Van medio december 2024 tot medio februari 2025 werd een peiling gedaan onder de lezers van het NTVT om in beeld te krijgen hoe zij staan tegenover behandeling van mensen met een beperking of autisme. Van de respondenten gaf 27,2% aan dat er onvoldoende mogelijkheden tot verwijzing zijn voor behandeling van mensen met een beperking of autisme binnen een reisafstand van 30 minuten. Veel centra voor bijzondere tandheelkunde hebben bovendien een wachtlijst of patiëntenstop. De algemeen practicus is dus hard nodig om de benodigde zorg voor deze bijzondere zorggroepen te kunnen organiseren in Nederland. De mate van ervaren competentie blijkt geassocieerd met de zelfgerapporteerde behandeling van mensen met een matige tot (zeer) ernstige verstandelijke beperking in de reguliere praktijk. Meer nascholing lijkt te leiden tot meer competentie en daardoor mogelijk ook tot meer behandeling van deze bijzondere zorggroepen in de praktijk.

Read English abstract

Survey special care groups: the outcome

From mid-December 2024 to mid-February 2025, a poll was conducted among the readers of the NTVT to gain insight into their views on the treatment of people with disabilities or autism. 27,2% of all respondents indicated that there are insufficient options to refer people with disabilities or autism for treatment within a 30-minute travel distance. Moreover, many Centers for Special Care Dentistry have a waiting lists or do not take on new patients anymore. The contribution of general practitioners is therefore much needed to organize the necessary care for these special care groups in the Netherlands. The degree of perceived competence appears to be associated with the self-reported treatment of people with a moderate to severe intellectual disability in the general dental practice. Additional training appears to lead to more competence, and therefore possibly to more treatment of these special care groups in the general dental practice.

Inleiding

Iedere mondzorgverlener wordt wel eens geconfronteerd met mensen met een beperking, een autismespectrumstoornis (ASS), niet-aangeboren hersenletsel of degeneratieve ziektebeelden. De zorg voor deze bijzondere zorggroepen vraagt wat extra’s van de mondzorgverlener; extra tijd, geduld, inlevingsvermogen, aanpassingsvermogen, meedenken in wat haalbaar is en wat zinnige en doelmatige zorg is. In het basiscurriculum van de opleidingen wordt hier niet veel aandacht aan besteed. De Vereniging Mondzorg voor Bijzondere Zorggroepen (VMBZ) wil graag inzicht krijgen in hoe competent mondzorgverleners zich voelen voor behandeling van deze kwetsbare patiënten in de reguliere praktijk, de bekendheid met de mogelijkheid van het aanvragen van een machtiging voor bijzondere tandheelkunde binnen de reguliere praktijk, de mogelijkheden voor verwijzing en de indicaties waarbij patiënten in aanmerking kunnen komen voor tandheelkundige behandeling in een centrum voor bijzondere tandheelkunde (CBT). Met dit themanummer van het NTVT over mondzorg voor bijzondere zorggroepen wordt de algemeen practicus geïnformeerd, geïnspireerd en gemotiveerd om zelf met meer vertrouwen en plezier de behandeling van deze kwetsbare, uitdagende en vaak ook zeer dankbare patiëntengroep zo gewoon mogelijk in de reguliere praktijk te kunnen uitvoeren, en waar nodig tijdig te verwijzen naar een CBT, gedifferentieerde tandarts of tandarts met affiniteit voor deze doelgroep. Zo kan ervoor worden gezorgd dat de CBT’s toegankelijk blijven voor de mensen die het echt nodig hebben en dat anderen met relatief kleine inspanning en/of aanpassingen in de reguliere praktijk de benodigde tandheelkundige zorg laagdrempelig kunnen krijgen; zorg op maat, dicht bij huis.

Materiaal en methode

Van medio december 2024 tot medio februari 2025 werd een online peiling gehouden onder NTVT-lezers. De uitnodiging daartoe werd via het tijdschrift, de nieuwsbrief, de website en sociale media verspreid onder mondzorgverleners. De enquête bestond uit 10 stellingen die waren opgesteld volgens de 5-punten Likertschaal. Daarnaast werden enkele vragen gesteld om een beeld te krijgen van de mondzorgverlener die de enquête invulde. 

In totaal hebben 159 deelnemers de vragenlijst deels of volledig ingevuld. Alleen vragenlijsten waarbij alle stellingen waren beantwoord, werden geïncludeerd (n = 154). Van deze 154 vragenlijsten waren er 138 volledig ingevuld door de respondenten voor de overige karakteristieken, zoals leeftijd en beroep. Hoewel dit niet voldoende is voor een representatief beeld van ‘de mondzorgverlener’ in Nederland, is het toch interessant om te kijken naar het beeld dat de resultaten van deze enquête geeft.

