstekingen, zoals parodontitis en of periapicale ontstekingen, kunnen op hun beurt weer effect hebben op de algehele en psychische gezondheid (Hajishengallis, 2015).

Door sterk verbeterde tandheelkundige zorg en preventiemaatregelen zoals tandenpoetsen en het algemene gebruik van fluoride bevattende tandpasta in de afgelopen decennia, wordt het steeds vanzelfsprekender dat mensen tot op hoge leeftijd nog hun natuurlijke dentitie behouden. Zodra ouderen kwetsbaar of zorgafhankelijk worden, lukt het echter in veel gevallen niet meer om de mondgezondheid op peil te houden (Maille et al, 2017). Parodontale aandoeningen, afgebroken gebitselementen, cariës en slecht functionerende gebitsprotheses komen veel voor, zowel bij ouderen in zorgorganisaties voor hoog zorgafhankelijke ouderen als bij thuiswonende kwetsbare ouderen (Montal et al, 2006; Hoeksema et al, 2017b; Kamdem et al, 2017; Zenthöfer et al, 2017; Hoeksema et al, 2018). De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn de afname van de cognitieve en motorische vaardigheden door de toename van ziekte bij het ouder worden (Delwel et al, 2018). Dat leidt bij veel kwetsbare ouderen tot een gebrek aan motivatie en deprioritering van mondzorg (Rabbo et al, 2012; Niesten et al, 2013). De zelfzorg wordt daarmee moeilijker en de gang naar de mondzorgverlener meer en meer beperkt (Gil-Montoya et al, 2017). Zonder hulp van derden is goed tandenpoetsen of een bezoek aan de tandarts dan vaak niet meer mogelijk. Bovendien is bij veel ouderen het mondmilieu veranderd, onder andere door het droger worden van de mond ten gevolge van medicatiegebruik waardoor afname van de natuurlijke bescherming van speeksel ontstaat (Janssens et al, 2017). De kans op het ontstaan van schimmelinfecties, parodontopathieën en tandcariës is daardoor sterk verhoogd (Aliko et al, 2015). Ook geven diverse ouderen aan een gebrek aan financiële middelen te hebben om de mondzorg te financieren (Petersen et al, 2010; Gopalakrishnan et al, 2019).

De World Health Organization (WHO) benadrukt dat mondgezondheid en algemene gezondheid niet los van elkaar moeten worden gezien (Sheiham, 2005). De vraag is dan: wat is er nodig om goede mondverzorging en een goede mondgezondheid voor ouderen te waarborgen wanneer de zelfzorg faalt en de oudere geen mogelijkheden meer heeft om professionele mondzorg zelf te regisseren of te ontvangen? Hoe kunnen ‘omstanders’ rondom kwetsbare ouderen samenwerken en hoe maakt eendracht macht? In deze bijdrage wordt een uiteenzetting gegeven van de mogelijkheden tot samenwerken op het gebied van mondzorg voor ouderen. Daarbij worden de politiek, de maatschappij, de zorgstructuur en het onderwijs onder de loep genomen.

Overheid en maatschappij

Om te zorgen dat de mond tot op hoge leeftijd gezond blijft, hebben niet alleen de patiënten en zorgverleners, maar ook de overheidsinstanties een taak. Een leven lang een gezonde mond behouden begint al bij de geboorte. Voorlichting over een gezonde mond aan ouders van jonge kinderen en het stimuleren van tandartsbezoek vanuit het consultatiebureau (Nederland) of Kind & Gezin (België) en het basisonderwijs is belangrijk. Jong geleerd is oud gedaan. Kinderen die niet geleerd hebben goed voor hun mond te zorgen en regelmatig naar de tandarts te gaan, zullen dat op latere leeftijd vaak ook niet doen. In de maatschappij zal daarom het besef moeten bestaan dat, zoals ook door de WHO wordt gesteld, mondgezondheid belangrijk is en deel uitmaakt van de algemene gezondheid (Sheiham, 2005). Basale mondzorg zou daarom ook onderdeel moeten zijn van basale gezondheidszorg. Op dit moment komt 1 op de 5 volwassenen tot 65 jaar niet (meer) jaarlijks bij de tandarts. Bij ouderen boven de 75 jaar is dat aantal zelfs 2 op de 4 (KNMT, 2018). De (huis)arts daarentegen wordt door ouderen wel veelvuldig bezocht. Bijna alle 75-plussers (9 van de 10) gaan minstens 1 keer per jaar naar de huisarts (CBS, 2018).

