Prevalentie van erosieve gebitsslijtage in relatie tot de consumptie van vruchten en dranken bij tieners in Den Haag

Fallback Image
Erosieve gebitsslijtage kan een ernstige bedreiging voor de mondgezondheid vormen. Er is echter weinig bekend over de omvang van erosieve gebitsslijtage bij de Nederlandse bevolking. Daarom werd een onderzoek uitgevoerd naar de prevalentie van erosieve slijtage bij tieners. In Den Haag werden 345 10- tot 13-jarigen en 400 15- en 16-jarigen klinisch onderzocht. Voor het diagnosticeren van erosieve slijtage werd gebruikgemaakt van de door Lussi gehanteerde criteria, waaraan een code werd toegevoegd voor het vastleggen van initiële glazuurerosie. Bij 3% van de 10- tot 13-jarigen werd enige vorm van erosieve slijtage gevonden, en bij 0,3% diepe erosieve glazuurslijtage. Er werd geen erosieve slijtage in het dentine gevonden. In verband met de lage prevalentie in deze leeftijdsgroep zijn de resultaten van 10- tot 13-jarigen niet verder geanalyseerd. Bij 30% van de 15- en 16-jarigen werd enige vorm van erosieve slijtage gevonden, en bij 11% diepe erosieve glazuurslijtage. Bij één persoon werd erosieve slijtage in het dentine gevonden. Erosieve slijtage werd significant vaker bij jongens dan bij meisjes gevonden. De slijtage werd voornamelijk aangetroffen in de eerste molaren en in het bovenfront, waarbij in de eerste molaren hoofdzakelijk de occlusale vlakken waren aangetast en in het bovenfront de palatinale vlakken. Na uitsluiting van de personen die aangaven vaak te braken en toevoeging van de factor ‘geslacht’, toonde de logistische regressieanalyse geen significante relatie voor zowel de consumptie van zuur fruit en zure dranken (vruchtendrank, frisdrank en sportdrank), als niet-zure en tevens beschermende bestanddelen bevattende zuiveldrank. De resultaten tonen een substantiële aantasting van het gebit door erosieve slijtage bij 15- en 16-jarigen in Den Haag. Nader onderzoek op dit terrein is noodzakelijk, vooral met betrekking tot de methodiek van diagnostiek en etiologie van erosieve slijtage.
Read English abstract

Prevalence of erosive tooth wear in relation to fruit and drink consumption

The purpose of the study was to access the prevalence of erosive tooth wear in teenagers, and to investigate the relationship between erosive wear and dietary habits. In The Hague 345 10- to 13- year-olds and 400 15- and 16-year- klds were clinically examined. The index for the assessment of dental erosion described by Lussi was extended with a grade in order to differentiate between slight enamel wear and deep enamel wear. In the age group 10-13 years, erosive wear was found in 3% of the subjects and deep erosive enamel wear in 0.3%. Due to the low prevalence, this age group was excluded from further analysis. In the age group 15 and 16 years, erosive wear was found in 30% of the subjects and deep erosive enamel wear in 11%. Wear into dentine was observed in one person. The prevalence of erosive wear in boys was significantly higher than in girls (p < 0.001). First molars and maxillary incisors were affected preferentially. In first molars the occlusal surfaces were predominantly affected, in upper incisors the palatal ones. After exclusion of cases reporting frequent vomiting and introduction of the factor ‘gender’, gistic regression analysis showed no significant effect for the consumption of acidic fruit, fruit juice, soft drinks, sports drinks and dairy drinks. The results provide evidence of substantial erosive enamel wear in 15- and 16-year-olds. Further research into erosive wear of dental hard tissue is recommended.