Voorlezen
Een recente NTVT-lezersenquête (n = 75) laat zien dat mondzorgverleners obstructieve slaapapneu steeds meer zien als onderdeel van hun vakgebied. Van de respondenten vindt 73% signalering een tandartsrol, 80% wil dat deze competentie in het curriculum komt en 87% staat positief tegenover samenwerking met medisch specialisten. Tegelijkertijd voelt slechts 57% zich voldoende toegerust om obstructieve slaapapneu te herkennen en slechts 27% heeft inzicht in de prevalentie in de eigen praktijk. De bereidheid tot scholing is groot (72%). Deze bevindingen, samengevat in een infographic, laten zien dat tandheelkundige slaapgeneeskunde zich ontwikkelt van een nichegebied tot een volwaardig onderdeel van de reguliere tandheelkunde.
Read English abstract
OSA in oral care: insights from a reader survey
A recent NTVT reader survey (n = 75) shows that oral healthcare professionals increasingly acknowledge obstructive sleep apnoea as part of their field. 73% consider screening for OSA a dentist’s role, 80% believe this competency should be included in the curriculum, and 87% are positive about collaboration with medical specialists. At the same time, only 57% feel sufficiently equipped to recognize obstructive sleep apnoea, and just 27% have insight into its prevalence in their own practice. Willingness to pursue further training is high (72%). These findings, summarized in an infographic, demonstrate that dental sleep medicine is evolving from a niche area into a fully integrated part of general dentistry.
close
Inleiding
Obstructieve slaapapneu (OSA) is een veelvoorkomende aandoening met grote gevolgen voor de algemene gezondheid en levenskwaliteit. De tandheelkunde speelt hierin een steeds belangrijker rol, onder meer door het signaleren van risicopatiënten en het toepassen van mandibulaire repositieapparaten (MRA’s) na medische indicatie. Hoe kijken mondzorgverleners naar deze rol? Om dit te onderzoeken, voerde NTVT een lezersenquête uit. De belangrijkste bevindingen en implicaties voor praktijk en onderwijs worden in dit artikel besproken. De resultaten zijn ook visueel weergegeven in een infographic op de volgende pagina’s.
De respondenten
Van de 75 respondenten was 77% NTVT-abonnee. De groep bestond uit 26 mannen en 43 vrouwen, met een goede spreiding over leeftijdscategorieën (25 tot 65+). Zes respondenten hadden de vragen over geslacht en leeftijd niet beantwoord. De meeste respondenten zijn tandarts van beroep (n = 57) en de grootste groep werkt als zzp’er of heeft een eigen praktijk (n = 57). Opvallend is dat 51 respondenten 16 jaar of meer praktijkervaring hebben, wat duidt op een ervaren populatie.
Resultaten
De enquête laat zien dat mondzorgverleners zich bewust zijn van hun rol bij OSA. Zo geeft bijna driekwart (73%) aan dat zij het signaleren van OSA zien als een onderdeel van hun professionele verantwoordelijkheid. Dit wijst op een groeiend besef dat mondzorgverleners niet alleen een rol spelen in mondgezondheid, maar ook in bredere gezondheidsvraagstukken.
Toch is er meer nuance als het gaat om behandeling. Iets minder dan de helft (45%) vindt dat de behandeling van OSA goed kan worden uitgevoerd door de algemeen practicus. Dit suggereert dat er nog onzekerheid bestaat over praktische haalbaarheid en benodigde expertise.
Op het gebied van onderwijs is de overtuiging duidelijk: 80% van de respondenten vindt dat de competentie om OSA te behandelen of patiënten hiervoor te verwijzen thuishoort in het tandheelkundig curriculum. Dit bevestigt dat tandheelkundige slaapgeneeskunde niet langer als een randgebied wordt gezien, maar als een vakgebied dat structureel aandacht verdient.
Samenwerking blijkt een belangrijk thema. Maar liefst 87% van de respondenten staat positief tegenover samenwerking met medisch specialisten. Dit onderstreept de bereidheid om interdisciplinair te werken, wat essentieel is voor effectieve OSA-zorg.
Wanneer gevraagd naar hun eigen vaardigheden, voelt 57% zich voldoende toegerust om een patiënt met vermoedelijke OSA te herkennen en hierover het gesprek aan te gaan. Nog meer respondenten (84%) geven aan dat zij patiënten kunnen informeren over de gevolgen van OSA voor de algemene gezondheid. Daarnaast ziet 87% het behandelen of adviseren bij snurken en slaapapneu als een verrijking van het vakgebied.
Opvallend is dat slechts 27% een goed beeld heeft van het aantal OSA-patiënten in de eigen praktijk. Dit wijst op een lacune in herkenning en vastlegging. Tegelijkertijd is de bereidheid tot scholing groot: 72% zou overwegen zich te bekwamen in de behandeling van snurken en slaapapneu, mits er praktische en haalbare scholing beschikbaar is. Tot slot denkt 91% dat veel patiënten niet weten dat tandartsen een rol kunnen spelen bij deze problematiek, wat het belang van communicatie en voorlichting benadrukt.
Interpretatie en implicaties
De resultaten laten zien dat professionele mondzorgverleners OSA-signalerings- en behandelingscompetenties belangrijk vinden, maar dat er nog lacunes zijn in kennis en zelfvertrouwen. Het feit dat 81% deze competenties in het curriculum wil zien, bevestigt dat tandheelkundige slaapgeneeskunde niet langer een niche is, maar een vakgebied dat thuishoort in de algemene praktijk. De grote bereidheid tot scholing (72%) biedt kansen voor nascholingsprogramma’s.
Wel moet worden opgemerkt dat deze bevindingen afkomstig zijn uit een kleine, selecte groep respondenten, grotendeels NTVT-abonnees, die mogelijk bovengemiddelde interesse hebben in vakverdieping. Dit kan de representativiteit beperken en vraagt om vervolgonderzoek in een grotere en bredere populatie van mondzorgverleners.
De positieve houding ten opzichte van samenwerking met medisch specialisten (87%) en de overtuiging dat patiënten onvoldoende op de hoogte zijn (91%) onderstrepen het belang van communicatie en interdisciplinaire zorgpaden. De infographic vat deze inzichten overzichtelijk samen en kan dienen als startpunt voor discussie in de praktijk.
Conclusie
Mondzorgverleners zien een duidelijke rol voor zichzelf in het signaleren van OSA en het toepassen van MRA-behandelingen na medische indicatie. Er is draagvlak voor integratie van deze competenties in het curriculum en voor nascholing. Dit themanummer en de enquête tonen dat tandheelkundige slaapgeneeskunde zich ontwikkelt van een nichegebied tot een volwaardig onderdeel van de reguliere tandheelkunde. Het is nu zaak om deze ontwikkeling te vertalen naar onderwijs en praktijk.