De mondzorg die nodig is voor het verkrijgen van een pijnvrije en ontstekingsvrije mond zou daarom bij voorkeur ook aandacht moeten krijgen in de reguliere algemene gezondheidszorg. Daarnaast kan er vanuit de overheid voorlichting worden gegeven. Denk hierbij aan aandacht voor het onderwerp in de media door middel van voorlichtingscampagnes in de maatschappij en op scholen (Kossioni et al, 2018). Verder zou er voor de groep zorgafhankelijke kwetsbare ouderen woonachtig in woon- en zorgcentra door de overheid op moeten worden toegezien dat de richtlijn ‘Mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen’ wordt nageleefd (Verenso, 2007).

Vergroten kennis en verbeteren samenwerking zorgverleners

Voor veel artsen en andere zorgverleners is de mond nog vaak een onbekend terrein en ervaren zij een drempel om de mond te bekijken. In 2000 beschreef Chung et al dat artsen een lage prioriteit toekennen aan samenwerken met tandartsen. Daar is in 2019 ogenschijnlijk weinig verbetering in gekomen (Sippli et al, 2017). Voor het bevorderen van de samenwerking van zorgverleners zullen artsen en medisch specialisten het belang van een goede mondgezondheid moeten onderkennen, kennis hebben van mondgezondheidsproblemen en een globale orale screening kunnen doen. Het spreekt uiteraard voor zich dat ook tandartsen zich (meer) moeten verdiepen in de problematiek rond de geriatrische patiënt. Het nauw samenwerken van tandartsen met artsen en medisch specialisten zal een goede stap zijn naar het voorkomen dan wel genezen van mondgezondheidsproblemen bij kwetsbare ouderen (Kossioni et al, 2018).

Kwetsbare ouderen die al langere tijd bij hun tandarts uit beeld zijn, gaan met mondgezondheidsproblemen vaak eerder naar de huisarts dan de (vroegere) tandarts (Van der Waal et al, 2004; De Visscher, 2015). De huisartsenzorg is voor hen gratis en drempelloos. Huisartsen worden daarom nog wel eens geconfronteerd met slijmvliesaandoeningen en pijnlijke gebitselementen. In de opleiding tot (huis)arts wordt echter weinig tot geen aandacht geschonken aan mondproblematiek. Wanneer (huis)artsen een tandarts in hun netwerk hebben, kunnen zij deze raadplegen of de patiënt naar deze tandarts verwijzen. Maar wanneer een huisarts geen tandheelkundig netwerk heeft zal deze snel geneigd zijn te verwijzen naar de mka-chirurg of toch zelf symptomatisch gaan behandelen wat tot ongewenste situaties kan leiden zoals het voorschrijven van antibiotica en pijnstillers voor gebitselementen die eigenlijk moeten worden geëxtraheerd of voor drukulcera ten gevolge van een niet goed passende gebitsprothese (De Visschere, 2015).

Het gebrek aan aandacht voor mondgezondheid in de opleiding tot arts (of medisch specialist) zal mogelijk de oorzaak zijn waarom er te weinig aandacht wordt gegeven aan het op niveau brengen van de mondgezondheid als ondersteunde factor voor verbetering van de algehele gezondheid. Anderzijds weten tandartsen vaak onvoldoende van de neveneffecten van medicatie en ziekten. Daardoor worden bijwerkingen van een medicament met implicaties op het gebied van mondgezondheid nog wel eens over het hoofd gezien. Het is daarom niet verwonderlijk dat de NTVT Onderzoeksbeurs 2017 werd toegekend aan onderzoek naar de neveneffecten van medicatie op de mond en het ontwikkelen van een aan dit onderwerp gerelateerde database die elke tandarts zou moeten kunnen raadplegen (Rademacher et al, 2019).

