Preventie van wittevleklaesies die ontstaan tijdens een behandeling met vaste orthodontische apparatuur

Door N.C.W. van der Kaaij
op 4 december 2020
Afbeelding

N.C.W. van der Kaaij

Thema: Orthodontie

Samenvatting. Een van de grootste nadelen van een orthodontische behandeling met vaste apparatuur is het ontstaan van demineralisaties rondom de brackets. Deze demineralisaties ontstaan doordat de brackets meer plaqueretentieplaatsen en een verandering van het mondmilieu opleveren, waardoor er een andere plaquesamenstelling in de mond is. Om deze demineralisaties tegen te gaan worden diverse methoden gebruikt gedurende een orthodontische behandeling. Het gebruik van extra fluoride blijkt het beste te werken, bijvoorbeeld het dagelijks spoelen met een fluoride mondspoelmiddel, het aanbrengen van een fluoridelak tijdens elke reguliere orthodontische controle of het gebruik van tandpasta met een hoge concentratie fluoride. De laatste 2 mogelijkheden worden in Nederland minder goed geïncorporeerd vanwege financiële of tijdsredenen. Aanvullende maatregelen, zoals het gebruik van fluoride afgevende adhesieven, caseïnefosfopeptide in combinatie met amorf calciumfosfaat of een chloorhexidine mondspoelmiddel lijken demineralisaties minder goed te verminderen. Daarnaast is het belangrijk gerichte mondhygiëne- en voedingsadviezen te geven, gebaseerd op een individuele risicoanalyse.
Kaaij van der NCW. Preventie van wittevleklaesies die ontstaan tijdens de behandeling met vaste orthodontische apparatuur
Ned Tijdschr Tandheelkd 2020; 127: 699-704
doi: https://doi.org/10.5177/ntvt.2020.12.20058

Inleiding

Een orthodontische behandeling heeft als doel een stabiele occlusie en goede kauwfunctie te realiseren, maar daarnaast ook het behalen van een esthetisch eindresultaat met betrekking tot de lach en het profiel. In Nederland heeft 60-80% van de 17- en 23-jarigen een orthodontische behandeling gehad (Schuller et al, 2018). Een van de grootste nadelige effecten van een orthodontische behandeling met vaste apparatuur is het ontstaan van demineralisaties (of decalcificaties) rondom de brackets, op de buccale en labiale vlakken waar onder normale omstandigheden weinig cariës voorkomt. Deze deminerlisaties ontstaan door mineraalverlies van het glazuur, tonen zich als witte opaque vlekken op de gladde tandvlakken (afb. 1). Deze oppervlakkige laesies, zogeheten wittevleklaesies (white spot lesions), ontstaan doordat er tijdens een orthodontische behandeling met vaste apparatuur meer plaqueretentieplaatsen in de mond zijn. Tevens is het mondmilieu veranderd, waardoor er een andere plaquesamenstelling is.

Afb. 1. Klinisch beeld van een patiënt met diverse wittevleklaesies een week na verwijdering van de vaste orthodontische apparatuur.

Om het ontstaan van wittevleklaesies tegen te gaan tijdens een orthodontische behandeling is een goede mondhygiëne van groot belang, zodat de plaque effectief wordt verwijderd. Aanvullend worden tevens diverse anticariogene maatregelen gebruikt gedurende een behandeling met vaste apparatuur. Patiënten kunnen dagelijks spoelen met een mondspoelmiddel, met bijvoorbeeld fluoride, of kunnen poetsen met een tandpasta met een hoge concentratie fluoride. Daarnaast kunnen behandelaars een lak of gel aanbrengen tijdens de controleafspraken. Deze maatregelen vallen onder de primaire preventie van wittevleklaesies. Secundaire preventie is gericht op het reduceren van de demineralisatie en het remineraliseren van het glazuur. In dit artikel wordt de primaire preventie beschreven met als doel het ontstaan van wittevleklaesies tijdens een orthodontische behandeling met vaste apparatuur te voorkomen. Elders in dit themanummer wordt ingegaan op de secundaire preventie (Beerens, 2020). In Nederland wordt momenteel een klinische richtlijn met betrekking tot wittevleklaesies opgesteld (zie intermezzo 1).