Resultaten en beschouwing

De mediane leeftijd van de respondenten was 45 jaar, met een spreiding van 23 tot 75 jaar en een mediane werkervaring van 20 jaar. Het merendeel van de respondenten was werkzaam als tandarts-algemeen practicus (n = 108, 70,1%), gevolgd door gedifferentieerde tandartsen (n = 29, 18,8%). Wat betreft de geografische verdeling van de werkgebieden was 42,2% van de respondenten actief in landelijke provincies (Drenthe, Flevoland, Friesland, Groningen, Limburg, Zeeland), 37,7% in stedelijke provincies (Gelderland, Noord-Brabant, Overijssel) en 20,1% in randstedelijke provincies (Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht).

Op de stelling: “Als ik er niet uitkom bij de behandeling van mensen met een beperking of autisme, heb ik voldoende mogelijkheden tot verwijzing binnen een reisafstand van 30 minuten.” gaf 12,3% van de respondenten uit landelijke provincies, 9,1% uit stedelijke provincies en 5,8% uit randstedelijke provincies aan het hier (geheel) mee oneens te zijn. Dit verschil was echter niet statistisch significant (H(2) = 5,67, p = 0,06). Van de respondenten was 44,1% (n = 68) het eens of sterk eens met de stelling “Ik ben bekend met vlechtbeleid, waarbij een patiënt met verstandelijke beperking of autisme in principe de reguliere praktijk bezoekt voor controles, preventie en eventueel eenvoudige behandelingen en waarbij het CBT of een gedifferentieerde collega op de achtergrond betrokken is voor consultatie of uitgebreidere behandelingen.” De meerderheid van de respondenten gaf aan bekend te zijn met de mogelijkheid om een machtiging aan te vragen in de praktijk voor bijzondere zorggroepen (n = 98; 63,6%).

Van de respondenten met het beroep tandarts gaf 44,5% aan dat ze het eens of volledig eens waren met de stelling “Ook patiënten met een matige tot (zeer) ernstige verstandelijke beperking behandel ik in de reguliere praktijk.” Om te onderzoeken wat de invloed was van de antwoorden bij de stellingen over het competentieniveau, de aandacht binnen het tandheelkundige curriculum voor de bijzondere zorggroepen, de genoten nascholing, het aantal jaren ervaring op de zelfgerapporteerde behandeling van dit soort zorggroepen en of een tandarts gedifferentieerd was of niet, werd een binaire logistische regressie uitgevoerd onder de tandartsen, na het controleren van de voorwaarden. Hierbij werd de afhankelijke variabele verdeeld in ‘neutraal, eens of volledig mee eens’ versus ‘oneens of volledig mee oneens’. Dit werd ook gedaan voor de stellingen die als onafhankelijke variabelen dienden. Het aantal jaren ervaring werd als continue variabele geïncludeerd. Het model was significant, Χ2(5) = 29,88, p = 0,00. De verklaarde variantie was 28,2% (Nagelkerke R2) en het model classificeerde in 77,4% van de gevallen correct. Alleen de ervaren competentie bleek geassocieerd te zijn met de zelfgerapporteerde behandeling (p = 0,00). Respondenten die zichzelf hoger scoorden op competentieniveau, hadden een 8,50 keer (95% BI: 3,41-21,17) hogere odds dat ze er neutraal tegenover stonden, het eens of volledig eens waren met de hierboven genoemde stelling. Er was geen significante associatie tussen het eens of volledig eens zijn met de stellingen over het tandheelkundig curriculum (odds ratio (OR) = 1,47; 95% BI: 0,54-4,00; p = 0,45), de genoten nascholing (OR = 1,24; 95% BI: 0,46-3,35; p = 0,67), het aantal jaren ervaring (OR = 1,00; 95% BI: 0,96-1,03; p = 0,82) of gedifferentieerd zijn (OR = 0,72; 95% BI: 0,24-2,15; p = 0,56). 

