Orthognatische chirurgie: inzichten uit een lezersenquête

Door A.G. Becking T.C.T. van Riet
op 35 minuten geleden
Afbeelding

Een NTVT-lezersenquête waaraan 64 personen deelnamen, laat zien dat orthognatische chirurgie ook in de algemene tandartspraktijk relevant is. Een meerderheid ziet geregeld patiënten bij wie een kaakstandcorrectie mogelijk zinvol is, bespreekt deze mogelijkheid soms zelf en zegt de eigen rol binnen een gecombineerd orthodontisch-chirurgisch traject te kennen. Daarmee lijkt de tandarts-algemeen practicus vooral een belangrijke rol te hebben in het herkennen van mogelijke indicaties, het geven van een eerste uitleg en het tijdig verwijzen. Tegelijkertijd blijft orthognatische chirurgie een complex behandeltraject, waarin functie, esthetiek, kaakgewrichtsklachten, ademhalingsproblematiek, behandelplanning en verwachtingsmanagement zorgvuldig moeten worden gewogen. Zeker in een tijd waarin patiënten via sociale media soms een gekleurd beeld krijgen van behandelmogelijkheden, is een realistische en evenwichtige eerste duiding door de tandarts van groot belang.

Read English abstract

Orthognathic surgery: insights from a reader survey

An NTVT reader survey with 64 participants reveals that orthognathic surgery is also relevant to the general dental practice. A majority of respondents report frequently encountering patients for whom jaw correction might be appropriate, sometimes also discuss this option and feel confident in their role within a combined orthodontic-surgical treatment pathway. This suggests that general dental practitioners play an important role in identifying potential indications, providing initial information, and referring patients promptly. At the same time, however, orthognathic surgery remains a complex treatment pathway, requiring careful balancing of function, aesthetics, temporomandibular complaints, respiratory issues, treatment planning and patient expectations. At a time when social media increasingly shape patient perceptions of treatment possibilities, realistic and balanced initial counselling by the dentist is particularly important.

Inleiding

Orthognatische chirurgie wordt vaak gezien als specialistische zorg op het snijvlak van orthodontie en mka-chirurgie. Toch heeft de tandarts-algemeen practicus regelmatig een rol in het herkennen van dentofaciale afwijkingen, het signaleren van functionele of esthetische hulpvragen en het begeleiden van patiënten richting passende zorg. Daarnaast is de tandarts betrokken bij een essentieel deel van het behandeltraject: het bewaken van de mondgezondheid tijdens de vaak langdurige orthodontisch-chirurgische behandeling en het meedenken over eventuele restauratieve of prothetische aspecten van het eindresultaat. Daarmee is orthognatische chirurgie niet alleen relevant voor orthodontist en mka-chirurg, maar ook voor de algemene tandartspraktijk. In aanloop naar dit themanummer over orthognatische chirurgie werd daarom een NTVT-lezersenquête uitgezet. De stellingen sloten aan bij de bijdragen in deze editie, onder meer over stabiliteit, orthofaciale chirurgie, restauratieve samenwerking, technische geneeskunde, gnathologie en distractie-osteogenese.

De respondenten

De enquête werd door 64 deelnemers ingevuld. Van de respondenten die de achtergrondvragen beantwoordden, was 65% abonnee van het NTVT. De grootste groep bestond uit tandartsen-algemeen practici (55%), gevolgd door mka-chirurgen en orthodontisten (beide 13%) en gedifferentieerde tandartsen (11%). De respondenten waren relatief ervaren: 76% had 16 jaar of meer praktijkervaring en 52% zelfs meer dan 25 jaar. De resultaten geven daarmee vooral een indruk van een betrokken en ervaren groep mondzorgverleners, niet noodzakelijk van de gehele beroepsgroep.