Intermezzo 1. Richtlijn wittevleklaesies
De Nederlandse Vereniging van Orthodontisten (NVvO) is bezig met het opstellen van een klinische richtlijn met betrekking tot wittevleklaesies in samenwerking met onafhankelijk adviesbureau Medical Guidelines. De preventie en behandeling voorafgaand, tijdens en na de orthodontische behandeling met vaste apparatuur worden hierin opgenomen. Vooralsnog is de verwachting dat deze richtlijn in de tweede helft van 2021 zal verschijnen.

Wittevleklaesies en orthodontische behandeling

Wittevleklaesies kunnen binnen 4 weken na de plaatsing van vaste orthodontische apparatuur ontstaan (O’Reilly en Featherstone, 1987; Ogaard et al, 1988). De prevalentie na de behandeling met vaste apparatuur varieert volgens de literatuur van 34 tot 97%, afhankelijk van de gebruikte meetmethode en duur van het onderzoek of de behandeling (Sundararaj et al, 2015). Onderzoeken waarin men gebruikmaakte van quantitative light-induced fluorescence (QLF) rapporteerden een hogere prevalentie dan wanneer gebruikgemaakt werd van visuele inspectie. Predilectieplaatsen bleken de laterale incisieven van de bovenkaak te zijn, gevolgd door de cuspidaten, premolaren en centrale incisieven in de bovenkaak (Lucchese en Gherlone, 2013).

Na plaatsing van de brackets verandert het mondmilieu. Er is een toegenomen aantal retentieplaatsen en hierdoor is er meer plaque-accumulatie (afb. 2). De vaste apparatuur bemoeilijkt het mechanisch reinigen van de buccale vlakken en tevens is er een verminderde zelfreiniging door de tong, lippen, wangen en het speeksel. De plaque krijgt een paropathogenere en cariogenere samenstelling in de eerste 3 maanden na plaatsing van de brackets, waarbij bacteriesoorten als Streptococcus mutans, Porphyromonas gingivalis, Prevotella intermedia, Prevotella nigrescens en lactobacillen toenemen (Naranjo et al, 2006; Koopman et al, 2015). Dit wordt nog eens versterkt door een frequente inname van koolhydraten, hetgeen vooral bij adolescenten nogal eens voorkomt. Deze microbiologische veranderingen zorgen klinisch voor een toename van gingivale zwelling en gingivitis. De gewijzigde bacteriesamenstelling en de gingivale veranderingen zijn beide tijdelijk van aard. De met gezondheid geassocieerde bacteriën krijgen de overhand aan het einde van de behandeling en na debanderen is er sprake van een gezonder mondmilieu dan voor de behandeling (Koopman et al, 2015). Deze microbiële veranderingen hebben mogelijk deels ook te maken met de leeftijdsgebonden hormonale veranderingen. De wittevleklaesies die zijn ontstaan tijdens de behandeling zijn echter nog lang na het verwijderen van de vaste apparatuur zichtbaar en een klein aantal neemt zelfs in ernst toe (kan bruin verkleuren) en kan uiteindelijk resulteren in een gecaviteerde laesie (Mattousch et al, 2007). Het voorkomen van wittevleklaesies is dus een belangrijk doel voorafgaand aan en tijdens een orthodontische behandeling met vaste apparatuur.

Afb. 2. Klinisch beeld van een patiënt tijdens een orthodontische behandeling met vaste apparatuur: de plaque gingivaal van de bracket en onder de orthodontische draad is goed zichtbaar. Ook zijn er tekenen van gingivitis zichtbaar.

Risicofactoren

Gedurende de behandeling met vaste apparatuur hebben orthodontisten, tandartsen, mondhygiënisten, patiënten en hun ouders/verzorgers gezamenlijk de verantwoordelijkheid om het ontstaan van wittevleklaesies te voorkomen. Voorafgaand aan de start van de orthodontische behandeling is een risico-inschatting van belang. Risicofactoren voor het ontstaan van wittevleklaesies zijn een slechte mondhygiëne voorafgaand en tijdens de behandeling, een geschiedenis van cariës (hoge DMFS), een lange behandelduur en een jonge leeftijd bij start van de behandeling.

