Bijzondere zorggroepen, een leuke uitdaging!

Afbeelding
Joost Hoving

Al zolang ik me herinner ‘heb ik wel iets’ met mensen met een beperking. Ik had als kleuter een klasgenootje met een verstandelijke beperking en een schisis. Dat was voor mij vreemd, maar ook fascinerend en ik vond het leuk om haar te helpen. Een vriendinnetje had een broertje met het syndroom van Down en de vader van een ander vriendinnetje had een dwarslaesie. De constatering dat deze mensen tegen allerlei moeilijkheden aanliepen in alledaagse handelingen maakte diepe indruk op mij.

Tijdens mijn studie werd al vrij snel duidelijk dat ik verder wilde in de bijzondere tandheelkunde. Als net afgestudeerde tandarts behandelde ik in een CBT kinderen, mensen met een beperking en angstige patiënten. Bij deze bijzondere doelgroepen kijk je zoveel verder dan alleen de mond. Er is veel intercollegiaal en interdisciplinair overleg, zowel op tandheelkundig vlak met orthodontisten en kaakchirurgen, maar ook op medisch vlak en op het vlak van cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling, bijvoorbeeld met artsen voor verstandelijk gehandicapten, revalidatieartsen, klinisch genetici, orthopedagogen, psychologen, logopedisten, ergotherapeuten en begeleiders. De logische volgende stap die ik maakte, was naar de postinitiële opleiding tot tandarts-gehandicaptenzorg, die mij enorm heeft verrijkt. Het werk met mensen met een beperking is een uitdaging die mij veel variatie en voldoening geeft in het dagelijks werk.

In dit themanummer worden bijzondere zorggroepen in het licht gezet. Iedere mondzorgverlener komt wel in aanraking met bijzondere zorggroepen en soms leidt dit tot dilemma’s, twijfels en terughoudendheid bij de zorgverlener. Hoe behandel je mensen met een verstandelijke, lichamelijke, visuele en/of auditieve beperking? Maar ook extreme angst, psychische of psychiatrische problematiek, degeneratieve ziektebeelden of niet-aangeboren hersenletsel vereisen een net iets andere kijk, benadering en behandeling. Daarnaast zijn er andere omstandigheden om rekening mee te houden. Zijn deze patiënten in staat om zelfstandig te komen en kunnen ze verantwoordelijk gehouden worden voor zelfzorg en eigen mondverzorging? Of zijn ze afhankelijk van zorg en begeleiding? Zijn ze wilsbekwaam of is er een wettelijk vertegenwoordiger? Hoe ga je om met situaties waarin behandeling nodig is maar de patiënt niet kan of wil meewerken? En als je verwijst naar een centrum voor bijzondere tandheelkunde, kan een patiënt daar dan altijd terecht? In dit themanummer lees je hier meer over!

Ben je na het lezen hiervan geïnspireerd geraakt of hongerig naar meer informatie, dan ben je zeer welkom op de website www.vmbz.nl, bij het voor- of najaarscongres van de VMBZ of bij de postinitiële opleidingen tot tandarts-gehandicaptenzorg of tandarts-angstbegeleiding.

Debby J.F. Lambregts-van Marrewijk, gastredacteur

Citeren: Lambregts-van Marrewijk DJF. Bijzondere zorggroepen, een leuke uitdaging! Ned Tijdschr Tandheelkd 2025; 132: 217.