Voorlezen
Redactioneel
3 mrt 2026
Er is eindelijk een Nederlandstalige versie van de Dental Trauma Guide (DTG) beschikbaar, aangevuld met elementen die specifiek zijn afgestemd op de Nederlandse mondzorgsituatie. Dat is geen overbodige luxe. Bij dentoalveolair trauma is snel en adequaat handelen vaak bepalend voor de prognose.
Onlangs werd ik geconfronteerd met een patiënt die zich met een heupfractuur presenteerde op de spoedeisende hulp (SEH), bij wie ook dentoalveolair letsel werd vastgesteld. Vanwege het overige letsel was een bezoek aan een tandarts-spoedpost niet mogelijk. Klinisch bleek sprake van een intrusie van een centrale bovenincisief. Om te bepalen of chirurgische extrusie dan wel een expectatief beleid aangewezen was, wilde ik de meest recente richtlijnen raadplegen. Via de KNMT-website kon ik direct inloggen op de DTG. Daar vond ik snel terug dat bij een intrusie van meer dan 7 mm chirurgische repositionering geïndiceerd is. Op basis hiervan kon ik evidencebased besluiten het dentale trauma chirurgisch te behandelen.
Deze casus is illustratief voor een bredere realiteit: veel patiënten met tandtrauma worden in eerste instantie beoordeeld op de SEH. Zeker bij gecombineerd letsel ligt de focus begrijpelijkerwijs op levensbedreigende problematiek. Dentale en dentoalveolaire letsels dreigen daarbij gemist te worden of pas laat aandacht te krijgen, terwijl juist bij avulsies, intrusies en luxaties tijd een cruciale factor is. Het zou niet de eerste keer zijn dat een patiënt uren op de SEH verblijft met een uitgeslagen gebitselement bewaard in een potje.
In Nederland is de organisatie van zorg rond tandletsel versnipperd. Buiten kantooruren zijn patiënten aangewezen op tandarts-spoedposten, die vaak niet in of nabij het ziekenhuis zijn gevestigd. Voor SEH-artsen is het bovendien niet altijd duidelijk welke tandheelkundige interventies direct nodig zijn, wat veilig kan wachten en wanneer overleg met een mka-chirurg of tandarts geïndiceerd is. Internationale literatuur laat zien dat kennis over dentaal trauma op de SEH wisselend is en dat richtlijngebruik beperkt blijft.
Internationaal bestaan verschillende modellen, variërend van geïntegreerde spoedmondzorg in ziekenhuizen tot duidelijke regionale traumazorgpaden. Wat ze gemeen hebben, is het gebruik van laagdrempelige, evidencebased beslisondersteuning. Juist daarin ligt de kracht van de DTG. De DTG is niet alleen een hulpmiddel voor tandartsen, maar ook uitermate geschikt voor SEH-artsen, mka-chirurgen en andere zorgverleners in de acute zorg. Met de Nederlandstalige versie is een belangrijke stap gezet richting uniforme, tijdige en betere zorg voor patiënten met tandtrauma, op de plek waar zij zich als eerste melden. Brede en laagdrempelige toegankelijkheid zou kunnen bijdragen aan tijdige, uniforme en prognosebepalende zorg bij tandtrauma.
dr. Justin Pijpe, redacteur