Resultaten

Orthognatische problematiek blijkt voor veel respondenten herkenbaar. Op de stelling “Ik zie regelmatig patiënten bij wie een kaakstandcorrectie mogelijk zinvol zou kunnen zijn” antwoordde 70% “eens” of “sterk eens”. Ook bestaat vertrouwen in de duurzaamheid van gecombineerde orthodontisch-chirurgische behandelingen: 75% was het eens of sterk eens met de stelling dat zo’n behandelplan leidt tot een stabiele beet op lange termijn. Dat beeld past bij de literatuur, waarin de stabiliteit van orthognatische ingrepen afhankelijk is van onder meer de richting van de verplaatsing, fixatie en patiëntgebonden factoren (Proffit et al., 2007). In het artikel van Xi et al. in deze editie (pag. 394-401) wordt dit onderwerp verder uitgediept.

Over leeftijd bestaat meer verdeeldheid. Ruim een kwart van de respondenten (28%) vond dat er een leeftijdsgrens is waarboven geen orthodontisch-chirurgisch behandelplan meer zou moeten worden gestart, terwijl 42% het hiermee oneens was. Een harde leeftijdsgrens bestaat niet, maar leeftijd is wel relevant in de voorlichting. Zo zijn neurosensibele stoornissen na een BSSO leeftijdsafhankelijk beschreven (Verweij et al., 2016). Tegelijkertijd worden orthognatische ingrepen steeds vaker ook bij oudere patiënten besproken, bijvoorbeeld in het kader van maxillomandibulaire advancement bij obstructieve slaapapneu.

De klassieke tegenstelling tussen functie en esthetiek lijkt in de enquête minder scherp. Bijna de helft van de respondenten (47%) was het oneens met de stelling dat de indicatie altijd functioneel onderbouwd moet zijn en dat esthetiek minder van belang hoort te zijn. Dat is begrijpelijk: bij dentofaciale afwijkingen zijn functie, uiterlijk, psychosociaal functioneren en kwaliteit van leven vaak nauw verweven. Een gummy smile kan esthetisch storend zijn, maar ook gepaard gaan met lipincompetentie of gingivale problemen. Andersom kan schaamte om te lachen grote invloed hebben op sociaal functioneren. Onderzoek naar orthognatische chirurgie laat dan ook verbetering zien in mondgezondheidgerelateerde kwaliteit van leven, met zowel functionele als psychosociale componenten (Tuk et al., 2022).

De tandarts voelt zich bovendien actief betrokken. Bijna 80% bespreekt soms zelf met de patiënt of een kaakcorrectie nodig of wenselijk zou kunnen zijn. Daarnaast gaf 75% aan goed te weten wat de eigen rol kan zijn binnen een gecombineerd orthodontisch-chirurgisch behandelplan, en 61% bespreekt de mogelijke voor- en nadelen van een kaakoperatie voordat naar een orthodontist wordt verwezen. Die rol ligt vooral in signalering, eerste uitleg en verwijzing. Daarnaast kan een tandarts belangrijk zijn in restauratieve of prothetische planning. In moderne trajecten wordt steeds vaker vanuit de gewenste eindsituatie teruggeredeneerd: welke occlusie, restauratieve mogelijkheden en esthetische doelen zijn haalbaar? Het artikel van Nolte et al. in deze editie (pag. 402-410) illustreert hoe de tandarts hierin een duidelijke rol kan hebben.

Bij TMD-klachten is de houding voorzichtig. Een meerderheid (52%) was het oneens met de stelling dat men bij kaakgewrichtsklachten én een afwijkende beet eerder naar een orthodontist dan naar een gnatholoog verwijst. Dat is klinisch relevant. Orthognatische chirurgie kan TMD-klachten bij sommige patiënten verbeteren, maar kan klachten ook laten bestaan of doen ontstaan; het is dus geen primaire behandeling voor kaakgewrichtsklachten (Al-Moraissi et al., 2017). Zoals Sládečková et al. (pag. 422-429) in deze editie benadrukken, blijft goede gnathologische diagnostiek vóór of tijdens een orthodontisch-chirurgisch traject essentieel.