Daarnaast speelt het aantal voedingsmomenten en de inname van koolhydraten een rol. Uit onderzoek van TNO over mondgezondheid bij jeugdigen bleek dat er de afgelopen jaren in Nederland een verslechtering in de algemene mondgezondheid is opgetreden bij 11-, 17- en 23-jarigen (Schuller et al, 2018; Schuller et al, 2020a; 2020b; 2020c). Dit zijn precies de leeftijdsgroepen waarin meestal een orthodontische behandeling plaatsvindt. De mondgezondheid verslechterde vooral bij patiënten met een lage sociaaleconomische status en door een teveel aan eet- en drinkmomenten in deze leeftijdsgroepen (Schuller et al, 2018; Schuller et al, 2020a; 2020b; 2020c). Deze risicofactoren voor het ontstaan van wittevleklaesies zijn van belang om mee te nemen in het besluit een orthodontische behandeling te starten, in combinatie met de ernst van de orthodontische afwijking.

Preventie van wittevleklaesies

Preventieve maatregelen om het ontstaan van wittevlek­laesies tegen te gaan zijn te verdelen in 2 groepen. In de eerste plaats het voorschrijven of gebruik van additionele producten, meestal fluoride, door patiënten zelf of door de orthodontische behandelaars. In de tweede plaats het geven van instructie, dit kan in de vorm van (herhaalde) mondhygiëne-instructie, maar ook door het geven van voedingsadviezen en uitleg over wat wittevlek­laesies zijn en hoe ze ontstaan.

Additionele producten: fluoride

Zoals bekend is het gebruik van fluoride belangrijk voor de preventie van cariës. In het geval van patiënten met hoog cariësrisico wordt er extra fluoride geadviseerd naast de gewone fluoride tandpasta. Dit kan gebeuren in de vorm van een mondspoelmiddel, tandpasta met een hoge concentratie fluoride, een gel of lak, of fluoride afgevende materialen zoals glasionomeercement voor de hechting van de brackets. In Nederland wordt het dagelijks gebruik van een fluoride mondspoelmiddel tijdens een orthodontische behandeling met vaste apparatuur door vele orthodontisten geadviseerd. Het gebruik van fluoridegel, -lak of hoge concentratie fluoridetandpasta wordt door de orthodontisten soms toegepast (Kerbusch et al, 2010).

Goede risico- inschatting voorafgaand aan behandeling

Het blijkt dat het gebruik van een tandpasta met een hoge concentratie fluoride (5.000 ppm) in plaats van gewone fluoridetandpasta (1.450 ppm) resulteert in minder wittevleklaesies (Sonesson et al, 2014). Het betreft hier een zelfzorgmethode en het is dus afhankelijk van de medewerking van patiënt en ouders. In Nederland is dit product alleen geregistreerd voor het gebruik vanaf 16 jaar en het is uitsluitend op recept verkrijgbaar. Verzekeringen geven slechts een kleine vergoeding. Ook het professioneel aanbrengen van een fluoridegel of -lak elke 6-8 weken tijdens de controle zou mogelijk de hoeveelheid en de ernst van de wittevleklaesies verminderen (Stecksen-Blicks et al, 2007; Jiang et al, 2013; Sonesson et al, 2019). Voordeel hiervan is dat de behandelaar het aanbrengt en het dus niet afhankelijk is van medewerking van patiënt en ouders. In Nederland betreft dit een niet-declareerbare verrichting voor orthodontisten en wordt daardoor weinig toegepast. Ook tijdsredenen dragen hieraan bij. Verder resulteert dagelijks spoelen met een fluoride bevattend mondspoelmiddel, ’s avonds na het tandenpoetsen, ook in minder wittevleklaesies (Van der Kaaij et al, 2015). Een concentratie van 250 ppm is al voldoende om het aantal wittevleklaesies te verminderen. Het gebruik van een mondspoelmiddel is ook afhankelijk is van patiëntmedewerking. Uit onderzoek blijkt dat bij de helft van de patiënten sprake is van een slechte therapietrouw bij het gebruik van een mondspoelmiddel (Geiger et al, 1988). Het is echter wel makkelijker te verkrijgen dan tandpasta met een hoge concentratie fluoride.

