Voorlezen
Onderzoek toont aan dat de fluorideconcentratie in reservoirs in de tijd significant afneemt na 1 applicatie van aangezuurde fluoride-gel. Additionele toevoeging van fluoride-ionen uit tandpasta vergroot de retentie van fluoridereservoirs.
Introductie
Fluoride-gels en -vernissen reageren met glazuur en dentine en vormen losgebonden fluoridereservoirs die, eenmaal opgelost, fluoride-ionen vrijgeven die dan het cariësproces beïnvloeden. Er zijn echter ook factoren die het oplossen van losgebonden fluoridereservoirs kunnen verstoren, zoals: (1) de aanwezigheid van een biofilm die het reservoir bedekt; (2) de frequentie van blootstelling van de biofilm aan fermenteerbare suikers; (3) de blootstelling aan andere fluoridebronnen. In welke hoeveelheid en hoe snel fluoride-ionen vrijkomen is niet duidelijk en dat beïnvloedt de frequentie van professionele fluoridetoediening. Fernandes et al. (2025) onderzochten daarom welke factoren een rol kunnen spelen bij de levensduur van fluoridereservoirs die door professionele fluorideapplicatie op het glazuur worden gevormd.
Materiaal en methode Aan het onderzoek deden twaalf volwassenen mee. Zij droegen een palatinaal gedragen acrylplaat waar blokjes humaan tandglazuur waren ingelegd die vooraf met een applicatie aangezuurde fluoride-gel waren behandeld. Het in-situ- en cross-overonderzoek maakte gebruik van een 4 × 2 × 3 factoriële opzet. De volgende factoren werden onderzocht: (1) cariogene belasting op vier niveaus: geen biofilmaccumulatie en biofilmaccumulatie na blootstelling aan 20% sucrose 0, 2 of 8 keer per dag; (2) tandpasta op twee niveaus: fluoridevrije tandpasta (NF) en 1.100 ppm bevattende fluoridetandpasta (F); (3) tijd op drie niveaus: 2, 7 en 14 dagen. De combinatie van de factoren cariogene belasting en tandpasta werd getest in vier experimentele opstellingen van elk 14 dagen, waarbij monsters werden verzameld na 2, 7 en 14 dagen. De verschillende cariogene belastingen werden in een splitmouth-ontwerp getest. De combinatie van cariogene belastingen bestond uit: (1) geen biofilm versus biofilm die niet aan sucrose werd blootgesteld en (2) biofilm plus blootstelling aan sucrose, 2 versus 8 keer per dag. De tandpasta’s (NF en F) werden elke twee opeenvolgende perioden gewisseld.
De afhankelijke variabelen waren de concentratie van losgebonden fluoride die achterbleef op de blokjes tandglazuur na 2, 7 of 14 dagen, evenals de fluorideconcentratie in de vloeistof van de biofilm die zich na 7 en 14 dagen vormde. De gegevens werden geanalyseerd met behulp van een drievoudige factoriële ANOVA met cariogene belasting, tandpasta en tijd als onafhankelijke variabelen.
Resultaten Er werden geen interacties tussen de drie factoren waargenomen. Factor tijd: de fluorideconcentratie nam statistisch significant af van 2 naar 7 naar 14 dagen intraorale blootstelling. Factor tandpasta: statistisch significante grotere retentie van losgebonden fluoridereservoirs bij gebruik van fluoridetandpasta. Factor cariogene belasting: de laagste fluorideconcentratie werd gevonden in groepen zonder biofilmaccumulatie en in groepen met biofilmaccumulatie die 8 keer per dag aan sucrose werden blootgesteld. De hoogste fluorideconcentratie werd gevonden in de groepen met biofilmaccumulatie die niet aan sucrose werden blootgesteld.
Biofilms die werden blootgesteld aan de fluoridetandpasta, hadden een statistisch significant hogere fluorideconcentratie in de vloeistof dan biofilms die werden blootgesteld aan de fluoridevrije tandpasta. De fluorideconcentratie in de vloeistof daalde na 14 dagen vergeleken met 7 dagen.
Beschouwing Dit onderzoek toont aan dat de fluorideconcentratie in de reservoirs na een applicatie van aangezuurde fluoride-gel in de tijd significant vermindert en dat additionele toevoeging van fluoride-ionen uit tandpasta de retentie van fluoridereservoirs vergroot. Het verlies van deze reservoirs was bijzonder sterk bij afwezigheid van een biofilm. Na slechts twee dagen was er een duidelijke daling van de fluorideconcentratie vergeleken met de gemiddelde concentratie die oorspronkelijk op het glazuur werd afgezet. Wanneer zich echter een biofilm op het oppervlak vormde, vooral bij afwezigheid van een cariogene belasting maar ook bij een biofilm na blootstelling van twee keer sucrosegebruik per dag, bleef de fluorideconcentratie van deze reservoirs op een hoger niveau. Het resultaat dat acht keer blootstelling aan sucrose per dag een duidelijk verval in fluorideconcentratie in reservoirs veroorzaakt, heeft klinische consequenties in cariësactieve patienten. De door fluoride-gel verkregen fluoridereservoirs zullen relatief snel hun fluoride verliezen, waardoor het cariësproces negatief wordt beïnvloed. Gezien de gangbare geïndiceerde standaard applicatieperiode van zes maanden voor fluoride-gel zal het tandoppervlak geruime tijd blootgesteld worden aan demineralisatie van glazuur en wellicht dentine voordat een nieuwe laag fluoride-gel wordt aangebracht.
Het is dus raadzaam bij cariësactieve patiënten die niet of onvoldoende profiteren van mondzorgbasisadviezen, bij patiënten onder orthodontische behandeling en bij andere patiënten met cariësrisico te overwegen de frequentie van fluoride-gel applicatie te verhogen. Hoe vaak dat moet gebeuren en hoelang de applicatie moet duren laat dit onderzoek niet zien. Dat is onderwerp van discussie tussen de mondzorgverlener en de patiënt. De literatuur geeft volgens ondergetekende geen uitsluitsel in deze. Wel is aangetoond dat fluoride-gelapplicatie carieuze glazuurlaesies voorkomt en beteugelt (Marinho et al., 2015).
Literatuur
Fernandes JKB, Del Bel Cury AA, Caldas da Rocha DR, Cury JA, Tenuta LMA. Longevity of enamel fluoride reservoirs formed after fluoride application: An in situ study. Caries Res 2025; 59: 415-424. https://doi.org/10.1159/000543982
Marinho VC, Worthington HV, Walsh T, Chong LY. Fluoride gels for preventing dental caries in children and adolescents. Cochrane Database Syst Rev 2015; 2015: CD002280. https://doi.org/10.1002/14651858.cd002280.pub2