Ook wordt er soms een te terughoudende houding aangenomen als het gaat om invasieve tandheelkundige behandelingen bij mensen met complexe medische problemen (Kiyak en Reichmuth, 2005; Bots-van ’t Spijker et al, 2016). Daarnaast is de huidige tandarts onvoldoende voorbereid op het omgaan met gedragsproblemen bij dementerende ouderen en of het bezoeken van immobiele kwetsbare ouderen in de thuissituatie, waardoor veel ouderen met onbehandelde (ontstoken) extractierijpe gebitselementen blijven rondlopen met alle gezondheidsrisico’s van dien. Uitbreiding van het tandheelkundig onderwijs voor artsen en verpleegkundigen en het medisch onderwijs voor tandartsen en mondhygiënisten, waarbij men leert samen te werken, is daarom hard nodig.

Medicatie en apothekers

Wie oud wordt, krijgt vroeg of laat met (chronische) ziekten te maken. Vaak moet daarvoor een scala aan medicamenten worden ingenomen. Veel van deze medicamenten hebben het ontstaan van het gevoel van een droge mond tot gevolg en de kans hierop is groter naarmate meer medicamenten worden gebruikt (Sreebny, 1989; Nederfors, 1996; Bakker et al, 2017). Andere, relatief veel voorkomende, bijwerkingen zijn het ontstaan van candidiasis, angio-oedeem, gingivahyperplasie, halitosis en osteonecrose. Voldoende kennis van deze bijwerkingen bij tandartsen is belangrijk, maar ook artsen en apothekers moeten helpen bewaken dat patiënten zich bewust zijn van de bijwerkingen. Het zou een grote verbetering zijn wanneer zij bij hun patiënten zouden informeren naar de mondgezondheid en het tandartsbezoek wanneer een patiënt medicamenten krijgt voorgeschreven, zeker wanneer een patiënt meer dan 4 medicamenten gebruikt (polyfarmacie) (Närhi et al, 1992). Bij veel kwetsbare ouderen is de kans op het ontstaan van een medicamentgerelateerde monddroogheid immers verhoogd, waardoor er een sterk verhoogd risico is op het ontwikkelen van een slechte mondgezondheid zoals eerder werd beschreven (Anil et al, 2014).

Afb. 1. Zorgverleners die rond de oudere staan en de factoren die een rol spelen. (Illustrator: Guido van Gerven, Duplo Studio)

Case finding

Ouderen met mondgezondheidsproblemen die niet meer regulier een tandarts bezoeken, lopen een verhoogd risico op het hebben of verkrijgen van gezondheidsproblemen. Maar hoe vind je deze ouderen en hoe zorg je dat deze ouderen de juiste mondzorg ontvangen? Huisartsen en praktijkondersteuners in de huisartsenpraktijk (POH), casemanagers, thuiszorgmedewerkers en mantelzorgers kunnen hierin een grote rol spelen. Maar niet alleen zij, ook medisch specialisten zoals cardiologen, reumatologen, geriaters, hematologen en andere zorgverleners als logopedisten, psychologen, ergotherapeuten en diëtisten zouden oog moeten hebben voor eventuele mondgezondheidsproblemen en zich bij voorkeur moeten verdiepen in mondgezondheid en de consequenties die een slechte mondgezondheid voor de geleverde specialistische zorg betekent. Verder moet de zorgverlener alert zijn en ouderen die mogelijk kampen met een slechte mondgezondheid pogen te identificeren. Aan ouderen die klagen over pijn of kauwproblemen, zichtbaar afgebroken gebitselementen hebben, een slechte adem of bekend zijn met polyfarmacie, zou de vraag gesteld moeten worden of zij met enige regelmaat een tandarts bezoeken en of de mondgezondheid en mondverzorging hun aandacht (of die van hun mantelzorgers) hebben. Zorgverleners die dat doen en goede contacten hebben met mondzorgverleners zouden een centrale rol kunnen spelen in het tijdig signaleren van ouderen met een hoog risico op mondgezondheidsproblemen. Een hulpmiddel daarbij kan bijvoorbeeld de Oral Health Assesment Tool (OHAT) vragenlijst zijn of het screeningsinstrument voor gebruik in de thuissituatie uit het project ‘De mond niet vergeten’ (Chalmers et al, 2005). De OHAT-vragenlijst is nog niet voor gebruik in Nederland gevalideerd en ook niet in het Nederlands beschikbaar, maar daar wordt wel aan gewerkt op dit moment. In België aan de Katholieke Universiteit Leuven werkt men momenteel aan het ontwikkelen van een mondgezondheidsscreeningsinstrument voor niet-tandheelkundige zorgverleners: de oral health related items interRAI. Er zijn al enkele validatiestappen gezet met een gunstige uitkomst. Dergelijke screeningshulpmiddelen kunnen een zinvolle bijdrage leveren aan het snel op het spoor komen van risicopatiënten waarna doelgericht hulp kan worden ingezet. Zowel de mondgezondheid als algehele gezondheid zullen baat hebben bij een dergelijke aanpak.