Tabel 1. Maatregelen tijdens de behandeling met vaste apparatuur om het ontstaan van wittevleklaesies te voorkomen.

Verder kan er gebruikgemaakt worden van een fluoride afgevend glasionomeercement voor de hechting van de brackets. Onderzoek laat echter zien dat er geen verschil is in het ontstaan van wittevleklaesies bij gebruik van fluoride afgevende cementen ten opzichte van een niet-fluoride afgevend adhesief. Een verklaring hiervoor kan liggen in het feit dat fluoride maar korte tijd wordt afgegeven. Tevens is het zo dat er maar een zeer kleine hoeveelheid adhesief nodig is, die ook nog eens onder de bracketbasis zit, waardoor er geen interactie is tussen het speeksel en het adhesief. Overigens wordt als nadeel van fluoride afgevende adhesieven een mindere hechtsterkte genoemd ten opzichte van niet-fluoride afgevende adhesieven, maar uit een recente meta-analyse kwam dit verschil niet naar voren (Khan et al, 2020).

Additionele producten: CPP-ACP(F)

Caseïnefosfopeptide (CPP), gemaakt van het melkeiwit caseïne, kan in combinatie met amorf calciumfosfaat (ACP), eventueel met extra fluoride (CPP-ACPF), binden aan calcium- en fosfaationen en zorgt hierdoor (in laboratoriumsetting) voor remineralisatie. Dit middel is vooral onderzocht na verwijdering van de vaste orthodontische apparatuur vanwege de remineraliserende werking. Er is nog maar weinig langdurig gecontroleerd onderzoek gedaan waarin de werking tijdens de behandeling met vaste apparatuur wordt onderzocht. De onderzoeken die zijn gedaan laten geen eenduidig beeld zien, maar tijdens de behandeling met vaste apparatuur lijkt het maandelijks aanbrengen van een CPP-ACPF-lak tijdens de controle, in combinatie met het thuisgebruik van een tandpasta met CPP-ACPF, niet of nauwelijks het ontstaan van wittevleklaesies te verminderen (Esenlik et al, 2016; Rechmann et al, 2018). Door gebrek aan bewijs van effectiviteit wordt dit middel in Nederland niet gebruikt.

Grote rol voor fluoride, voeding en mondhygiëne bij voorkomen wittevleklaesies

Additionele producten: chloorhexidine

Het doel van het gebruik van chloorhexidine is dat evenwicht van de biofilm verschuift naar een gezondere samenstelling door vermindering van de hoeveelheid Streptoccocus mutans. Het nadeel van langdurig gebruik van een chloorhexidine bevattend mondspoelmiddel, bijvoorbeeld gedurende de gehele behandeling met vaste apparatuur, is de verkleuring van de tanden en de vermindering van smaak. Een chloorhexidinelak heeft deze problemen niet en zou mogelijk kunnen bijdragen aan vermindering van het aantal carieuze laesies (hierbij gaat het dus om cariës in het algemeen, niet specifiek wittevleklaesies) die ontstaan tijdens de behandeling met vaste apparatuur indien maandelijks aangebracht tijdens de controle (Okada et al, 2016). Mondspoelmiddel met chloorhexidine zou mogelijk gedurende korte termijn uitkomst kunnen bieden als aanvulling bij een plotseling ontstane slechte mondhygiëne. Hierdoor zouden ook risico’s op cariëslaesies verminderd kunnen worden. Chloorhexidinelak kan wel gedurende de gehele orthodontische behandeling worden gebruikt bij patiënten met een hoog-cariësrisico.

Tabel 2. Bewijs en advies voor aanvullende maatregelen die kunnen worden genomen om het ontstaan van wittevleklaesies te voorkomen.

