Effect van Twin Block en Herbst-apparatuur op condylus en fossa tijdens behandeling van klasse II-malocclusies

Door V. Zijnge
op 9 december 2025
Afbeelding

Chávez-Sevillano et al. (2025) gebruikten in dit gerandomiseerde klinisch onderzoek met conebeamcomputertomografie (CBCT) verkregen 3D-gegevens om het effect van de Twin Block en Herbst-apparatuur tijdens de orthodontische behandeling van een overjet van meer dan 6 mm bij patiënten met klasse II-1 op de condylus en de fossa glenoidalis te onderzoeken.

Introductie

Functionele apparatuur, zoals de Twin Block, een activator of een Herbst, kan gebruikt worden voor het opheffen van een skelettale klasse II-malocclusie. Het idee achter de toepassing van deze apparatuur is dat door het gedwongen dichtbijten in een proale beet, de groei van de onderkaak gestimuleerd wordt en de retrognathie opgeheven wordt. Veel onderzoeken laten zien dat een Twin Block effectief is bij het behandelen van klasse II-malocclusies. Discussie blijft echter of dit veroorzaakt wordt door daadwerkelijk groei van de kaak, door dentoalveolaire compensatie of veranderingen in het kaakgewicht of door een combinatie hiervan (Kramer, 2020). De meeste onderzoeken maakten in het verleden gebruik van gegevens die waren verkregen met 2D-cefalometrie. Chávez-Sevillano et al. (2025) gebruikten in dit gerandomiseerde klinisch onderzoek met conebeamcomputertomografie (CBCT) verkregen 3D-gegevens om het effect van de Twin Block en Herbst-apparatuur tijdens de orthodontische behandeling van een overjet van meer dan 6 mm bij patiënten met klasse II/1 op de condylus en de fossa glenoidalis te onderzoeken.

Materiaal en methode

Voor hun onderzoek selecteerden Chávez-Sevillano et al. patiënten met een klasse II/1-malocclusie van 6 mm of meer die aan het begin van hun groeispurt stonden. Van de 24 patiënten werden 12 random toegewezen aan de Twin Block-groep en 12 kregen een Herbst. CBCT-opnames werden voorafgaand aan de behandeling en 12 maanden na de start van de behandeling gemaakt. Veranderingen in de condylus en fossa werden beoordeeld na superimpositie van de CBCT-beelden.

Resultaten

Na een jaar waren de veranderingen in de condylus en fossa vergelijkbaar tussen beide behandelmodaliteiten. In de Twin Block-groep groeide de condylus 1,3 mm links en rechts en de fossa 0,8 mm (rechts) en 0,4 mm (links). De Herbst-groep liet vergelijkbare en niet significant verschillende veranderingen zien in de condylus van 1,4 mm (rechts) en 1,7 mm (links) en een groei van de fossa van 0,1 mm. Daarnaast concluderen de onderzoekers dat functionele apparatuur vooral resulteert in dentoalveolaire veranderingen.

Beschouwing

Net als veel andere onderzoeken wordt ook het onderhavige onderzoek gelimiteerd door de kleine onderzoeksgroepen. Daarnaast was het alleen mogelijk de onderzoekers te blinderen voor de analyse van de CBCT en niet voor het plaatsen van de apparatuur. Een derde punt van aandacht is het ontbreken van een controlegroep. Vanuit ethisch oogpunt is het ook lastig om patiënten een behandeling te onthouden. In een vergelijkbare studie door Friesen et al. (2025) is echter ook gekeken naar de veranderingen die een Twin Block of Xbow (vast functioneel apparaat) hebben op de condylus en de fossa. Een controlegroep bestond uit vergelijkbare patiënten die alleen vaste apparatuur (brackets) kregen, bij wie gestart werd met standscorrecties en de klasse II-correctie in tweede instantie plaatsvond na 12 maanden. Friesen et al. vonden geen significant verschil in de ontwikkeling van de fossa en condylus tussen de 3 groepen. Door beide onderzoeken naast elkaar te leggen wordt het belang van een controlegroep duidelijk. Het lijkt er namelijk op dat de fossa en condylus dus wel veranderen tijdens de groeispurt (onderzoek 1), maar dat dit niet komt door de gebruikte apparatuur (onderzoek 2).

Met de introductie van 3D-CBCT-data is het mogelijk steeds gedetailleerder het effect van functionele en vaste apparatuur op de orthodontische behandeling te onderzoeken. Zoals het onderhavige onderzoek nogmaals lijkt te bevestigen, zijn de voornaamste veranderingen door orthodontisch ingrijpen dentoalveolair en worden deze gecombineerd met de natuurlijke groei. Interessant zou zijn een onderzoek te ontwerpen rondom de vraag via welk biologisch proces de klasse II-kaakrelatie gecorrigeerd wordt: dentaal, skelettaal of dentoalveolair, waarbij de nadruk ligt op het proces in plaats van de gebruikte methode.

Literatuur

  • Chávez-Sevillano MG, Carvalho FAR, Miguel JAM, et al. Three-dimensional condyle and glenoid fossa alterations after class II treatment with twin block and herbst functional appliances - a randomized clinical trial. Eur J Orthod 2025; 47: cjaf038. https://doi.org/10.1093/ejo/cjaf038

  • Friesen R, Aldajani T, Kaipatur NR, et al. Temporomandibular joint condylar/fossa positional changes after Herbst and Xbow treatments in adolescents assessed through cone-beam computed tomography imaging: A randomized controlled trial. Am J Orthod Dentofacial Orthop 2025; 167: 515-525.e1. https://doi.org/10.1016/j.ajodo.2025.01.016

  • Kramer EM, Kramer GJC. Acivator of Herbst; wat is beter? Ned Tijdschr Tandheelkd 2020; 127: 671-676. https://doi.org/10.5177/ntvt.2020.12.20048

Informatie

Rubriek
Publicatiedatum
9 december 2025,
Citeren

Zijnge V. Effect van Twin Block en Herbst-apparatuur op condylus en fossa tijdens behandeling van klasse II-malocclusies. Ned Tijdschr Tandheelkd 2025; 132: 598-599

Auteursinformatie