Effect van vitamine D op myofasciale pijn

Door M.C.F.M. de Kuijper
op 9 juni 2026
Afbeelding

Vitamine D-suppletie heeft vergelijkbaar positief effect op spierfunctie en pijnmodulatie als diclofenacnatrium bij patiënten met myofasciale pijn en vitamine D-deficiëntie.

Introductie

Myofasciale pijn van de kauwspieren komt veel voor bij temporomandibulaire disfuncties (TMD). Naast behandeling met NSAID’s wordt steeds vaker gekeken naar de mogelijke rol van vitamine D-suppletie vanwege de invloed van vitamine D op spierfunctie en pijnmodulatie. Kahraman et al. (2025) vergeleken het effect van diclofenacnatrium met vitamine D-suppletie bij patiënten met myofasciale pijn en een vitamine D-deficiëntie.

Materiaal en methode

Dit prospectief, gerandomiseerd en dubbelblind klinisch onderzoek werd uitgevoerd van juni 2022 tot oktober 2023 aan de Van Yüzüncü Yıl Universiteit in Turkije. Volwassenen van 18 tot 40 jaar met myofasciale pijn volgens de DC/TMD-criteria en met bruxisme werden geïncludeerd, mits hun 25(OH)D-waarde lager was dan 20 ng/ml en zij geen systemische aandoeningen of recente behandelingen of medicatiegebruik rapporteerden. Patiënten met TMD-pathologie op MRI, eerdere chirurgische ingrepen, zwangerschap, borstvoeding of therapieontrouw werden uitgesloten. Deelnemers werden willekeurig toegewezen aan twee behandelgroepen via een gesloten-enveloppentechniek. Alle patiënten kregen een harde splint, te dragen gedurende 3 maanden. Groep A ontving daarnaast diclofenacnatrium (75 mg), tweemaal daags 1 capsule gedurende 2 weken. Groep B kreeg vitamine D-suppletie van 0,25 mg eenmaal daags gedurende 8 weken. Paracetamol 500 mg was toegestaan als noodmedicatie. Evaluaties vonden plaats voorafgaand aan de behandeling en na 1, 4 en 12 weken. De primaire uitkomstmaat was de VAS-pijnscore. Secundaire uitkomstmaten waren de pijnvrije comfortabele mondopening (MCO), de maximale ongeassisteerde opening (MUO) en de maximale geassisteerde opening (MAO). Voor de statistische analyse werden de Shapiro-Wilk-test, de Mann-Whitney-U-test en de Friedman-test toegepast, gevolgd door multiple-comparison-tests wanneer van toepassing.

Resultaten

Alle 40 deelnemers (37 vrouwen, 3 mannen; gemiddelde leeftijd 24,8 jaar) werden gedurende de volledige onderzoeksperiode gevolgd. De groepen (n = 20) verschilden vooraf niet in leeftijd of geslacht. Voor de MUO werd voor de behandeling geen verschil gevonden tussen de groepen. Na 1 week was de MUO in de vitamine D-groep echter significant groter dan in de diclofenacgroep (43,35 mm versus 36,65 mm; p = 0,02). Op de meetmomenten na 1 en 3 maanden verdwenen deze verschillen. Voor de MAO gold een vergelijkbaar patroon: de vitamine D-groep liet na 1 week (47,2 mm versus 40,0 mm; p < 0,01) en na 1 maand (48,5 mm versus 43,6 mm; p = 0,03) significant hogere waarden zien, terwijl er na 3 maanden geen significante verschillen meer bestonden. De VAS-pijnscores daalden in beide groepen significant ten opzichte van baseline (p < 0,001). Binnen de vitamine D-groep was de score na 3 maanden bovendien significant lager dan na 1 week. Op geen enkel meetmoment verschilden de VAS-waarden tussen de behandelgroepen. De totale verandering over de gehele studieperiode in MCO, MUO, MAO en VAS verschilde niet significant tussen de groepen, wat betekent dat beide behandelingen uiteindelijk een vergelijkbare mate van verbetering lieten zien.

Beschouwing

Hoewel in de analyse van de absolute MAO-waarden op verschillende tijdstippen significante verschillen werden gevonden tussen de vitamine D-groep en de diclofenacgroep, bleek uit de vergelijking van de verandering over tijd dat beide groepen uiteindelijk een vergelijkbare mate van vooruitgang lieten zien. Dit ogenschijnlijke verschil is methodologisch goed te verklaren. De eerste analyse vergelijkt de absolute mondopeningswaarden tussen de groepen en laat zien dat de vitamine D-groep op enkele meetmomenten een hogere MAO had. De tweede analyse kijkt echter naar de verbetering binnen dezelfde persoon over de tijd. Hierbij bleek dat de toename in mondopening in beide groepen vrijwel gelijk was. Met andere woorden: de vitamine D-groep startte op bepaalde momenten hoger, maar boekte niet meer vooruitgang dan de diclofenacgroep. Uiteindelijk was na 3 maanden de pijnscore gemiddeld afgenomen van een 7 naar een 2 in beide groepen. Dit ondersteunt de conclusie dat beide behandelingen uiteindelijk een vergelijkbaar effect hebben op de functionele verbetering van de mondopening, ondanks tijdelijke verschillen in absolute waarden. Een belangrijk aandachtspunt is dat de studie niet beschikte over langdurige follow-up en dat postinterventie serumwaardes van vitamine D niet opnieuw werden gemeten. Daarnaast bestond de onderzoekspopulatie uitsluitend uit jonge volwassenen, wat de generaliseerbaarheid naar oudere patiëntengroepen beperkt. Informatie die ontbreekt, maar voor de interpretatie wel essentieel is, is hoeveel paracetamol de deelnemers hebben ingenomen. Wanneer in de vitaminegroep veel meer paracetamol gebruikt was, wordt dit ten onrechte aan de werking van vitamine D alleen toegeschreven. 

Literatuur

  • Kahraman NH, Tunç SK. Comparative evaluation of the effects of diclofenac sodium and vitamin D supplementation on symptoms in individuals with myofascial pain and vitamin D deficiency: a randomized controlled clinical trial. BMC Oral Health 2025; 25: 1383. https://doi.org/10.1186/s12903-025-06729-1

Informatie

Publicatiedatum
9 juni 2026
Citeren

de Kuijper MCFM. Effect van vitamine D op myofasciale pijn. Ned Tijdschr Tandheelkd 2026; 133: 285.