TMJ-reconstructies bij jonge patiënten: complexe keuzes in de praktijk

Afbeelding
Foto: Joost Hoving
Interview

Nina Buisman is promovendus aan de Universiteit van Amsterdam/ACTA en doet sinds 2023 onderzoek bij de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie van het Amsterdam UMC. Haar promotor is prof. dr. Jan de Lange en dr. Jean-Pierre Ho en dr. Tom van Riet zijn haar copromotoren. NTVT stelde Nina zeven vragen over haar onderzoek.

Wat is je drijfveer om onderzoek te doen?

Ik vind het heel leuk om me helemaal te verdiepen in één onderwerp. Onderzoek doen betekent voor mij: kennis opbouwen, die kritisch wegen en vervolgens delen op een manier waar de kliniek iets aan heeft. De samenwerking met andere onderzoekers geeft daarbij veel energie: je leert van elkaar, helpt elkaar verder en het is ook gewoon gezellig. Daarnaast vind ik het waardevol om internationale ervaring op te doen en te zien hoe andere centra en landen werken — daar leer je veel van.

Wat onderzoek je?

Mijn onderzoek richt zich op reconstructies van het temporomandibulaire gewricht (TMJ) bij jonge patiënten. Daarbij kijk ik naar verschillende reconstructietechnieken, waaronder ook reconstructies met gewrichtsprothesen. Bij volwassenen is er steeds meer ervaring met (alloplastische) TMJ-reconstructies, maar bij kinderen en adolescenten is de kennis nog beperkt vanwege de zeldzaamheid van de ingreep. 

Waarom is juist dit interessant om te onderzoeken?

Het kaakgewricht is essentieel voor functies zoals kauwen en spreken, en klachten kunnen grote gevolgen hebben voor het dagelijks leven. Reconstructie is technisch uitdagend, juist door de complexe bewegingen van het gewricht. Bij jonge patiënten komt daar de skelettale groei bij, waardoor timing en behandelkeuze extra zorgvuldig moeten worden afgewogen — mede vanwege de kans op revisies op latere leeftijd. Tegelijk is de literatuur over TMJ-reconstructies op jonge leeftijd nog beperkt. Juist daarom is het belangrijk om uitkomsten en complicaties beter in kaart te brengen, zodat keuzes in de toekomst beter onderbouwd kunnen worden.

Wat zijn de belangrijkste onderzoeksvragen?

Mijn onderzoek richt zich allereerst op de technieken die in de praktijk worden toegepast en wat de indicaties zijn voor een TMJ-reconstructie bij jonge patiënten. Daarnaast onderzoek ik welke typen prothesen worden gebruikt en hoe deze zich verhouden tot patiëntkenmerken en indicaties. Tot slot analyseer ik de klinische uitkomsten, zoals functie, pijn, kwaliteit van leven, en breng ik het complicatie- en revisierisico in kaart.

Hoe is het onderzoek opgezet?

Ik begin als basis voor verder onderzoek met een systematisch literatuuronderzoek waarin de huidige kennis over TMJ-reconstructies bij jonge patiënten wordt samengevat. Daarnaast werk ik aan een multicenter cohortonderzoek met Amsterdam UMC, het Massachusetts General Hospital in Boston en het Great Ormond Street Hospital in Londen, met als doel een van de grootste cohorten TMJ-reconstructies op jonge leeftijd samen te stellen. Gezien het zeldzame karakter van TMJ-reconstructies bij kinderen is internationale samenwerking essentieel om tot voldoende patiëntenaantallen te komen. Binnen dit cohort analyseren we indicaties, toegepaste reconstructietechnieken, uitkomsten en complicaties. Daarnaast werk ik samen met een internationale fabrikant van TMJ-prothesen aan een studie waarbij op basis van productiedata inzicht wordt verkregen in aantallen reconstructies, revisies en wereldwijde trends.

Wat is het grootste probleem waar je tegenaan loopt?

Het rondkrijgen van data-sharing agreements. Internationale samenwerking is inhoudelijk heel waardevol, maar juridisch en organisatorisch kost het veel tijd — en dus ook geduld. Elk centrum en elk land heeft eigen procedures, en de dataverwerking moet veilig en volgens de geldende privacywetgeving verlopen.

Op welke onderzoeksresultaten hoop je?

Ik hoop op resultaten die direct toepasbaar zijn in de praktijk: meer duidelijkheid over indicaties, timing ten opzichte van groei en realistische verwachtingen over uitkomsten, complicaties en revisierisico. Dat kan helpen om behandelkeuzes beter te onderbouwen en counseling van patiënten en ouders/verzorgers beter af te stemmen. Uiteindelijk hoop ik dat dit onderzoek bijdraagt aan betere besluitvorming en follow-up bij deze jonge patiëntengroep.