Ook moderne technologie lijkt breed bekend. Van de respon- denten was 72% bekend met 3D-planning, patiëntspecifieke zaagmallen en patiëntspecifieke osteosynthese. Dat laat zien dat digitalisering in de tandheelkunde en mka-chirurgie inmiddels duidelijk is doorgedrongen. Distractie-osteogenese werd door 58% gezien als waardevolle techniek bij complexe kaakafwijkingen, terwijl 36% neutraal antwoordde. Dat past bij de huidige plaats van distractie: geen standaardalternatief voor de BSSO, maar wel een techniek die in geselecteerde complexe casus waardevol kan zijn (Baas et al., 2015).

Interpretatie en implicaties

De uitkomsten suggereren dat de tandarts-algemeen practicus orthognatische chirurgie niet ziet als een volledig specialistisch domein buiten de eigen praktijk. Respondenten herkennen mogelijke indicaties, voelen zich betrokken en bespreken behandelopties met patiënten.

Conclusie

Orthognatische chirurgie raakt de algemene tandartspraktijk vaker dan vaak wordt gedacht. De tandarts heeft vooral een rol in signalering, eerste duiding, verwijzing, verwachtingsmanagement en restauratieve planning. De enquête laat zien dat hiervoor draagvlak en basiskennis aanwezig zijn. Dit themanummer kan helpen om die kennis te verdiepen en de samenwerking tussen tandarts, orthodontist, gnatholoog, technisch geneeskundige en mka-chirurg verder te versterken.

illustrator: Guido van Gerven, Duplo Studioo

Literatuur

  • Al-Moraissi EA, Wolford LM, Perez D, Laskin DM, Ellis E 3rd. Does orthognathic surgery cause or cure temporomandibular disorders? A systematic review and meta-analysis. J Oral Maxillofac Surg 2017; 75: 1835-1847. https://doi.org/10.1016/j.joms.2017.03.029

  • Baas EM, Bierenbroodspot F, de Lange J. Bilateral sagittal split osteotomy versus distraction osteogenesis of the mandible: a randomized clinical trial. Int J Oral Maxillofac Surg 2015; 44: 180-188. https://doi.org/10.1016/j.ijom.2014.10.010

  • Proffit WR, Turvey TA, Phillips C. The hierarchy of stability and predictability in orthognathic surgery with rigid fixation: an update and extension. Head Face Med 2007; 3: 21. https://doi.org/10.1186/1746-160X-3-21

  • Tuk JGC, Lindeboom JA, Tan ML, de Lange J. Impact of orthognathic surgery on quality of life in patients with dentofacial deformities: longitudinal study of the Oral Health Impact Profile (OHIP-14) with at least 1 year of follow-up. J Craniomaxillofac Surg 2022; 26: 281-289. https://doi.org/10.1007/s10006-021-00992-6

  • Verweij JP, Mensink G, Fiocco M, van Merkesteyn JPR. Incidence and recovery of neurosensory disturbances after bilateral sagittal split osteotomy in different age groups: a retrospective study of 263 patients. Int J Oral Maxillofac Surg 2016; 45: 898-903. https://doi.org/10.1016/j.ijom.2016.01.011

Informatie

Rubriek
Publicatiedatum
35 minuten geleden
Citeren

Becking AG, van Riet TCT. Orthognatische chirurgie in de algemene praktijk: inzichten uit een lezersenquête. Ned Tijdschr Tandheelkd 2026; 133: 430-433

DOI

Auteursinformatie

  • A.G. Becking

    T.C.T. van Riet

    Uit de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie van het Amsterdam UMC, locatie AMC/Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA).

    Datum van acceptatie: 10 juni 2026

    Adres: prof. dr. A.G. Becking, AUMC, locatie AMC, Meibergdreef 9,

    1105 AZ Amsterdam

    ag.becking@amsterdamumc.nl