De trepaan voor het oogsten van bekkenkambot.

Door J. Jansma
op 1 maart 2002
Fallback Image
Ten behoeve van de sluiting van een gnathoschisis wordt meestal een keuze gemaakt tussen bot uit de symfyse van de kin en bot uit de crista iliaca anterior. Tot medio 1997 werd op de afdeling Mondziekten, Kaakchirurgie en Bijzondere Tandheelkunde van het Academisch Ziekenhuis Groningen voor het oogsten van anterieur cristabot een open benadering gebruikt. Uit een evaluatieonderzoek naar de morbiditeit van deze techniek bleek dat er na 26,1% van dergelijke ingrepen een kleinere of grotere contourderformiteit ontstond ter plaatse van het donorgebied. De breedte van het litteken bedroeg gemiddeld 5,0 ± 2,4 mm. Deze bevindingen en het streven om de postoperatieve pijn zoveel mogelijk te beperken waren aanleiding om over te gaan op het oogsten van cristabot met behulp van een handmatige trepaan. Tussen juni 1997 en januari 2000 werd hiermee bij 28 schisispatiënten (leeftijd 8-12 jaar) bot uit de crista iliaca anterior geoogst. De littekens waren kleiner (lengte: 15 ± 1,5 mm; breedte: 1,5 ± 0,3 mm). Contourdeformiteiten en sensibiliteitsstoornissen traden niet op en de postoperatieve pijn bleek goed beheersbaar door middel van lokale infiltratie van het wondgebied met marcaïne en adequaat gebruik van analgetica. De patiënten mobiliseren reeds de eerste postoperatieve dag en kunnen kort na de ingreep uit het ziekenhuis worden ontslagen. Deze bevindingen ondersteunen de toepassing van de handmatige trepaan als standaardtechniek voor het oogsten van cristabot bij het sluiten van een gnathoschisis. Een open benadering is geïndiceerd indien grote hoeveelheden cristabot nodig zijn c.q. de toepassing van een botblok of corticaal bot (tabula interna) noodzakelijk is.
Read English abstract

For closure of the cleft alveolus usually a choice between a bone graft from thechin or from the iliac crest is made. In the department of Oral and Maxillofacial Surgery of the University Hospital Groningen harvesting of bone from the iliac crest was performed with an open technique. From the results of an earlier study on the morbidity of this procedure untill June 1997 it was found that in 26.1% of the cases a contourdefect could be observed in the donorregion. The mean width of the mature scar was 5.0 ± 2.4 mm (range 1-10 mm). Especially these findings and the wish to further reduce postoperative pain led the University Hospital to start harvesting iliac crest bone grafts with a trephine in june 1997. In the period june 1997 through december 1999 iliac crest bone gafts were harvested in 28 cleft lip and palate patients (mean age 10.5 years; range 8-12 years) with this trephine technique. The scars were smaller in ± 0.3 both length (mean 15 ± 1.5 mm; range 11-24 mm) and width (mean 1.5 ± 0.3 mm; range 1-3.5 mm). No contourdefects and sensory loss occurred. Postoperative pain could adequately be relieved by local infiltration of the donor area with a 0.25% marcaïne solution and analgetics. On the first day post surgery all patients could be mobilised without problems. Based on these findings and recent literature it can be concluded that the use of the trephine is the method of choice for harvesting iliac crest bone in cleft lip and palate patients. Only when large amounts of bone, a bone block or a piece of cortical bone is needed, the open technique should be used.

Informatie

Rubriek
Publicatiedatum
1 maart 2002,