Effect van leefstijlinterventie op kwetsbaarheid

Door C. de Baat
op 3 maart 2026
Afbeelding

Bij mensen die risico lopen op het ontstaan van dementie is voortdurende ondersteuning van een gezonde leefstijl noodzakelijk om fysieke (pre)kwetsbaarheid op oudere leeftijd te vermijden of uit te stellen. Het bevorderen van de consumptie van proteïnen zou een bijdrage kunnen leveren aan de preventie van zowel ondervoeding als (pre)kwetsbaarheid bij deze groep.

Introductie

Kwetsbaarheid wordt voornamelijk vastgesteld op basis van waarneembare kenmerken, het zogenoemde fenotype (Fried et al., 2001). Andere diagnostische methoden zijn de kwetsbaarheidsindex en kwetsbaarheidsvragenlijsten (Rockwood et al., 2002; Rockwood et al., 2005; Morley et al., 2012). Met al deze methoden zijn onderzoeken uitgevoerd. Een generaliserende uitkomst daarvan is dat kwetsbaarheid kan worden gereduceerd door mono- en vooral multidisciplinaire interventies (Dedeyne et al., 2017; Puts et al., 2017). Nadeel van de uitgevoerde onderzoeken is dat het effect van de interventies slechts kortdurend is vervolgd. De auteurs van het voorliggende artikel wilden nagaan of de door hen gekozen multidisciplinaire leefstijlinterventie een langdurig en gunstig effect heeft op de fenotypen fysiek prekwetsbaar en fysiek kwetsbaar (Pöyhönen et al., 2025).

Materiaal en methode

Het onderzoek werd uitgevoerd onder 1.201 60- tot 77-jarige thuiswonende, regelmatig een zorgcentrum bezoekende ouderen in Finland. Deze ouderen scoorden minimaal 6 op de vragenlijst Cardiovascular Risk Factors, Aging, and Dementia (CAIDE). De CAIDE is ontwikkeld om op middelbare leeftijd een indruk te verschaffen van het risico op dementie. Vanaf score 6 is dit risico groter dan het gemiddelde risico (Kivipelto et al., 2006). Na de selectie van participanten werden ze aselect verdeeld in een interventie- en een controlegroep. Alle participanten van de interventiegroep ondergingen gedurende 2 jaar een multidisciplinaire leefstijlinterventie. Deze bestond uit gezonde voeding, lichaamsbeweging, cognitieve en sociale bezigheden en bewaking van metabole en vasculaire risicofactoren. In de controlegroep werd de gebruikelijke zorg gecontinueerd. Evaluaties werden uitgevoerd bij aanvang en na 2, 7 en 11 jaar. Een arts voerde op deze evaluatiemomenten bij alle participanten een fysiek medisch onderzoek uit. Hierbij werden de criteria van Fried voor de fenotypering van kwetsbaarheid toegepast (Fried et al., 2002). Daarnaast werd gebruikgemaakt van de Short Physical Performance Battery (SPPB) (Guralnik et al., 1994; Eusepi et al., 2025). De Fried-criteria zijn gewichtsverlies, afname van handknijpkracht, uitputting, geringe fysieke activiteit en onvoldoende loopsnelheid. Bij de SPPB worden de loopsnelheid, de stabalans en de snelheid van 5 keer achter elkaar opstaan uit een stoel bepaald. Op de evaluatiemomenten na 7 en 11 jaar vulden alle participanten de Mini Nutritional Assessment Short Form in. Op alle evaluatiemomenten werd aan de hand van een tevoren driedaags bijgehouden voedingsdagboek de inname van nutriënten bepaald.

Resultaten

Bij aanvang van het onderzoek was 54% niet kwetsbaar, 45% prekwetsbaar en 1% kwetsbaar. Vanwege het geringe percentage kwetsbaren, maakten de onderzoekers verder geen onderscheid tussen prekwetsbaar en kwetsbaar. Bij de (pre)kwetsbaren hadden de volgende variabelen statistisch significant afwijkende waarden of aantallen ten opzichte van de niet-kwetsbaren: grotere body mass index, meer chronische ziekten, minder consumptie van proteïnen, lagere loopsnelheid en lagere handknijpkracht. Van de niet-kwetsbaren waren degenen in de controlegroep statistisch significant jonger dan degenen in de interventiegroep. De prevalentie van (pre)kwetsbaarheid was na 2 jaar in de interventiegroep gereduceerd van 46,5% tot 41,5% en in de controlegroep toegenomen van 44,8% tot 49,4%. Dit resulteerde in een statistisch significant totaal verschil van 9,6 procentpunten. Na 7 jaar bleek dit statistisch significante verschil nog steeds te bestaan. Het bedroeg toen 6,2 procentpunten. Na 11 jaar was het verschil niet meer statistisch significant. (Pre)kwetsbaarheid bleek sterk geassocieerd met oudere leeftijd, minder consumptie van proteïnen en groter aantal chronische ziekten. Kijkend naar de invloed van elk apart Fried-criterium, vonden de onderzoekers dat de interventie alleen de kans op “geringe fysieke activiteit” kon uitstellen. Dit effect was aantoonbaar voor de gehele vervolgperiode van 11 jaar, zij het dat het effect in de loop van de tijd steeds verder afzwakte.

