Introductie. Het vlak van occlusie wordt beschreven als het gemiddelde vlak dat gevormd wordt door de incisale randen en de occlusale vlakken van de gebitselementen (Glossary of Prosthodontic Terms, 2023). Het bepalen en instellen van het vlak van occlusie is een vaste stap in het vervaardigen van een gebitsprothese bij edentate patiënten, waarbij wordt gebruikgemaakt van de bovenwaswal en een beetvork. Hierbij wordt beoordeeld of de beetvork, en dus de bovenwaswal, evenwijdig loopt aan het vlak van Camper dat loopt door het midden van de uitwendige gehoorgangen (meatus acoustici externi) en het raakvlak tussen de onderkant van het neustussenschot (septum nasi) en de bovenlip (punctum subnasale) (Kalk, 2001). Een ander faciaal referentievlak dat frequent wordt beschreven, is de ala-traguslijn die loopt door de onderste punt van de neusvleugel (ala nasi) en het kleine kraakbeenplaatje aan de voorkant van het oor (tragus), waarbij 3 mogelijke traguspunten kunnen worden gehanteerd, te weten tragus inferior, middelste tragus en tragus superior (Abi-Ghosn, 2014). De toepassing van een beetvork is bij dentaten beperkt beschreven. Dat geldt ook voor andere technieken om het vlak van occlusie te bepalen (Mazurkiewicz, 2022). Het bepalen en hanteren van het juiste vlak van occlusie bij complete rehabilitaties van dentate patiënten is echter van groot belang wegens esthetiek (een convexe lachlijn) en functie (het voorkomen van storende contacten in de zijdelingse delen) (Dawson, 2007). Mogelijk biedt de komst van digitale technieken uitkomst voor het betrouwbaar bepalen en instellen van het vlak van occlusie bij dentate patiënten. In een cohortonderzoek door El-Sabbagh (2024) werd de sagittale positie van de gebitselementen in de bovenkaak in relatie tot faciale referentiepunten berekend met behulp van een digitale, driedimensionale analyse en werd de validiteit en betrouwbaarheid van het toepassen van een gesimuleerde, digitale beetvork geëvalueerd.