Voorlezen
Interview
4 februari 2025
De ziekte van Parkinson heeft grote invloed op de mondgezondheid. Welke klachten exact in de mond kunnen ontstaan bij deze ingewikkelde aandoening is bij lang niet alle tandartsen bekend, laat staan bij veel andere zorgverleners die met parkinsonpatiënten werken. Hoog tijd om daar verandering in te brengen, vinden tandartsen en onderzoekers dr. Merel Verhoeff en Karina Pigeaud. “Onze beroepsgroep moet stappen zetten om het belang van de mond binnen de geneeskunde te verduidelijken.”
Door: Tessa Vogelaar
Welk verband is er tussen mondgezondheid en de ziekte van Parkinson? Verhoeff : Bij mensen met de ziekte van Parkinson gaat de motoriek achteruit, waardoor het schoonhouden van de mond lastiger wordt. Door een slechtere mondhygiëne ontstaan cariës en tandvleesaandoeningen sneller. Daarnaast hebben deze mensen vaak pijnklachten, ook in de mond en het aangezicht. Mensen met Parkinson zijn bovendien niet alleen overbeweeglijk in hun lijf, maar ook in hun mond: je ziet dat zij veel tandenknarsen en -klemmen. En er is sprake van speekselproblemen. Het gaat dan om speekselverlies (kwijlen) en een droge mond, mede door medicatiegebruik. Het is dus een hele complexe patiëntengroep waarbij alle puzzelstukjes van de ziekte ook tot uiting komen in de mond.
Welke gevolgen hebben deze klachten op de kwaliteit van leven van parkinsonpatiënten? Pigeaud : Je krijgt sneller cariës, kunt minder goed kauwen, minder duidelijk spreken en je hebt vaker pijn: allemaal factoren die zorgen voor een lagere kwaliteit van leven. Dat kan behoorlijk confronterend zijn.Verhoeff : Tandenpoetsen kan vermoeiend zijn of pijn doen. Het wordt een extra taak, bovenop alle andere taken die een parkinsonpatiënt al heeft. Ik geniet zelf veel van een hapje eten met vrienden en gezellig bijkletsen. Deze patiëntengroep heeft moeite om tegelijkertijd te eten en te praten, want dan verslikken ze zich vaak. Maar als je ook nog pijn hebt of speeksel verliest, dan wordt zo’n etentje helemaal een stuk minder leuk. De mond draagt bij aan hele basale taken waarin jij je kunt uiten als persoon: praten, lachen en sociale activiteiten. Als dat moeilijker gaat, wordt het leven ook een stuk minder leuk.
Bij parkinsonpatiënten zijn veel verschillende zorgverleners betrokken. Hoe ziet deze multidisciplinaire samenwerking eruit? Pigeaud : Vanuit het ziekenhuis zijn in de eerste plaats de neuroloog en de verpleegkundig specialist betrokken. Dan zijn er nog revalidatieartsen, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, logopedisten, diëtisten en psychologen. En natuurlijk alle mondzorgprofessionals zoals tandartsen en mondhygiënisten. Vanuit onze afdeling proberen wij de verbinding te maken, zodat sommige problemen zowel door de artsen als tandartsen worden gezien. Klachten zoals slikproblemen zijn bijvoorbeeld meer medisch van aard en staan iets verder van ons als tandartsen af. Daarbij komen al snel andere disciplines in beeld. Toch kreeg ik onlangs nog de vraag of parkinsonpatiënten last kunnen hebben van kaakgewrichtsklachten toen ik een presentatie gaf aan een groep neurologen. De kennis bleek heel beperkt. Hopelijk bereiken we op dit soort manieren dat artsen ook vaker aan de mond gaan denken wanneer zij mensen met Parkinson zien.Verhoeff : We werken als tandartsen nu nog best op een eilandje. We zouden graag meer willen samenwerken met de andere disciplines rondom de parkinsonpatiënt.
Moet de tandarts hierin het voortouw nemen? Verhoeff : Ja. De tandheelkundig professional, in de meest brede zin, moet een leidende rol hebben in het vergroten van de bewustwording rondom de mondgezondheid bij deze patiënten. Onze beroepsgroep moet stappen zetten in de communicatie naar de geneeskunde en de paramedici, om het belang van de mond te verduidelijken.
Hoe kan dit worden gerealiseerd? Pigeaud : Het begint in de samenwerking met meerdere disciplines. Het klinisch onderzoek waaraan ik momenteel werk, is een samenwerking van het ACTA en Amsterdam UMC. We zien daar nu al de resultaten van: neurologen sturen parkinsonpatiënten aan ons door en omgekeerd.Verhoeff : Het begint ermee de mond steeds weer te benoemen, om zo het zaadje bij mensen te planten. Daarnaast is de Parkinson Vereniging voor ons een goed platform. We krijgen daar geregeld de gelegenheid om een artikel te plaatsen of een oproep te doen. En met het benefietsymposium Parkinson & de Mond, op 8 maart 2025, willen we het onderwerp een groot podium geven met een multidisciplinair karakter.
Wat kunnen mensen van dit symposium verwachten? Verhoeff : Enerzijds willen we mensen over de mond informeren, anderzijds is het een mogelijkheid om met elkaar in gesprek te gaan over waar verbetering mogelijk is. Mensen kunnen grote sprekers als Erik Scherder en Bas Bloem verwachten.Pigeaud : Het is een benefietsymposium, dus de opbrengst van de dag gaat naar onderzoek naar mondgezondheid bij de ziekte van Parkinson.Verhoeff : Niet alleen tandartsen en mondhygiënisten, maar juist ook andere disciplines zoals logopedisten, diëtisten, neurologen, specialisten ouderengeneeskunde en fysiotherapeuten zijn welkom. We hopen op een mooie mix van beroepsgroepen. Het wordt niet alleen zitten en luisteren, maar er zijn heel veel praktische workshops voor en door allerlei beroepsgroepen. Het moet vooral een leuke en feestelijke dag worden, muzikaal afgesloten door een koor van parkinsonpatiënten uit Nijmegen.
