Invloed van viscositeit van flowable composieten op klinisch functioneren

Door L. Veenman M.S. Cune
op 4 februari 2025
Afbeelding

Ñaupari-Villasante et al (2024) onderzochten het klinisch functioneren van op methacrylaat gebaseerde flowable composieten met verschillende viscositeiten en een flowable composiet met ormocer-technologie in niet-carieuze cervicale laesies.

Introductie

Niet-carieuze cervicale laesies (non-carious cervical lesions, NCCLs) worden gekenmerkt door tandweefselverlies langs de gingivarand zonder dat er sprake is van cariës. Dit komt voor bij 47-93% van de volwassenen (Teixeira et al., 2020). Indien geïndiceerd, kunnen NCCLs worden hersteld met composiet. Maar heeft de viscositeit van de composiet invloed op de levensduur van die restauraties? Ñaupari-Villasante et al (2024) onderzochten het klinisch functioneren van op methacrylaat gebaseerde flowable composieten met verschillende viscositeiten en een flowable composiet met ormocer-technologie in NCCLs.

Materiaal en methode

In een dubbelblinde, gerandomiseerde studie binnen een universiteitskliniek werden patiënten met NCCLs geïncludeerd. Gebitselementen werden geïncludeerd als ze vitaal waren, niet mobiel en als de preparatierand niet meer dan 50% glazuur bevatte. Patiënten met een slechte mondhygiëne, met parodontitis, de aanwezigheid van bruxisme, orthodontische apparatuur en uitneembare gebitsprothesen waren exclusiecriteria. De patiënten werden behandeld met 3 soorten composiet: flowable composiet met ormocer-technologie (Admira Fusion Flow), op methacrylaat gebaseerde composiet met lage viscositeit (GrandioSO Flow) en op methacrylaat gebaseerde composiet met hoge viscositeit (GrandioSO Heavy Flow). Het restauratietype werd willekeurig toebedeeld. Voorafgaand aan de restauratie werden de te behandelen laesies beoordeeld op verschillende factoren, zoals de mate van dentinesclerose, dimensies van de laesie (diepte, hoogte, breedte en de grootte van de hoek met het restweefsel in graden) en preoperatieve gevoeligheid door middel van blazen. De NCCLs werden gereinigd met puimsteen en onder rubberdam hersteld na het aanbrengen van een universele adhesief (Futurabond), met selectief etsen van het glazuur. De evaluatie werd verricht door 2 gekalibreerde tandartsen op verschillende momenten: bij de start (baseline) en na 6, 12, 24, 36 en 48 maanden. Een restauratie werd als ‘gefaald’ beschouwd bij een fractuur of loskomen van de restauratie. Secundaire uitkomstmaat was het ‘succes’, waarbij onder andere de randaansluiting en -verkleuring werd gescoord.

Resultaten

 In totaal werden 183 NCCLs gerestaureerd bij 27 patiënten die elk minstens 3 laesies hadden. De laesies waren dieper dan 1 mm en betroffen zowel glazuur als dentine. De overleving voor flowable composieten met ormocer-technologie of voor op methacrylaat gebaseerde composieten met een hoge of lage viscositeit was na 48 maanden respectievelijk 80,4% (95%BI: 66,8-89,3%), 89,4% (95%BI: 77,4-95,4%) en 95,6% (95%BI: 85,2-98,7%). Het gebruik van een flowable composiet met een hoge viscositeit leidde tot ongeveer 1,5 keer (95%BI: 1,1-2,2) sneller verlies van de restauratie ten opzichte van de laagvisceuze flowables. Er was geen verschil in succes tussen de restauraties.

Beschouwing

Op basis van het huidige onderzoek lijkt de viscositeit van de flowable composieten een rol te spelen in de retentie van klasse V-restauraties. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de laagvisceuze flowables ook een lagere elasticiteitsmodulus hebben, waardoor eventuele trekspanningen bij occlusale belasting beter door het materiaal worden opgevangen en minder op het adhesieve oppervlak komen. Daarnaast vloeien laagvisceuze flowables beter in kleine onregelmatigheden van het tandoppervlak, wat kan bijdragen aan een betere adaptatie en dus een sterkere hechting. Een laatste verklaring is dat een laagvisceuze flowable de kans op luchtinsluiting vermindert, wat de hechting ook verbetert.

In 2017 is onderzoek gedaan naar de overleving van klasse V-composietrestauraties (Kim et al.). De gemiddelde overleving bleek 15 jaar, met cumulatieve overlevingspercentages na 5 en 10 jaar van respectievelijk 95,5% en 83,1% (microhybride composiet, Filtek Z100). Dit lijkt vergelijkbaar met de 2 soorten flowable composiet met lage viscositeit in het besproken onderzoek. De vraag is of viscositeit ook bij reguliere composiet een rol speelt. Verdere kanttekening is de samenstelling van de onderzoekspopulatie. Die bestond uit patiënten zonder bruxisme, parodontitis en andere factoren die de overleving van restauraties negatief konden beïnvloeden. Daarnaast lag een deel van de preparatiegrens in het glazuur, waardoor wellicht een ander resultaat wordt bereikt dan wanneer de restauratie geheel in de worteldentine ligt. Voorzichtigheid is daarom geboden bij de generalisatie van de resultaten naar patiënten in de algemene praktijk.

Literatuur

  • Ñaupari-Villasante R, Carpio-Salvatierra B, de Freitas A, et al. Influence of different viscosity and chemical composition of flowable composite resins: A 48-month split-mouth double-blind randomized clinical trial. Dent Mater 2024 Aug 14; S0109-5641(24)00233-1. https://doi.org/10.1016/j.dental.2024.07.034 

    Kim JH, Cho J, Lee Y, Cho BH. The survival of class V composite restorations and analysis of marginal discoloration. Oper Dent 2017; 42: E93-E101. https://doi.org/10.2341/16-186-c 

    Teixeira DNR, Thomas RZ, Soares PV, Cune MS, Gresnigt MMM, Slot DE. Prevalence of noncarious cervical lesions among adults: a systematic review. J Dent 2020; 95: 103285. https://doi.org/10.1016/j.jdent.2020.103285

Informatie

Publicatiedatum
4 februari 2025,
Citeren

Veenman L, Cune MS. Invloed van viscositeit van flowable composieten op klinisch functioneren. Ned Tijdschr Tandheelkd 2025; 132: 75-76