Dubbel jubileumjaar

Open PDF (132.82 KB)

Dit jubileumjaar van het NTvT valt samen met een jubileum dat ik deze maand zelf hoop te vieren, namelijk mijn zestigste verjaardag! Ik ben dan helft van mijn leven orthodontist en meer dan tweederde van mijn leven met tandheelkunde bezig.

Toen ik in 1958 op vrijdag de dertiende juni geboren werd, had het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde al de pensioen­gerechtigde leeftijd, maar 60 jaar later is het nog steeds een belangrijk communicatiemiddel. Het NTvT is al 125 jaar een meer wetenschappelijk dan klinisch tijdschrift en vormt sindsdien voor menig collega een bron van tandheelkundige kennis, waarmee indirect ook patiënten worden geholpen.

Kunnen we in deze tijd van ‘open sources’ zonder dit tijdschrift? Naar mijn mening niet, want ook al verandert de wijze waarop wij wetenschap beoefenen, ons gezond verstand en onze klinische ervaring hebben nog altijd de wetenschappelijke toetssteen nodig die het NTvT biedt.

Nu mijn lichting van begin jaren 1980 begint af te bouwen, valt mij op hoe genuanceerd en relativerend wij ten aanzien van ons vak zijn geworden. Des te meer wij van de tandheelkunde hebben ervaren, des te minder er zeker blijkt te zijn. Dit blijkt ook uit wetenschappelijk onderzoek, want veel zaken staan ter discussie, zelfs de ­p-waarde. Gelukkig is ons enthousiasme voor het inhoudelijke deel van de tandheelkunde zeker niet afgenomen, maar er is wel een groeiende weerstand tegen de doordenderende regelgeving.

Buitenlandse tandartsen

Regelgeving komt ook in deze editie aan bod in het artikel van Kooij et al over de toetsingsprocedure van tandartsen met een buitenlands diploma. Dit onderwerp brengt mij terug naar het begin van de jaren 1980 waarin, vanwege de crisis, voor mijn lichting afgestudeerden werkeloosheid dreigde. Meerdere net afgestudeerde tandartsen weken toen uit naar het buitenland of hadden dat serieus overwogen. De afgestudeerden konden toen in het buitenland vrij snel aan de slag, ook al moesten ze vaak onderaan beginnen.

De buitenlandse tandartsen die zich nu in Nederland melden, zijn naast economisch vluchteling ook vaak getraumatiseerd door hun vlucht of het oorlogsgebied waaruit men komt. Ik heb in mijn carrière diverse vluchteling-tandartsen meegemaakt. Uit een schrijven van de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF blijkt dat gediplomeerde tandartsen van ­buiten de Europese Unie op eigen kosten diverse algemene kennis-, vaardigheids- en beroepsinhoudelijke toetsen moeten doen en dat er op 11 items voldoende moet worden gescoord. Dit duurt gemiddeld 3 jaar en in die tijd hebben deze mensen nauwe­lijks inkomsten. Het is dan ook schrijnend te zien dat de meeste vluchtelingen vaak wel over adequate inhoudelijke vakkennis en ervaring beschikken, maar worstelen met onze taal en cultuur.

Het artikel van Kooij et al benadrukt het formatieve karakter van de toetsingsprocedure, desondanks blijft het nog steeds een toetsingsprocedure. Opmerkelijk bij dit alles is de onwetendheid van lokale overheden die de buitenlandse tandartsen, vanwege de deregulering, begeleiden. Een traject van 3 jaar of meer past niet binnen de regels van de lokale overheid. Vooral het kostenaspect wordt belangrijk gevonden en er wordt weinig gekeken naar wat een dergelijke toetsingsprocedure met de ervaren tandartsen doet. Ik kan mij er wel iets bij voorstellen. Hoe anders is het mijn lichtingsgenoten in het buitenland vergaan.

De toekomst

Zestig worden houdt ook in dat je jezelf een beetje bezig gaat houden met de vraag ‘Hoe verder?’. Sinds jaar en dag ben ik naast de klinische praktijk betrokken bij opleiding en onderzoek. Een goede carrière bestaat mijns inziens uit 3 delen: een deel verder leren en ervaring opdoen, een deel productie maken en ten slotte kennis en ervaring overdragen. Dat laatste vult nu een aanzienlijk deel van mijn week. De generatie die nu de college- en practicumzalen vult, vraagt uiteraard een andere aanpak dan die van de jaren 1990, hun wereld zit anders in elkaar. Veel kennis wordt uit de ‘cloud’ ­opgedaan, maar door tijdgebrek of teveel afleiding wordt de inhoud beperkt gefilterd, verwerkt en onthouden. Zorgwekkend, omdat uiteraard ook de huidige patiënten kennis, ervaring en wijsheid van hun tandarts verwachten. Onderzoek aangehaald in Het Financieele Dagblad van 2016 meldde daarbij dat tandheelkunde weliswaar veel baat heeft bij automatisering en robotisering, maar dat dit een beperkt effect heeft op de benodigde menskracht. Jonge tandartsen krijgen het nog steeds druk en kunnen daarom niet steeds iets opzoeken. We zijn als ‘homo sapiens’ nog echt geen ‘homo deus’!

Het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde heeft de potentie om nog vele generaties Nederlandse tandartsen van dienst te zijn. Misschien zal niet alles meer op papier verschijnen, maar via app’s en andere media zal het tijdschrift de tandartsen zeker weten te bereiken!

Ik wens het NTvT een mooie toekomst toe; óp naar ons volgend jubileum, zou ik zeggen!

Dr. Gem J.C. Kramer, redacteur

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.