Praktijkgericht instrument voor de diagnostiek van bruxisme

Door C. de Baat
op 7 oktober 2024
Afbeelding

Introductie. Tijdens het vorige decennium zijn 2 publicaties verschenen naar aanleiding van de internationaal bereikte consensus over de definitie en de diagnosestelling van bruxisme (Lobbezoo et al., 2013; Lobbezoo et al., 2018). Sindsdien bestond behoefte aan een instrument dat behulpzaam is bij de diagnostiek van bruxisme. Inmiddels is de Standardised Tool for the Assessment of Bruxism (STAB) ontwikkeld en gepubliceerd. De STAB bevat een as A, die zich richt op het bruxismegedrag en de mogelijke gevolgen daarvan, en een as B die focust op de etiologische factoren en de comorbiditeit (Manfredini et al., 2024). Toen tijdens het ontwikkelproces van de STAB duidelijk werd dat het een vrij omvangrijk instrument zou worden, is besloten ook een korter, meer op de dagelijkse praktijk afgestemd instrument te ontwerpen. Aan dit instrument is de naam Bruxism Screener (BruxScreen) gegeven. De auteurs van het hier besproken artikel hadden als doelstelling het ontwikkelproces, de resultaten van de testfase en hun eerste indruk van de validiteit (face validity; begripsvaliditeit) van BruxScreen te presenteren (Lobbezoo et al., 2024).

Materiaal en methode. Drie van de 5 auteurs begonnen ieder voor zich met het ontwerpen van een persoonlijke BruxScreen. Nadat de ontwerpers deze versies met elkaar hadden besproken, stelde 1 van hen een gemeenschappelijke versie samen. Via diverse bespreekronden en aanpassingen kwamen ze tot een consensusversie. Het instrument bestaat uit een vragenlijst (BruxScreen-Q) en een door een tandarts in te vullen rapportage van de klinische bevindingen (BruxScreen-C). BruxScreen-Q bevat 6 vragen over knarsen en klemmen en 3 vragen over 6 mogelijke gevolgen daarvan. Alle vragen hebben 6 antwoordmogelijkheden. BruxScreen-C helpt een tandarts systematisch mogelijke symptomen en tekenen van bruxisme te inventariseren, zoals hypertrofie van de musculus masseter, hyperkeratose en andere slijmvliesafwijkingen, exostosen en occlusale en incisale gebitsslijtage. Zowel BruxScreen-Q als BruxScreen-C is voorzien van een introductie met uitleg over en toelichting bij de gehanteerde begrippen.

Beeld: Shutterstock

Tijdens de testfase aan de universiteitsklinieken in Helsinki en Sienna werden respectievelijk Finse en Italiaanse vertalingen gebruikt. BruxScreen-Q werd getest bij 10 vrouwen en 5 mannen, in leeftijd variërend van 18 tot 82 jaar. Om BruxScreen-C te testen werden 12 vrouwelijke en 8 mannelijke tandartsen en 5 vrouwelijke en 2 mannelijke tandheelkundestudenten ingeschakeld. De tandartsen varieerden in leeftijd van 26 tot 52 jaar en de studenten van 20 tot 23 jaar.

Om iets te kunnen zeggen over de begripsvaliditeit van BruxScreen moest iedere auteur van dit artikel een impressie van de te verwachten betrouwbaarheid geven.

Resultaten. Na de testfase hadden met betrekking tot BruxScreen-Q 2 proefpersonen behoefte aan meer toelichting bij de gebruikte terminologie. Vier proefpersonen vroegen waarom bij de antwoordmogelijkheden ‘weet ik niet’ ontbrak en 3 hadden liever minder dan 6 antwoordmogelijkheden gezien. Van de 20 tandartsen vonden 2 dat de uitleg en toelichting bij BruxScreen-C moest worden uitgebreid om de symptomen en tekenen van bruxisme beter weer te geven. Ook misten 2 tandartsen duidelijke grenswaarden om aan te geven wanneer de diagnose bruxisme moest worden gesteld en aanwijzingen voor de behandeling bij bepaalde scores op BruxScreen-C. Zowel BruxScreen-Q als BruxScreen-C werd goed beoordeeld op de toepasbaarheid in de dagelijkse praktijk en op de benodigde invultijd, die niet meer bedroeg dan respectievelijk 5 en 10 minuten. Als vervolg op al deze opmerkingen werd aan alle vragen van BruxScreen-Q de antwoordmogelijkheid ‘weet ik niet’ toegevoegd.

De auteurs waren eensluidend in hun indrukken van de begripsvaliditeit. Zij waren van mening dat BruxScreen een betrouwbaar oordeel geeft over de frequentie van spieractiviteiten in relatie tot slaap- en waakbruxisme, over de mogelijke gevolgen daarvan en over de symptomen en tekenen van bruxisme.

Beschouwing. De conclusie luidde dat BruxScreen vooralsnog een doelmatig instrument lijkt dat verder kan worden getest in de algemene praktijk.

Aan de opmerking van 2 tandartsen dat de uitleg en toelichting bij BruxScreen-C moest worden uitgebreid om de symptomen en tekenen van bruxisme beter te beschrijven, zijn geen consequenties verbonden omdat 90% van de proefpersonen de tekst als voldoende beoordeelde. Ook de suggestie om het aantal antwoordmogelijkheden op de vragen van BruxScreen-Q te reduceren, is niet gehonoreerd omdat in een eerder uitgevoerd onderzoek was gebleken dat de proefpersonen goed konden omgaan met de subtiele verschillen in antwoordmogelijkheden op deze vragen (Van der Meulen et al., 2006).

In 2017 zijn in het NTVT 2 overzichtsartikelen over bruxisme gepubliceerd. Een van de constateringen was dat er nog veel onduidelijk was over de waarde en vergelijkbaarheid van de verschillende diagnostische methoden (Lobbezoo et al., 2017a; Lobbezoo et al., 2017b). Vermoedelijk zijn zowel de STAB als BruxScreen een stap in de goede richting.

Bron & literatuur

  • Lobbezoo F, Ahlberg J, Verhoeff MC, et al. The bruxism screener (BruxScreen): Development, pilot testing and face validity. J Oral Rehabil 2024; 51: 59-66.
  • Lobbezoo F, Ahlberg J, Glaros AG, et al. Bruxism defined and graded: an international consensus. J Oral Rehabil 2013; 40: 2-4.
  • Lobbezoo F, Jacobs R, De Laat A, Aarab G, Wetselaar P, Manfredini D. Kauwen op bruxisme. Diagnostiek, beeldvorming, epidemiologie en oorzaken. Ned Tijdschr Tandheelkd 2017a; 124: 309-316.
  • Lobbezoo F, Jacobs R, De Laat A, Aarab G, Wetselaar P, Manfredini D. Kauwen op bruxisme. Associaties, gevolgen en behandeling. Ned Tijdschr Tandheelkd 2017b; 124: 369-376.
  • Lobbezoo F, Ahlberg J, Raphael KG, et al. International consensus on the assessment of bruxism: Report of a work in progress. J Oral Rehabil 2018; 45: 837-844.
  • Manfredini D, Ahlberg J, Aarab G, et al. Standardised Tool for the Assessment of Bruxism. J Oral Rehabil 2024; 51: 29-58.
  • Meulen MJ van der, Lobbezoo F, Aartman IHA, Naeije M. Self-reported oral parafunctions and pain intensity in temporomandibular disorder patients. J Orofac Pain 2006; 20: 31-35.

Informatie

Rubriek
Publicatiedatum
7 oktober 2024,