Metformine: fijne formule voor parodontaal herstel?

Door M.M.W. Mir
op 4 november 2025
Afbeelding

Een dierproefstudie suggereert dat metformine vertraging van parodontaal herstel tegengaat. Mogelijkerwijs heeft een lokale in plaats van systemische toediening voldoende effect met weinig risico op bijwerkingen. Dat maakt metformine potentieel interessant voor adjuvante behandeling van parodontitis. Wang et al. (2025) onderzochten daarom met behulp van muismodellen of systemische toediening van metformine na handmatig geïnduceerde parodontitis leidt tot herstel van bot, wortelcement en parodontaal ligament door activering van energiegerelateerde signaalroutes en demping van ontstekingsmediatoren.

Introductie

Parodontitis blijft een grote uitdaging in de mondzorg, vooral het verkrijgen van volledig herstel van het parodontium na behandeling. Het verkrijgen van volledig parodontaal herstel wordt bereikt door hernieuwde aanhechting van het ligament aan het alveolaire bot, osteogenese en cementogenese (Padial-Molina et al., 2015). Dit proces vereist een overgang van een inflammatoire fase naar een proliferatieve en remodelleringsfase. In de literatuur worden enkele ontstekingsfactoren beschreven die dit herstel belemmeren, zoals interleukine-1β (IL-1β) en tumornecrosefactor-α (TNF-α) (Liu et al., 2010). Langdurige aanwezigheid van deze ontstekingsfactoren kan parodontale reparatie vertragen.

Van metformine – bij diabetespatiënten bekend om zijn gunstige effecten op het celmetabolisme – is recent aangetoond dat het alveolair bot beschermt tegen experimentele parodontitis door remming van de hierboven genoemde ontstekingsmediatoren (Bahrambeigi et al., 2019). Aangezien bij het herstel van het parodontium dezelfde factoren en mechanismen een rol spelen, rijst de interessante vraag of metformine ook de parodontale reparatie kan bevorderen. Wang et al. (2025) onderzochten daarom met behulp van muismodellen of systemische toediening van metformine na handmatig geïnduceerde parodontitis leidt tot herstel van bot, wortelcement en parodontaal ligament door activering van energiegerelateerde signaalroutes en demping van ontstekingsmediatoren.

Materiaal en methode

Bij 10 weken oude muizen werd rond de tweede molaar parodontitis geïnduceerd met behulp van een aangebracht zijde-ligatuur. Na 1 week werd de ligatuur verwijderd en ontvingen de muizen 4 weken lang dagelijks 50 mg/kg metformine intraperitoneaal. De controlegroep kreeg eenzelfde hoeveelheid van een zoutoplossing toegediend. Aan het einde van de behandelperiode werden micro-CT-metingen uitgevoerd om de afstand tussen de glazuur-cementgrens en het alveolair bot (CEJ-ABC), botmineraaldichtheid en botvolume/weefselvolume te bepalen. Histologische analyses en immunohistochemie gaven inzicht in de mate van osteoclastactiviteit, pocketdiepte en heraanhechting van het parodontale ligament. In celkweken werden mononucleaire beenmergcellen geëvalueerd op hun neiging tot osteoclastdifferentiatie. Daarnaast werden parodontale ligament- en cementoblastachtige cellen getest op proliferatie, migratie en mineralisatie in de aanwezigheid van een ontstekingsstimulus, met en zonder metformine.

Resultaten

Muizen die metformine ontvingen, toonden een significante verkleining van de CEJ-ABC-afstand en een toename van zowel botmineraaldichtheid als botvolume/weefselvolume in vergelijking met de controlegroep, wat wijst op bot- en cementherstel. Histologisch was het aantal osteoclasten duidelijk gereduceerd en was de verhouding tussen botafbraak- en botopbouwsignalen verlaagd, wat volgens de onderzoekers leidde tot een kleinere pocketdiepte en betere ligamenthechting. In celkweek herstelde metformine de door ontsteking geremde energiesignalering, remde het osteoclastvorming en bevorderde het de proliferatie, migratie en matrixmineralisatie van parodontale ligament- en cementoblastcellen.

Beschouwing

Deze dierproefstudie suggereert dat metformine vertraging van parodontaal herstel, onder andere veroorzaakt door IL-1β gedreven botresorptie en disfunctie van parodontale stamcellen, tegengaat. Van metformine is, naast zijn positieve werking, echter ook bekend dat het bijwerkingen kan hebben. Zo worden zeer vaak (> 10%) maag-darmklachten, misselijkheid, braken, diarree, buikpijn en verlies van eetlust gerapporteerd. Enkele vaak (1-10%) gerapporteerde bijwerkingen omvatten hoofdpijn en duizeligheid (Farmacotherapeutisch Kompas, 2025). Er wordt doorgaans een dosering van minimaal 500 tot maximaal 3000 mg/d gehanteerd. De onderzoekers beschrijven dat de toegediende dosering aan de muizen het equivalent is van een dosering bij mensen van 4,2 mg/kg lichaamsgewicht/dag, wat 4,8 keer minder is dan de dosering die wordt toegediend aan diabetespatiënten (20 mg/kg/dag). Mogelijkerwijs heeft een lokale in plaats van systemische toediening, bijvoorbeeld in de vorm van een gel, voldoende effect met nog minder bijwerkingen. Op basis van deze gegevens lijkt het risico op bijwerkingen niet groot.

Een belangrijke kanttekening bij de externe validiteit van het onderzoek is dat de muizen systemisch gezond waren en parodontitis slechts kortdurend aanwezig was. Bij mensen is vaak sprake van comorbiditeit (denk aan hyperglykemie, cardiovasculaire aandoeningen) en is de parodontitis vaak chronisch (Holmstrup et al., 2017). Onduidelijk is hoe effectief metformine is en wat de juiste dosering zou zijn in het geval van comorbiditeiten.

Al met al is metformine potentieel interessant voor adjuvante behandeling van parodontitis. Voor vertaling naar de kliniek is echter vervolgonderzoek naar de farmacokinetiek, weefseldistributie en optimale dosering en vorm van toediening in parodontale weefsels noodzakelijk.

Literatuur

Informatie

Publicatiedatum
4 november 2025,
Citeren

Mir MMW. Metformine: fijne formule voor parodontaal herstel? Ned Tijdschr Tandheelkd 2025; 132: 533-534

Auteursinformatie