Opleidingen

Ondanks de toename van het aantal publicaties die de relaties tussen algemene gezondheid en mondgezondheid laten zien, is in veel medische opleidingen (met name geneeskunde) nog steeds geen of heel weinig aandacht voor de mondgezondheid (Mehl et al, 2014). Door dit gebrek aan scholing verloopt de beoogde samenwerking tussen zorg- en mondzorgverleners in het huidige zorgmodel vaak nog niet zoals dat gewenst zou zijn. Idealiter zouden mondzorgverleners en zorgverleners goed met elkaar moeten kunnen communiceren en samenwerken. Daartoe is niet alleen het inbouwen van hoorcolleges nodig maar is ook het multidisciplinair en interprofessioneel opleiden van belang. Door tijdens de opleiding de verschillende beroepsgroepen die werken met kwetsbare ouderen al kennis te laten maken met elkaar, kan er meer begrip voor elkaar en ook meer kennis van elkaars werkgebied worden overgedragen. Denk daarbij aan stages van artsen in opleiding bij tandartsen of andersom tandartsen in opleiding die stages lopen bij artsen en thuiszorgmedewerkers of in zorgorganisaties voor hoog zorgafhankelijke ouderen. In Nijmegen heeft men daartoe al een start gemaakt. Zo werken mondhygiënisten in opleiding bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) bijvoorbeeld samen met wijkverpleegkundigen tijdens praktijkstages. Nijmeegse tandartsen in opleiding lopen stage in verpleeghuizen en werken dan soms samen met verpleegkundigen en specialisten ouderengeneeskunde. In Nederland en België wordt momenteel ook hard gewerkt aan het realiseren van theoretisch en praktisch onderwijs voor tandartsen in opleiding en dit zal binnen afzienbare tijd gereed zijn. Onderzoek bij verschillende opleidingen tandheelkunde in Europa laat echter zien dat de meeste opleidingen tandheelkunde nog onvoldoende op de samenwerking met artsen zijn afgestemd. Bovendien bestaan er nog veel verschillen tussen de curricula van de tandheelkundige faculteiten op het gebied van de gerodontologie (Kossioni et al, 2018).

Voor verzorgenden en verpleegkundigen wordt mondgezondheid echter wel steeds vaker aangeboden in bij- en nascholingstrajecten. Mogelijk hangt dit samen met de implementatie van de richtlijn ‘Mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen waarin duidelijk is opgenomen dat de verpleegkundigen en verzorgenden regelmatig scholing moeten krijgen op dit vlak (Verenso, 2007). Zo worden er vanuit het project ‘De mond niet vergeten’ landelijk scholingsmogelijkheden aangeboden voor extramuraal werkende verzorgenden en verpleegkundigen. Thuiszorgorganisatie Buurtzorg heeft al aangegeven het programma van dit project te gaan implementeren binnen de organisatie en heeft onlangs nog op haar jaarlijkse congres het thema mondzorg in het congresprogramma opgenomen. Hierbij werden zo’n 450 verpleegkundigen en verzorgenden geschoold. Ook biedt het project via de website www.demondnietvergeten.nl scholingsmateriaal voor huisartsen, POH’s, casemanagers en mondzorgverleners. In België is er het project ‘Gerodent’ en ‘De Mondzorglijn’ gericht op verbeteren van mondzorg in Vlaamse woonzorgcentra waarbij zorg, onderzoek en onderwijs worden gecombineerd.

