Het effect van vitamine D op implantaatparameters

Door M.C.F.M. de Kuijper
op 5 mei 2026
Afbeelding

Er is op basis van een systematisch literatuuronderzoek onvoldoende bewijs dat een verlaagde vitamine D-status invloed heeft op vroeg implantaatfalen, waardoor routinematig testen of voorschrijven van vitamine D voorafgaand aan plaatsing van tandheelkundige implantaten vooralsnog niet nodig lijkt. Om echt het effect van vitamine D op vroeg implantaatfalen te onderzoeken, is een gerandomiseerde klinische studie nodig onder patiënten met vitamine D-insufficiëntie.

Introductie

Vitamine D speelt een rol in het algemene botmetabolisme, maar of een verlaagde vitamine D-status daadwerkelijk van invloed is op het succes van tandheelkundige implantaten is niet eenduidig vastgesteld. In de literatuur worden zowel aanwijzingen voor een mogelijke relatie als onderzoeken zonder significant verband gerapporteerd, waardoor de klinische relevantie vooralsnog onduidelijk blijft. Miron et al. (2025) onderzochten in een systematisch literatuuronderzoek bestaande dier- en mensstudies om deze mogelijke relatie tussen vitamine D-deficiëntie en vroeg implantaatfalen te verduidelijken.

Materiaal en methode

Het betrof een systematisch literatuuronderzoek volgens de PRISMA-richtlijnen, gericht op de mogelijke relatie tussen vitamine D-deficiëntie, osseo-integratie en vroeg implantaatfalen. Zowel dierexperimenteel als klinisch onderzoek werd meegenomen. Studies werden geïncludeerd wanneer zij expliciet rapporteerden over implantaatuitkomsten in relatie tot vitamine D-status of -suppletie. Het primaire eindpunt was vroeg implantaatfalen, meestal gedefinieerd als verlies van het implantaat voor of kort na de prothetische fase. Secundair werd er onder andere naar marginaal botniveau gekeken. In diermodellen golden osseo-integratieparameters als primaire maat voor implantaatkwaliteit.

Resultaten

De zoekactie leverde 151 publicaties op, waarvan 43 studies aan de inclusiecriteria voldeden. Daarvan betroffen 27 klinische en 16 dierexperimentele onderzoeken. De klinische studies varieerden sterk in opzet en bestonden uit 9 casusbeschrijvingen/series, 10 retrospectieve en 8 prospectieve cohortonderzoeken en 3 gerandomiseerde klinische onderzoeken (RCT). Zeven studies rapporteerden als uitkomst vroeg implantaatfalen. Hiervan vonden 2 studies een effect van vitamine D-serum op vroeg implantaatfalen. Bij patiënten met < 20 nmol/l faalden 2 implantaten van de 27, tegenover geen in de groep ≥ 20 nmol/l. In een andere prospectieve studie naar 143 implantaten trad 46,2% implantaatverlies op in de groep met < 25 nmol/l vitamine D-bloedspiegel, ten opzichte van 3,1% bij waarden ≥ 25 nmol/l (Mohsen et al., 2024). De andere studies vonden geen significant effect. De 3 RCT’s onderzochten vitamine D-suppletie rondom implantaatplaatsing en het effect op botkwaliteit en marginaal botniveau. In een van deze RCT’s werd een significante toename in marginaal botniveau gevonden bij patiënten met < 75 nmol/l vitamine D-bloedspiegel, met een absoluut verschil van 0,4 mm.