Instructie: mondhygiëne

Bij de normale orthodontische controle is de inschatting van de mondhygiëne een vast onderdeel. Het stimuleren van een goede mondhygiëne helpt door vermindering van de hoeveelheid plaque bij het voorkomen van wittevleklaesies. Gezien het feit dat een slechte mondhygiëne voorafgaand aan de behandeling een risicofactor is, is het belangrijk dat vóór plaatsing van de vaste apparatuur een lage plaquescore wordt gezien. Bij een slechte mondhygiëne is het absoluut noodzakelijk dat deze op orde is voordat de vaste apparatuur wordt geplaats. Dat kan door een mondhygiëne-instructie of verwijzing naar een mondhygiënist.

Na plaatsing is het schoonhouden van de gebitselementen rondom de brackets en onder de draden moeilijker en het kost meer tijd. Een belangrijk deel van de aandacht moet gaan naar het schoonhouden van de ruimte tussen de brackets en de gingiva. Juist op die plekken ontstaan wittevleklaesies het makkelijkst. Diverse technieken kunnen hierbij worden gebruikt. Het herhaald instructie geven vermindert de hoeveelheid plaque, maar ook het gebruik van extra visuele middelen, zoals het laten zien van een foto met wittevleklaesies na afbehandeling, zorgt voor een betere mondhygiëne door patiënten. Het geven van extra (herhaalde) instructie is vooral van belang bij patiënten die veel plaque en een slechte mondhygiëne hebben en onafhankelijk van de gebruikte tandenborstel (handmatig of elektrisch) (Marini et al, 2014; Peng et al, 2014). In de beginjaren van de elektrische tandenborstels tot ongeveer de jaren 2000 werd bij patiënten met vaste apparatuur tijdens de mondhygiëne-instructie gezegd dat er geen elektrische tandenborstel mocht worden gebruikt omdat de hechting van brackets minder was en elektrische tandenborstels te grof uitgevoerd en te duur waren. Inmiddels is dat achterhaald. De huidige elektrische tandenborstels kunnen ook tijdens de behandeling met vaste apparatuur veilig gebruikt worden en verwijderen effectief de plaque rondom de brackets. Er is echter onvoldoende bewijs dat een elektrische tandenborstel beter is dan een handtandenborstel voor het tandenpoetsen tijdens een orthodontische behandeling met vaste apparatuur (Al Makhmari et al, 2017).

De laatste tijd komt de focus bij onderzoeken ook te liggen op het gebruik van een smartphone-applicatie (app) om de mondhygiëne te monitoren en de therapietrouw te verhogen. Een app zou op korte termijn (6-12 weken) mogelijk de mondhygiëne verbeteren, maar of dit effect op de lange termijn ook nog blijft bestaan is de vraag, zeker aangezien de gebruiksfrequentie van een app afneemt in de tijd (Deleuse et al, 2020; Scheerman, 2019; Scheerman et al, 2020).

Instructie: voeding

Alhoewel een voedingsanamnese vaak geen onderdeel is van de orthodontische intake, zou dit wel een rol van betekenis kunnen spelen vanwege het verhoogde risico op het ontstaan van cariës bij een teveel aan eet- en drinkmomenten. In Nederland geldt vanuit het Ivoren Kruis het advies maximaal 7 keer per dag iets te eten en/of te drinken waar fermenteerbare koolhydraten (suiker, zetmeel) inzit. Patiënten hierover voorlichten en navragen zal het risico op wittevleklaesies verminderen en moet dus onderdeel worden van de orthodontische anamnese (Khalaf, 2014). Bij de poetsinstructie die wordt gegeven direct na de plaatsing van de vaste apparatuur wordt vaak aandacht besteed aan kleverig en hard voedsel, vanwege een verhoogd risico op het loslaten van de brackets. Tevens wordt dan vaak genoemd dat koolzuurhoudende dranken niet mogen, omdat de hechting dan zou verminderen. Dit is zuiver het geval bij zinkfosfaatcementen, die niet meer worden gebruikt bij de huidige hechting van brackets en banden. De voedingsinstructie dient niet alleen gericht te zijn op het heel houden van de vaste apparatuur, maar juist ook op mondgezondheid vanwege het effect van koolzuurhoudende dranken, koolhydraatrijke voeding en een teveel aan eet- en drinkmomenten.