Wat is jullie advies voor algemeen practici die de samenwerking met andere disciplines willen verbeteren? Pigeaud : Voorkom dat je langs elkaar heen werkt en deel daarvoor zo veel mogelijk informatie met relevante zorgverleners. Je kunt je verwijsbrief bijvoorbeeld ook aan de neuroloog en andere professionals sturen.Verhoeff : Voor de tandarts die affiniteit heeft met parkinsonpatiënten is er ParkinsonNet. Dat is een landelijk netwerk waar alle zorgverleners gespecialiseerd in de ziekte van Parkinson informatie kunnen delen. Daar vind je voor verschillende professies nascholing en bijeenkomsten, en zit je met alle specialisten uit jouw regio bij elkaar. Nu is dit platform alleen nog toegankelijk voor de tandarts-geriatrie, maar binnenkort kunnen waarschijnlijk ook algemeen practici zich aansluiten.
Tegen welke uitdagingen lopen jullie in huidig onderzoek aan? Pigeaud : We onderzoeken de patiënten klinisch. De grootste problemen daarbij zijn van logistieke aard. Patiënten moeten bij ons zien te komen of wij bij hen. Bij deze groep is dat een extra uitdaging. Het vereist goed plannen en flexibiliteit.Verhoeff : Genoeg patiënten willen bijdragen aan een betere kwaliteit van leven voor de volgende generatie parkinsonpatiënten. Maar bij het ontwerpen van de studies lopen we tegen wet- en regelgeving aan. We zijn eindeloos bezig toestemming te krijgen voor relatief simpele onderzoeken. Dat is enerzijds goed, want niet elk onderzoek bij deze kwetsbare doelgroep moet zomaar kunnen starten. Maar dit maakt ook dat er steeds minder klinische studies zijn en er minder stappen worden gezet om iets te verbeteren.
Kan dit anders? Verhoeff : Je zou onderzoeken kunnen samenvoegen, mits de belastbaarheid van patiënten dat toelaat. Gelukkig gebeurt dit steeds vaker.
Welk vervolgonderzoek is nodig om de mondzorg voor mensen met Parkinson verder te verbeteren? Pigeaud : In mijn huidige onderzoek is er ruimte voor vrije opmerkingen van patiënten. Al die opmerkingen zie ik als interessante thema’s voor mogelijk vervolgonderzoek. Sommige patiënten zeggen een soort ‘dichtklappen’ van de kaak te ervaren. Dit is niet wetenschappelijk onderbouwd, maar zowel Merel als ik hebben dit meermaals te horen gekregen.Verhoeff : Patiënten noemen hier ook speekselproblematiek. Een grote studie daarnaar, waarin we samenwerken met neurologen, biochemici en experts op het gebied van reuk en smaak, staat overigens al in de steigers. Dit zijn twee voorbeelden van klinisch relevante onderwerpen waarmee je écht iets voor de patiënt zou kunnen betekenen.
Wat hopen jullie dat er over tien jaar is verbeterd op het vlak van mondgezondheid bij parkinsonpatiënten? Pigeaud : Ik hoop dat de ziekte van Parkinson dan belangrijker is in het curriculum van studenten Tandheelkunde. Zodat studenten en startende tandartsen de klachten en risico’s goed kennen wanneer zij een parkinsonpatiënt in de stoel krijgen.Verhoeff : Daar sluit ik me bij aan. Ik zou het daarnaast fantastisch vinden als de mond over tien jaar weer terug is geplaatst in het lichaam. Parkinsonpatiënten moeten zorgverleners nu nog vaak zelf proactief wijzen op hun ziekte en bijbehorende klachten. Het zou mooi zijn als zij tegen die tijd niet meer zelf in de lead hoeven te zijn, maar wij dit als zorgverleners bij hen uit handen kunnen nemen.
Klik hier voor meer informatie over het benefietsymposium ‘Parkinson en de mond’ op 8 maart 2025 in Amsterdam.
Karina Pigeaud (op foto rechts) studeerde in 2022 cum laude af als tandarts aan het ACTA. Hetzelfde jaar behaalde zij haar masterdiploma Gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Op dit moment werkt Karina als tandarts-algemeen practicus en doet zij onder begeleiding van dr. Merel Verhoeff, prof. Frank Lobbezoo en prof. H.W. Berendse onderzoek naar temporomandibulaire disfunctie en bruxisme bij (neurologische) ziektes waaronder de ziekte van Parkinson, bij de sectie Orofaciale Pijn en Disfunctie van het ACTA.
Dr. Merel C. Verhoeff (op foto links) studeerde in 2017 cum laude af als tandarts aan het ACTA. Tijdens haar masterstudie startte ze met onderzoek naar aangezichtspijn bij de ziekte van Parkinson. Dit resulteerde in een promotietraject over mondgezondheid en orofaciale pijn en disfunctie bij mensen met de ziekte van Parkinson, dat zij in 2022 afrondde. Ook volgde Verhoeff de postdoctorale masteropleiding tot tandarts-gnatholoog. Momenteel is zij werkzaam op de afdeling Orofaciale Pijn en Disfunctie van het ACTA, waar zij als universitair docent onder andere promotietrajecten begeleidt. Daarnaast is zij werkzaam als tandarts-algemeen practicus.