(in print: Ned Tijdschr Tandheelkd april 2019; 126: 177)

Paro 2019

Congresverslag

Op vrijdag 1 februari 2019 vond het door Bureau Kalker georganiseerde congres ‘Paro 2019’ plaats in de RAI te Amsterdam. Meer dan 1.000 deelnemers, van wie het merendeel mondhygiënist, waren aanwezig op deze inmiddels jaarlijks terugkerende grote congresdag (de tiende!). Na de boeiende onderwerpen van de afgelopen jaren, was het nu wederom de beurt aan het vakgebied parodontologie. Een discipline waarbij teamwerk van groot belang is, getuige ook het grote aantal (preventie)assistenten dat aanwezig was. In vogelvlucht kwam de gehele parodontologie aan bod, waardoor er voor eenieder iets te halen was.

Screening op parodontitis is belangrijk en daarmee het ontwikkelen van een gevoel van pluis of niet-pluis. Dit kan makkelijk worden ondersteund door het gebruik van een pocketmeter om zo te komen tot een, inmiddels bij iedereen bekende, DPSI-score. Volgens dr. Wijnand Teeuw bieden tandartspraktijken voor de parodontitisscreening veel voordelen: tandartsen zien hun patiënten regelmatig, kennen het familieverband, maar kunnen ook iemand terug laten komen als er meer tijd nodig blijkt te zijn voor adequaat mondonderzoek. Op basis van de screening kunnen 3 categorieën worden onderscheiden: een gezonde mond, een mond met parodontitis en daartussen de groep met een gemengd gingivitis/parodontitis beeld. Belangrijk is het tandheelkundig team op deze groepen af te stemmen. Bij de parogroep is het van belang om naast een tandheelkundige, ook een medische en een psychosociale anamnese af te nemen. En niet onbelangrijk: de motivatie van de patiënt te achterhalen. Er is alle jaren veel discussie geweest over de verschillende uitingsvormen van parodontitis, maar volgens prof. dr. Fridus van der Weijden heerst nu de opinie “parodontitis = parodontitis” en is het onderscheid maken tussen subvormen niet zinvol.

Als derde spreker van de ochtend was prof. dr. Arie van Winkelhoff aan zet. Hij schetste kort de ontwikkeling van de microbiologie en liet vervolgens zien hoe complex het orale microbioom er tegenwoordig uitziet. Vele honderden bacteriesoorten bevolken de mond, waarvan de meeste gelukkig niet schadelijk zijn. Een nieuwe ontwikkeling, zoals de laatste maanden ook diverse malen in het nieuws is geweest, is het onderzoeken van de relatie tussen de orale microflora en medische aandoeningen. Zo lijkt een relatie te bestaan tussen de aanwezigheid van P. gingivalis en het ontstaan van reumatoïde artritis, en wellicht ook de ziekte van Alzheimer. Ook voor A. actinomycetemcomitans lijkt een dergelijk verband aanwezig te zijn. Bovendien lijkt het verbeteren van de mondhygiëne van significante invloed op het verlagen van het risico op cardiovasculaire afwijkingen.

Na de lunch ging het vooral over praktische zaken. Dr. Schelte Fokkema hield een mooi betoog over inzet van een mondhygiënist in de behandeling. Het voorkomen van rekolonisatie van de mondbacteriën is een belangrijk uitgangspunt voor het succes van het gehele traject. En mochten er nog restpockets overblijven, dan weet het chirurgisch mes van dr. Mark Timmerman daar wel raad mee. Belangrijk is dat na een flapoperatie informatie aan de patiënt wordt meegegeven en de benodigde receptuur om de postoperatieve pijn te bestrijden en adequaat te kunnen spoelen. De nazorg van de dag was in handen van mondhygiënist Miranda Belder. Furcaties en diepe initiële pockets zijn de risicofactoren voor een succesvolle parodontale behandeling. Nazorg is belangrijk en dient zo mogelijk individueel te worden afgestemd, bijvoorbeeld met behulp van de nieuwe media als WhatsApp. En daar leer ik dan ook weer van.

whatsappbericht2.jpg

(dr. Jan H.G. Poorterman, redacteur)

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.