Daarnaast is er discussie of het gebruik van xylitolkauwgom actief beschermt tegen cariës in vergelijking met kauwgom met sucrose of sorbitol. Sowieso heeft kauwgom een speekselstimulerend effect, waardoor de fosfaat- en calciumconcentraties hoger worden, wat gunstig voor de remineralisatie zou zijn. Of dit ook zorgt voor minder wittevleklaesies is niet bewezen. Het lijkt erop dat xylitol een groter speekselstimulerend effect heeft ten opzichte van andere kauwgoms. Maar door het verhoogde risico op losse brackets en verbogen draden raden vele orthodontisten het gebruik van kauwgom tijdens de behandeling met vaste apparatuur af.

Conclusie

Het ontstaan van wittevleklaesies is een groot risico, met blijvende gevolgen, van een orthodontische behandeling met vaste apparatuur. Het voorkomen ervan is een belangrijk doel voor alle tandheelkundige zorgverleners. Maar ook voor patiënten en hun ouders, want ook zij zijn zelf verantwoordelijk hiervoor. In aanvulling op een goede mondhygiëne, die gedurende de behandeling continu gestimuleerd dient te worden, is het gebruik van een fluoride mondspoelmiddel belangrijk. Het hiermee dagelijks spoelen moet voor de patiënt een routine worden. Het belang hiervan moet gedurende de behandeling worden benadrukt en herhaald door de orthodontist, de orthodontie-assistenten, maar ook door de tandarts en de mondhygiënist die de patiënt tijdens de orthodontische behandeling met vaste apparatuur zien. Bij patiënten met een hoog risico op het ontstaan van wittevleklaesies zou tevens gebruik kunnen worden gemaakt van een fluoridelak die wordt aangebracht tijdens de orthodontische controle. In Nederland wordt dit niet routinematig toegepast, aangezien hiervoor geen declaratiemogelijkheid bestaat binnen de orthodontie.

Een risico-inschatting voorafgaande aan de orthodontische behandeling is belangrijk. Herhaalde mondhygiëne-instructie en voorlichting over eet- en drinkmomenten en de risico’s van een koolhydraatrijke voeding, zullen bijdragen aan het verminderen van het ontstaan van wittevleklaesies. Indien ondanks de genomen maatregelen de mondhygiëne op onvoldoende niveau blijft en er wittevleklaesies ontstaan tijdens de behandeling, zal voortijdige verwijdering van de vaste apparatuur moeten worden overwogen.