Dan is de vraag hoe tandartsen competent worden. Ook dit is door middel van een binaire logistische regressie onderzocht, met als afhankelijke variabele ‘neutraal, eens of geheel mee eens’ versus ‘oneens of geheel mee oneens’ voor de stelling “Ik voel mij voldoende competent bij behandeling van mensen met een verstandelijke beperking.” Onafhankelijke variabelen die werden meegenomen, waren dezelfde als bij de vorige regressie. Het model classificeerde in 70,7% van de gevallen correct met een significant resultaat (Χ2(4) = 19,26, p = 0,00; Nagelkerke R2 = 0,19). Tandartsen die aangaven nascholing te hebben gevolgd op het vlak van de bijzondere zorggroepen, hadden met hun antwoord ‘neutraal, eens of volledig eens’ met de stelling een 4,83 keer hogere odds (95% BI: 1,66-14,01) ten opzichte van collega’s die dit niet hadden gedaan. Er werd geen significante associatie gevonden voor de stellingen over het tandheelkundig curriculum (OR = 2,11; 95% BI: 0,80-5,60; p = 0,13), het aantal jaren ervaring (OR = 1,02; 95% BI: 0,98-1,05; p = 0,34) of gedifferentieerd zijn (OR = 1,55; 95% BI: 0,49-4,85; p = 0,046). Aan de gedifferentieerde tandartsen is niet gevraagd welke differentiatie zij hadden voltooid. 

Als het gaat om de centrumindicatie, waren gedifferentieerde tandartsen het significanter eens dan tandartsen-algemeen practici met de stelling “Ik ben op de hoogte van de indicaties waarbij een patiënt wel of niet in aanmerking komt voor bijzondere tandheelkundige behandeling in een CBT, zoals beschreven in het document “De centrumindicatie” van College Adviserend Tandartsen (CAT), het Centraal Overleg Bijzondere Tandheelkunde (Cobijt) en de Commissie Bijzondere Zorggroepen (CBZ).”2(4) = 26,44, p = 0,00; Cramérs V = 0,44). Het gezegde onbekend maakt onbemind lijkt ook voor de behandeling van bijzondere doelgroepen op te gaan. Meer nascholing lijkt te leiden tot meer competentie en daardoor mogelijk meer behandeling in de praktijk.

Tot slot

Er bestaan grote en aanhoudende sociaaleconomische ongelijkheden op het gebied van mondziekten, waarbij een hogere ziektelast wordt vastgesteld in kansarme en gemarginaliseerde bevolkingsgroepen, zoals mensen met een beperking. Dit kan een groot effect hebben op de kwaliteit van leven (WHO, 2022; Kalf-Scholte, 2024). Gezien het feit dat iedere mondzorgverlener te maken krijgt met kwetsbare bijzondere zorggroepen, zou het wenselijk zijn dat er in het basiscurriculum van de opleidingen tandheelkunde meer aandacht wordt gegeven aan de mondzorg aan deze bijzondere zorggroepen. Dit wordt ook gepromoot door het internationale netwerk waar de VMBZ deel van uitmaakt: de International Association for Disability and Oral Health (iADH), dat een gratis open acces undergraduate curriculum beschikbaar heeft voor Special Care Dentistry (iADH, 2012). Daarnaast kan bij- en nascholing ervoor zorgen dat mondzorgverleners zich competenter en daardoor mogelijk ook gemotiveerder zullen voelen om deze bijzondere zorggroepen ook zelf te behandelen in de reguliere tandartspraktijk. De VMBZ organiseert daarom jaarlijks een voorjaarscongres in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde (NVvK) en een eigen najaarssymposium. Geregeld worden er ook tussentijds webinars georganiseerd door de VMBZ en ook door middel van gastredacteurschappen wil de VMBZ de mondzorg voor deze populatie bevorderen (TAVG, 2021). Er zijn daarnaast in Nederland nog verschillende andere aanbieders van cursussen en congressen op het gebied van bijzondere tandheelkunde. 

Voor de mondzorgverlener die de smaak te pakken heeft, zijn er de postinitiële differentiatie-opleidingen tot tandarts-/mondhygiënist-gehandicaptenzorg en tot tandarts-/mondhygiënist-angstbegeleiding die beide onder auspiciën van de VMBZ staan en worden georganiseerd door de BT-Academy (BT-Academy, 2025). Deze beide differentiatie-opleidingen bestaan voor een deel ook uit los te volgen modules die extra kennis en handvatten bieden ten behoeve van behandeling van deze bijzondere zorggroepen. De Wiley knowledge hub biedt in samenwerking met de iADH 2 gratis e-learnings, over mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking (Wiley, 2025). 