Beschouwing

De bevindingen van Miron et al. (2025) moeten worden geplaatst tegen de achtergrond van de in het algemeen zeer hoge overlevingspercentages van implantaten. Systematische literatuuronderzoeken van solitaire implantaten rapporteren 10-jaars overlevingspercentages tussen de 91,2% en 96,5% (Howe et al., 2019). Ook in 75-plussers, waar vitamine D-status mogelijk een probleem kan vormen, laat een systematisch literatuuronderzoek een 5-jaarsoverleving van 96,1% na 5 jaar zien (Schimmel et al., 2018). De huidige evidence wordt sterk bepaald door cohortstudies zonder randomisatie voor vitamine D-suppletie. In de 2 prospectieve studies die wel een effect vonden, was er bij 1 sprake van mogelijke confounding variabelen, zoals de aanwezigheid van diabetes en roken (Mohsen et al., 2024). In de andere studie traden er slechts 2 failures op, waardoor de statistische toets zonder effect size niet heel betrouwbaar is. Ook is de vraag of eenzelfde operateur alle behandelingen uitvoerde. Er zijn slechts 3 RCTs geïncludeerd. In Kwiatek et al. (2021) werd gekeken naar het röntgenologische botniveau rondom solitaire implantaten bij 122 patiënten die in 3 groepen werden ingedeeld: < 75 nmol/l vitamine D-bloedspiegel zonder en met aanvullend 200 microgram vitamine D-inname en een vitamine D-bloedspiegel van ≥ 75 nmol/l. Na 12 weken was er significant meer botniveau in de groep met de vitamine D-suppletie, maar het betrof een absoluut verschil van slechts 0,4 mm. Het is waarschijnlijker dat het hier een meetfout betreft, aangezien de röntgenfoto’s geen gestandaardiseerde mal gebruikten. In de tweede RCT werd er geen verschil gezien in botkwaliteit na een sinuslift tussen patiënten met en zonder 125 microgram vitamine D-suppletie in combinatie met 600 microgram calcium (Schulze-Späte et al., 2016). In de laatst geïncludeerde RCT vonden de onderzoekers na 6 maanden geen significant verschil in botniveau tussen patiënten met < 75 nmol/l wanneer dit werd aangevuld met 1,5 mg vitamine D per maand (Garg et al., 2020). Al met al is er veel heterogeniteit in de definitie van vitamine D-deficiëntie en -insufficiëntie (van < 50 tot < 75 nmol/l), daar waar in Nederland een ondergrens van 30 nmol/l wordt aangehouden onder de 70 jaar. Om echt het effect van vitamine D op vroeg implantaatfalen te onderzoeken, is een gerandomiseerde klinische studie nodig onder patiënten met vitamine D-insufficiëntie. Op basis van dit systematisch literatuuronderzoek is er geen grond voor het routinematig testen of voorschrijven van vitamine D voorafgaand aan plaatsing van titanium implantaten.

Literatuur

  • Al-Quisi AF, A Jamil F, M Al-Anee A, Jassim Muhsen S. Relationship between the level of vitamin D3 deficiency and successful osseointegration: A prospective clinical study. ScientificWorldJournal 2024; 2024: 9933646. https://doi.org/10.1155/2024/9933646 

  • Garg P, Ghalaut P, Dahiya K, Ravi R, Sharma A, Wakure P. Comparative evaluation of crestal bone level in patients having low level of vitamin D treated with dental implant with or without vitamin D3 supplements. Natl J Maxillofac Surg 2020; 11: 199-206. https://doi.org/10.4103/njms.njms_49_20

  • Howe MS, Keys W, Richards D. Long-term (10-year) dental implant survival: A systematic review and sensitivity meta-analysis. J Dent 2019; 84: 9-21. https://doi.org/10.1016/j.jdent.2019.03.008

  • Kwiatek J, Jaroń A, Trybek G. Impact of the 25-hydroxycholecalciferol concentration and vitamin D deficiency treatment on changes in the bone level at the implant site during the process of osseointegration: A prospective, randomized, controlled clinical trial. J Clin Med 2021; 10: 526. https://doi.org/10.3390/jcm10030526

  • Miron RJ, Estrin NE, Paz A, et al. Relationship between vitamin D deficiency and early implant failure and osseointegration. Periodontol 2000 2025; Oct 30. Online ahead of print. https://doi.org/10.1111/prd.70017

  • Mohsen KA, AbdEl-Raouf MN, Makram K, et al. Is vitamin D deficiency a risk factor for osseointegration of dental implants - A prospective study. Ann Maxillofac Surg 2024; 14: 21-26. https://doi.org/10.4103/ams.ams_165_23

  • Schimmel M, Srinivasan M, McKenna G, Müller F. Effect of advanced age and/or systemic medical conditions on dental implant survival: A systematic review and meta-analysis. Clin Oral Implants Res 2018; 29 Suppl 16: 311-330. https://doi.org/10.1111/clr.13288

  • Schimmel M, Srinivasan M, McKenna G, Müller F. Effect of advanced age and/or systemic medical conditions on dental implant survival: A systematic review and meta-analysis. Clin Oral Implants Res 2018; 29 Suppl 16: 311-330. https://doi.org/10.1111/clr.13288

  • xSchulze-Späte U, Dietrich T, Wu C, Wang K, Hasturk H, Dibart S. Systemic vitamin D supplementation and local bone formation after maxillary sinus augmentation - a randomized, double-blind, placebo-controlled clinical investigation. Clin Oral Implants Res 2016; 27: 701-706. https://doi.org/10.1111/clr.12641  

Informatie

Publicatiedatum
5 mei 2026
Citeren

de Kuijper MCFM. Het effect van vitamine D op implantaatparameters. Ned Tijdschr Tandheelkd 2026; 133: 249-250.

Auteursinformatie