Opleiding tot tandarts geriatrie

In Nederland zijn bij de Nederlandse Vereniging voor Gerodontologie (NVGd) anno 2019 23 tandartsen geregistreerd als tandarts geriatrie en 1 mondhygiënist als mondhygiënist geriatrie. Enkele van deze tandartsen geriatrie hebben echter reeds de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en meerdere tandartsen geriatrie zijn 50 jaar of ouder (KNMT, 2019). Om in de groeiende behoefte, vanwege de vergrijzing, aan tandartsen en mondhygiënisten geriatrie te voorzien, zullen meer mondzorgverleners tot tandarts of mondhygiënist geriatrie moeten worden opgeleid. Daarnaast verdient de gerodontologie een prominentere plaats binnen de opleiding tot tandarts en mondhygiënist in Nederland en België en moet veel onderzoek op het gebied van de gerodontologie, bij voorkeur in samenwerking met de geriaters, worden verricht. De wetenschappers die zich bezighouden met de mondzorg voor ouderen zijn zich dit zelf ook bewust. Vandaar dat op initiatief van het Belgisch Nederlands Consortium Onderzoek Mondzorg Ouderen (BENECOMO) een samenwerking tot stand is gekomen om het gerodontologisch onderzoek te stroomlijnen en een gezamenlijke onderzoeksagenda op te stellen (zie elders in dit thema Visser et al, 2019).

Conclusie: eendracht maakt macht

Wanneer er in zorgopleidingen meer aandacht komt voor mondgezondheid en medische zorgverleners meer oog krijgen voor de mondgezondheid als belangrijke factor in de algemene gezondheid dan zullen naar alle waarschijnlijkheid de zorgverleners rondom de ouderen intensiever gaan samenwerken (multidisciplinaire en interprofessionele samenwerking, zie ook elders in dit thema Vanobbergen et al, 2019). En wanneer de overheid daarnaast mondgezondheid stimuleert en basale mondzorg ziet als onderdeel van de basiszorg, dan zijn de randvoorwaarden aanwezig voor alle zorgverleners om de mondgezondheid van toekomstige generaties ouderen op peil te houden dan wel te verbeteren. Dit zal naar verwachting tevens een positieve invloed hebben op de algemene gezondheid van ouderen. Gecoördineerde acties op overheids-, opleidings-, organisatie- en klinische zorg-niveau kunnen bijdragen aan een hogere bewustheid van het belang van een goede mondgezondheid.

