Introductie. Syncope – ook wel aangeduid als flauwvallen, collaps, black-out en wegraking – is een snel optredend, kortdurend verlies van bewustzijn en wordt veroorzaakt door cerebrale hypoperfusie (verminderde toevoer van bloed naar de hersenen). Kenmerkend voor syncope is een valincident, soms met schadelijke gevolgen. Een onderzoek liet zien dat een tiende van het aantal personen dat vanwege syncope was verwezen naar een afdeling Spoedeisende Hulp van een medisch centrum, een botfractuur had opgelopen (Ungar et al., 2011). Uit een ander onderzoek bleek dat van alle personen die vanwege syncope naar een medisch centrum waren verwezen, ongeveer de helft in dat medisch centrum was opgenomen voor nadere diagnostiek en eventueel behandeling. In de meeste gevallen bleek deze opname achteraf onnodig (Reed, 2019).
De Nederlandse auteurs van het hier besproken artikel hadden als doelstelling deskundige informatie te verstrekken over syncope, zodat onnodige verwijzingen naar en opnamen in een medisch centrum en de daarbij behorende zorgkosten kunnen worden vermeden (Jansen en Van der Velde, 2024).
Materiaal en methode. Als leidraden voor hun informatie gebruikten de auteurs de ‘Guidelines for Diagnosis/ Management of Syncope’ van de European Society of Cardiology (Brignole et al., 2018) en de ‘World Guidelines for Falls Prevention and Management for Older Adults’ (Montero-Odasso et al., 2022). Eerst schetsen de auteurs het beleid om de juiste oorzaak van de syncope vast te stellen en eventueel te behandelen. Vervolgens verstrekken zij informatie over de 3 oorzaken van syncope: orthostatische hypotensie, vasovagale problemen en cardiovasculaire problemen.
Resultaten. De auteurs stellen dat huisartsen, cardiologen, neurologen, geriaters en specialisten ouderengeneeskunde het vaakst worden geconfronteerd met (de gevolgen van) syncope. Ieder van hen heeft echter de neiging om syncope te benaderen vanuit het eigen specialisme. Dit leidt frequent tot onnodige onderzoeken en verwijzingen, onnodige belasting van patiënten en onnodige zorgkosten. Soms ontstaat ook diagnostische verwarring bij ouderen met multipele risicofactoren voor een valincident. Deze ouderen kunnen namelijk vallen als gevolg van cerebrale hypoperfusie, zonder dat er sprake is van een echte syncope. Een serieuze anamnese, een zorgvuldig (cardiovasculair) onderzoek en eventueel elektrocardiografie vormen in overeenstemming met de eerdergenoemde richtlijn de aanbevolen primaire aanpak (Brignole et al., 2018). Inmiddels is zelfs al aangetoond dat deze aanpak succesvol kan zijn (Blythe et al., 2019).
Orthostatische hypotensie is de belangrijkste oorzaak van syncope en is ook een belangrijke risicofactor voor valincidenten. De diagnostiek is simpel en kan ook thuis door goed geïnstrueerde ouderen zelf op betrouwbare wijze worden uitgevoerd (Gibbon et al., 2022). Het begint met meting van de bloeddruk als de persoon zich 10 tot 15 minuten in liggende positie bevindt. Vervolgens moet de persoon gaan staan en na 1 minuut wordt nogmaals de bloeddruk gemeten. Als dan de systolische bloeddruk minimaal 20 of de diastolische bloeddruk minimaal 10 mm Hg lager is, is er waarschijnlijk sprake van orthostatische hypotensie.
Een vasovagaal probleem, een plotselinge cerebrale hypoperfusie, kan zich bij ouderen voordoen als gevolg van bijvoorbeeld emoties, pijn, het zien van bloed, lang staan, een warme omgeving en een slechte nachtrust. De vatbaarheid voor vasovagale syncope kan worden getest met de kanteltafeltest (Brignole et al., 2018). Daarbij krijgt een persoon oromucosaal nitroglycerine of intraveneus een bètablokker toegediend om vasodilatatie te bewerkstelligen en de hartfrequentie te reduceren. Vervolgens wordt bij de op de kanteltafel liggende persoon enkele keren de bloeddruk gemeten en dit wordt herhaald zodra de tafel is gekanteld naar een bijna staande positie. Als onder deze laatste omstandigheden syncope optreedt die gepaard gaat met een duidelijke daling van de bloeddruk en/of met asystolie (geen elektrische activiteit van het hart), is er waarschijnlijk sprake van een vasovagaal probleem.
Cardiovasculaire problemen die syncope kunnen induceren, zijn aortastenose, aritmie en sinus caroticussyndroom. Bij het sinus caroticussyndroom worden tijdens zijwaarts of achterover draaien van het hoofd de baroreceptoren in de sinus caroticus van de arteria carotis geprikkeld, waardoor als gevolg van een daling van de hartfrequentie en de bloeddruk syncope kan ontstaan. Beschouwing. Volgens een recent in het Verenigd Koninkrijk uitgevoerd onderzoek is syncope het meest voorkomende medische incident in tandartspraktijken (Sin et al., 2023). Tot die conclusie kwamen eerder ook al de uitvoerders van een systematisch literatuuronderzoek. Ook vonden zij met een meta-analyse van de geselecteerde artikelen dat een tandarts per jaar gemiddeld 1,2 gevallen van syncope meemaakt. Schrikbarend is de bevinding dat 86% van deze tandartsen zelf oordeelde niet te beschikken over de vaardigheden om in geval van syncope adequaat te handelen (Hutse et al., 2021). Verstrekking van deskundige informatie aan mondzorgverleners over syncope, en wellicht over medische incidenten in zijn algemeenheid, is dus geen overbodige luxe.