Voorlezen
Raittio et al. (2025) onderzochten of minder parodontale behandelingen kunnen zorgen voor weinig extra tandverlies, maar wel een hoge besparing op zorgkosten kunnen opleveren.
Introductie
Ondanks het ontbreken van sterk bewijs uit gerandomiseerde, gecontroleerde onderzoeken over het ideale tijdpad en de inhoud van ondersteunende parodontale en preventieve tandartsbezoeken wordt aanbevolen om de parodontale zorg regelmatig in te plannen op basis van de individuele behoefte van de patiënt, zeker elke 3-12 maanden voor iedereen met parodontitis (Sanz et al., 2020). De prevalentie van deze aandoening bij volwassenen is hoog en wordt mondiaal tussen de 70-100% geschat. In Denemarken werd tussen 2012-2016 0,61% van de overheidsbegroting voor de gezondheidszorg alleen al uitgegeven aan de behandeling van ernstige vormen van parodontitis. Volgens Raittio et al. (2025) vraagt deze situatie erom bestaande behandelpatronen te heroverwegen. Het doel van hun onderzoek was een antwoord te geven op de vraag of het beperken of afschaffen van de jaarlijkse parodontale behandeling het risico op verlies van gebitselementen na 10 jaar zou veranderen ten opzichte van huidige behandelpatronen.
Materiaal en methode De gebruikte gegevens waren afkomstig uit een Deens registergebaseerd cohortonderzoek. Hieruit werden 20.000 volwassenen (50-jarigen) willekeurig geselecteerd die tussen 1990 en 2021 konden worden gevolgd. Op basis van gegevens uit het National Health Services Register werd de jaarlijks uitgevoerde parodontale behandeling verkregen. De analyses werden uitgevoerd volgens de longitudinale methodologie van het aangepaste behandelbeleid (longitudinal modified treatment policy ). Er werden 3 scenario’s opgesteld: 1) personen mochten 2 opeenvolgende jaren geen parodontale zorg ontvangen; 2) personen mochten 2 opeenvolgende jaren geen supragingivale zorg ontvangen, maar wel subgingivale of chirurgische parodontale zorg; en 3) toename van de jaarlijkse parodontale behandeling. De uitkomstvariabele was minstens 1 niet-chirurgische extractie van een gebitselement. Van 2011 tot 2021 werd de cumulatieve incidentie van extracties tussen de 3 scenario’s vergeleken en ook het waargenomen parodontale tandartsbezoek.
Resultaten Tussen 2011 en 2021 verlieten 5,9% mensen het onderzoek en werd bij 25,1% minstens 1 gebitselement geëxtraheerd. Gedurende de 10 jaar was het gemiddelde aantal jaren waarin parodontale behandeling had plaats gevonden 6,2. Voor scenario 1 was dit 3,5, voor scenario 2 4,4 en voor scenario 3 7,1. Scenario’s 1 en 2 voorspelden dus achtereenvolgens een ongeveer 50% en 30% lager gebruik van parodontale behandelingen gedurende de periode van 10 jaar, terwijl scenario 3 een toename van 15% voorspelde. Er werd een minimaal verschil (0,1%) in de cumulatieve incidentie van geëxtraheerde gebitselementen tussen scenario’s 1 en 2 geobserveerd en een afname van 0,3% voor scenario 3.
Beschouwing In dit onderzoek analyseerden de onderzoekers de invloed van een beleid dat gesubsidieerde parodontale behandeling beperkt tot 1 keer per 2 jaar. Dit hypothetische beleid zou het aantal jaren dat parodontale zorg wordt verleend met ongeveer 30-50% verlagen. Desalniettemin toonden de bevindingen aan dat dit beleid van minimale invloed is op de cumulatieve incidentie van niet-chirurgische extractie van gebitselementen in vergelijking met de waargenomen parodontale behandelingspatronen. Bovendien toonden aanvullende analyses aan dat een toename van 15% in het gebruik van parodontale zorg de cumulatieve incidentie van ten minste 1 niet-chirurgisch geëxtraheerd gebitselement over 10 jaar niet significant zou verlagen in vergelijking met de waargenomen parodontale behandelingspatronen.
Hoewel de onderzoekers een nieuwe, meer toepasbare, analytische methode voor dit type onderzoek hebben gebruikt, zijn er toch een aantal methodologische opmerkingen te plaatsen. Zo zijn de gegevens afkomstig uit administratieve registratiesystemen en niet uit de praktijk. Het is ook bekend dat roken een negatieve invloed heeft op gingivale en parodontale weefsels en die toestand was niet geregistreerd. Een geëxtraheerd gebitselement was de enige uitkomstvariabele en de relatie tussen de parodontale behandeling en het elimineren van bijvoorbeeld pijn, ongemak en infectie is niet bekend.
Toch toont dit onderzoek een belangrijk punt aan en dat is de aan- of afwezigheid, in algemene zin, van een causaal verband tussen een aandoening en de gekozen therapie en de frequentie ervan. Is het nodig om altijd tandsteen te verwijderen en moet dat 2 keer per jaar? Wat is het effect ervan op de gingivale en parodontale gezondheid op de lange termijn? Zo zijn er meer situaties te noemen. Medische behandelingen kosten geld en de begrotingen van de ministeries van Gezondheidszorg zijn in de westerse landen hoog.
Literatuur
Raittio E, Lopez R, Baelum V. Restricting periodontal treatment frequency: impact on tooth loss in Danish adults. Community Dent Oral Epidemiol 2025; 53: 205-215. https://doi.org/10.1111/cdoe.13022
Sanz M, Herrera D, Kebschull M, et al. Treatment of stage I-III periodontitis - The EFP S3 level clinical practice guideline. J Clin Periodontol 2020; 47: Suppl 22: 4-60. https://doi.org/10.1111/jcpe.13290