Literatuur

  • Aliko A, Wolff A, Dawes C, et al. World workshop in oral medicine VI: clinical implications of medication-induced salivary gland dysfunction. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Orad Radiol 2015; 120: 185-206.
  • Anil S, Vellappally S, Hashem M, Preethanath RS, Patil S, Samaranayake LP. Xerostomia in geriatric patients: a burgeoning global concern. J Investig Clin Dent  2016; 7: 5-12.
  • Bakker HM, Vissink A, Baat C de, Visser A. Serie: Medicamemten en mondzorg 6. Orale bijwerkingen van door ouderen veelgebruikte medicamenten. Ned Tijdschr Tandheelkd 2017; 124: 645-652.
  • Bots-van ’t Spijker PC, Bruers JJM, Bots CP, et al. Opinions of dentists on the barriers in providing oral health care to community-dwelling frail older people a questionnaire survey. Gerodontology 2016: 33; 268-274.
  • Centraal Bureau voor de Statistiek. Gebruik medische voorzieningen; vanaf 1981. https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/7042mc/table?fromstatweb (geraadpleegd april 2019).
  • Centraal Bureau voor de Statistiek. 800 duizend volwassenen met tandimplantaat. Webmagazine CBS, 12 januari 2009. http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/gezondheid-welzijn/publicaties/artikelen/archief/2009/2009-2646-wm.htm (geraadpleegd april 2019).
  • Centraal Bureau voor Statistiek. Door de huisarts geregistreerde contacten; leeftijd en geslacht. Maart 2018. https://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=80191NED (geraadpleegd mei 2019).
  • Chalmers JM, King PL, Spencer AJ, Wright FA, Carter KD. The oral health assessment tool – validity and reliability. Aus Dent J 2005; 50: 191-199.
  • Chung JP, Mojon P, Budtz-Jørgensen E. Dental care of elderly in nursing homes: perceptions of managers, nurses, and physicians. Spec Care Dentist 2000; 20: 12-17.
  • Delwel S, Binnekade TT, Perez RSGM, Hertogh CMPM, Scherder EJA, Lobbezoo F. Oral hygiene and oral health in older people with dementia: a comprehensive review with focus on oral soft tissues. Clin Oral Investig 2018; 22: 93-108.
  • Gil-Montoya JA, Sánchez-Lara I, Carnero-Pardo C, et al. Oral hygiene in the elderly with different degrees of cognitive impairment and dementia. J Am Geriatr Soc 2017; 65 :642-647.
  • Gopalakrishnan A, Kahu E, Jones L, Brunton P. Access and barriers to oral health care for dependent elderly people living in rest homes. Gerodontology 2019; 36: 149-155.
  • Hajishengallis G. Periodontitis: from microbial immune subversion to systemic inflammation. Nat Rev Immunol 2015; 15: 30-44.
  • Hoeksema AR, Spoorenberg SLW, Peters LL, et al. Elderly with remaining teeth report less frailty and better quality of life than edentulous elderly: a cross-sectional study. Oral Dis 2017a; 23: 526-536.
  • Hoeksema AR, Peters LL, Raghoebar GM, Meijer HJA, Vissink A, Visser A. Oral health and need for oral care of care-dependent indwelling elderly: from admission to death. Clin Oral Investig 2017b; 21: 2189-2196.
  • Hoeksema AR, Peters LL, Raghoebar GM, Meijer HJA, Vissink A, Visser A. Health and quality of life differ between community living older people with and without remaining teeth who recently received formal homecare: a cross sectional study. Clin Oral Invest 2018; 22: 2615-2622.
  • Janssens B, Petrovic M, Jacquet W, Schols JMGA, Vanobbergen J, De Visschere L. Medication use and its potential impact on oral health status of nursing home residents in Flanders (Belgium). J Am Med Dir Assoc 2017; 18: 809.e1-809.e8.
  • Kamdem B, Seematter-Bagnoud L, Botrugno F, Santos-Eggimann B. Relationship between oral health and Fried’s frailty criteria in community-dwelling older persons. BMC Geriatr 2017; 17: 174.
  • Kiyak HA, Reichmuth M. Barriers to and enablers of older adults’use of dental services. Dent Educ 2005; 69: 975-986.
  • Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde. Een op de 5 kinderen niet naar de tandarts voor controle. 2016. https://knmt.nl/nieuws/1-op-de-5-kinderen-niet-naar-de-tandarts-voor-controle (geraadpleegd april 2019).
  • Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tamdheelkunde. Staat van de mondzorg. Bezoek aan mondzorgverleners. 2018. https://www.staatvandemondzorg.nl/app/uploads/ntvt/2018/12/Nt1812_Bezoek-aan-mondzorgverleners.pdf (geraadpleegd april 2019).
  • Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordeing der Tandheelkunde. Staat van de Mondzorg. Eigen tanden en kiezen. 2019a. https://www.staatvandemondzorg.nl/mondgezondheid/eigen-tanden-en-kiezen/ (geraadpleegd april 2019).
  • Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde. Staat van de mondzorg. Gedifferentieerde tandartsen. 2019b. https://www.staatvandemondzorg.nl/app/uploads/ntvt/2019/03/Nt1903_Gedifferentieerde-tandartsen.pdf  (geraadpleegd april 2019).
  • Kossioni AE, Hajto-Bryk J, Janssens B, et al. Practical guidelines for physicians in promoting oral health in frail older adults. J Am Med Dir Assoc 2018; 19: 1039-1046.
  • Maille G, Saliba-Serre B, Ferrandez AM, Ruquet M. Use of care and the oral health status of people aged 60 years and older in France : results of the National Health and Disability Survey. Clin Interv Aging 2017; 12: 1159-1166.
  • Mehl AE, Ellingsen ØG, Kjeksrud J, Willumsen T. Oral healthcare education of future nursing personnel and auxiliary nurses. Gerodontology 2014; 33: 233-239.
  • Montal S, Tramini P, Triay JA, Valcarcel J. Oral hygiene and the need for treatment of the dependent institutionalized elderly. Gerodontology 2006; 23: 67-72.
  • Nederfors T. Xerostomia: prevalence and pharmacotherapy. With special reference to beta-adrenoceptor antagonists. Swed Dent J 1996; 116: 1-70.
  • Niesten D, Mourik K van, Sanden W van der. The impact of frailty on oral care behavior of older people: a qualitative study. BMC Oral Health 2013; 13: 61.
  • Nederlandse Vereniging voor Gerodontologie. Leden die helpen. https://www.gerodontologie.nl/leden/leden-die-helpen.
  • Närhi TO, Meurman JH, Ainamo A, et al. Association between  salivary flow rate and the use of systemic medication among 76-, 81-, and 86-year-old inhabitants in Helsinki, Finland. J Dent Res 1992; 71: 1875-1880.
  • Petersen PE, Kandelman D, Arpin S, Ogawa H. Global oral health of older people – call for public health action. Community Dent Health 2010; 27: 257-267.
  • Rabbo MA, Mitov G, Gebhart F, Pospiech P. Dental care and treatment needs of elderly in nursing homes in Saarland: perceptions of the homes managers. Gerodontology 2012; 29: e57-62.
  • Rademacher WMH, Aziz Y, Diermen DE van, Rozema FR. De MTI-scanner: een EPD-geïntegreerde kwaliteits- en veiligheidsmodule voor medisch tandheelkundige interacties. Ned Tijschr Tandheelkd 2019; 126: 23-28.
  • Sheiham A. Oral health, general health and quality of life. Bull World Health Organ. 2005; 83: 644.
  • Sippli K, Rieger GM, Huettig F. GPs’ and dentists’ experiences and expectations of interprofessional collaboration: findings from a qualitative study in Germany. BMC Health Serv Res 2017; 17: 179.
  • Sreebny LM. Salivary flow in health and disease. Compend Suppl 1989: S461-469.
  • Vanobbergen J, Hollaar V, Sederel R, Vyt A. Interprofessionele mondzorg voor (kwetsbare)ouderen: voorzet voor een nieuwe aanpak Ned Tijdschr Tandheelkd 2019; 126: 679-686.
  • Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde (Verenso). Richtlijn Mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen. Utrecht: Verenso, 2007.
  • Visscher JGAM de. Mondafwijking: naar de huisarts? Ned Tijdschr Tandheelkd 2015; 122: 367.
  • Visser A, Maarel-Wierink CD van der, Janssens B, et al. Wetenschapsagenda mondzorg voor ouderen in Nederland en Vlaanderen. Ned Tijdschr Tandheelkd 2019; 126: 673-678.
  • Waal I van der, Boeke AJP, Windt D van der, Deconicnk S. Is de mond de huisarts een zorg? Huisarts & Wetenschap. 2004; 47: 136-141.
  • Zenthöfer A, Baumgart D, Cabrera T, et al. Poor dental hygiene and periodontal health in nursing home residents with dementia: an observational study. Odontology 2017; 105: 208-213.
Dit programma is niet meer geaccrediteerd en kan daarom niet meer worden aangeschaft

