Als vader van twee kinderen die jarenlang hockey hebben gespeeld, heb ik vele uren langs de rand van het hockeyveld doorgebracht. En bij elke wedstrijd was ik blij als mijn zoons niet op de doellijn stonden als de tegenpartij een strafcorner mocht nemen. Dat mijn angst niet ongegrond was, blijkt uit verschillende bijdragen in dit themanummer. Zo schrijft promovendus Kirsten van Vliet dat een hockeybal bij een strafcorner een snelheid van wel 100 km per uur kan bereiken. Bij dergelijke snelheden bieden hockeybitjes geen bescherming tegen letsel aan gebitselementen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat uit een online lezersenquête, waarvan de resultaten eveneens in deze thema-editie zijn opgenomen, blijkt dat hockey dé sport is waarbij mondzorgverleners het meest frequent worden geraadpleegd voor een geval van trauma.
Als ouder viel het mij tijdens en na de hockeywedstrijd op dat veel kinderen sportdranken consumeerden. In de bijdrage van Dien Gambon wordt ingegaan op de negatieve effecten die consumptie van dergelijke dranken kan hebben voor de mondgezondheid. Blijkbaar zijn veel ouders van sportende kinderen zich niet of onvoldoende bewust van de mogelijke risico’s voor het gebit van deze drankjes. Veel mondzorgverleners zijn hier wel alert op: in de lezersenquête gaf 91% van de mondzorgverleners aan bij onverklaarbare gebitserosie de patiënt te vragen naar consumptie van sportdranken.
Intensief sporten leidt niet alleen tot een lagere speekselproductie, maar ook tot veranderingen in de samenstelling van het speeksel. Dit zou bij topsporters negatieve effecten kunnen hebben op de mondgezondheid. Dit themanummer bevat dan ook een interview met de voorzitter van de nieuwe vereniging voor sporttandheelkunde, Shari Meuser, waarin de meerwaarde van een mondzorgverlener voor een (top)sporter wordt genoemd.
De veranderingen in de samenstelling van speeksel kunnen ook gebruikt worden als maat voor het uithoudingsvermogen van een sporter. Er wordt dan ook gewerkt aan biosensoren die via bitjes of andere in de mond draagbare apparatuur speekselbestanddelen permanent kunnen monitoren. Erg handig voor sporters en hun trainers, en misschien ook nuttig voor mijn kinderen. Die hockeyen tegenwoordig niet meer, maar doen sinds een paar jaar mee aan halve marathons en de dam-tot-dam-loop. Zolang ze tijdens die afstanden maar geen sportdranken consumeren, is hardlopen waarschijnlijk minder risicovol voor hun gebit dan hockeyen.
dr. Henk S. Brand, redacteur