Beschouwing

De multidisciplinaire leefstijlinterventie had een preventief effect op het ontstaan van het fenotype fysiek (pre)kwetsbaar tijdens de actieve interventieperiode van 2 jaar. Dit effect persisteerde tot en met het evaluatiemoment na 7 jaar, maar bleek verdwenen na 11 jaar. Ondanks de bij aanvang van het onderzoek statistisch significante verschillen tussen de interventie- en de controlegroep op enkele variabelen, lijkt het wetenschappelijk verantwoord te concluderen dat de interventie een gunstig effect had op het fenotype (pre)kwetsbaar. Fysieke activiteit bleek de meest effectieve component van de interventie. Kennelijk is bij mensen die risico lopen op het ontstaan van dementie voortdurende ondersteuning van een gezonde leefstijl noodzakelijk om fysieke (pre)kwetsbaarheid op oudere leeftijd te vermijden of uit te stellen. Onvoldoende consumptie van proteïnen heeft grote voorspellende waarde voor het ontstaan van het fenotype fysiek (pre)kwetsbaar op korte termijn. Op oudere leeftijd gaan ondervoeding en (pre)kwetsbaarheid vaak hand in hand. Wellicht kan het bevorderen van de consumptie van proteïnen een bijdrage leveren aan de preventie van zowel ondervoeding als (pre)kwetsbaarheid.

Literatuur

  • Dedeyne L, Deschodt M, Verschueren S, Tournoy J, Gielen E. Effects of multi-domain interventions in (pre)frail elderly on frailty, functional, and cognitive status: a systematic review. Clin Interv Aging 2017; 12: 873-896. https://doi.org/10.2147/CIA.S130794

  • Eusepi D, Pellicciari L, Ugolini A, et al. Reliability of the Short Physical Performance Battery (SPPB): a systematic review with meta-analysis. Eur Geriatr Med 2025; online ahead of print. https://doi.org/10.1007/s41999-025-01277-x

  • Fried LP, Tangen CM, Walston J, et al. Frailty in older adults: evidence for a phenotype. J Gerontol A Biol Sci Med Sci 2001; 56: M146-M157. https://doi.org/10.1093/gerona/56.3.m146

  • Guralnik JM, Simonsick EM, Ferrucci L, et al. A short physical performance battery assessing lower extremity function: association with self-reported disability and prediction of mortality and nursing home admission. J Gerontol 1994; 49: M85-M94. https://doi.org/10.1093/geronj/49.2.m85

  • Kivipelto M, Ngandu T, Laatikainen B, Winblad B, Soininen H, Tuomilehto J. Risk score for the prediction of dementia risk in 20 years among middle aged people: a longitudinal, population-based study. Lancet Neurol 2006; 5: 735-741. https://doi.org/10.1016/S1474-4422(06)70537-3

  • Morley JE, Malmstrom TK, Miller DK. A simple frailty questionnaire (FRAIL) predicts outcomes in middle aged African Americans. J Nutr Health Aging 2012; 16: 601-608. https://doi.org/10.1007/s12603-012-0084-2

  • Pöyhönen J, Roitto HM, Lehtisalo J, et al. Short- and long-term effect of multidomain lifestyle intervention on frailty: Post hoc analysis of an RCT. J Am Geriatr Soc 2025; 73: 2457-2465. https://doi.org/10.1111/jgs.19552 

  • Puts MTE, Toubasi S, Andrew MK, et al. Interventions to prevent or reduce the level of frailty in community-dwelling older adults: a scoping review of the literature and international policies. Age Ageing 2017; 46: 383-392. https://doi.org/10.1093/ageing/afw247

  • Rockwood K, Mitnitski AB, MacKnight C. Some mathematical models of frailty and their clinical implications. Rev Clin Gerontol 2002; 12: 109-117. https://doi.org/10.1017/S0959259802012236

  • Rockwood K, Song X, MacKnight C, et al. A global clinical measure of fitness and frailty in elderly people. CMAJ 2005; 173: 489-495. https://doi.org/10.1503/cmaj.050051

Informatie

Publicatiedatum
3 maart 2026
Citeren

de Baat C. Effect van leefstijlinterventie op kwetsbaarheid. Ned Tijdschr Tandheelkd 2026; 133: 152-153

Auteursinformatie