Voorlezen
Interview
6 januari 2026
Emmy Windhorst is promovendus aan de Vrije Universiteit Amsterdam en doet sinds 2023 onderzoek bij de sectie Parodontologie van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam. Promotor van haar onderzoek is prof. dr. Dagmar Else Slot en copromotor is dr. Eveline van der Sluijs. NTVT stelde 7 vragen over haar onderzoek.
Wat is je drijfveer om onderzoek te doen? Toen ik als mondhygiënist aan de slag ging in de praktijk, merkte ik snel dat ik behoefte had aan meer verdieping en op een andere manier wilde bijdragen aan het vak. Die motivatie bracht mij ertoe om de master Evidence Based Practice in Health Care tot klinisch epidemioloog te volgen. Vanuit die achtergrond ben ik in het promotietraject terechtgekomen. Inmiddels heb ik ook mijn Basiskwalificatie Onderwijs behaald. De wisselwerking tussen praktijk, onderzoek en onderwijs zie ik als een waardevolle en inspirerende combinatie.
Wat onderzoek je? Mijn promotieonderzoek richt zich op chemische interventies in de mondzorg. Ik onderzoek onder meer de effectiviteit van verschillende werkzame stoffen in mondspoelmiddelen, zoals chloorhexidine (CHX) en cetylpyridiniumchloride (CPC), en het effect van mondspoelmiddelen op halitose. Daarnaast wil ik de kennis, de attitude en het gebruik van mondspoelmiddelen onder mondzorgverleners in kaart te brengen.
Waarom is juist dit interessant te onderzoeken? Er lijkt sprake te zijn van aanzienlijke variatie in het gebruik en advies van mondspoelmiddelen onder mondzorgverleners. Waar de een ze regelmatig adviseert, maakt de ander er nauwelijks gebruik van. Het onderzoeken van deze verschillen in attitude en daarnaast de effectiviteit van verschillende werkzame ingrediënten in mondspoelmiddelen, kan bijdragen aan meer uniforme en onderbouwde zorgverlening.
Hoe is het onderzoek opgezet? Voor het onderzoek naar de effectiviteit van CPC- of CHX-mondspoelmiddel op plaque- en gingivitisscores voer ik een systematisch literatuuronderzoek uit. Daarna volgt een gerandomiseerde gecontroleerde onderzoek (RCT) naar het effect van mondspoelmiddelen op intraorale halitose en tongindexscores, en naar de eigen perceptie van mondgeur en gebruikservaring van deze mondspoelmiddelen. Een klinimetrisch onderzoek vond plaats voor de ontwikkeling en validatie van de vragenlijst voor mondzorgverleners over hun kennis, attitude en gebruik van mondspoelmiddelen. Deze vragenlijst wordt gebruikt in een surveyonderzoek onder Nederlandse mondzorgverleners.
Wat is tot nu toe het grootste probleem waar je tegenaan bent gelopen? Het uitvoeren van de RCT was mijn eerste ervaring met klinisch onderzoek. Dit heeft me doen inzien hoeveel werk, planning en precisie daarbij komt kijken. Van ethische goedkeuringen tot logistiek en patiëntcommunicatie, elk detail telt. Een van de grootste uitdagingen was het werven van voldoende en geschikte deelnemers. Het heeft me veel geleerd over het belang van haalbaarheid, flexibiliteit en duidelijke communicatie in klinisch onderzoek.
Op welke onderzoeksresultaten hoop je? Ik hoop meer inzicht te verkrijgen in de effectiviteit van verschillende mondspoelmiddelen in uiteenlopende klinische situaties. Op basis daarvan wil ik handvatten bieden voor mondzorgverleners om gerichter en onderbouwd advies te kunnen geven aan patiënten. Daarnaast verwacht ik dat de resultaten van de vragenlijststudie zullen bijdragen aan het ontwikkelen van doelgericht(er) onderwijs en nascholing over dit onderwerp.
Wat levert dit onderzoek op voor de tandheelkunde, de patiënt of de mondzorgverlener? Dit promotieonderzoek draagt bij aan evidencebased aanbevelingen voor het gebruik van mondspoelmiddelen, waardoor mondzorgverleners gerichter en consistenter advies kunnen geven. Daarnaast bieden de resultaten handvatten voor gerichte scholing, wat de kwaliteit en uniformiteit van zorg ten goede komt.