Literatuur

* Al Makhmari SA, Kaklamanos EG, Athanasiou AE. Short-term and long-term effectiveness of powered toothbrushes in promoting periodontal health during orthodontic treatment: a systematic review and meta-analysis. Am J Orthod Dentofacial Orthop 2017; 152: 753-766.e757. * Beerens MW. Behandeling van post-orthodontische white spot laesies. Ned Tijdschr Tandheelkd 2020; 127: 000-000. * Deleuse M, Meiffren C, Bruwier A, Maes N, Le Gall M, Charavet C. Smartphone application-assisted oral hygiene of orthodontic patients: a multicentre randomized controlled trial in adolescents. Eur J Orthod 2020; cjz105 . * Esenlik E, Uzer Çelik EU, Bolat E. Efficacy of a casein phosphopeptide amorphous calcium phosphate (CPP-ACP) paste in preventing white spot lesions in patients with fixed orthodontic appliances: A prospective clinical trial. Eur J Paediatr Dent 2016; 17: 274-280. * Geiger AM, Gorelick L, Gwinnett AJ, Griswold PG. The effect of a fluoride program on white spot formation during orthodontic treatment. Am J Orthod Dentofacial Orthop 1988; 93: 29-37. * Jiang H, Hua F, Yao L, Tai B, Du M. Effect of 1.23% acidulated phosphate fluoride foam on white spot lesions in orthodontic patients: a randomized trial. Pediatr Dent 2013; 35: 275-278. * van der Kaaij NCW , van der Veen MH, van der Kaaij MAE, ten Cate JM. A prospective, randomized placebo-controlled clinical trial on the effects of a fluoride rinse on white spot lesion development and bleeding in orthodontic patients. Eur J Oral Sci 2015; 123: 186-193. * Khalaf K. Factors affecting the formation, severity and location of white spot lesions during orthodontic treatment with fixed Appliances. J Oral Maxillofac Res 2014; 5: e4. * Kerbusch AE, Kuijpers-Jagtman AM, Mulder J, van der Sanden WJ. Wittevleklaesies tijdens orthodontische behandeling: preventief beleid. Ned Tijdschr Tandheelkd 2010; 117: 283-287. * Khan AR, Fida M, Gul M. Decalcification and bond failure rate in resin modified glass ionomer cement versus conventional composite for orthodontic bonding: A systematic review & meta-analysis. Int Orthod 2020; 18: 32-40. * Koopman JE, van der Kaaij NCWr, Buijs MJ, et al. The effect of fixed orthodontic appliances and fluoride mouthwash on the oral microbiome of adolescents - a randomized controlled clinical trial. PLoS One 2015; 10: e0137318. * Lucchese A, Gherlone E. Prevalence of white-spot lesions before and during orthodontic treatment with fixed appliances. Eur J Orthod 2013) 35: 664-668. * Marini I, Bortolotti F, Parenti SI, Gatto MR, Bonetti GA. Combined effects of repeated oral hygiene motivation and type of toothbrush on orthodontic patients: a blind randomized clinical trial. Angle Orthod 2014; 84: 896-901. * Mattousch TJH, van der Veen MH, Zentner A. Caries lesions after orthodontic treatment followed by quantitative light-induced fluorescence: a 2-year follow-up. Eur J Orthod 2007; 29: 294-298. * Naranjo AA, Triviño ML, Jaramillo A, Betancourth M, Botero JE. Changes in the subgingival microbiota and periodontal parameters before and 3 months after bracket placement. Am J Orthod Dentofacial Orthop 2006; 130: 275.e217-275.e222. * O’Reilly MM, Featherstone JD. Demineralization and remineralization around orthodontic appliances: an in vivo study. Am J Orthod Dentofacial Orthop 1987; 92: 33-40. * Ogaard B, Rølla G, Arends J. Orthodontic appliances and enamel demineralization. Part 1. Lesion development. Am J Orthod Dentofacial Orthop 1988; 94: 68-73. * Okada EM, Ribeiro LN, Stuani MB, et al. Effects of chlorhexidine varnish on caries during orthodontic treatment: a systematic review and meta-analysis. Braz Oral Res 2016; 30: e115. * Peng Y, Wu R, Qu W, et al. Effect of visual method vs plaque disclosure in enhancing oral hygiene in adolescents and young adults: a single-blind randomized controlled trial. Am J Orthod Dentofacial Orthop 2014; 145: 280-286. * Rechmann P, Bekmezian S, Rechmann BMT, Chaffee BW, Featherstone JDB. MI Varnish and MI Paste Plus in a caries prevention and remineralization study: a randomized controlled trial. Clin Oral Investig 2018; 22: 2229-2239. * Scheerman JFM. Serie: Hora est. De ontwikkeling en evaluatie van de WitGebit app. Ned Tijdschr Tandheelkd 2019; 126: 101-104. * Scheerman JFM, van Meijel B, van Empelen P, et al. The effect of using a mobile application (“WhiteTeeth”) on improving oral hygiene: A randomized controlled trial. Int J Dent Hyg 2020; 18: 73-83. * Schuller AA, Vermaire JH, van Kempen CPF, van Dommelen P, Verrips GHW. Kies voor tanden: een onderzoek naar mondgezondheid en preventief tandheelkundig gedrag van jeugdigen. Hoofdmeting 2017, een vervolg op de reeks, TJZ- en Kies voor Tandenonderzoeken. Leiden: TNO, 2018. * Schuller AA, Vermaire JH, Verrips GHW. Kies-voor-Tandenonderzoek 2017: cariëservaring bij 11-jarigen in Nederland. Ned Tijdschr Tandheelkd 2020; 127: 42-50. * Schuller AA, Vermaire JH, Verrips GHW. Kies-voor-Tandenonderzoek 2017: cariëservaring bij 17-jarigen in Nederland. Ned Tijdschr Tandheelkd 2020; 127: 109-117. * Schuller AA, Vermaire JH, Verrips GHW. Kies-voor-Tandenonderzoek 2017: cariëservaring bij 23-jarigen in Nederland. Ned Tijdschr Tandheelkd 2020; 127: 119-125. * Sonesson M, Brechter A, Abdulraheem S, Lindman R, Twetman S. Fluoride varnish for the prevention of white spot lesions during orthodontic treatment with fixed appliances: a randomized controlled trial. Eur J Orthod 2020; 42: 326-330. * Sonesson M, Twetman S, Bondemark L. Effectiveness of high-fluoride toothpaste on enamel demineralization during orthodontic treatment-a multicenter randomized controlled trial. Eur J Orthod 2014; 36: 678-682. * Stecksén-Blicks C, Renfors G, Oscarson ND, Bergstrand F, Twetman S. Caries-preventive effectiveness of a fluoride varnish: a randomized controlled trial in adolescents with fixed orthodontic appliances. Caries Res 2007; 41: 455-459. * Sundararaj D, Venkatachalapathy S, Tandon A, Pereira A. Critical evaluation of incidence and prevalence of white spot lesions during fixed orthodontic appliance treatment: A meta-analysis. J Int Soc Prev Community Dent 2015; 5: 433-439.