De algemeen practicus kan eventueel verwijzen naar een CBT of gedifferentieerd tandarts. Het is aan te bevelen kennis te nemen van het document de Centrumindicatie en het Vademecum Mondzorg om niet voor verrassingen te komen te staan en om een patiënt en/of wettelijk vertegenwoordiger alvast te kunnen voorlichten met betrekking tot de indicaties voor behandeling in een CBT en de regels met betrekking tot vergoeding, eigen bijdrage en wettelijk verplicht eigen risico (CBZ, 2011; CAT, 2024). In veel gevallen zal behandeling in een CBT van tijdelijke duur zijn en zal het doel zijn om na verloop van tijd, soms in samenwerking van CBT en huistandarts in een vlechtbeleid, de patiënt weer geheel of deels behandelbaar te maken in de reguliere tandartspraktijk (Aartman, 2000).


Beeld: Guido van Gerven, Duplo Studio

Link naar PDF bestand

Toelichting        
De Vereniging Mondzorg voor Bijzondere Zorggroepen (VMBZ) is een tandheelkundig wetenschappelijke vereniging die zich inzet voor goede mondzorg voor mensen die vanwege hun verstandelijke en/of lichamelijke beperking, extreme behandelangst, psychosociale of psychiatrische problematiek, kokhalsproblemen of complexe medische achtergrond niet bij de reguliere tandarts terechtkunnen. Het doel van de VMBZ is de wetenschappelijke kennis over bijzondere tandheelkunde aan kwetsbare zorggroepen te vergroten en breed toe te passen in de praktijk. Dat gebeurt onder andere door het organiseren van congressen en symposia, het stimuleren van wetenschappelijk onderzoek en deelname aan richtlijnontwikkeling. De postinitiële differentiatie-opleidingen tot tandarts/mondhygiënist-gehandicaptenzorg en tandarts/mondhygiënist-angstbegeleiding worden georganiseerd onder auspiciën van de VMBZ. (www.vmbz.nl)

Dankwoord        

Met dank aan de wetenschapscommissie (S.M. Kalf-Scholte, M. Joosen-van der Spek, M.J.A. van Loon) en voorzitter (M.A.E. van Stiphout) van de VMBZ voor het meedenken en becommentariëren van de peiling en de artikelen in dit themanummer.

Literatuur

  • Aartman IHA. Treating highly anxious dental patients in a dental fear clinic. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, 2000. Academisch proefschrift.

    BT-Academy, Overzicht theoretische modules opleiding T/M Angstbegeleiding, https://bt-academy.nl/ (geraadpleegd 21-02-2025).

    BT-Academy, Overzicht theoretische modules opleiding T/M Gehandicaptenzorg, https://bt-academy.nl/ (geraadpleegd 21-02-2025).

    College Adviserend Tandartsen en Zorgverzekeraars Nederland, Vademecum Mondzorg Basispakket en WLZ, 2024.

    Commissie Bijzondere Zorggroepen van de KNMT in samenspraak met het CAT en Cobijt, De centrumindicatie, 2011.

    International Association for Disability and Oral Health. Curriculum in special care dentistry at the undergraduate level. 2012. www.iadh.org (geraadpleegd 21-02-2025).

    Kalf SM. Promoting oral health care for people with disabilities: Tools for oral health professionals. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, 2024. Academisch proefschrift.

    TAVG themanummer Mondzorg. 2021; 39: 1. https://nvavg.nl/ (geraadpleegd 21-02-2025).

    Wiley knowledge hub. https://oralhealth.knowledgehub.wiley.com/(geraadpleegd 21-02-2025).

    World Health Organization, Global oral health status report, 2022. https://www.who.int/ (geraadpleegd 21-02-2025).

Informatie

Rubriek
Publicatiedatum
6 mei 2025,
Citeren

Lambregts-van Marrewijk DJF, de Kuijper MCFM. Enquête bijzondere zorggroepen: de uitkomsten. Ned Tijdschr Tandheelkd 2025; 132: 269-273

DOI

Auteursinformatie

  • D.J.F. Lambregts-van Marrewijk1,2,3 

    M.C.F.M. de Kuijper4,5

    Uit 1CBT Amarant in Tilburg, 2CBT Centrumtandzorg in ’s-Hertogenbosch, 3Vereniging Mondzorg voor Bijzondere Zorggroepen VMBZ, de sectie Restauratieve Tandheelkunde en Biomaterialen van het Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde in Groningen en het Centrum Bijzondere Tandheelkunde van het Martini Ziekenhuis in Groningen.

    Datum van acceptatie: 8 april 2025

    Adres: mw. D.J.F. Lambregts-van Marrewijk, Centrum Tandzorg CBT Den Bosch, Eekbrouwersweg 4, 5233 VG 's-Hertogenbosch

    info@tandarts-lambregts-van-marrewijk.nl