Lees verder

Meer lezen? Log in of word abonnee

Auteursinformatie

  • A. Visser1,2, M.H. Bakker2, D. Niesten3, L. Janssens4, E. Palmers5, J. Duyck, P.C. Bots-Van 't Spijker6, J.J.M. Bruers6,7, C. van der Maarel-Wierink8,9, A. Vissink2
  • Uit 1het Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde (CTM) van het Universitair Medisch Centrum Groningen/ Rijksuniversiteit Groningen (Nederland), 2de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie van het Universitair Medisch Centrum Groningen/Rijksuniversiteit Groningen (Nederland), 3de afdeling Tandheelkunde van het Radboud Universitair Medisch Centrum/Radboud Universiteit Nijmegen (Nederland), 4de afdeling Mondgezondheidswetenschappen van de Universiteit Gent (België), 5de afdeling Mondgezondheidswetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven (België),6de sectie Sociale Tandheelkunde van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA)/Universiteit van Amsterdam/Vrije Universiteit Amsterdam (Nederland), 7de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT)in Utrecht (Nederland), 8de Stichting Bijzondere Tandheelkunde (SBT), sectie Sociale Tandheelkunde van het ACTA (Nederland) en 9een praktijk voor geriatrische tandheelkunde ‘MondVitaal’, in Amstelveen (Nederland)
  • Datum van acceptatie: 18 september 2019
  • Adres: mw. prof. dr, A. Visser, UMC Groningen, huispost BB70, postbus 30001 RB Groningen
  • a.visser@umcg.nl

Download bij dit artikel