Summary

Prevention of white spot lesion formation during treatment with fixed orthodontic appliances

One of the main disadvantages of orthodontic treatment with fixed appliances is the formation of demineralisations around the brackets. These demineralisations develop because the brackets produce an increased number of plaque retention sites and a change in the oral environment, resulting in a different plaque composition. To prevent the formation of these demineralisations several methods are used during orthodontic treatment. Using additional fluoride is the best solution, for example, rinsing daily with a fluoride mouthwash, applying a fluoride varnish during every scheduled check-up, or using toothpaste with a high concentration of fluoride. The last 2 methods are less effectively incorporated in daily practice in the Netherlands due to financial or time factors. Additional measures, like using fluoride-releasing adhesives, CPP-ACP(F) or a chlorhexidine rinse appear to be less effective in reducing demineralisations. It is also important to provide specific oral hygiene and dietary instructions, based on an individual risk assessment.

Auteursinformatie

N.C.W. van der Kaaij1,2
Uit 1de afdeling orthodontie van het Academisch Centrum voor Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) en 2de Orthodontisten Heemstede
Datum van acceptatie: 25 september 2020
Adres: mw. dr. N.C.W. van der Kaaij, ACTA, Gustav Mahlerlaan 3004, 1081 LA Amsterdam
n.vd.kaaij@acta.nl.
Read English abstract

Prevention of white spot lesion formation during treatment with fixed orthodontic appliances

One of the main disadvantages of orthodontic treatment with fixed appliances is the formation of demineralisations around the brackets. These demineralisations develop because the brackets produce an increased number of plaque retention sites and a change in the oral environment, resulting in a different plaque composition. To prevent the formation of these demineralisations several methods are used during orthodontic treatment. Using additional fluoride is the best solution, for example, rinsing daily with a fluoride mouthwash, applying a fluoride varnish during every scheduled check-up, or using toothpaste with a high concentration of fluoride. The last 2 methods are less effectively incorporated in daily practice in the Netherlands due to financial or time factors. Additional measures, like using fluoride-releasing adhesives, CPP-ACP(F) or a chlorhexidine rinse appear to be less effective in reducing demineralisations. It is also important to provide specific oral hygiene and dietary instructions, based on an individual risk assessment.

Inleiding

Een orthodontische behandeling heeft als doel een stabiele occlusie en goede kauwfunctie te realiseren, maar daarnaast ook het behalen van een esthetisch eindresultaat met betrekking tot de lach en het profiel. In Nederland heeft 60-80% van de 17..