Antitrombotica: achtergronden bij stolling en antistolling

Afbeelding

De klinische praktijkrichtlijn over antitrombotica geeft adviezen over het te volgen beleid bij bloedige ingrepen in de mondzorg. Er is in de richtlijn ruimte voor een professionele klinische inschatting van het bloedingsrisico, waarbij achtergrondkennis over stolling, trombose en antistolling van belang is. De normale bloedstolling kent meerdere fasen: vasoconstrictie, primaire hemostase door aggregatie van trombocyten en secundaire hemostase door de vorming van fibrine uit stollingsfactoren. In geval van trombose treedt er ongewenste bloedstolling op met als gevolg een verminderde bloedtoevoer naar de achterliggende weefsels. Diverse antitrombotica worden ingezet bij preventie en behandeling van trombose. Trombocytenaggregatieremmers hebben alleen effect op primaire hemostase. Vitamine K-antagonisten beïnvloeden de secundaire hemostase doordat de aanmaak van verschillende stollingsfactoren wordt verlaagd. De direct werkende orale anticoagulantia hebben een direct effect op een geactiveerde stollingsfactor en worden momenteel in grote hoeveelheden voorgeschreven. Laagmoleculairgewicht heparine remt ook geactiveerde stollingsfactoren, maar worden vanwege de subcutane toediening doorgaans niet voor langdurige antitrombotische behandeling gebruikt.

Read English abstract

Antithrombotics: backgrounds with haemostasis and antithrombotic therapy

The clinical guidelines on antithrombotics, published by the Dutch Institute of Expertise for Oral Healthcare, give advice on policy to be followed in cases of dental procedures involving bleeding. The guidelines allow room for professional assessment of bleeding risks, for which background knowledge about haemostasis, thrombosis and antithrombotic processes is necessary. Normal haemostasis can be divided in several steps: vasoconstriction, primary haemostasis by aggregation of thrombocytes, and secondary haemostasis by the formation of fibrin out of coagulation factors. In the case of thrombosis, a blood clot forms inside a blood vessel, causing obstruction of blood flow to the underlying tissue. Various antithrombotics are prescribed for the prevention and treatment of thrombosis. Thrombocyte aggregation inhibitors only have an effect on primary haemostasis. Vitamin K antagonists influence secondary haemostasis by lowering the production of several coagulation factors. The direct oral anticoagulants have an immediate effect on an activated coagulation factor, and are currently prescribed in large quantities [in the Netherlands]. Low-molecular-weight heparin also inhibits activated coagulation factors, but is not used for long-term antithrombotic therapy since it is administrated subcutaneously.

Inleiding

Leerdoelen
Na het lezen van dit artikel kent u
• de fasen van de normale bloedstolling;
• de wijze waarop trombose plaatsvindt, de oorzaken en gevolgen;
• de 4 groepen antitrombotica met hun ..


Informatie

Dit artikel is onderdeel van de kennistoets van november 2020. Je vindt de kennistoets in Mijn NTVT

Auteursinformatie

  • B. van Minnen1, M. Piersma-Wichers2,3, W. Rooijers4, D.E. van Diermen4, F.R. Rozema4,5

  • Uit 1de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie van het UMC Groningen, 2de Federatie Nederlandse Trombosediensten, 3de afdeling Hematologie/stolling van het UMC Groningen, 4de afdeling Orale Geneeskunde van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) en 5de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie van het Amsterdam UMC/ Universiteit van Amsterdam

  • Datum van acceptatie: 5 augustus 2020

  • Adres: B. van Minnen, UMC Groningen, huispostcode BB70, Hanzeplein 1, 9713 GZ Groningen

  • b.van.minnen@umcg.nl