Voorlezen
Na een wortelkanaalbehandeling bij bruxisme kan gerust een jaar een directe adhesieve restauratie van composiet worden toegepast voordat wordt besloten tot al dan niet indirect restaureren. Het lijkt daarbij niet uit te maken of er een ‘gewone’ of een glasvezelversterkte composiet wordt gebruikt.
Introductie
Dit is een analyse van de eerste resultaten van een prospectief gerandomiseerd in-vivo-onderzoek waarbij gekeken is of er verschil bestaat tussen de prestaties van directe adhesieve restauraties met verschillende composieten na een wortelkanaalbehandeling bij bruxisten. Hierbij is bij de helft van de gebitselementen composiet gebruikt met toegevoegde glasvezels en bij de andere helft ‘gewoon’ posterior composietmateriaal.
Materiaal en methode Bij zelfgerapporteerde bruxisten werden asymptomatische, endodontisch behandelde gebitselementen willekeurig gerestaureerd met een ‘gewone’ posterior composiet (G-aenial Posterior, GC) of een glasvezelversterkte composiet (EverX Flow, GC). De vervaardigde restauraties waren klasse I- of II-restauraties waarbij de dragende knobbel nog overeind stond en minstens 3 mm dik was. Andere inclusiecriteria waren de aanwezigheid van een natuurlijke antagonist en buurelementen. Gebitselementen met peri-apicale pathologie, een afgebroken knobbel of een suboptimale wortelkanaalbehandeling, parodontaal zwakke gebitselementen of gebitselementen bij zwangeren of vrouwen die borstvoeding gaven, werden geëxcludeerd. Eén en dezelfde ervaren behandelaar vervaardigde de restauraties onder rubberdam. Met flowable composiet werden de kanaalingangen gevuld waarna dakpansgewijs de posterior composiet werd aangebracht. Bij de gebitselementen waarbij de glasvezelversterkte composiet was gebruikt, werd een toplaag van vezelvrije composiet aangebracht om hydrolyse van het glasvezelmateriaal in de composiet te voorkomen. De patiënten kregen allemaal instructie om ’s nachts een night guard te dragen gedurende minimaal 8 uur per etmaal. De resultaten werden na zes en twaalf maanden geëvalueerd volgens de FDI-criteria (1: erg goed, 2: goed, 3: voldoende, 4: matig en 5: onvoldoende). Gebitselementen met 4 of 5 zouden worden beschouwd als niet succesvol.
Resultaten Van de patiënten kwam 100% terug voor de follow-up en van de restauraties bleek 100% na twaalf maanden een score 1 te krijgen.
Beschouwing Als je nulhypothese is dat er geen verschil in succes zal zijn bij bruxisten bij wie een klasse I- of II-restauratie na wortelkanaalbehandeling wordt gerestaureerd met een ‘gewone’ posterior composiet of een ‘extra sterk’ composietmateriaal, kan men zich afvragen wat de nulhypothese is als het over een langere periode gaat. Wanneer zal er wel verschil optreden? Als de onderzoekers wilden bewijzen dat vezelversterkte composiet geen meerwaarde heeft, lijkt deze onderzoeksopzet wel erg omslachtig. Zelf stellen ze in de discussie al aan de orde dat de follow-upperiode wellicht wat kort was en de restauraties relatief klein. Bovendien geven ze aan dat uit literatuur blijkt dat binnen een jaar na een wortelkanaalbehandeling en restauratie, de oorzaak van falen vooral fracturen of randproblemen (secundaire cariës) zijn, niet slijtage. Sommige in- en exclusiecriteria kunnen ter discussie worden gesteld. Want wat zegt een ‘te korte’ wortelkanaalvulling over de prognose van een restauratie? Wat zegt het feit dat iemand zwanger is, borstvoeding geeft of dat een gebitselement parodontaal zwak is? Daarnaast zullen met includeren van alleen klasse I- of II-caviteiten de resultaten wellicht nogal rooskleurig worden, wat ten onrechte kan worden toegeschreven aan het composietmateriaal of de procedure. De tijd is wel een interessante factor. Zal er een moment komen waarop wel een (significant) verschil gaat optreden tussen de vezelversterkte composietrestauraties versus de ‘gewone’ composietrestauraties? Interessant zou verder kunnen zijn als onderzoek wordt gedaan naar 4 groepen: niet-bruxisten en bruxisten, bij wie in elke groep de helft met ‘gewone’ en de andere helft met ‘vezelversterkte’ composiet gerestaureerd wordt. Dan kan worden vastgesteld of aan de bruxismefactor überhaupt betekenis toegekend dient te worden.
Op basis van dit onderzoek kan wel worden geconcludeerd dat een bruxist bij wie een wortelkanaalbehandeling is gedaan, gerust een jaar kan worden ‘geparkeerd in composiet’, waarbij de endodontische behandeling mooi kan worden geëvalueerd voordat wordt besloten tot al dan niet indirect restaureren.
Literatuur
Yilmaz F, Ozturk Z, Demirbas A, Kursun S. Evaluation of the clinical success of direct restorations of endodontically treated posterior teeth in the presence of parafunction: a 12-month pilot study. Head Face Med 2025; 21: 70. https://doi.org/10.1186/s13005-025-00546-1