Voorlezen
Congresnieuws
3 april 2025
Onder de titel ‘Bijzondere ontwikkeling’ vond op 21 en 22 maart 2025 op Papendal bij Arnhem het jaarlijkse gezamenlijke voorjaarscongres van de Nederlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde (NVvK) en de Vereniging Mondzorg voor Bijzondere Zorggroepen (VMBZ) plaats. Dit jaar was het congres gericht op patiënten bij wie gebitsontwikkeling, gelaatsgroei of algehele ontwikkeling tot volwassene anders verlopen dan bij ‘normale’ patiënten.
Orthodontist Erik Reukers benadrukte het belang van een multidisciplinaire aanpak bij kinderen met ontbrekende gebitselementen. Door samen te werken met een parodontoloog kan, volgens Erik, vaak met autotransplantatie een ontbrekend gebitselement in het front worden vervangen. Doordat het getransplanteerde gebitselement meegroeit met de normale kaakontwikkeling heeft dit voordelen boven een implantaat. Orthopedagoog Gerrit Vignero schetste aan de hand van zijn methode ‘de draad’ de ontwikkeling van de emotionele band tussen ouders en kind, en hoe je als mondzorgverlener ook zo’n ‘draad’ met patiënten kan opbouwen. Bij patiënten die in een zorgcentrum wonen kan het zinvol zijn om voorafgaand aan het bezoek aan de mondzorgpraktijk bepaalde handelingen in het zorgcentrum te oefenen.
Hoogleraar Mond-, Kaak-, en Aangezichtschirurgie Stefaan Bergé behandelde op basis van de embryonale ontwikkeling verschillende ontwikkelingsstoornissen van kaak en aangezicht. Bij kinderen met niet correct aangelegde suturen van de schedel ontstaan problemen met de schedelgroei. Bergé toonde hoe tegenwoordig 3D-planning wordt ingezet om de chirurg te helpen bij het creëren van voldoende ruimte om normale schedelgroei toch mogelijk te maken.
Floortje Scheepers, hoogleraar psychiatrie, pleitte voor een paradigmashift in de geestelijke gezondheidzorg. Daarbinnen ligt volgens haar te veel de nadruk op het onderscheid ‘normaal’ versus ‘abnormaal’. In plaats daarvan dienen wij de psyche van mensen te beschouwen als een continuüm, met veel variatie die juist goed is voor de overleving als groep. Bovendien zijn altijd eigenschappen contextafhankelijk: gedrag dat in de ene omgeving nuttig is, is in andere gevallen ongewenst of zelfs gevaarlijk. Vervolgens besprak mondhygiënist Laura Swinckels haar promotieonderzoek, waarin zij met behulp van kunstmatige intelligentie het risico op parodontitis tracht te voorspellen.
Drie tandartsen verbonden aan een centrum voor bijzonder tandheelkunde presenteerden elk een interessante casus. Simone Verbunt besprak een totaalextractie bij een jonge vrouw met autisme en extreme prikkelovergevoeligheid die ernstige cariës had ontwikkeld, en vroeg zich af of achteraf gezien de keuze voor een volledige gebitsprothese wel de juiste was. Bij een patiënt van Esther ten Bokum met een lichte verstandelijke beperking, vond door epilepsie en bruxisme steeds sneller breuk van restauraties plaats. Zij legde daarom aan de zaal de vraag voor of bij deze patiënt een splint wellicht toegepast zou kunnen worden. Marloes Meiland vertelde over haar talloze pogingen om bij een patiënt met naaldfobie lokale anesthesie toe te dienen, wat de vraag opriep hoe lang je daarmee moet doorgaan.
Psychiater Gigi van de Loo besprak de kenmerken en verschillende vormen van ADHD. Zij wees erop dat bij veel patiënten sprake is van onoplettend gedrag. Omdat dit niet altijd gepaard gaat met hyperactiviteit of impulsiviteit, valt deze groep ADHD-patiënten in de mondzorgpraktijk niet altijd op. Wel kunnen deze patiënten makkelijk hun afspraken vergeten.
Op zaterdag besprak orthodontist Krista Janssen eerst verschillende genen die een rol spelen bij het ontstaan van oligodontie. Bij de behandeling van oligodontie moet een orthodontist zich, volgens Krista, richten op het geschikt maken van de diastemen voor het plaatsen van implantaten op latere leeftijd. Als laatste spreker wees klinisch psycholoog Joost Derwig erop dat gender een natuurlijke variatie kent. Ongeveer 1% van de bevolking heeft wel eens gevoelens van genderincongruentie: het gevoel dat het geboortegeslacht en genderidentiteit niet overeenkomen. Derwig wees erop dat het mortaliteitsrisico bij transgenders is verhoogd, zelfs na transitie naar het andere geslacht.
De NVvK en VMBZ zijn er dus opnieuw, net als in de voorafgaande jaren, in geslaagd om een interessant en afwisselend congres te organiseren.
dr. Henk S. Brand, redacteur