× ABONNEREN

Zelfgerapporteerde halitose lijkt betrouwbaar epidemiologisch diagnosticum

Algemene ziekteleer

Door op 09-04-2021
  • Reacties (0)

Omdat vaak voldoende overeenkomst bestaat tussen zelfgerapporteerde en objectief gestelde diagnosen, wordt in epidemiologische onderzoeken steeds vaker zelfrapportage gebruikt voor prevalentiebepalingen. De onderzoekers beoogden de mate van overeenkomst tussen zelfgerapporteerde en objectief vastgestelde halitose te bepalen en risico-indicatoren voor zelfgerapporteerde halitose vast te stellen.

Proefpersonen waren docenten, studenten en administratieve medewerkers van een universiteit in Brazilië. Via het universitaire e-mailsysteem ontvingen ongeveer 12.000 personen een uitnodiging om aan dit onderzoek deel te nemen. Hun werd gevraagd een meegezonden vragenlijst binnen 2 weken ingevuld te retourneren. De vragen gingen over sociaaleconomische en demografische gegevens, medische en orale voorgeschiedenis, mondgezondheid en halitose. Over halitose werden 3 vragen gesteld: Hoe ruikt uw handpalm als u ertegen hebt uitgeademd? Heeft uw tandarts ooit halitose gediagnosticeerd? Heeft een familielid of vriend u ooit verteld dat u een slechte adem hebt? Na ontvangst van 5.420 bruikbare vragenlijsten berekenden de onderzoekers dat ongeveer 125 proefpersonen nodig waren om een mondonderzoek, inclusief halitoseonderzoek, te verrichten zodat vergelijking tussen subjectieve en objectieve halitosegegevens mogelijk was. Aselect werden 159 personen uitgenodigd. Het halitoseonderzoek bestond uit organoleptisch onderzoek en bepaling van de hoeveelheid tongbeslag.

De prevalenties van de positieve antwoorden op de 3 vragen over halitose waren respectievelijk 14,6%, 4,1% en 33,2%. Slechts 1,2% antwoordde positief op alle vragen. Hoe groter het aantal positieve antwoorden op deze vragen was, des te groter was de kans dat bij het organoleptisch onderzoek de hoogste score was behaald. De specificiteit van zelfgerapporteerde halitose was groter naarmate de organoleptische score hoger was. Risico-indicatoren voor zelfgerapporteerde halitose waren hogere leeftijd, vrouwelijk geslacht, hogere opleiding, bloeding en ontsteking van de gingiva, tongbeslag en een slecht subjectief algemeen oordeel over de mondgezondheid.

Conclusie. De belangrijkste bevinding is dat zelfgerapporteerde halitose een bruikbaar en betrouwbaar diagnosticum voor prevalentiebepalingen in epidemiologische onderzoeken lijkt, zodat dure en tijdrovende mondonderzoeken daarbij niet meer nodig zijn.

Bron

Faria SFS, Costa FO, Silveira JO, Cyrino RM, Cota LOM. Self-reported halitosis in a sample of Brazilians: Prevalence, associated risk predictors and accuracy estimates with clinical diagnosis. J Clin Periodontol 2020; 47: 233-246.

Meer lezen? Log in of word abonnee

Informatie

Auteur(s) C. de Baat
Rubriek Excerpten
Publicatiedatum 9 april 2021
Editie Ned Tijdschr Tandheelkd - Jaargang 128 - editie 4 - april 2021; 236

Reacties

Om ook te reageren moet u eerst inloggen (alleen voor abonnees).

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog